Met Afbeeldingen overtrekken kunt u rasterafbeeldingen (JPEG, PNG, PSD, enz.) omzetten in vectorillustraties. Met deze functie kunt u een nieuwe tekening gemakkelijk baseren op een bestaande illustratie door deze over te trekken. U kunt bijvoorbeeld met Afbeeldingen overtrekken de afbeelding van een potloodschets die u op papier hebt getekend omzetten in een vectorillustratie. U kunt een reeks voorinstellingen voor overtrekken kiezen om snel het gewenste resultaat te bereiken.

Example_Image-Trace-1
Voor en na het overtrekken van een bitmapafbeelding met de voorinstellingen voor overtrekken

A. Oorspronkelijke afbeelding B. Resultaten van overtrekken met verschillende voorinstellingen 

Een afbeelding overtrekken

  1. Open of plaats een rasterafbeelding in uw Illustrator-document.

  2. Selecteer de geplaatste afbeelding en voer een van de volgende handelingen uit:

    • Kies Object > Afbeeldingen overtrekken > Maken om over te trekken met de standaardparameters. Illustrator zet de afbeelding standaard om in een zwart-wit overtrekresultaat.
    • Klik op de knop Afbeeldingen overtrekken in het regelpaneel of het deelvenster Eigenschappen, of selecteer een voorinstelling via de knop Voorinstellingen voor overtrekken ().
    • Kies Venster > Afbeeldingen overtrekken of activeer de werkruimte Overtrekken om het deelvenster Afbeeldingen overtrekken te openen en voer een van de volgende handelingen uit:

    Opmerking:

    • In het deelvenster Afbeeldingen overtrekken schakelt u Voorvertoning in om de resultaten van uw wijzigingen te bekijken. 
    • De resolutie van uw geplaatste afbeelding bepaalt de snelheid van het overtrekken.

  3. (Optioneel) Pas de resultaten van het overtrekken aan in het deelvenster Afbeeldingen overtrekken (Venster > Afbeeldingen overtrekken).

  4. Kies Object > Afbeeldingen overtrekken > Uitbreiden om het overtrekobject om te zetten in paden en de vectorillustratie handmatig te bewerken.

Voor een video over overtrekken gaat u naar Afbeeldingen overtrekken in Illustrator CS6 en latere versies.

Opties voor overtrekken opgeven

Wanneer de afbeelding is geselecteerd, ziet u dat de opties beschikbaar zijn in het deelvenster Afbeeldingen overtrekken. Boven aan het deelvenster ziet u de basisopties; maar u kunt meer opties tonen door op het driehoekje naast het label Geavanceerd te klikken.

Standaardbesturingselementen

.
Geef de basisopties op in het deelvenster Afbeeldingen overtrekken om het gewenste overtrekresultaat te bereiken.

Voorinstelling

Hiermee geeft u een voorinstelling voor overtrekken op. De pictogrammen boven aan het deelvenster zijn snelkoppelingen die zijn vernoemd naar populaire workflows. Als u een van deze voorinstellingen kiest, worden alle variabelen ingesteld die nodig zijn om het desbetreffende overtrekresultaat te bereiken.

default-presets
Voorbeelden van voorinstellingen voor overtrekken die beschikbaar zijn in het deelvenster Afbeeldingen overtrekken
Pictogram Naam van de voorinstelling Definitie
Automatisch inkleuren Maakt een afbeelding met beperkte waarden van een foto of illustratie
Veel kleur Maakt fotorealistische en bijzonder waarheidsgetrouwe illustraties
Weinig kleur Maakt vereenvoudigde fotorealistische illustraties
Grijswaarden Trekt de illustratie over in grijstinten
Zwart-wit Vereenvoudigt de afbeelding tot een zwart-witillustratie
Omtrek Vereenvoudigt de afbeelding tot zwarte omtrekken

Er zijn meer voorinstellingen beschikbaar in het vervolgkeuzemenu boven aan het venster.

drop-down-presets_color
Voorbeelden van voorinstellingen voor overtrekken die beschikbaar zijn in het vervolgkeuzemenu Voorinstelling.

A. 3 kleuren B. 6 kleuren C. Foto met hoge getrouwheid 

Klik op het menupictogram () om de huidige instellingen als een nieuwe voorinstelling op te slaan, of om bestaande voorinstellingen te verwijderen of een nieuwe naam te geven. Zie Een voorinstelling voor overtrekken opslaan voor meer informatie.

Weergave

Hiermee past u de weergave van het overgetekende object aan. Een overtrekobject bestaat uit twee componenten: de oorspronkelijke bronafbeelding en het overtrekresultaat (de vectorillustratie). U kunt kiezen om het overtrekresultaat, de bronafbeelding, omtrekken en andere opties weer te geven. Klik op het oogpictogram om de geselecteerde weergave als een overlay over de bronafbeelding te plaatsen.

view
Een weergave van het overgetrokken object kiezen

A. Overtrekresultaat B. Overtrekresultaat met omtrekken C. Omtrekken D. Omtrekken met bronafbeelding E. Bronafbeelding 

Modus

Hiermee geeft u een kleurmodus voor het overtrekresultaat op. Met de beschikbare opties definieert u de basiskleur versus de grijswaardenmodi voor uw overgetrokken illustratie.

De volgende kleurinstellingen worden weergegeven op basis van de instellingen in de optie Modus:

Kleuren

Hiermee specificeert u het aantal kleuren om te gebruiken in een overtrekresultaat met kleur. Als u Documentbibliotheek hebt gekozen als palet, kunt u een staal kiezen. (Deze optie is alleen beschikbaar als Modus is ingesteld op Kleur.)

Mode_color
Hiermee past u het aantal kleuren in het overtrekresultaat aan wanneer Modus is ingesteld op Kleur.

Grijstinten

Hiermee specificeert u het aantal grijstinten om te gebruiken in een overtrekresultaat met grijstinten. (Deze optie is alleen beschikbaar als Modus is ingesteld op Grijswaarden.)

Mode_grey
Hiermee past u het aantal kleuren in het overtrekresultaat aan wanneer Modus is ingesteld op Grijswaarden.

Drempel

Hiermee geeft u een waarde op voor het genereren van een zwart-wit overtrekresultaat aan de hand van de oorspronkelijke afbeelding. Alle pixels lichter dan de drempelwaarde worden omgezet in wit en alle pixels donkerder dan de drempelwaarde worden omgezet in zwart. (Deze optie is alleen beschikbaar als Modus is ingesteld op Zwart-wit.)

Mode_blacknwhite
Pas de drempelwaarde aan om de pixels in het overtrekresultaat om te zetten in zwart of wit als Modus is ingesteld op Zwart-wit.

Palet

Geeft een palet op voor het genereren van een kleurenovertrek of een overtrek met grijswaarden aan de hand van de oorspronkelijke afbeelding. (Deze optie is alleen beschikbaar als Modus is ingesteld op Kleur of Grijswaarden.)

U kunt kiezen uit de volgende opties:

Automatisch

Schakelt automatisch tussen het beperkte kleurenpalet en alle kleurtonen voor het overtrekken, afhankelijk van de invoerafbeelding. Als u Automatisch selecteert als palet, kunt u de schuifregelaar Kleuren aanpassen om de vectoreenvoud en -nauwkeurigheid in het overtrekken te wijzigen. De waarde 0 betekent een vereenvoudiging die ten koste gaat van de nauwkeurigheid en de waarde 100 betekent een nauwkeurige of fotorealistische afbeelding ten koste van de eenvoud.

Palette_automatic
Voorbeeld: Het overtrekresultaat wanneer u Automatisch kiest

Beperkt

Gebruikt een beperkt aantal kleuren voor het overtrekpalet. U kunt de schuifregelaar Kleur gebruiken om de geselecteerde kleuren verder te beperken.

Limited
Voorbeeld: Het overtrekresultaat wanneer u Beperkt kiest

Volledige toon

Gebruikt de volledige set kleuren voor het overtrekpalet. Deze optie is het beste voor het overtrekken van foto's en zo ontstaan fotorealistische illustraties. Wanneer deze optie is geselecteerd, bepaalt de schuifregelaar Kleur de variabiliteit van de pixels waaruit elk vulgebied bestaat. Wanneer de schuifregelaar Kleur meer naar rechts staat, is er sprake van een lagere variabiliteit. Dat betekent dat meer paden worden gedefinieerd door kleinere kleurgebieden. Als de schuifregelaar daarentegen meer naar links is geplaatst, zijn er minder en grotere vulgebieden.

Palette_full-tone
Voorbeeld: Het overtrekresultaat wanneer u Volledige toon kiest

Documentbibliotheek

Gebruik een bestaande kleurgroep voor het overtrekpalet. Met deze optie kunt u de exacte kleuren voor de overgetrokken illustratie opgeven. U kunt voor uw overtrekpalet elke gewenste kleurenbibliotheek kiezen die u hebt geladen via het deelvenster Stalen.

P_Document-lib_colors
Voorbeeld: Het overtrekresultaat wanneer u Documentbibliotheek kiest

Kleurenbibliotheken toevoegen aan het deelvenster Stalen via het menu Staalbibliotheken

  1. Kies Venster > Stalen om het deelvenster Stalen te openen.
  2. Klik op het pictogram Menu Staalbibliotheken () linksonder in het deelvenster Stalen. U kunt ook de optie Staalbibliotheek openen kiezen in het menu van het deelvenster.
  3. Kies een bibliotheek in de lijst.
  4. Klik op de knop Kleurgroep opslaan in deelvenster Stalen () om de gewenste kleurgroep toe te voegen aan het deelvenster Stalen. Zie Staalbibliotheken gebruiken voor meer informatie.
P_Swatch-lib_add
Kleurenbibliotheken toevoegen aan het deelvenster Stalen via het menu Staalbibliotheken.
P_Swatch-library
Kies voor uw overtrekpalet elke gewenste kleurenbibliotheek die u hebt geladen via het deelvenster Stalen.

Kleurenbibliotheken toevoegen aan het deelvenster Stalen via het deelvenster Adobe Color-thema’s

  1. Kies Venster > Kleurthema’s om het deelvenster Adobe Color-thema's te openen.
  2. Ontdek de vele openbare kleurthema's op het tabblad Verkennen of maak uw eigen kleurthema's. Voeg het kleurthema vervolgens toe aan het deelvenster Stalen. Zie Het deelvenster Adobe Color-thema’s gebruiken voor meer informatie.
P_Document-lib_add-color-theme
Voeg kleurenbibliotheken toe aan het deelvenster Stalen vanuit het deelvenster Adobe Color-thema's.
P_Swatch-lib_colors
Kies voor uw overtrekpalet elke gewenste kleurenbibliotheek die u hebt geladen via het deelvenster Adobe Color-thema's.

Geavanceerde instellingen

Image-Trace-advanced-controls
Verfijn uw overtrekresultaten met behulp van de geavanceerde opties voor Afbeeldingen overtrekken.

Paden

Hiermee stelt u de afstand in tussen de overgetrokken vorm en de oorspronkelijke pixelvorm. Lagere waarden zorgen ervoor dat het pad beter aansluit; bij hogere waarden is de aansluiting minder strak.

Hoeken

Legt de nadruk op hoeken en de kans dat een scherpe bocht verandert in een hoekpunt. Een hogere waarde resulteert in meer hoeken.

Ruis

Hiermee specificeert u een gebied in pixels dat tijdens het overtrekken wordt genegeerd. Een hogere waarde resulteert in minder ruis.

Tip: Verplaats de schuifregelaar Ruis voor een afbeelding met hoge resolutie naar een hogere waarde (bijvoorbeeld tussen 20 en 50) om effect te kunnen zien. Stel een lagere waarde in (1-10) voor een afbeelding met een lage resolutie.

Methode

Hiermee specificeert u een methode voor overtrekken. U kunt kiezen uit de volgende opties:

Pictogram Naam van de voorinstelling Definitie
Aangrenzend Hiermee wordt een knipselpad gemaakt. De rand van een pad is precies hetzelfde als de rand van het aangrenzende pad.
Overlappend Hiermee worden gestapelde paden gemaakt. Elk pad overlapt het aangrenzende pad enigszins.

Vullingen

Hiermee maakt u gevulde gebieden in het overtrekresultaat.

Lijnen

Hiermee maakt u paden met lijnen in het overtrekresultaat.

Lijn

Hiermee geeft u de maximale breedte aan van onderdelen van de oorspronkelijke afbeelding waaraan lijnen kunnen worden toegevoegd. Onderdelen waarvan de breedte groter is dan deze waarde, worden gebieden met een omtrek in het overtrekresultaat.

Magnetische lijnen voor curves

Bepaalt of iets gebogen lijnen worden vervangen door rechte lijnen en of lijnen van bijna 0 of 90 graden worden uitgelijnd op precies 0 of 90 graden.

Tip: U kunt deze optie kiezen voor geometrische illustraties of als de vormen in uw bronafbeelding iets gedraaid zijn.

Wit negeren

Hiermee specificeert u of witte vulling in een gebied wordt vervangen door geen vulling.

Een voorinstelling voor overtrekken opslaan

  1. Open het deelvenster Afbeeldingen overtrekken door Venster > Afbeeldingen overtrekken te kiezen.

  2. Stel de overtrekopties voor de voorinstelling in met behulp van het deelvenster Afbeeldingen overtrekken.

    Opmerking:

    U kunt de standaardvoorinstellingen niet bewerken of verwijderen (standaardvoorinstellingen worden weergegeven tussen vierkante haken []). U kunt echter wel een kopie van een standaardvoorinstelling maken die u kunt bewerken. Selecteer hiervoor eerst de voorinstelling en daarna Opslaan als nieuwe voorinstelling in het deelvenstermenu.

  3. Klik op het menupictogram () en kies Opslaan als nieuwe voorinstelling.

  4. Voer een naam in voor de voorinstelling, en op OK klikken.

  5. (Optioneel) Als u de naam van uw opgeslagen voorinstelling wilt wijzigen, klikt u op het menupictogram () en kiest u Naam wijzigen. Voer een naam in voor de voorinstelling, en op OK klikken.

  6. (Optioneel) Als u de opgeslagen voorinstelling wilt verwijderen, klikt u op het menupictogram () en kiest u Verwijderen.

Het overtrekresultaat bewerken

Wanneer u tevreden bent met de resultaten van het overtrekken, kunt u het overtrekobject omzetten in paden. Wanneer u deze laatste stap uitvoert, kunt u het overtrekresultaat op dezelfde manier gebruiken als andere vectorillustraties. Als u het overtrekobject eenmaal hebt omgezet, kunt u de overtrekopties niet meer aanpassen.

  1. Selecteer het overtrekresultaat.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit om het overtrekresultaat om te zetten in paden:

    • Klik op Uitbreiden in het regelpaneel of in het deelvenster Eigenschappen.
    • Kies Object > Afbeeldingen overtrekken > Uitbreiden

    De gevormde paden zijn samen gegroepeerd.

  3. Als u de gegroepeerde paden wilt degroeperen, klikt u op Degroeperen in het deelvenster Eigenschappen. U kunt ook Object > Degroeperen kiezen.

  4. (Optioneel) Als u paden wilt vereenvoudigen door overbodige ankerpunten te verwijderen, kiest u Object > Pad > Vereenvoudigen. Zie Een pad vereenvoudigen voor meer informatie.

    U kunt paden ook een andere vorm geven of bewerken. Zie Padsegmenten aanpassen voor meer informatie.

  5. Als u het overtrekresultaat wilt inkleuren, zet u het om in groepen van Actieve verf door de gewenste paden te selecteren en Object > Actieve verf > Maken te kiezen. Zie voor meer informatie Groepen van Actieve verf.

     

Een overtrekobject opheffen

Als u een overtrek wilt verwijderen maar de oorspronkelijke geplaatste afbeelding wilt behouden, kunt u het overtrekobject opheffen.

  1. Selecteer het overtrekobject.

  2. Kies Object > Afbeeldingen overtrekken > Geen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid