Wanneer u een Illustrator-bestand in bepaalde indelingen opslaat, blijven de oorspronkelijke transparantiegegevens behouden. Bijvoorbeeld, als u een bestand opslaat in de EPS-indeling van Illustrator CS (of hoger), bevat het bestand zowel oorspronkelijke Illustrator-gegevens als EPS-gegevens. Wanneer u het bestand weer opent in Illustrator, worden de oorspronkelijke (niet-afgevlakte) gegevens gelezen. Wanneer u het bestand in een andere toepassing opent, worden de (afgevlakte) EPS-gegevens gelezen.

Over afvlakken

Als uw document of illustratie transparantie bevat en u deze wilt uitvoeren, moet u meestal een bewerking uitvoeren die afvlakking wordt genoemd. Bij afvlakking worden transparante illustraties opgedeeld in vectorgebieden en gerasterde gebieden. Bij complexere illustraties (combinaties van afbeeldingen, vectoren, tekst, steunkleuren, overdrukken, enzovoort) worden ook het afvlakken en de bijbehorende resultaten complexer.

Afvlakking kan nodig zijn wanneer u een document afdrukt of opslaat in of exporteert naar andere indelingen die geen transparantie ondersteunen. Wanneer u PDF-bestanden maakt en transparantie wilt behouden zonder afvlakking, slaat u het bestand op als Adobe PDF 1.4 (Acrobat 5.0) of hoger.

U kunt instellingen voor afvlakking opgeven en deze vervolgens opslaan en toepassen als voorinstellingen van transparantie-afvlakker. Transparante objecten worden afgevlakt volgens de instellingen van de geselecteerde voorinstelling.

Opmerking:

Transparantieafvlakking kan niet ongedaan worden gemaakt nadat het bestand is opgeslagen.

Overlappende illustraties worden opgesplitst wanneer ze worden afgevlakt
Overlappende illustraties worden opgesplitst wanneer ze worden afgevlakt.

Opmerking:

Raadpleeg voor meer informatie over transparantie-uitvoer de pagina Print Service Provider Resources van het Adobe Solutions Network (ASN) (alleen Engelstalig), die beschikbaar is op de Adobe-website.

Bestandsindelingen die transparantie behouden

Wanneer u een Illustrator-bestand in bepaalde indelingen opslaat, blijven de oorspronkelijke transparantiegegevens behouden. Bijvoorbeeld, als u een bestand opslaat in de EPS-indeling van Illustrator CS (of hoger), bevat het bestand zowel oorspronkelijke Illustrator-gegevens als EPS-gegevens. Wanneer u het bestand weer opent in Illustrator, worden de oorspronkelijke (niet-afgevlakte) gegevens gelezen. Wanneer u het bestand in een andere toepassing opent, worden de (afgevlakte) EPS-gegevens gelezen.

Probeer bestanden altijd op te slaan in een indeling die ondersteuning biedt voor oorspronkelijke transparantiegegevens. Op die manier kunt u indien nodig wijzigingen aanbrengen.

Oorspronkelijke transparantiegegevens blijven behouden wanneer u uw werk opslaat in de volgende indelingen:

  • AI9 en hoger

  • AI9 EPS en hoger

  • PDF 1.4 en hoger (wanneer de optie Bewerkingsfuncties Illustrator behouden is geselecteerd)

Een illustratie wordt afgevlakt wanneer u een van de volgende acties uitvoert:

  • Een bestand met een transparantie afdrukken.

  • Een bestand opslaan dat transparantie in een verouderde indeling bevat, zoals de indeling van Illustrator 8 en ouder, Illustrator 8 EPS en ouder of PDF 1.3. (Voor de Illustrator- en Illustrator EPS-indelingen kunt u kiezen of u de transparantie wilt verwijderen of deze wilt afvlakken.)

  • Een bestand met transparantie exporteren naar een vectorindeling die geen ondersteuning biedt voor transparanties (zoals .EMF of .WMF).

  • Transparante illustraties van Illustrator kopiëren en plakken naar een andere toepassing met de opties voor AICB en Vormgeving behouden geselecteerd (onder Bestandsbeheer en Klembord in het dialoogvenster Voorkeuren).

  • Exporteren in SWF (Flash) of de opdracht Afvlakken transparantie gebruiken en de optie Alfatransparantie behouden kiezen. Met deze opdracht kunt u een voorvertoning bekijken van hoe de illustratie er uitziet wanneer deze wordt geëxporteerd naar SWF.

Opmerking:

Meer informatie over het maken en afdrukken van transparantie vindt u in de whitepaper over transparantie in de map Adobe Technical Info/White Papers op de cd-rom van Illustrator. Meer informatie over het afdrukken en afvlakken van bestanden met transparantie vindt u op het User to User-forum van Adobe Illustrator. Dit is een openbaar forum met tal van tips en antwoorden op veelgestelde vragen. U vindt het forum op www.adobe.com/nl/support/forums.

Opties voor het afvlakken van transparantie instellen voor het afdrukken

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Selecteer Geavanceerd aan de linkerkant van het dialoogvenster Afdrukken.
  3. Selecteer een voorinstelling voor afvlakking in het menu Voorinstelling om specifieke afvlakkingsopties in te stellen.
  4. Als de illustratie overgedrukte objecten bevat die invloed hebben op transparante objecten, selecteert u een optie in het menu Overdrukken. U kunt overdrukken behouden, simuleren of verwijderen.

    Opmerking:

    Als de illustratie geen transparantie bevat, wordt het document niet afgevlakt en zijn de afvlakkingsinstellingen niet relevant. Gebruik het deelvenster Voorvertoning van afvlakker als u wilt bepalen welke gebieden van de illustratie transparantie bevatten.

Opties voor transparantieafvlakking

Opties voor transparantie-afvlakker kunt u instellen wanneer u voorinstellingen voor afvlakking maakt, bewerkt of er een voorvertoning van weergeeft in llustrator, InDesign of Acrobat.

Opties voor markering (in voorvertoningen)

Geen (Voorvertoning kleuren)

Hiermee schakelt u de voorvertoning uit.

Gerasterde complexe gebieden

Hiermee worden de gebieden gemarkeerd die ten behoeve van de prestaties worden gerasterd (zoals wordt bepaald met de schuifregelaar bij Rasters/Vectoren). Houd er rekening dat er bij de grens van het gemarkeerde gebied meer problemen met stitching kunnen optreden, afhankelijk van de instellingen van het printerstuurprogramma en de rasterresolutie. Om problemen met stitching tot een minimum te beperken selecteert u Complexe objecten knippen (Acrobat) of Complexe regio's bijknippen (InDesign).

Transparante objecten

Hiermee worden de objecten gemarkeerd die bronnen van transparantie vormen, zoals objecten met een gedeeltelijke dekking (waaronder afbeeldingen met alfakanalen), objecten met overvloeimodi en objecten met dekkingsmaskers. Houd er rekening mee dat ook stijlen en effecten transparantie kunnen bevatten en dat overgedrukte objecten kunnen worden behandeld als bronnen van transparantie als deze transparantie bevatten of als de overdruk moet worden afgevlakt.

Alle betrokken objecten

Hiermee worden alle objecten gemarkeerd waarop transparantie van toepassing is, zoals transparante objecten en objecten die worden overlapt door transparante objecten. Het afvlakkingsproces is van invloed op de gemarkeerde objecten; de penseelstreken of patronen van deze objecten worden uitgebreid, de objecten worden wellicht gedeeltelijk gerasterd, enzovoort.

Betrokken gekoppelde EPS-bestanden (alleen Illustrator)

Hiermee worden alle gekoppelde EPS-bestanden gemarkeerd die worden beïnvloed door transparantie.

Betrokken afbeeldingen (alleen InDesign)

Hiermee wordt alle geplaatste inhoud gemarkeerd die wordt beïnvloed door transparantie of transparantie-effecten. Dit is een handige optie voor prepressbureaus die willen controleren of afbeeldingen goed worden afgedrukt.

Uitgebreide patronen (Illustrator en Acrobat)

Hiermee worden alle patronen gemarkeerd die worden uitgebreid als er sprake is van transparantie.

Omlijnde lijnen (InDesign), Lijnen met contouren (Acrobat) en Omtreklijnen (Illustrator)

Hiermee worden alle lijnen gemarkeerd die worden voorzien van een contour als er transparantie op van toepassing is of wanneer de optie Alle penseelstreken omzetten in omtrekken is geselecteerd.

Omlijnde tekst (InDesign en Illustrator)

Hiermee wordt alle tekst gemarkeerd die wordt voorzien van een contour als er transparantie op van toepassing is of wanneer de optie Alle tekst omzetten in omtrekken is geselecteerd.

Opmerking: In de uiteindelijke uitvoer zien tekst en lijnen met contouren er enigszins anders uit dan de oorspronkelijke lijnen en tekst, vooral bij erg dunne lijnen en erg kleine tekst. In het dialoogvenster Voorvertoning afvlakker wordt deze veranderde weergave echter niet gemarkeerd.

Tekst en lijnen met rastervulling (alleen InDesign)

Hiermee worden tekst en lijnen gemarkeerd die als gevolg van afvlakking worden voorzien van rastervulling.

Alle gerasterde gebieden (Illustrator en InDesign)

Hiermee worden objecten en snijpunten van objecten gemarkeerd die worden gerasterd, omdat er geen andere manier is om ze in PostScript weer te geven of omdat ze complexer zijn dan de drempel die is ingesteld met de schuifregelaar Rasters/Vectoren. Het snijpunt van bijvoorbeeld twee transparante verlopen wordt altijd gerasterd, zelfs als de waarde voor Rasters/Vectoren 100 is. De optie Alle gerasterde gebieden/Alle gebieden die naar pixels zijn omgezet laat rasterafbeeldingen (zoals Photoshop-bestanden) zien die worden beïnvloed door transparantie, en rastereffecten zoals slagschaduwen en doezelen. Het verwerken van deze optie neemt meer tijd in beslag.

Opties voor voorinstelling van transparantie-afvlakker

Naam/Voorinstelling

Hier geeft u de naam van de voorinstelling op. Afhankelijk van het dialoogvenster kunt u in het tekstvak een naam typen of de standaardnaam accepteren. Als u een bestaande voorinstelling wilt bewerken, voert u de naam van de voorinstelling in. De standaardvoorinstellingen kunt u echter niet bewerken.

Raster/vector-balans

Hiermee geeft u op hoeveel vectorinformatie behouden blijft. Bij een hogere instelling worden meer vectorobjecten bewaard, terwijl bij een lagere instelling meer vectorobjecten worden gerasterd. Bij een tussenliggende instelling worden eenvoudige gebieden in vectorvorm bewaard en worden complexere gebieden gerasterd. Selecteer de laagste instelling als u alle illustraties wilt rasteren.

Opmerking: De mate van rasteren hangt af van de complexiteit van de pagina en van de typen overlappende objecten.

Resolutie van lijnwerk en tekst

Hiermee rastert u alle objecten, zoals afbeeldingen, vectorillustraties, tekst en verlopen, naar de opgegeven resolutie. In Acrobat en InDesign is maximaal 9600 pixels per inch (ppi) toegestaan voor lijnen en 1200 ppi voor verloopnet. In Illustrator is maximaal 9600 ppi toegestaan voor zowel lijnen als verloopnetten. De resolutie beïnvloedt de precisie van snijpunten wanneer deze worden afgevlakt. De resolutie voor lijntekeningen en tekst moet doorgaans worden ingesteld op een waarde tussen 600 en 1200 voor rastering van hoge kwaliteit, vooral bij lettertypen met schreef of kleine lettertypen.

Resolutie verloop en netten (InDesign)/Resolutie van verloop en net (Illustrator)

Hiermee wordt de resolutie opgegeven voor verlopen en Illustrator-netobjecten die als gevolg van afvlakken worden gerasterd, van 72 tot 2400 ppi. De resolutie beïnvloedt de precisie van snijpunten wanneer deze worden afgevlakt. De resolutie voor verlopen en netten moet doorgaans worden ingesteld op een waarde tussen 150 en 300 ppi, omdat de kwaliteit van de verlopen, slagschaduwen en doezelaars niet beter wordt bij een hogere resolutie, terwijl het afdrukken wel langer duurt en de bestanden groter worden.

Alle tekst omzetten in omtrekken

Hiermee worden alle tekstobjecten (punttekst, gebiedstekst en padtekst) omgezet in contouren en wordt alle informatie over tekstglyphs op pagina's met transparantie genegeerd. Als deze optie is ingeschakeld, blijft tekst tijdens de afvlakking even breed. Houd er wel rekening mee dat kleine lettertypen hierbij iets dikker worden weergegeven in Acrobat of iets dikker worden afgedrukt op printers met lage resolutie. De tekstkwaliteit verandert niet als de tekst wordt afgedrukt op printers met hoge resolutie of imagesetters.

Alle lijnen omzetten in contouren (InDesign) / Alle penseelstreken omzetten in omtrekken (Illustrator)

Hiermee worden alle lijnen op pagina's met transparantie omgezet in eenvoudige, gevulde paden. Als deze optie is ingeschakeld, blijven de lijnen tijdens de afvlakking even breed. Houd er wel rekening mee dat dunne lijnen hierbij iets dikker worden weergegeven en dat de prestaties van de afvlakking kunnen afnemen.

Complexe objecten knippen (Acrobat) of Complexe regio's bijknippen (InDesign)

Deze optie zorgt ervoor dat de grenzen tussen vectorillustraties en gerasterde illustraties objectpaden volgen. Met deze optie wordt het aantal stitchartefacten verminderd dat ontstaat wanneer een deel van een object wordt gerasterd terwijl een ander deel van het object de vectorindeling behoudt. Dit kan echter paden opleveren die te complex zijn voor de printer.

Opmerking: Sommige printerstuurprogramma's verwerken raster- en vectorillustraties op een andere manier, wat soms leidt tot kleurstitching. U kunt deze problemen grotendeels voorkomen door de instellingen voor kleurbeheer van bepaalde printerstuurprogramma's uit te schakelen. Zie de documentatie van de printer voor meer informatie, omdat deze instellingen per printer verschillen.

Stitching, op het snijpunt van rasters en vectoren
Stitching, op het snijpunt van rasters en vectoren.

(Alleen Illustrator) Selecteer Alfatransparantie behouden (alleen in het dialoogvenster Afvlakken transparantie)

Hiermee blijft de algehele dekking van afgevlakte objecten behouden. Als u deze optie selecteert, gaan overvloeimodi en overdrukken verloren, maar blijft de weergave hiervan wel behouden binnen de verwerkte illustratie, samen met het niveau van de alfatransparantie (zoals wanneer u illustraties rastert met een transparante achtergrond). Deze optie kan handig zijn wanneer u exporteert naar SWF of SVG, omdat deze indelingen beide alfatransparantie ondersteunen.

(Alleen Illustrator) Selecteer Steunkleuren en overdrukken behouden (alleen in het dialoogvenster Afvlakken transparantie)

Hierbij blijven steunkleuren doorgaans behouden. Bovendien blijven hierbij overdrukinstellingen behouden voor objecten waarop geen transparantie van toepassing is. Selecteer deze optie wanneer u scheidingen afdrukt als het document steunkleuren en overgedrukte objecten bevat. Schakel deze optie uit wanneer u bestanden opslaat voor gebruik in paginaopmaaktoepassingen. Als deze optie is geselecteerd, worden overgedrukte gebieden die invloed hebben op transparantie afgevlakt, terwijl de overdrukinstellingen in andere gebieden behouden blijven. De resultaten zijn onvoorspelbaar wanneer het bestand wordt uitgevoerd vanuit een paginaopmaaktoepassing.

Overdruk behouden (alleen Acrobat)

Hierbij vloeit de kleur van transparante illustraties samen met de achtergrondkleur om een overdrukeffect te creëren.

Een voorbeeld bekijken van de gebieden van de illustratie die worden afgevlakt

Met de voorvertoningopties in het deelvenster Voorbeeld van afvlakking (Acrobat) / Voorvertoning afvlakker (InDesign) / Voorvertoning van afvlakker (Illustrator) kunt u de gebieden markeren die worden afgevlakt. Op basis van deze informatie met kleurencodes kunt u de opties voor afvlakking aanpassen.

Opmerking:

dit dialoogvenster is niet speciaal bedoeld voor het nauwkeurig voorvertonen van steunkleuren, overdrukken en overvloeimodi. Gebruik hiervoor de modus Overdrukvoorbeeld.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit om het deelvenster (of dialoogvenster) Voorbeeld van afvlakking weer te geven:
    • In Illustrator kiest u Venster > Voorvertoning van afvlakker.

    • Kies in Acrobat Tools > Afdrukproductie > Voorbeeld van afvlakking.

    • In InDesign kiest u Venster > Uitvoer > Voorvertoning afvlakker.

  2. Selecteer in het menu Markering de gebieden die u wilt markeren. Welke opties beschikbaar zijn, is afhankelijk van de inhoud van de illustratie.
  3. Selecteer de afvlakkingsinstellingen die u wilt gebruiken: kies een voorinstelling of stel, indien beschikbaar, specifieke opties in.

    Opmerking:

    (Illustrator) Als de afvlakkingsinstellingen niet zichtbaar zijn, selecteert u Opties tonen in het deelvenstermenu om ze weer te geven.

  4. Als de illustratie overgedrukte objecten bevat die invloed hebben op transparante objecten, selecteert u in Illustrator een optie in het menu Overdrukken. U kunt overdrukken behouden, simuleren of verwijderen. Kies in Acrobat Overdruk behouden als u de kleur van de transparante illustratie wilt laten samenvloeien met de achtergrondkleur om een overdrukeffect te creëren.
  5. Klik op Vernieuwen wanneer u een nieuwe voorvertoning wilt weergeven op basis van uw instellingen. Afhankelijk van de complexiteit van de illustratie kan het enkele seconden duren voordat de voorvertoning wordt weergegeven. In InDesign kunt u ook Automatisch vernieuwen kiezen.

    Opmerking:

    Als u in Illustrator of Acrobat de voorvertoning wilt vergroten, klikt u in het voorvertoningsgebied. Als u wilt uitzoomen, klikt u in het voorvertoningsgebied terwijl u Alt of Option ingedrukt houdt. Als u de voorvertoning wilt pannen, houdt u de spatiebalk ingedrukt en sleept u in het voorvertoningsgebied.

Overzicht van het deelvenster Voorvertoning van afvlakker

Met de voorvertoningsopties in het deelvenster Voorvertoning van afvlakker kunt u de gebieden markeren die door het afvlakken van de illustratie zijn beïnvloed. Aan de hand van deze informatie kunt u de afvlakkingsopties aanpassen en zelfs het deelvenster gebruiken om voorinstellingen van afvlakkingen op te slaan. Als u het deelvenster Voorvertoning van afvlakker wilt weergeven, kiest u Venster > Voorvertoning van afvlakker.

Het deelvenster Voorvertoning van afvlakker
Het deelvenster Voorvertoning van afvlakker

A. Deelvenstermenu B. Knop Vernieuwen C. Menu Markeren D. Menu Overdrukken E. Instellingen voor afvlakken van transparantie F. Voorvertoning 

U kunt de snelheid en kwaliteit van de voorvertoning regelen door een optie in het deelvenstermenu te selecteren. Selecteer Snelle voorvertoning als u de snelste voorvertoning wilt berekenen. Selecteer Gedetailleerde voorvertoning als u de optie Alle gerasterde gebieden aan het pop-upmenu Markeren wilt toevoegen (het berekenen van deze optie vraagt meer rekenkracht).

Opmerking:

Houd er rekening mee dat het deelvenster Voorvertoning van afvlakker niet is bedoeld voor een exacte weergave van steunkleuren, overdrukken, overvloeiingsmodi en afbeeldingsresolutie. Gebruik de modus Voorvertoning overdruk in Illustrator voor een voorvertoning van de steunkleuren, overdrukken en overvloeimodi zoals deze er in de uitvoer uit zullen zien.

Voorinstellingen van transparantie-afvlakker

Als u regelmatig documenten met transparantie afdrukt of exporteert, kunt u de afvlakking automatiseren door afvlakkingsinstellingen op te slaan in een voorinstelling van transparantie-afvlakker. U kunt deze instellingen vervolgens toepassen voor uitvoer in drukvorm, evenals voor het opslaan en exporteren van bestanden naar PDF 1.3 (Acrobat 4.0) en EPS- en PostScript-indelingen. Bovendien is het in Illustrator mogelijk om de instellingen toe te passen wanneer u bestanden opslaat naar eerdere versies van Illustrator of wanneer u deze kopieert naar het klembord; in Acrobat kunt u ze ook toepassen bij het optimaliseren van PDF's.

Met deze instellingen definieert u bovendien hoe afvlakking wordt afgehandeld wanneer u exporteert naar indelingen die geen transparantie ondersteunen.

Een voorinstelling voor afvlakking kunt u kiezen in het deelvenster Geavanceerd van het dialoogvenster Afdrukken of in het indelingsspecifieke dialoogvenster dat wordt weergegeven na het eerste dialoogvenster Exporteren of Opslaan als. U kunt uw eigen voorinstellingen voor afvlakking maken of een van de standaardinstellingen kiezen die bij de software worden geleverd. De standaardinstellingen zijn bedoeld voor een juiste afstemming tussen de kwaliteit en snelheid van de afvlakking en een juiste resolutie voor gerasterde transparante gebieden, afhankelijk van het bedoelde gebruik van het document:

Hoge resolutie

wordt gebruikt voor de uiteindelijke afdruk en voor proefdrukken van hoge kwaliteit, zoals proefdrukken in kleur met scheidingen.

Gemiddelde resolutie

wordt gebruikt voor proefdrukken op het scherm en voor documenten die op verzoek worden afgedrukt op PostScript-kleurenprinters.

Lage resolutie

wordt gebruikt voor proefdrukken op zwart-witprinters en voor documenten die worden gepubliceerd op het web of worden geëxporteerd naar SVG.

Voorinstellingen van transparantie-afvlakker maken of bewerken

Voorinstellingen van transparantie-afvlakker kunt u opslaan in een afzonderlijk bestand. Zo kunt u er makkelijker back-ups van maken of ze ter beschikking stellen van prepressbureaus, klanten of andere personen in uw werkgroep. In InDesign hebben bestanden met voorinstellingen van transparantie-afvlakker de extensie .flst.

  1. Kies Bewerken > Voorinstellingen transparantie-afvlakker.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op Nieuw als u een nieuwe voorinstelling wilt maken.

    • Als u een voorinstelling wilt baseren op een bestaande voorinstelling, selecteert u de gewenste voorinstelling in de lijst en klikt u op Nieuw.

    • Als u een bestaande voorinstelling wilt bewerken, selecteert u de voorinstelling en klikt u op Bewerken.

    Opmerking:

    Het is niet mogelijk om standaardvoorinstellingen voor afvlakking te bewerken.

  3. Stel de opties voor afvlakking in.
  4. Klik op OK om terug te gaan naar het dialoogvenster Voorinstellingen transparantie-afvlakker en klik nogmaals op OK.

Een aangepaste voorinstelling van transparantie-afvlakker exporteren en importeren

U kunt voorinstellingen van transparantie-afvlakker exporteren en importeren, zodat u deze kunt delen met prepressbureaus, klanten of anderen in uw werkgroep.

  1. Kies Bewerken > Voorinstellingen transparantie-afvlakker.
  2. Selecteer een voorinstelling in de lijst.
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een voorinstelling wilt exporteren naar een afzonderlijk bestand, klikt u op Opslaan (InDesign) of Exporteren (Illustrator), geeft u een naam en locatie op en klikt u op Opslaan.

      U kunt overwegen de voorinstelling op te slaan buiten de map met voorkeuren van de toepassing. Dan gaan de instellingen niet verloren wanneer u uw voorkeuren verwijdert.

    • Als u voorinstellingen wilt importeren uit een bestand, klikt u op Laden (InDesign) of Importeren (Illustrator). Zoek en selecteer het bestand met de voorinstellingen die u wilt importeren en klik op Openen.

De naam van een aangepaste voorinstelling van transparantie-afvlakker wijzigen of een voorinstelling verwijderen

  1. Kies Bewerken > Voorinstellingen transparantie-afvlakker.
  2. Selecteer een voorinstelling in de lijst.
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u de naam van een bestaande voorinstelling wilt wijzigen, klikt u op Bewerken, typt u een andere naam en klikt u op OK.

    • Als u een voorinstelling wilt verwijderen, klikt u op Verwijderen en klikt u op OK om de verwijdering te bevestigen.

      Opmerking: U kunt de standaardvoorinstellingen niet verwijderen.

Transparantie afvlakken voor afzonderlijke objecten

Met de opdracht Afvlakken transparantie kunt u zien hoe een illustratie er afgevlakt uitziet. U kunt deze opdracht bijvoorbeeld gebruiken voordat u het bestand opslaat in de SWF-indeling (Flash) of als u bij het afdrukken van verouderde illustraties problemen hebt die misschien worden veroorzaakt door transparantie.

  1. Selecteer het object.
  2. Kies Object > Afvlakken transparantie.
  3. Selecteer de gewenste afvlakkingsinstellingen door een voorinstelling te kiezen of specifieke opties in te stellen.
  4. Klik op OK.

    Opmerking:

    Als u de afvlakkingsinstellingen wilt opslaan zodat u ze kunt gebruiken met andere objecten en documenten in de huidige sessie, klikt u op Voorinstelling opslaan. Als u een vaste voorinstelling wilt maken, kiest u in plaats hiervan Bewerken > Voorinstellingen van transparantie-afvlakker.

Alle illustraties tijdens het afdrukken rasteren

Wanneer u afdrukt naar een printer met lage resolutie of een niet-PostScript-printer, zoals een bureaubladinkjetprinter, kunt u ervoor kiezen om tijdens het afdrukken alle illustraties te rasteren. Deze optie is handig wanneer u documenten afdrukt met complexe objecten (zoals objecten met vloeiende schaduwen of verlopen), omdat hiermee het aantal mogelijke fouten wordt verminderd.

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Selecteer Geavanceerd aan de linkerkant van het dialoogvenster Afdrukken.
  3. Selecteer Afdrukken als bitmap.

    Deze optie is alleen beschikbaar als het printerstuurprogramma voor de geselecteerde printer het afdrukken van bitmaps ondersteunt.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid