Voor de beste afdrukresultaten moet u de basisprincipes van afdrukken begrijpen, zoals de manier waarop de resolutie van de printer of de kalibrering en resolutie van de monitor de vormgeving van de afgedrukte illustraties bepalen. Het dialoogvenster Afdrukken van Illustrator helpt u daarbij. De opties in het dialoogvenster zijn zo georganiseerd dat ze u begeleiden bij het afdrukken.

Een samenstelling is een paginagrote versie van illustraties die correspondeert met wat u in het tekenvenster ziet, met andere woorden, een vrij ongecompliceerde afdruktaak. Samenstellingen zijn handig om het algehele paginaontwerp te bekijken, de afbeeldingsresolutie te controleren en eventuele problemen op te sporen die zich kunnen voordoen op een imagesetter (bijvoorbeeld PostScript-fouten).

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Selecteer een printer in het menu Printer. Als u niet naar een printer maar naar een bestand wilt afdrukken, kiest u Adobe PostScript®-bestand of Adobe PDF.
  3. Kies een van de volgende tekengebiedopties:
    • Als u alles op één pagina wilt afdrukken, selecteert u Tekengebieden negeren.

    • Als u elk tekengebied afzonderlijk wilt afdrukken, deselecteert u Tekengebieden negeren en geeft u op of u alle tekengebieden wilt afdrukken (Alles), of een specifiek bereik zoals 1-3.

  4. Selecteer links in het dialoogvenster Afdrukken de optie Uitvoer en zorg ervoor dat Modus is ingesteld op Samengesteld.
  5. Stel aanvullende afdrukopties in.
  6. Klik op Afdrukken.

    Opmerking:

    Als in het document lagen worden gebruikt, kunt u opgeven welke u wilt afdrukken. Kies Bestand > Afdrukken en selecteer een optie in het menu Lagen afdrukken: Zichtbare en afdrukbare lagen, Zichtbare lagen of Alle lagen. Ga naar www.adobe.com/go/vid0213_nl voor een video over het maken van snijgebieden voor het afdrukken.

Illustraties niet-afdrukbaar maken

Dankzij het deelvenster Lagen is het heel gemakkelijk om verschillende versies van uw illustraties af te drukken. U kunt bijvoorbeeld alleen de tekstobjecten in een document afdrukken als u uw tekst wilt proeflezen. U kunt ook niet-afdrukbare elementen aan illustraties toevoegen om belangrijke informatie vast te leggen.

  • Als u wilt voorkomen dat illustraties in het documentvenster worden weergegeven, afgedrukt of geëxporteerd, verbergt u de corresponderende items in het deelvenster Lagen.
  • Als u wilt voorkomen dat illustraties worden afgedrukt, maar deze wel wilt weergeven in het tekengebied of wilt kunnen exporteren, dubbelklikt u op een laagnaam in het deelvenster Lagen. Schakel in het dialoogvenster Laagopties de optie Afdrukken uit en klik op OK. De laagnaam wordt nu cursief weergegeven in het deelvenster Lagen.
  • Als u illustraties wilt maken die u niet wilt afdrukken of exporteren, zelfs niet als de illustraties zichtbaar zijn in het tekengebied, selecteert u de optie Sjabloon in het dialoogvenster Laagopties.

Opmerking:

U kunt ook verschillende tekengebieden in uw document opgeven en deze één voor één selecteren in het dialoogvenster Afdrukken om ze af te drukken. Alleen illustraties binnen de tekengebieden worden afgedrukt. Ga naar http://www.adobe.com/go/lrvid4016_ai_nl voor een video over het definiëren van uitsneden van tekengebieden.

Elke categorie opties in het dialoogvenster Afdrukken, van Algemeen tot Samenvatting, is ingedeeld om u te helpen bij het afdrukken van uw document. Als u een set opties wilt weergeven, selecteert u de setnaam aan de linkerzijde van het dialoogvenster. Veel van deze opties worden vooraf ingesteld op basis van het opstartprofiel dat u hebt gekozen bij het maken van het document.

Algemeen

Stel het paginaformaat en de afdrukstand in, geef op hoeveel pagina's u wilt afdrukken, stel de schaal van de illustratie in, geef opties voor afdrukverdeling op en kies welke lagen u wilt afdrukken.

Markeringen en aflooptekens

Selecteer de drukkersmarkeringen en maak een afloopgebied.

Uitvoer

Maak kleurscheidingen.

Afbeeldingen

Stel afdrukopties in voor paden, lettertypen, PostScript-bestanden, verlopen, netten en overvloeiingen.

Kleurbeheer

Selecteer een kleurprofiel en rendervoorkeur voor het afdrukken.

Geavanceerd

Stel de afvlakking (of mogelijke rastering) van vectorillustraties tijdens het afdrukken in.

Samenvatting

Geef een overzicht van de afdrukinstellingen weer en sla ze op.

Illustraties op de pagina verplaatsen

In de voorvertoningsafbeelding in het dialoogvenster Afdrukken ziet u waar de illustratie op de pagina wordt afgedrukt.

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep de illustratie in de voorvertoningsafbeelding in de linkerbenedenhoek van het dialoogvenster.

    • Klik op een vierkantje of pijl op het pictogram Plaatsing als u de oorsprong voor het uitlijnen van de illustratie ten opzichte van de pagina wilt instellen. Voer waarden in voor Oorsprong X en Oorsprong Y om de positie van de illustratie af te stemmen.

      Tip: Als u het afdrukbare gebied rechtstreeks in het tekengebied wilt verplaatsen, sleept u met de tool Afdrukverdeling in het tekenvenster. Terwijl u sleept, reageert de tool Afdrukverdeling alsof u het afdrukbaar gebied vanuit de linkerbenedenhoek sleept. U kunt het afdrukbare gebied overal in het tekengebied plaatsen, maar elk deel van de pagina dat buiten het afdrukbare gebied valt, wordt niet afgedrukt.

Wanneer u een document maakt met meerdere tekengebieden, kunt u het document op verschillende manieren afdrukken. U kunt de tekengebieden negeren en alles op één pagina afdrukken (als de tekengebieden de paginaranden oprekken, moet u ze over meerdere pagina's verdelen). Of u drukt elk tekengebied af als een afzonderlijke pagina. Wanneer u tekengebieden afdrukt als afzonderlijke pagina's, kunt u alle tekengebieden of een bepaald bereik afdrukken.

  1. Kies Bestand > Afdrukken.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Als u alle tekengebieden wilt afdrukken als afzonderlijke pagina's, selecteert u Alles. Alle pagina's worden weergegeven in het voorvertoningsgebied in de linkerbenedenhoek van het dialoogvenster Afdrukken.

    • Als u een subset van tekengebieden als afzonderlijke pagina's wilt afdrukken, selecteert u Bereik en geeft u de af te drukken tekengebieden op.

    • Als u de illustraties op alle tekengebieden samen wilt afdrukken op één pagina, selecteert u Tekengebieden negeren. Als de illustraties over de paginaranden heen gaan, kunt u deze schalen of over meerdere pagina's verdelen.

  3. Geef eventueel nog andere afdrukopties op en klik op Afdrukken.

Tekengebieden automatisch roteren voor afdrukken

In Illustrator CS5 kunnen alle tekengebieden in een document automatisch worden geroteerd zodat ze kunnen worden afgedrukt in het gekozen paginaformaat. Schakel het selectievakje Automatisch roteren in het dialoogvenster Afdrukken in om automatische rotatie in te stellen voor Illustrator-documenten. Voor documenten die zijn gemaakt in CS5 is Automatisch roteren standaard ingeschakeld.

Stel dat u een document hebt met zowel het paginaformaat Liggend (breedte is groter dan hoogte) als Staand (hoogte is groter dan breedte). Als u het paginaformaat Staand selecteert in het dialoogvenster Afdrukken, worden de liggende tekengebieden automatisch geroteerd naar een staand formaat bij het afdrukken.

Opmerking:

Wanneer u Automatisch roteren selecteert, kunt u de paginarichting niet meer wijzigen.

Illustraties over meerdere pagina's verdelen

Als u vanuit één tekengebied (of vanuit genegeerde tekengebieden) een illustratie afdrukt die niet op één pagina past, kunt u de illustratie naast elkaar afdrukken op meerdere pagina's. Als uw document meerdere tekengebieden bevat:

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Selecteer de optie Naast elkaar:

    Opmerking:

    Als uw document meerdere tekengebieden bevat, selecteert u eerst Tekengebieden negeren of geeft u 1 pagina op bij Bereik en selecteert u Aanpassen aan pagina.

    Volledige pagina's

    Verdeelt het tekengebied in meerdere volledige pagina's voor het afdrukken.

    Bruikbare gebieden

    Verdeelt het tekengebied in pagina's die zijn gebaseerd op wat het geselecteerde apparaat kan afdrukken. Deze optie is handig voor het afdrukken van illustraties die groter zijn dan wat uw uitvoerapparaat kan afdrukken, aangezien u deelafdrukken kunt samenvoegen tot de grotere oorspronkelijke illustratie.

  3. (Optioneel) Als u Volledige pagina's kiest, stelt u de optie Overlap in om de hoeveelheid overlapping tussen pagina's op te geven.

Een document schalen voor afdrukken

Als u een groot document op een vel papier wilt afdrukken dat kleiner is dan de werkelijke afmetingen van de illustratie, kunt u het dialoogvenster Afdrukken gebruiken om de breedte en hoogte van het document symmetrisch of asymmetrisch aan te passen. Kies Asymmetrisch schalen wanneer u bijvoorbeeld afdrukt op film die op een flexografische pers wordt gebruikt. Als u weet in welke richting de plaat op de persdrum wordt geplaatst, kunt u door te schalen rekening houden met het feit dat de plaat doorgaans 2 tot 3% wordt uitgerekt. Schalen heeft geen invloed op de afmetingen van de pagina's in het document; u wijzigt alleen de schaal waarop het document wordt afgedrukt.

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Kies Niet schalen als u wilt voorkomen dat een illustratie wordt geschaald.

    • Kies Aanpassen aan pagina als u het document automatisch zo wilt schalen dat het op de pagina past. Het schalingspercentage wordt bepaald door het afdrukbare gebied dat in het geselecteerde PPD-bestand is gedefinieerd.

    • Kies Aangepast om de tekstvakken Hoogte en Breedte te activeren. Geef voor de breedte en hoogte een percentage op tussen 1 en 1000. Schakel de knop Verhoudingen behouden  uit om de verhouding tussen de breedte en hoogte van het document te wijzigen.

De printerresolutie en rasterfrequentie wijzigen

In Adobe Illustrator wordt het snelst en het best afgedrukt met de standaardprinterresolutie en -rasterfrequentie. In enkele gevallen wilt u misschien de printerresolutie en rasterfrequentie wijzigen, bijvoorbeeld als u een zeer lang, gebogen pad tekent dat bij het afdrukken een limitcheck-foutmelding veroorzaakt, als het afdrukken zeer langzaam is of als de afdruk van verlopen en netten streepvorming bevat.

  1. Kies Bestand > Afdrukken.
  2. Selecteer bij Printer een PostScript-printer, Adobe PostScript®-bestand of Adobe PDF.
  3. Selecteer Uitvoer aan de linkerkant van het dialoogvenster Afdrukken.
  4. Selecteer bij Printerresolutie een combinatie van een rasterfrequentie (lpi) en printerresolutie (dpi).

De printerresolutie wordt gemeten in het aantal inktpuntjes (dots) per inch (dpi). De meeste desktoplaserprinters hebben een resolutie van 600 dpi en imagesetters hebben een resolutie van 1200 dpi of hoger. Inkjetprinters produceren een microscopisch straaltje inkt, geen afzonderlijke stippen. De meeste inkjetprinters hebben bij benadering een resolutie van 300 tot 720 dpi.

Wanneer u afdrukt op een bureaubladlaserprinter, maar met name op imagesetters, moet u ook rekening houden met de rasterfrequentie. De rasterfrequentie is het aantal halftooncellen dat per inch wordt gebruikt om grijswaardenafbeeldingen of kleurscheidingen af te drukken. Rasterfrequentie, ook wel rasterliniatuur genoemd, wordt uitgedrukt in regels per inch (lpi) (het aantal regels cellen per inch in een halftoonraster).

Bij een hoge rasterliniëring (bijvoorbeeld 150 lpi) staan de puntjes op de afdruk dicht bij elkaar waardoor de afbeelding scherper wordt afgedrukt. Bij een lage rasterliniëring (60 lpi tot 85 lpi) staan de puntjes verder van elkaar af en wordt de afbeelding grover. De grootte van de puntjes wordt mede bepaald door het lijnraster. Bij het formaat van een dichte rasterliniëring worden kleine punten gebruikt en in een lage rasterliniëring worden grote punten gebruikt. De belangrijkste factor bij het kiezen van een rasterliniëring is het type drukpers waarop uw document wordt afgedrukt. Vraag aan de drukker welk lijnraster er maximaal mogelijk is bij hun drukpers en stel aan de hand van dat gegeven uw opties in.

De PPD-bestanden voor imagesetters met een hoge resolutie bieden een groot aantal mogelijke rasterliniaturen die zijn gekoppeld aan allerlei resoluties voor imagesetters. De PPD-bestanden voor printers met een lagere resolutie bevatten over het algemeen maar enkele opties voor lijnrasters. Doorgaans gaat het om vrij grove rasters tussen 53 lpi en 85 lpi. De grove rasters leveren op printers met een lagere resolutie echter een optimaal resultaat op. Als u bijvoorbeeld een fijner raster van 100 lpi bij een printer met een lage resolutie gebruikt, neemt de kwaliteit van de afdruk af. Dat komt omdat bij een hogere lpi voor een gegeven resolutie minder kleuren kunnen worden geproduceerd.

Opmerking:

Bepaalde imagesetters en bureaubladlaserprinters maken gebruik van andere rastertechnologieën dan halftoonraster. Als u een afbeelding afdrukt op een niet-halftoonprinter, raadpleegt u de printerfabrikant of de printerdocumentatie voor de aanbevolen resoluties.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid