Wanneer u Illustrator start, verschijnt links in het scherm een werkbalk met verschillende tools die u kunt gebruiken als u uw document bewerkt. Met de tools in de werkbalk kunt u verschillende taken uitvoeren, zoals objecten maken, selecteren en bewerken, en afbeeldingen selecteren, schilderen, tekenen, bewerken en verplaatsen. Ook kunt u tekst in afbeeldingen typen en er monsters van nemen. 

toolbar-types_4
A. Standaardwerkbalk B. Geavanceerde werkbalk C. Lade Alle tools D. Vervolgmenu E. Toolcategorie F. Tool beschikbaar in de werkbalk G. Tool beschikbaar in de lade 

In Illustrator zijn de tools grotendeels georganiseerd in de volgende categorieën:

  • Selecteren
  • Tekenen
  • Tekst
  • Verven
  • Wijzigen
  • Navigatie
Tool-bar-chart
Tools in Illustrator

Werkbalktypen

Illustrator beschikt over de volgende werkbalktypen:

  • Standaard: Deze werkbalk wordt standaard weergegeven als Illustrator wordt gestart. De werkbalk bevat een aantal specifieke tools die u vaak nodig hebt als u in Illustrator werkt. Klik voor een volledig overzicht van alle tools op Werkbalk bewerken (...) onder aan de standaardwerkbalk. De lade Alle tools verschijnt met een lijst van alle beschikbare tools in Illustrator.
  • Geavanceerd: Deze werkbalk bevat alle tools die beschikbaar zijn in Illustrator. Ga als volgt te werk als u wilt overschakelen van de standaardwerkbalk naar de geavanceerde werkbalk:
    • Kies Venster  > Werkbalken > Geavanceerd.
    • Selecteer Geavanceerd in het vervolgmenu van de lade.

De standaardwerkbalk wordt vervangen door de geavanceerde werkbalk.

De werkbalk aanpassen

U kunt de werkbalk aanpassen door tools te verplaatsen tussen de werkbalk en de lade. U kunt meer tools uit de lade toevoegen aan de werkbalk of tools uit de werkbalk verwijderen.

Tools toevoegen en verwijderen

U kunt vanuit de lade Alle tools één tool of meerdere tools tegelijk als een groep toevoegen aan de werkbalk.

  • Als u één tool wilt toevoegen aan de werkbalk, sleept u de tool naar de scheidingslijn tussen de tools.

Als u een tool van de werkbalk wilt verwijderen, sleept u de tool van de werkbalk naar een willekeurige locatie in de lade. De tool wordt automatisch toegevoegd aan de juiste categorie.

Als u de oorspronkelijke instellingen wilt herstellen, klikt u op Herstellen in het vervolgmenu van de lade.

add-single-tool_1
A. Een tool als een groep toevoegen aan de werkbalk B. Een tool afzonderlijk toevoegen aan de werkbalk 

Meerdere tools toevoegen als een groep

U kunt meerdere tools in de lade selecteren, ongeacht de categorie waartoe deze behoren, en ze als één toolgroep toevoegen aan de werkbalk.

Ga als volgt te werk om meerdere tools tegelijk te selecteren en als een aangepaste groep toe te voegen:

  1. Houd de Shift-toets ingedrukt en klik op de tools die u wilt toevoegen aan de werkbalk. U kunt ook Ctrl ingedrukt houden en klikken (Windows) of Cmd ingedrukt houden en klikken (macOS) om meerdere tools te selecteren.
  2. Sleep de selectie naar de scheidingslijn tussen de tools op de werkbalk.

Het pictogram voor de tool die u als eerste selecteert, wordt weergegeven in de werkbalk.

Als u meerdere tools tegelijk wilt verwijderen, kunt u deze selecteren terwijl u de Shift-toets ingedrukt houdt en sleept u ze vervolgens van de werkbalk naar de lade.

add-multiple-tools_2
A. Meerdere tools als een groep toevoegen aan een tool op de werkbalk B. Meerdere tools als een afzonderlijke groep toevoegen aan de werkbalk 

De tools in een toolgroep weergeven

Ga als volgt te werk om een lijst te bekijken van alle tools in een toolgroep:

  • Klik met de linkermuisknop op de tool om een lijst te bekijken van alle tools in de toolgroep.
  • Houd Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt en klik op een tool om de tools in de groep te doorlopen en te selecteren.

  • Druk op de sneltoets van een tool. De sneltoets wordt weergegeven in de knopinfo en in de lade Alle tools. U kunt bijvoorbeeld de tool Verplaatsen selecteren door op de letter V te drukken.

View-tools-in-a-tool-group
De tools in een toolgroep weergeven

Tip: Kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Algemeen (macOS) en schakel Knopinfo tonen uit om de knopinfo te verbergen.

Opmerking:

Als u tools van derden installeert, worden deze standaard weergegeven op de werkbalk. Als u meer aangepaste werkbalken hebt toegevoegd, verschijnen de tools van derden in de desbetreffende lades.

