Prestaties van Illustrator in macOS verbeteren

Ontdek wat u kunt doen om Illustrator sneller en efficiënter te laten werken in macOS.

Verschillende factoren zijn van invloed op hoe snel en efficiënt Adobe Illustrator werkt, zoals het besturingsprogramma en de hardwareconfiguratie, uw workflow en de opties die u selecteert. Als u merkt dat Illustrator langzamer werkt dan gebruikelijk, zijn er verschillende manieren om niet alleen de prestaties van Illustrator, maar ook de prestaties van uw andere apps te optimaliseren.

Een verbetering van de prestaties is vooral merkbaar wanneer u met grote bestanden werkt.

Voordat u begint

Zorg ervoor dat u, voordat u onderstaande taken uitvoert, de nieuwste versie hebt van Illustrator of eventuele updates voor de versie die u gebruikt. Software-updates omvatten vaak prestatiegerelateerde oplossingen of uitbreidingen.

Als u Illustrator gebruikt, kunt u Illustrator bijwerken via de Creative Cloud desktop-applicatie.

macOS optimaliseren

Door het configureren van uw besturingssysteem zodat het efficiënt draait, verhoogt u de hoeveelheid beschikbaar geheugen voor apps en zorgt u ervoor dat ze soepel draaien. Probeer deze methoden om macOS te optimaliseren en de prestaties van Illustrator te verbeteren.

Lettertypen beheren

Elk lettertype dat u installeert, vergroot de hoeveelheid RAM die door macOS wordt gebruikt. Installeer alleen de lettertypen die u nodig hebt om de systeemprestaties en de prestaties van apps die toegang hebben tot lettertypen, te verbeteren. Gebruik een voorziening voor lettertypebeheer om u te helpen bij het beheren van lettertypen.

Een PostScript-printerstuurprogramma gebruiken

Niet-PostScript-printerstuurprogramma's kunnen een conflict met Illustrator veroorzaken. Het is raadzaam een stuurprogramma van een PostScript-printer in te stellen als standaardprinter in macOS.

Stap 1. Stel een PostScript-printer in als standaardprinter

Opmerking:

Voor het voltooien van deze procedure moet een PostScript-printer rechtstreeks of via een netwerk met de computer zijn verbonden.

  1. Kies Systeemvoorkeuren in het Apple-menu en klik vervolgens op Printers en scanners.

  2. Als er geen PostScript-printer wordt vermeld, klikt u op +, gaat u naar een PostScript-printer en klikt u op Voeg toe.

  3. Selecteer een PostScript-printer in het pop-upmenu Standaardprinter.

Stap 2. Illustrator configureren om op een niet-standaardprinter af te drukken

  1. Open een document in Illustrator en kies Bestand > Afdrukken.

  2. Open het dialoogvenster Afdrukken en kies Adobe PostScript-bestand of kies de naam van de printer in het menu Printer .

  3. Klik op Opslaan.

Hardwareconfiguratie optimaliseren

De hardware die u gebruikt is van invloed op de prestaties van Illustrator: hoe sneller de processor of harde schijf, des te sneller kan Illustrator informatie verwerken. Andere hardware-uitbreidingen, zoals aanvullend RAM installeren, een systeem met meerdere processors gebruiken of stations optimaliseren en defragmenteren, kunnen de prestaties ook verbeteren. Hier volgen enkele methoden voor het optimaliseren van de hardwareconfiguratie en het verbeteren van de prestaties van Illustrator.

Een snellere processor gebruiken

De snelheid van uw processor (CPU) beïnvloedt de snelheid van Illustrator. Aangezien Illustrator grote hoeveelheden gegevens verwerkt en vele berekeningen uitvoert, hangt de snelheid hiervan af van de snelheid van de processor. Overweeg het gebruik van een computer met een snellere processor.

Extra RAM installeren

Als Illustrator onvoldoende RAM heeft, gebruikt het ruimte op de harde schijf (d.w.z. een werkschijf) voor het verwerken van informatie. Illustrator is het snelst als het informatie in het geheugen kan verwerken, zonder gebruik te maken van een harde schijf.

Schijfruimte optimaliseren

Hier volgt een overzicht van enkele manieren om schijfruimte te optimaliseren:

  • Controleer de harde schijf op fouten of defragmenteer bestanden met een hulpprogramma voor defragmentatie (bijvoorbeeld Norton Utilities). Als u macOS gebruikt, is defragmentatie doorgaans niet nodig, maar moet de schijf mogelijk worden hersteld met een schijfhulpprogramma van derden.
  • Sla uw bestanden op naar stations met snellere toegangssnelheden. Gebruik bijvoorbeeld een interne harde schijf in plaats van een netwerkserver (een netwerkstation) of externe schijf.

Effectief gebruikmaken van Illustrator-functies

De manier waarop u werkt in Illustrator en vooral de manier waarop u illustraties bekijkt, kan van invloed zijn op de prestaties van Illustrator. Hier volgen enkele manieren om de Illustrator-functies te gebruiken die Illustrator kunnen helpen soepel te blijven draaien.

Werken in de omtrekweergave

In de omtrekweergave worden verfkenmerken verborgen en wordt de illustratie weergegeven als paden zonder vulling. Als u werkt in de omtrekweergave, kunnen complexe illustraties, zoals objecten die verlopen of patronen bevatten, sneller worden weergegeven. In de omtrekweergave kunt u ook gemakkelijker objecten bewerken die zijn verborgen achter andere gevulde objecten.

Wanneer u een Illustrator-document in de omtrekweergave wilt weergeven, kiest u Weergave > Omtrek.

Aangepaste weergaven maken

U kunt aangepaste weergaven maken van uw document. Met aangepaste weergaven kunt u snel de weergavemodus, vergroting, scrollpositie en laagopties wijzigen.

Als u een aangepaste weergave van een Illustrator-document wilt maken, stelt u de weergavekenmerken in die u wilt behouden. Kies vervolgens Weergave > Nieuwe weergave en voer een naam in het dialoogvenster Nieuwe weergave in. De aangepaste weergave verschijnt in het Weergavemenu.

De instellingen voor rastereffecten wijzigen

U kunt de resolutie van rastereffecten wijzigen om de prestaties van Illustrator te optimaliseren.

Als u de resolutie van rastereffecten wilt wijzigen, kiest u Effect > Instellingen van rastereffecten document en kiest u een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst Resolutie:

  • Klik op Scherm als u bestanden bewerkt. Illustrator gebruikt een resolutie van 72 ppi voor rastereffecten, wat de weergavesnelheid verhoogt.
  • Klik op Hoog als u bestanden afdrukt. Illustrator gebruikt een resolutie van 300 ppi voor rastereffecten, wat de afdruksnelheid verlaagt, maar de afdrukkwaliteit verhoogt.

Klik vervolgens op OK.

Lagen verbergen en miniaturen verwijderen

Wanneer u lagen verbergt die complexe illustraties of bitmapafbeeldingen met een hoge resolutie bevatten, kan Illustrator het scherm sneller opnieuw schrijven.

Als u een laag wilt verbergen, klikt u op het oogpictogram links van de naam van de laag, schakelt u Laag tonen uit en klikt u op OK. Als u alle lagen behalve de geselecteerde laag wilt verbergen, klikt u met ingedrukte Alt-toets op het oogpictogram.

Het deelvenster Lagen kan miniaturen van bovenste lagen, geneste lagen, groepen en objecten weergeven. Als u het aantal miniaturen wilt verlagen, zodat Illustrator het scherm sneller opbouwt, kiest u Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Lagen en vermindert u vervolgens het aantal miniaturen.

  • Als u alle miniaturen uit het deelvenster Lagen wilt verwijderen, selecteert u Klein in het gedeelte Rijgrootte en klikt u op OK.
  • Als u miniaturen voor specifieke elementen in het deelvenster Lagen wilt verwijderen, schakelt u Lagen, Groepen of Objecten in het gedeelte Miniaturen uit en klikt u vervolgens op OK.

Voorvertoning overdruk uitschakelen

Voorvertoning overdruk geeft een 'inktvoorvertoning' weer die ongeveer weergeeft hoe het overvloeien, de transparantie en het overdrukken eruitzien in een kleurgescheiden afdruk. Vermijd het gebruik van Voorvertoning overdruk om de prestaties te verbeteren.

Kies Weergave > Voorvertoning overdruk om Voorvertoning overdruk in of uit te schakelen.

Ongebruikte tekengebieden verwijderen

Tekengebieden zijn de gebieden die afdrukbare illustraties kunnen bevatten. Om de prestaties te optimaliseren, kunt u overwegen om ongebruikte of onnodige tekengebieden te verwijderen.

Als u uw tekengebieden wilt beheren, kiest u Venster > Tekengebieden. Selecteer vervolgens een tekengebied dat u wilt verwijderen en klik op Verwijderen.

De voorkeur voor de werkschijf wijzigen

Wanneer u werkt met een ingebedde bitmapafbeelding en het systeem heeft niet voldoende RAM, dan maakt Illustrator gebruik van ruimte op de harde schijf als werkschijf. Het duurt langer om toegang te krijgen tot informatie die op een harde schijf is opgeslagen dan in het geheugen. Als u dus een deel van de harde schijf als virtueel geheugen gebruikt, kan dit de prestaties verlagen. Als u meer geheugen nodig hebt om in Illustrator te werken, kunt u meer RAM toevoegen.

Illustrator gebruikt standaard het systeemstation als primaire werkschijf. U dient de instelling voor uw primaire werkschijf van Illustrator te wijzigen naar uw snelste harde schijf.

Ga als volgt te werk om de voorkeur voor de werkschijf te wijzigen:

  1. Kies Illustrator > Voorkeuren > Plug-ins en werkschijven.

  2. Kies een harde schijf uit het pop-upmenu Primair. Als u werkt met grote afbeeldingen en u over meer dan één harde schijf beschikt, kies een andere schijf uit het pop-upmenu Secundair.
  3. Klik op OK en start Illustrator opnieuw.

Ongebruikte elementen uit documentprofielen verwijderen

Documentprofielen van Illustrator bevatten de standaardpatronen, verlopen, grafiekontwerpen, kleuren, kleurenbibliotheken en penselen die verschijnen in nieuwe Illustrator-documenten. Deze bestanden bepalen tevens het zoomniveau, de venstergrootte, de weergavevoorkeuren en de scrollpositie voor nieuwe documenten. U kunt de bestandsgrootte van nieuwe documenten minimaliseren door onnodige stalen en penselen uit de nieuwe documentprofielen van Adobe Illustrator te verwijderen.

Ongebruikte elementen uit sjablonen verwijderen

Met sjablonen kunt u documenten met gemeenschappelijke instellingen en ontwerpelementen maken. Het is mogelijk om de bestandsgrootte van nieuwe documenten te minimaliseren door het verwijderen van onnodige stalen, symbolen, grafische stijlen en penselen uit sjablonen.

Voor instructies over het maken van sjabloonbestanden raadpleegt u Bestanden en sjablonen.

Koppelingen naar afbeeldingen maken

Ingebedde bitmapafbeeldingen (bijvoorbeeld TIFF, BMP of Photoshop EPS) kunnen de grootte van een Illustrator-document ingrijpend vergroten wat leidt tot een langzamere prestatie. Als u de prestaties wilt verbeteren, schakelt u de optie Koppelen in bij het plaatsen van een bitmapafbeelding. De optie Koppelen verwijst naar de geplaatste afbeelding op de harde schijf.

  • Ga naar Bestand > Plaatsen. Kies Koppelen in het dialoogvenster Plaatsen.

Als een servicebureau ingesloten afbeeldingen nodig heeft, slaat u een kopie van de bestanden op. Kies Inclusief gekoppelde bestanden in het dialoogvenster Opties voor eigen Illustrator-indeling of het dialoogvenster Opties EPS-indeling.

EPS-voorvertoningen met lage resolutie gebruiken

Als een document gekoppelde EPS-afbeeldingen bevat met voorvertoningen in hoge resolutie, dan kan Illustrator het scherm langzaam opnieuw tekenen wanneer u illustraties bewerkt. Als u wilt zorgen dat Illustrator het scherm sneller opnieuw tekent, kunt u beste EPS-voorvertoningen in lage resolutie gebruiken. Ga als volgt te werk:

  1. Kies Illustrator > Voorkeuren > Bestandsbeheer en Klembord.

  2. Selecteer Proxy met lage resolutie gebruiken voor gekoppelde EPS en klik op OK.

DCS-transparantie-interacties tonen uitschakelen

Het dialoogvenster Opties voor deelvenster Koppelingen bevat de optie DCS-transparantie-interacties tonen. Als deze optie is geselecteerd, wordt in het deelvenster Koppelingen een geel pictogram weergegeven voor gekoppelde DCS EPS-illustraties die transparant zijn of transparante objecten overlappen. Aangezien deze optie Illustrator dwingt om regelmatig te bepalen of gekoppelde EPS-bestanden in wisselwerking staan met transparantie, kunnen de prestaties hierdoor afnemen.

U schakelt de optie DCS-transparantie-interacties tonen als volgt uit:

  1. Selecteer Venster > Koppelingen. Kies Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Koppelingen.

  2. Schakel DCS-transparantie-interacties tonen uit en klik op OK.

Het deelvenster Navigator verbergen

Het deelvenster Navigator geeft een miniatuurweergave weer van uw huidige illustratie voor een gemakkelijke navigatie. De verwerkingstijd die nodig is om het miniatuur bij te werken elke keer u het document verandert, hangt af van de complexiteit van uw illustratie. Als u de snelheid wilt verbeteren waarmee het scherm bij een complex document opnieuw wordt opgebouwd, verbergt u het deelvenster Navigator.

  • Schakel Navigator in het menu Venster uit.

U kunt aangepaste weergaven instellen om efficiënter te zoomen naar specifieke gebieden van uw document.

Anti-aliased illustratie uitschakelen

De optie Anti-aliased illustratie maakt de tekst en afbeeldingen vloeiender door de kleuren van de pixels van de randen van objecten te laten overvloeien in de kleuren van de aangrenzende pixels. Dit proces kan er echter toe leiden dat het scherm langzaam wordt opgebouwd. U schakelt deze optie als volgt uit:

  1. Kies Illustrator > Voorkeuren > Algemeen.

  2. Schakel Anti-aliased illustratie uit en klik op OK.

De opdracht Vereenvoudigen toepassen

De opdracht Vereenvoudigen vermindert het aantal ankerpunten in paden en padvormen, waardoor de bestandsgrootte afneemt en de snelheid toeneemt. Als u de opdracht Vereenvoudigen wilt toepassen, selecteert u het gewenste pad of object en kiest u Object > Pad > Vereenvoudigen.

Raadpleeg Paden bewerken voor meer informatie over de opdracht Vereenvoudigen.

Slimme hulplijnen uitschakelen

Met behulp van slimme hulplijnen kunt u Illustrator-objecten maken, uitlijnen, bewerken en transformeren ten opzichte van andere objecten. Als uw illustratie een groot aantal objecten bevat, heeft Illustrator meer tijd nodig om de slimme hulplijnen weer te geven.

  • Als u slimme hulplijnen wilt uitschakelen, klikt u op het menu Weergave en schakelt u Slimme hulplijnen uit.

Lees hier meer over Slimme hulplijnen.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account