Handboek Annuleren

De werkruimte aanpassen

Lees hoe u de werkruimte kunt aanpassen en vensters en deelvensters beheert.

Vensters en deelvensters beheren

U kunt een aangepaste werkruimte maken door documentvensters en deelvensters te verplaatsen en aan te passen. U kunt aangepaste werkruimten opslaan en schakelen tussen deze werkruimten.

Documentvensters opnieuw rangschikken, koppelen of loskoppelen

Als u meerdere bestanden opent, worden de documentvensters als tabbladen weergegeven.

  • Als u dergelijke documentvensters opnieuw wilt rangschikken, sleept u de tab van een venster naar een nieuwe locatie in de groep.
  • Als u een documentvenster wilt loskoppelen van een groep vensters (laten zweven of verwijderen uit een tabbladgroep), sleept u het tabblad van dat venster uit de groep.
  • Als u een documentvenster wilt koppelen aan een afzonderlijke groep documentvensters, sleept u het venster naar de groep.

Bekijk deze korte clip om te zien hoe u documentvensters koppelt, loskoppelt en herschikt.

Deelvensters koppelen en loskoppelen

Een koppelingsgebied is een verzameling deelvensters of deelvenstergroepen die samen en meestal in een verticale positie worden weergegeven. U kunt deelvensters koppelen en loskoppelen door ze in en uit een koppelingsgebied te verplaatsen.

  • Als u een deelvenster wilt koppelen, versleept u dit aan de tab naar het koppelingsgebied, bovenaan, onderaan of tussen andere deelvensters.

  • Als u een deelvenstergroep wilt koppelen, sleept u deze aan de titelbalk (de effen, lege balk boven de tabs) naar het koppelingsgebied.

  • Als u een deelvenster of deelvenstergroep wilt verwijderen, sleept u deze aan de tab of de titelbalk uit het koppelingsgebied. U kunt ze naar een ander koppelingsgebied slepen of ze vrij laten zweven.

Opmerking:

U kunt voorkomen dat deelvensters alle ruimte in een koppelingsgebied in beslag nemen. Sleep de onderrand van het koppelingsgebied zodat deze de rand van de werkruimte niet meer raakt.

Bekijk deze korte clip om te kijken hoe u deelvensters koppelt en loskoppelt.

Deelvensters toevoegen, verwijderen en verplaatsen

Als u alle deelvensters uit een koppelingsgebied verwijdert, verdwijnt het koppelingsgebied. U kunt een koppelingsgebied maken door deelvensters naar de rechterrand van de werkruimte te verplaatsen totdat u een neerzetzone ziet.

  • Als u een deelvenster wilt verwijderen, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of met ingedrukte Control-toets (macOS) op het tabblad en selecteert u Sluiten.
  • Als u een deelvenster wilt toevoegen, selecteert u dit in het menu Venster en koppelt u het op de gewenste positie.
  • U verplaatst een deelvenster door de tab van het deelvenster te slepen.
  • Als u een deelvenstergroep wilt verplaatsen, sleept u de titelbalk.
Opmerking:

De neerzetzone wordt geactiveerd door de positie van de muisaanwijzer (en niet door de positie van het deelvenster). Als de neerzetzone niet wordt weergegeven, kunt u de muisaanwijzer dus naar de positie slepen waar de neerzetzone zich moet bevinden.

Zwevende deelvensters stapelen

Een deelvenster zweeft als u het venster uit het koppelingsgebied sleept, maar niet neerzet in een neerzetzone. U kunt zwevende vensters overal in de werkruimte plaatsen. U kunt zwevende deelvensters of deelvenstergroepen stapelen, zodat ze zich verplaatsen als een eenheid wanneer u de bovenste titelbalk versleept.

  • Om zwevende deelvensters te stapelen, sleept u het deelvenster aan de tab naar de neerzetzone onder aan een ander deelvenster.

  • Om de stapelvolgorde te wijzigen, sleept u een deelvenster omhoog of omlaag aan de tab.

Opmerking:

Zorg ervoor dat u de tab loslaat boven de smalle neerzetzone tussen deelvensters en niet in de brede neerzetzone in een titelbalk.

Deelvensterpictogrammen samenvouwen en uitvouwen

U kunt deelvensters samenvouwen tot pictogrammen om de werkruimte overzichtelijk te houden. In bepaalde gevallen worden deelvensters samengevouwen tot pictogrammen in de standaardwerkruimte.

  • Selecteer bovenin het koppelingsgebied om alle deelvensterpictogrammen in een kolom samen of uit te vouwen.
  • Als u het pictogram van één deelvenster wilt uitvouwen, selecteert u dit.
  • Als u het formaat van deelvensterpictogrammen zodanig wilt aanpassen dat u alleen de pictogrammen ziet (en niet de titels), versmalt u het koppelingsgebied totdat de tekst verdwijnt. Maak het koppelingsgebied breder als u de pictogramtekst weer wilt weergeven.
  • Als u een deelvensterpictogram (of groep met deelvensterpictogrammen) wilt verplaatsen, sleept u het pictogram. U kunt pictogrammen van deelvensters omhoog of omlaag slepen in het koppelingsgebied, naar andere koppelingsgebieden (waar ze worden weergegeven in de deelvensterstijl van dat koppelingsgebied) of buiten het koppelingsgebied (waar ze verschijnen als zwevende pictogrammen).
Deelvenster samengevouwen tot pictogrammen
Deelvensters samengevouwen tot pictogrammen

Deelvensters die vanuit pictogrammen zijn uitgevouwen
Deelvensters die vanuit pictogrammen zijn uitgevouwen

Deelvenstermenu's gebruiken

U opent een deelvenstermenu via  .

Deelvenstermenu (deelvenster Kleur)
Deelvenstermenu (deelvenster Kleur)

Kleur van de gebruikersinterface instellen

U kunt de interface aanpassen met een van de volgende beschikbare kleuropties: Donker, Gemiddeld donker, Gemiddeld licht en Licht.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • (Windows) Kies Bewerken > Voorkeuren > Gebruikersinterface.
    • (macOS) Kies Illustrator > Voorkeuren > Gebruikersinterface.
  2. Kies de gewenste interfacekleur uit de volgende opties voor Helderheid: Donker, Gemiddeld donker, Gemiddeld licht en Licht.

    Beschikbare opties voor interfacekleur
    Beschikbare opties voor interfacekleur

  3. Kies een van de volgende opties voor Canvaskleur:

    • Helderheid afstemmen: Hiermee stelt u de kleur van het canvas in op het geselecteerde helderheidsniveau.
    • Wit: Hiermee stelt u de kleur van het canvas in op wit.

De schaal van de gebruikersinterface wijzigen

U kunt de gebruikersinterface van Illustrator schalen op basis van uw schermresolutie. Wanneer u Illustrator met nieuwe voorkeursinstellingen start, wordt uw schermresolutie herkend en wordt de schaalfactor van de toepassing dienovereenkomstig aangepast.

Opmerking:

De schaal van de interface kan niet worden gewijzigd in Windows 7 en bij schermen met een lage resolutie.

Voer deze stappen uit om de schaal van de gebruikersinterface op uw scherm te wijzigen: 

  1. Voer een van de volgende stappen uit om de voorkeuren voor de gebruikersinterface weer te geven:

    • (Windows) Kies Bewerken > Voorkeuren > Gebruikersinterface.
    • (macOS) Kies Illustrator > Voorkeuren > Gebruikersinterface.
  2. Klik op het tabblad met voorkeuren voor de gebruikersinterface op de schuifregelaar UI schalen om de schaal van de gebruikersinterface te vergroten of te verkleinen op basis van uw schermresolutie. 

    U kunt de voorvertoning van de geschaalde interface controleren. Deze wordt weergegeven naast de schuifregelaar, zoals in de volgende afbeelding:

    De schaal van de gebruikersinterface wijzigen

    Opmerking:
    • Het aantal stops in de schuifregelaar is afhankelijk van de resolutie van uw scherm. Voor schermen met een hogere resolutie worden meer stops weergegeven. 
    • In Illustrator worden notities geschaald als u de schaalfactor op de vijfde of een hogere stop instelt. 
  3. Selecteer de optie Cursor evenredig schalen om de cursorpictogrammen evenredig met de UI te schalen.

  4. Start Illustrator opnieuw om de bijgewerkte instellingen toe te passen. De wijzigingen worden pas doorgevoerd wanneer u Illustrator opnieuw start.

Werkruimten opslaan en schakelen tussen werkruimten

Als u de huidige grootte en positie van deelvensters opslaat als een werkruimte met een naam, kunt u die werkruimte herstellen wanneer u een deelvenster verplaatst of sluit.  

Kies Venster > Werkruimte >Werkruimte opslaan en typ een naam voor de werkruimte.

De namen van de opgeslagen werkruimten worden weergegeven via de schakeloptie voor werkruimten op de applicatiebalk.

Werkruimten verwijderen en herstellen

Als u een werkruimte wilt verwijderen, kiest u Venster > Werkruimte > Werkruimten beheren, selecteert u de werkruimte en selecteert u vervolgens  .

Als u de standaardwerkruimte wilt herstellen, selecteert u de werkruimte Standaard of Essentiële elementen via de werkruimteschakelaar op de applicatiebalk.


Verwante bronnen

Praat met ons

Vraag het aan de community

Als u een vraag hebt of een idee wilt delen, sluit u dan aan bij de Adobe Illustrator-community. Wij horen graag van u.

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?