Besturingselementen tonen of verbergen

U kunt de volgende besturingselementen op de werkbalk tonen of verbergen door de desbetreffende pictogrammen te selecteren in de sectie Tonen onder aan de lade:

  • Zichtbaarheid van knop Vulling/lijn instellen
  • Zichtbaarheid van knop Kleuren instellen
  • Zichtbaarheid van knop Tekenmodus instellen
  • Zichtbaarheid van knop Schermmodus instellen
Toolbar_show

Tekenmodi en schermmodi wijzigen met de werkbalk

Klik op de pictogrammen onder aan de werkbalk om de tekenmodus Normaal tekenen () te wijzigen in Tekenen achter () of Tekenen binnen ().

U kunt de schermmodus ook wijzigen door op het pictogram Schermmodus wijzigen () onder aan de werkbalk te klikken en de gewenste schermmodus te selecteren.

Voer een van de volgende handelingen uit om over te schakelen naar de geavanceerde werkbalk, een volwaardige werkbalk met alle tools:

  • Kies Venster  > Werkbalken > Geavanceerd.
  • Selecteer (Geavanceerd) in het vervolgmenu van de lade.

De standaardwerkbalk wordt vervangen door de geavanceerde werkbalk.

Werkbalken maken en beheren

Ga als volgt te werk om uw eigen aangepaste werkbalken te maken:

  • Kies Nieuwe werkbalk in het vervolgmenu in de lade van de werkbalk.
  • Kies Venster > Tools > Nieuwe werkbalk.

Typ een naam, klik op OK en er wordt een lege werkbalk gemaakt. Klik op de knop Werkbalk bewerken om de lade te openen en tools toe te voegen aan de werkbalk.

Werkbalken beheren

Als er meerdere werkbalken beschikbaar zijn, kunt u deze als volgt beheren:

  1. Voer een van de volgende handelingen uit om het dialoogvenster Werkbalken beheren te openen:
    • Klik op Venster > Tools > Werkbalken beheren.
    • Selecteer Werkbalken beheren in het vervolgmenu van de lade.
    Manage_toolbars
  2. Voer een van de volgende handelingen uit in het dialoogvenster Werkbalken beheren:

    • Naam wijzigen: Selecteer een werkbalk in de lijst, typ een nieuwe naam voor de werkbalk in het tekstvak en klik op OK.
    • Nieuw/Kopiëren: Selecteer een werkbalk in de lijst, klik op de knop Kopiëren, wijzig indien nodig de naam van de werkbalk en klik op OK. Als er geen werkbalk is geselecteerd, wordt er een nieuwe gemaakt.
    • Verwijderen: Selecteer een werkbalk in de lijst en klik op de knop Verwijderen.

Werken met de werkbalk

Verborgen tools weergeven

U kunt bepaalde tools uitvouwen, zodat verborgen onderliggende tools zichtbaar worden. Een kleine driehoek rechts onder in de toolpictogram geeft aan dat er verborgen tools zijn. Houd de muisknop ingedrukt op de zichtbare tool om de verborgen onderliggende tools weer te geven.

Opties voor een tool weergeven

Sommige tools in de werkbalk hebben opties die in het deelvenster Eigenschappen worden weergegeven. U kunt ook dubbelklikken op een tool in de werkbalk om de instellingen van die tool weer te geven en te wijzigen.

De werkbalk verplaatsen

U kunt de werkbalk verplaatsen door deze aan de titelbalk te verslepen.

De werkbalk weergeven met een of twee kolommen

Klik op de dubbele pijl op de titelbalk om te schakelen tussen de weergave van de werkbalk met twee kolommen en met één kolom.

De werkbalk verbergen

Voer een van de volgende handelingen uit om de werkbalk weer te geven of te verbergen:

  • Kies Venster > Tools.
  • Klik op de sluitknop op de titelbalk.

Een tool selecteren in de werkbalk

Voer een van de volgende handelingen uit om een tool te selecteren:

  • Klik op een tool in de werkbalk. Als u rechts onder de tool een driehoekje ziet, houdt u de muisknop ingedrukt om de verborgen tools weer te geven en vervolgens klikt u op de tool dat u wilt selecteren.

  • Houd Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt en klik op een tool om verborgen tools te doorlopen en te selecteren.

  • Druk op de sneltoets voor de tool. De sneltoets wordt weergegeven in de tooltip. U kunt bijvoorbeeld de tool Verplaatsen selecteren door op de letter V te drukken.

Tip: Kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Algemeen (macOS) en deselecteer Knopinfo tonen om Knopinfo te verbergen.

Toolaanwijzers wijzigen

De aanwijzer van de meeste tools komt overeen met het pictogram van de desbetreffende tool. Elke aanwijzer heeft een andere hotspot, het punt waar een effect of handeling begint. Bij de meeste tools kunt u overschakelen op nauwkeurige cursors, die worden weergegeven als een dradenkruis dat is gecentreerd rond de hotspot en waarmee u nauwkeuriger kunt werken bij illustraties met veel details. Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Algemeen (macOS) en selecteer Nauwkeurige cursors gebruiken.
  • Druk op Caps Lock op het toetsenbord.

Opmerking:

Een werkbalk blijft behouden in de werkruimte waarin deze is gemaakt. Als u overschakelt naar een andere werkruimte en vervolgens terugkeert naar de oorspronkelijke werkruimte, blijven alle gemaakte werkbalken behouden en worden deze weer geopend.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid