Handboek Annuleren

Drukkersmarkeringen en aflooptekens

Drukkersmarkeringen

Wanneer u illustraties voorbereidt om af te drukken, is een aantal markeringen nodig waarmee het afdrukapparaat de elementen van de illustraties nauwkeurig kan uitlijnen en de juiste kleuren kan bepalen. U kunt de volgende soorten drukkersmarkeringen aan uw illustratie toevoegen:

Interne snijtekens

Hiermee voegt u zeer dunne horizontale en verticale lijnen (haarlijnen) toe die aangeven waar de pagina moet worden afgesneden. Met interne snijtekens kan ook worden aangegeven waar een kleurscheiding met een andere kleurscheiding moet worden geregistreerd (uitgelijnd).

Registratietekens

Hiermee worden buiten het paginagebied kleine doelen toegevoegd voor het uitlijnen van de verschillende scheidingen in een kleurendocument.

Kleurenbalken

Hiermee voegt u kleine gekleurde vierkantjes toe die de CMYK-inkten en grijstinten (in stappen van 10%) aangeven). De serviceprovider gebruikt deze markeringen om de inktdensiteit op de drukpers aan te passen.

Pagina-informatie

Illustrator voorziet de film van een label met de naam van het tekengebiednummer, de datum en tijd van afdrukken, het gebruikte lijnraster, de rasterhoek voor de scheiding en de kleur van elke specifieke plaat. Deze labels worden boven aan de afbeeldingen weergegeven.

Drukkersmarkeringen
Drukkersmarkeringen

A. Sterdoel (niet optioneel) B. Registratiemarkering C. Pagina-informatie D. Interne snijtekens E. Kleurenbalk F. Tintenbalk 

Drukkersmarkeringen toevoegen

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Selecteer Markeringen en aflooptekens links in het dialoogvenster Afdrukken.
  3. Selecteer de soorten drukkersmarkeringen die u wilt toevoegen. U kunt ook kiezen tussen Romeinse en Japanse markeringen.
  4. (Optioneel) Als u Interne snijtekens selecteert, geeft u de breedte op van de interne markeringslijnen en de afstand tussen de snijtekens en de illustratie.
    Opmerking:

    Als u wilt voorkomen dat de drukkersmarkeringen in een afloopgebied worden geplaatst, moet u voor Verschuiven een grotere waarde opgeven dan voor Aflooptekens.

Aflooptekens

Afloop is het gedeelte van de illustratie dat buiten het afdrukkader valt, of buiten het snijgebied en de snijtekens. U kunt afloop in uw illustratie opnemen als een foutmarge, om ervoor te zorgen dat de inkt ook langs de rand van de pagina wordt gedrukt nadat de pagina is uitgesneden of dat een afbeelding in een sleutellijn in een document past. Wanneer uw illustratie groter is dan het afdrukkader, kunt u in Illustrator de hoeveelheid afloop opgeven. Door de afloop groter te maken, drukt Illustrator een groter gedeelte van de illustratie af dat zich buiten de interne snijtekens bevindt. Het omsluitende afdrukkader dat door de interne snijtekens wordt gedefinieerd, blijft echter even groot.

De grootte van de afloop die u gebruikt, is afhankelijk van het doel. Een persafloop (dat wil zeggen, een illustratie die afloopt buiten de afgedrukte pagina) dient minimaal 18 punten breed te zijn. Als de afloop wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat de illustratie past in een sleutellijn, hoeft de afloop niet groter dan 2 of 3 punten breed te zijn. De drukker kan u adviseren welke afloopbreedte voor uw opdracht nodig is.

Een afloopgebied toevoegen

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Selecteer Markeringen en aflooptekens links in het dialoogvenster Afdrukken.
  3. Voer een van de volgende stappen uit:
    • Voer waarden in voor Boven, Links, Onder en Rechts om de plaatsing van de afloopmarkeringen op te geven. Klik op het koppelingspictogram  om alle waarden hetzelfde te maken.

    • Selecteer Afloopgebied van document gebruiken om de afloopgebiedinstellingen te gebruiken die in het dialoogvenster Nieuw document zijn gedefinieerd.

    De maximale afloopbreedte die u kunt instellen is 72 punten; de minimale afloopbreedte is 0 punten.

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?