Methoden voor het combineren van objecten

In Illustrator kunt u op verschillende manieren vectorobjecten combineren om vormen te maken. De resulterende paden of vormen variëren afhankelijk van de methode waarmee u de objecten combineert.

Pathfinder-effecten

Met Pathfinder-effecten kunt u meerdere objecten combineren met behulp van interactiemodi. Wanneer u Pathfinder-effecten gebruikt, kunt u de interacties tussen objecten niet bewerken. Zie Objecten combineren met Pathfinder-effecten.

Samengestelde vormen

Met samengestelde vormen kunt u meer objecten combineren en opgeven hoe elk object moet inwerken op de andere objecten. Samengestelde vormen zijn flexibeler dan samengestelde paden omdat ze vier soorten interactie bieden: toevoegen, verwijderen, doorsnede en uitsluiten. De onderliggende objecten blijven bovendien ongewijzigd; u kunt dus elk object in een samengestelde vorm selecteren en bewerken of de interactiemodus ervan wijzigen. Zie Objecten combineren met samengestelde vormen.

Samengestelde paden

Met samengestelde paden kunt u een object gebruiken om een gat te maken in een ander object. U kunt bijvoorbeeld van twee geneste cirkels de vorm van een doughnut maken. Nadat u een samengesteld pad hebt gemaakt, fungeren de paden als gegroepeerde objecten. U kunt de afzonderlijke objecten selecteren en bewerken met de tool Direct selecteren of Groep selecteren, of u kunt het gecombineerde pad selecteren en bewerken. Zie Objecten combineren met samengestelde paden.

Opmerking:

U kunt ook een object toevoegen met de tool Klodderpenseel. Wanneer u dit penseel gebruikt, worden paden die u verft, toegevoegd aan aangrenzende paden die identieke vulkenmerken hebben. Zie Paden tekenen en samenvoegen met het Klodderpenseel en Nieuwe vormen samenstellen met Vormen maken.

Objecten combineren met Pathfinder-effecten

Navigeren in het deelvenster Pathfinder

Met het deelvenster Pathfinder (Venster > Pathfinder) kunt u objecten combineren tot nieuwe vormen.

Overzicht van het deelvenster Pathfinder
Het deelvenster Pathfinder

Gebruik de bovenste rij knoppen in het deelvenster om paden of samengestelde paden te maken. Als u samengestelde vormen wilt maken, gebruikt u de knoppen in de daarvoor bestemde rijen terwijl u de toets Alt of Option ingedrukt houdt.

Kies een van de volgende vormmodi:

Toevoegen aan vormgebied

Hiermee voegt u het gebied van de component toe aan de onderliggende geometrie.

Verwijderen uit vormgebied

Hiermee knipt u het gebied van de component uit de onderliggende geometrie.

Doorsnede vormgebieden

Gebruikt het gebied van de component om net als een masker de onderliggende geometrie bij te knippen.

Overlappende vormgebieden uitsluiten

Gebruikt het gebied van de component om de onderliggende geometrie om te keren, zodat gevulde gebieden worden omgezet in gaten en andersom.

Met de onderste rij knoppen in het deelvenster, de zogenaamde Pathfinder-effecten, kunt u bij de eerste klik voltooide vormcombinaties maken. (Zie Pathfinder-effecten toepassen.)

Pathfinder-effecten
Vormmodi

A. Alle componenten in modus voor toevoegen B. Modus voor verwijderen toegepast op vierkanten C. Modus voor doorsnede toegepast op vierkanten D. Modus voor uitsluiten toegepast op vierkanten 

Pathfinder-opties opgeven

U kunt Pathfinder-opties instellen via het menu van het deelvenster Pathfinder of door te dubbelklikken op een Pathfinder-effect in het deelvenster Vormgeving.

Precisie

Deze optie beïnvloedt hoe nauwkeurig de Pathfinder-effecten het pad van een object berekenen. Hoe nauwkeuriger de berekening, des te nauwkeuriger is de tekening en des te meer tijd is er nodig om het resulterende pad te genereren.

Overbodige punten verwijderen

Met deze optie verwijdert u overbodige punten wanneer u op een Pathfinder-knop klikt.

Door Splitsen en Omtrek zullen ongespecificeerde illustraties worden verwijderd

Met deze optie verwijdert u alle ongevulde objecten in de geselecteerde illustratie wanneer u op de knop Splitsen of Omtrek klikt.

Pathfinder-effecten toepassen

Met Pathfinder-effecten kunt u nieuwe vormen maken van elkaar overlappende objecten. U kunt Pathfinder-effecten toepassen vanuit het menu Effecten of het deelvenster Pathfinder.

  • Pathfinder-effecten in het menu Effecten kunnen alleen worden toegepast op groepen, lagen en tekstobjecten. Wanneer u het effect hebt toegepast, kunt u de originele objecten nog steeds selecteren en bewerken. U kunt ook het deelvenster Vormgeving gebruiken om het effect te wijzigen of te verwijderen. Zie Een Pathfinder-effect toepassen met het menu Effecten.

  • Pathfinder-effecten in het deelvenster Pathfinder kunnen worden toegepast op elke combinatie van objecten, groepen en lagen. De uiteindelijke vormcombinatie wordt gemaakt wanneer u op een Pathfinder-knop klikt. Daarna kunt u de originele objecten niet meer bewerken. Als het effect meerdere objecten oplevert, worden deze automatisch gegroepeerd. Zie Een Pathfinder-effect toepassen met het deelvenster Pathfinder.

Een Pathfinder-effect toepassen met het menu Effecten

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Groepeer de objecten die u wilt gebruiken en selecteer de groep.

      -of-

    • Plaats de objecten die u wilt gebruiken in een afzonderlijke laag en wijs de laag aan.

  2. Kies Effect > Pathfinder en kies een Pathfinder-effect.

    Opmerking:

    Als u hetzelfde Pathfinder-effect snel nogmaals wilt toepassen, kiest u Effect > [Effect] toepassen.

Een Pathfinder-effect toepassen met het deelvenster Pathfinder

  1. Selecteer de objecten waarop u het effect wilt toepassen.

    Als u een Pathfinder-effect wilt toepassen op een groep of laag, wijst u de groep of laag aan.

  2. Klik in het deelvenster Pathfinder op een Pathfinder-knop (in de onderste rij knoppen) of houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op een vormmodusknop (in de bovenste rij knoppen).

Overzicht van Pathfinder-effecten

Toevoegen

Traceert de omtrek van alle objecten als één samengesteld object. De vorm neemt dan de verfkenmerken van het bovenste object over.

Doorsnede

Traceert de omtrek van het gebied dat wordt overlapt door alle objecten.

Uitsluiten

Traceert alle niet-overlappende gebieden van de objecten en maakt overlappende gebieden transparant. Bij een even aantal overlappende objecten wordt de overlapping transparant. Bij een oneven aantal overlappende objecten wordt de overlapping gevuld.

Aftrekken

Trekt de voorste objecten af van het achterste object. Met deze opdracht kunt u gebieden in een illustratie verwijderen door de stapelvolgorde te wijzigen.

Min achter

Trek de achterste objecten af van het voorste object. Met deze opdracht kunt u gebieden in een illustratie verwijderen door de stapelvolgorde te wijzigen.

Splitsen

Scheidt een illustratie in de samenstellende gevulde vlakken (een vlak is een gebied dat niet door een lijnsegment wordt gesplitst).

Opmerking: Wanneer u de knop Splitsen in het deelvenster Pathfinder gebruikt, kunt u de resulterende vlakken onafhankelijk van elkaar bewerken met de tool Direct selecteren of Groep selecteren. U kunt er ook voor kiezen om niet-gevulde objecten te verwijderen of te behouden wanneer u de opdracht Splitsen toepast.

Verkleinen

Verwijdert het verborgen gedeelte van een gevuld object. Lijnen worden verwijderd en objecten met dezelfde kleur worden niet samengevoegd.

Samenvoegen

Verwijdert het verborgen gedeelte van een gevuld object. Lijnen worden verwijderd en naast elkaar gelegen of elkaar overlappende objecten met dezelfde kleur worden samengevoegd.

Uitsnede

Splitst een illustratie in samenstellende gevulde vlakken en verwijdert alle delen van de illustratie die buiten de grenzen van het bovenste object vallen. Tevens worden lijnen verwijderd.

Omtrek

Splitst een object in samenstellende lijnsegmenten, ofwel randen. Hiermee kunt u een illustratie voorbereiden waarvoor een overvulling nodig is voor het overdrukken van objecten. Zie Een overvul maken.

Opmerking: Wanneer u de knop Omtrek in het deelvenster Pathfinder gebruikt, kunt u alle randen onafhankelijk van elkaar bewerken met de tool Direct selecteren of Groep selecteren. U kunt er ook voor kiezen om niet-gevulde objecten te verwijderen of te behouden wanneer u de opdracht Omtrek toepast.

Hard mengen

Kies deze optie om de hoogste waarde van iedere kleurcomponent te kiezen. Als Kleur 1 bijvoorbeeld 20% cyaan, 66% magenta, 40% geel en 0% zwart is en Kleur 2 40% cyaan, 20% magenta, 30% geel en 10% zwart, is de resulterende harde kleur 40% cyaan, 66% magenta, 40% geel en 10% zwart.

Zacht mengen

Kies deze optie om de onderliggende kleuren zichtbaar te maken door de overlappende illustratie en de afbeelding te verdelen in de verschillende onderdelen. U kunt het gewenste percentage voor de zichtbaarheid van de overlappende kleuren opgeven.

Overvulling

Hiermee worden mogelijke ruimten tussen kleuren in illustraties gecompenseerd doordat een klein overlappend gebied (een zogenaamde overvulling) tussen twee naast elkaar gelegen kleuren wordt gemaakt.

Objecten combineren met samengestelde vormen

Een samengestelde vorm is een bewerkbare illustratie die uit twee of meer objecten bestaat en waarbij aan elk object een vormmodus is toegewezen. Met samengestelde vormen kunt u eenvoudig complexe vormen maken omdat u de vormmodus, stapelvolgorde, vorm, locatie en weergave van elk ingesloten pad nauwkeurig kunt manipuleren.

Samengestelde vormen fungeren als gegroepeerde objecten en worden als <Samengestelde vorm>-items weergegeven in het deelvenster Lagen. U kunt het deelvenster Lagen gebruiken om de inhoud van een samengestelde vorm weer te geven, te selecteren en te manipuleren, bijvoorbeeld als u de stapelvolgorde van de componenten van de vorm wilt wijzigen. U kunt ook de tool Direct selecteren of Groep selecteren gebruiken om de componenten van een samengestelde vorm te selecteren.

Wanneer u een samengestelde vorm maakt, krijgt deze de kleur- en transparantiekenmerken van de bovenste component in de modus Toevoegen, Doorsnede of Uitsluiten. Vervolgens kunt u de kleur-, stijl- of transparantiekenmerken van de samengestelde vorm wijzigen. Dit is gemakkelijk in Illustrator omdat de hele samengestelde vorm automatisch wordt geselecteerd wanneer u een gedeelte ervan selecteert, tenzij u een specifieke component in het deelvenster Lagen selecteert.

Samengestelde vormen
Werken met samengestelde vormen

A. Originele objecten B. Gemaakte samengestelde vorm C. Afzonderlijke vormmodi toegepast op elke component D. Stijl toegepast op gehele samengestelde vorm 

Een samengestelde vorm maken

  1. Selecteer alle objecten die u wilt opnemen in de samengestelde vorm.

    U kunt paden, samengestelde paden, groepen, andere samengestelde vormen, overvloeiingen, tekst, omhulsels en kromtrekkingen in een samengestelde vorm opnemen. Alle open paden die u selecteert, worden automatisch gesloten.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • In het deelvenster Pathfinder gebruikt u Alt-klikken (Windows) of Option-klikken (Mac OS) op een Vormmodi-knop. Aan elke component van de samengestelde vorm wordt de geselecteerde vormmodus toegewezen.

      -of-

    • Selecteer Samengestelde vorm maken in het menu van het deelvenster Pathfinder. Aan elke component van de samengestelde vorm wordt standaard de modus Toevoegen toegewezen.

  3. Verander de vormmodus van een component door de component te selecteren met de tool Direct selecteren of in het deelvenster Lagen en door vervolgens op een vormmodusknop te klikken.

    Opmerking: U hoeft de modus van de achterste component nooit te wijzigen, aangezien die modus niet relevant is voor de samengestelde vorm.

    Opmerking:

    Voor maximale prestaties kunt u in plaats van heel veel afzonderlijke componenten te gebruiken, complexe samengestelde vormen maken door andere samengestelde vormen (met maximaal 10 componenten per stuk) in elkaar te nesten.

Een samengestelde vorm wijzigen

  1. Gebruik de tool Direct selecteren of het deelvenster Lagen om een afzonderlijke component van de samengestelde vorm te selecteren.
  2. Aan de hand van de gemarkeerde vormmodusknop in het deelvenster Pathfinder kunt u nagaan welke modus wordt gebruikt voor de geselecteerde component.

    Opmerking:

    Als u twee of meer componenten met verschillende modi hebt geselecteerd, staan er vraagtekens op de vormmodusknoppen.

  3. Klik in het deelvenster Pathfinder op een andere vormmodusknop.

Een samengestelde vorm opheffen of uitbreiden

Wanneer u een samengestelde vorm opheft, splitst u deze weer in afzonderlijke objecten. Door een samengestelde vorm uit te breiden, blijft de vorm van het samengestelde object behouden, maar kunt u de afzonderlijke onderdelen niet meer selecteren.

  1. Selecteer de samengestelde vorm met de tool Selecteren of in het deelvenster Lagen.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op Uitbreiden in het deelvenster Pathfinder.

      -of-

    • Kies Samengestelde vorm uitbreiden in het menu van het deelvenster Pathfinder.

      De samengestelde vorm wordt, afhankelijk van de gebruikte vormmodus, omgezet in een <Pad>- of <Samengesteld pad>-item in het deelvenster Lagen.

      -of-

    • Kies Geen samengestelde vorm in het menu van het deelvenster Pathfinder.

Samengestelde vormen verplaatsen tussen Illustrator en Photoshop

De vormlagen en uitknippaden van lagen (vectormaskers) uit Adobe Photoshop zijn soorten samengestelde vormen. U kunt vormlagen en uitknippaden van lagen als samengestelde vormen importeren naar Illustrator en ze verder manipuleren. Bovendien kunt u samengestelde vormen exporteren naar Photoshop. Houd rekening met de volgende punten wanneer u samengestelde vormen gebruikt in Photoshop:

  • Alleen samengestelde vormen op het bovenste niveau van de laaghiërarchie worden als vormlagen geëxporteerd naar Photoshop.

  • Een samengestelde vorm die is getekend met een lijn waarbij een andere verbinding dan rond is gebruikt, of met een lijndikte die geen geheel aantal punten vormt, wordt gerasterd bij het exporteren naar de PSD-indeling.

Objecten combineren met samengestelde paden

Een samengesteld pad bevat twee of meer paden die zo worden getekend dat gaten verschijnen waar paden elkaar overlappen. Wanneer u objecten definieert als een samengesteld pad, krijgen alle objecten in het samengestelde pad de verf- en stijlkenmerken van het achterste object in de stapelvolgorde.

Samengestelde paden fungeren als gegroepeerde objecten en worden als <Samengesteld pad>-items weergegeven in het deelvenster Lagen. Gebruik de tool Direct selecteren of Groep selecteren als u een deel van een samengesteld pad wilt selecteren. U kunt de vorm van afzonderlijke componenten van een samengesteld pad manipuleren, maar u kunt geen vormgevingskenmerken, afbeeldingsstijlen of effecten voor afzonderlijke componenten wijzigen en u kunt componenten niet afzonderlijk manipuleren in het deelvenster Lagen.

Opmerking:

Als u meer flexibiliteit wenst bij het maken van samengestelde paden, kunt u een samengestelde vorm maken en deze vervolgens uitbreiden.

Een gat in een object maken met een samengesteld pad

  1. Selecteer het object dat u als een gat wilt gebruiken en plaats het zo dat dit het object dat u wilt knippen, overlapt. Herhaal dit voor alle andere objecten die u als gaten wilt gebruiken.
  2. Selecteer alle objecten die u wilt opnemen in het samengestelde pad.
  3. Kies Object > Samengesteld pad > Maken.

Vulregels toepassen op samengestelde paden

U kunt opgeven of een samengesteld pad een pad met een groter aantal wikkelingen dan nul is of een even-oneven pad.

Vulregel Aantal wikkelingen niet nul

Hiermee wordt aan de hand van wiskundige berekeningen bepaald of een punt binnen of buiten een vorm ligt. In Illustrator wordt standaard de vulregel Aantal wikkelingen niet nul gebruikt.

Vulregel Even-oneven

Hiermee wordt aan de hand van wiskundige berekeningen bepaald of een punt binnen of buiten een vorm ligt. Het resultaat van deze regel is voorspelbaarder omdat elk ander gebied binnen een samengesteld even-oneven pad een gat is, ongeacht de richting van het pad. Bij sommige apps, waaronder Adobe Photoshop, wordt standaard gebruikgemaakt van de vulregel Even-oneven. Voor samengestelde paden die uit deze apps worden geïmporteerd, wordt dan ook deze vulregel gebruikt.

Zichzelf kruisende paden zijn paden die zichzelf kruisen. U kunt opgeven of een samengesteld pad een pad met een groter aantal wikkelingen dan nul is of een even-oneven pad, afhankelijk van hoe u het pad er wilt laten uitzien.

Samengestelde paden
Zichzelf kruisend pad met toepassing van de vulregel Aantal wikkelingen niet nul (links) in vergelijking met toepassing van de vulregel Even-oneven (rechts)

Wanneer u een samengesteld pad maakt met een groter aantal wikkelingen dan nul, kunt u met de knop Padrichting omdraaien in het deelvenster Kenmerken bepalen of de overlappende paden met gaten of gevuld moeten worden weergegeven.

Vier cirkelvormige paden
Vulregels

A. Vier cirkelvormige paden B. Cirkelvormige paden geselecteerd, en omgezet in een samengesteld pad C. Padrichting omdraaien, toegepast op binnenste pad 

De vulregel voor een samengesteld pad wijzigen

  1. Selecteer het samengestelde pad met de tool Selecteren of in het deelvenster Lagen.
  2. Klik in het deelvenster Kenmerken op de knop Vulregel aantal wikkelingen niet nul gebruiken  of de knop Vulregel even-oneven gebruiken .

Een gat in een samengesteld pad wijzigen in een gevuld gebied

  1. Controleer of het samengestelde pad de vulregel Aantal wikkelingen niet nul gebruikt.
  2. Selecteer met de tool Direct selecteren het gedeelte van het samengestelde pad dat u wilt omdraaien. Selecteer niet het gehele samengestelde pad.

  3. Klik in het deelvenster Kenmerken op de knop Padrichting omdraaien uit  of Padrichting omdraaien aan .

De originele componenten van een samengesteld pad herstellen

  1. Selecteer het samengestelde pad met de tool Selecteren of in het deelvenster Lagen.
  2. Kies Object > Samengesteld pad > Geen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid