U hoeft in Adobe Illustrator niet van voren af aan geheel nieuwe illustraties te maken. U kunt namelijk vector- en bitmapafbeeldingen importeren uit bestanden die zijn gemaakt in andere programma's. Illustrator herkent alle gebruikelijke grafische bestandsindelingen. Ver doorgevoerde integratie tussen Adobe-producten en ondersteuning voor een breed scala aan bestandsindelingen, maken het eenvoudig om illustraties tussen de diverse toepassingen te verplaatsen door middel van importeren, exporteren, of kopiëren en plakken.

Gekoppelde en ingesloten illustraties

Als u een afbeelding plaatst, wordt er van het bestand een versie in schermresolutie weergegeven in de lay-out. Zo kunt u de afbeelding bekijken en positioneren, terwijl het echte afbeeldingsbestand is gekoppeld of ingesloten.

  • Een gekoppelde illustratie is verbonden met het document, maar blijft wel onafhankelijk. Dit levert een kleiner document op. U kunt een gekoppelde illustratie aanpassen met behulp van transformatietools en effecten, maar u kunt geen afzonderlijke componenten binnen de illustratie selecteren en bewerken. U kunt de gekoppelde afbeelding talloze malen gebruiken zonder dat hierdoor de omvang van het document significant toeneemt. Ook kunt u alle koppelingen in één keer bijwerken. Als u exporteert of afdrukt, wordt de originele afbeelding opgehaald, waardoor er een uiteindelijke uitvoer ontstaat op basis van de volledige resolutie van de originelen.

  • De ingesloten illustratie wordt in volledige resolutie naar het document gekopieerd, waardoor er een groter document ontstaat. U kunt het document op elk gewenst moment bijwerken. Zolang de illustratie is ingesloten, is het document zelfvoorzienend.

In het deelvenster Koppelingen kunt u zien of een illustratie is gekoppeld of ingesloten. Ook kunt u in dit deelvenster wisselen tussen deze statussen.

Als de ingesloten illustratie meerdere componenten bevat, kunt u ze afzonderlijk bewerken. Als de illustratie bijvoorbeeld vectorgegevens bevat, zet Illustrator deze om in paden die u kunt aanpassen met de tools en opdrachten van Illustrator. Bij ingesloten illustraties van bepaalde bestandsindelingen houdt Illustrator ook de objecthiërarchie (zoals groepen en lagen) in stand.

Illustratiebestanden plaatsen (importeren)

De opdracht Plaatsen is de belangrijkste importmethode, omdat deze methode de meeste ondersteuning biedt ten aanzien van bestandsindelingen, plaatsingsopties en kleur. Nadat u een bestand hebt geplaatst, gebruikt u het deelvenster Koppelingen om het bestand te identificeren, te selecteren, te controleren en bij te werken.

  1. Open het Illustrator-document waarin u de illustratie wilt plaatsen.

  2. Kies Bestand > Plaatsen en selecteer het tekstbestand dat u wilt plaatsen.

  3. Selecteer Koppelen om een koppeling naar het bestand te maken of deselecteer Koppelen om de illustratie in te sluiten in het Illustrator-document.

  4. Klik op Plaatsen.

  5. Voer, indien van toepassing, een van de volgende handelingen uit:

    • Als u een PDF-bestand met meerdere pagina's plaatst, kunt u kiezen welke pagina u wilt plaatsen en hoe de illustratie wordt uitgesneden.

    • Als u een Adobe® Photoshop®-bestand insluit, kunt u kiezen hoe de lagen worden omgezet. Als het bestand laagcomposities bevat, kunt u ook kiezen welke versie van de afbeelding wordt geïmporteerd.

Tekst importeren in een pad of vorm

Geïntroduceerd in de Illustrator CC 2017-versie

Plaats tekst uit een ondersteund bestand meteen in een object, zoals een vorm. U kunt tekst plaatsen uit bestanden met de indeling .txt of .rtf of uit bestanden die zijn gemaakt in tekstverwerkingstoepassingen. U kunt bijvoorbeeld tekst uit een rtf-bestand in een veelhoek plaatsen.

  1. Maak een pad of vorm met een willekeurige tekentool, zoals Rechthoek, Shaper of de Pen. U plaatst het tekstbestand binnen in deze vorm.

  2. Kies Bestand > Plaatsen en selecteer het bestand dat u wilt plaatsen.

  3. Klik op Plaatsen.

  4. Nadat het tekstbestand in de tool Plaatsen is geladen, klikt u op het pad of de vorm.

    De tekst wordt binnen in de vorm geplaatst. U kunt nu de gewenste stijlen en effecten op de tekst toepassen.

    Plaats de tekst uit een tekstbestand in een veelhoekig pad of veelhoekige container.

In het deelvenster Koppelingen kunt u alle gekoppelde of ingesloten illustraties bekijken en beheren. In het deelvenster wordt een kleine miniatuur van de illustratie weergegeven. Verder wordt de status van de illustratie aangegeven door middel van pictogrammen.

Deelvenster Koppelingen
Deelvenster Koppelingen

A. Transparantie-interactie B. Ontbrekende illustratie C. Ingesloten illustratie D. Gewijzigde illustratie E. Gekoppelde illustratie 

Een gekoppeld bestand kan op de volgende manieren in het deelvenster Koppelingen worden weergegeven:

Bijgewerkt

Van een bijgewerkt bestand wordt alleen de bestandsnaam en (in Adobe® InDesign®) de pagina in het document weergegeven.

Gewijzigd

Een gewijzigd bestand is een bestand waarvan de versie op schijf recenter is dan de versie in het document. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer iemand een Photoshop-afbeelding wijzigt die u al in Illustrator hebt geplaatst.

Ontbreekt

Een ontbrekend bestand is een bestand dat zich niet langer op de plaats bevindt vanwaar het is geïmporteerd. Het bestand kan dus nog wel ergens zijn. Dit kan zich voordoen als u het oorspronkelijke bestand naar een andere map of server verplaatst, nadat het in een document is geïmporteerd. U kunt pas controleren of een ontbrekend bestand is bijgewerkt als u het origineel hebt gevonden. Als u een document afdrukt of exporteert terwijl dit pictogram wordt weergegeven, wordt mogelijk niet de volledige resolutie gebruikt.

Ingesloten

Wanneer u de inhoud van een gekoppeld bestand insluit, worden de beheerbewerkingen voor die koppeling opgeschort.

  • Kies Venster > Koppelingen om het deelvenster weer te geven. De naam van elk gekoppeld en ingesloten bestand staat in dit deelvenster.

  • Als u een gekoppelde afbeelding wilt selecteren en weergeven, selecteert u de gewenste koppeling en klikt u op de knop Ga naar koppeling  of kiest u Ga naar koppeling in het menu van het deelvenster Koppelingen. De weergave is gecentreerd rond de geselecteerde afbeelding.

  • Als u de grootte van de miniaturen wilt wijzigen, kiest u Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Koppelingen, en selecteert u een optie voor de weergave van miniaturen.

  • Als u de volgorde van de koppelingen wilt wijzigen, kies dan de gewenste sorteeropdracht in het deelvenstermenu.

  • Als u miniaturen wilt verbergen, selecteert u Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Koppelingen, en kiest u Geen.

  • Als u informatie over DCS-transparantie wilt weergeven, selecteert u Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Koppelingen, en kiest u DCS-transparantie-interacties tonen.

Als een gekoppeld of ingesloten bestand metagegevens bevat, kunt u de metagegevens weergeven via het deelvenster Koppelingen. Metagegevens die bij een gekoppeld bestand horen, kunnen niet worden bewerkt of vervangen, maar u kunt een kopie van de metagegevens opslaan in een sjabloon en toepassen op andere bestanden.

  1. Selecteer een bestand in het deelvenster Koppelingen en kies Bestandsinfo koppelen in het deelvenstermenu.

  2. Als u de metagegevens als sjabloon wilt opslaan, kiest u Sjabloon metagegevens opslaan in het pop-upmenu boven in het dialoogvenster met de metagegevens.

Bestandsgegevens weergeven over gekoppelde of ingesloten illustraties

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Dubbelklik op de koppeling in het deelvenster Koppelingen. U kunt de koppeling ook selecteren en Koppelingsinformatie selecteren in het deelvenstermenu.

      Opmerking: Verwar "Koppelingsinformatie" niet met "Bestandsinfo koppelen in het deelvenster Koppelingen; "Bestandsinfo" heeft betrekking op metagegevens.

    • Selecteer de gekoppelde illustratie in het illustratievenster. Klik in het regelpaneel op de bestandsnaam en kies Koppelingsinformatie.

Opmerking:

Als u gekoppelde of ingesloten illustraties wilt zoeken in het documentvenster, selecteert u een koppeling en klikt u op de knop Ga naar koppeling. U kunt ook Ga naar koppeling selecteren in het deelvenstermenu.

  • Als u bepaalde koppelingen wilt bijwerken, selecteert u in het deelvenster Koppelingen een of meer gewijzigde koppelingen  en klikt u op de knop Koppeling bijwerken  of kiest u Koppeling bijwerken in het menu van het deelvenster Koppelingen.

  • Als u bepaalde koppelingen wilt bijwerken, selecteert u de gekoppelde illustratie in het illustratievenster. Klik in het regelpaneel op de bestandsnaam en kies Koppeling bijwerken.

Opmerking:

In Illustrator wordt standaard gevraagd of u een koppeling wilt bijwerken als het bronbestand is gewijzigd. Als u koppelingen automatisch of handmatig wilt bijwerken, kiest u Bewerken > Voorkeuren > Bestandsbeheer & Klembord (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Bestandsbeheer & Klembord (Mac OS) en stelt u de optie Koppelingen bijwerken in.

U kunt een ontbrekende koppeling (aangeduid met het pictogram in het deelvenster Koppelingen) herstellen of vervangen, of een gekoppeld bestand vervangen door een ander bronbestand.

  1. Selecteer de gekoppelde illustratie op de pagina of selecteer de naam van een koppeling in het deelvenster Koppelingen.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Klik in het deelvenster Koppelingen op de knop Opnieuw koppelen  of kies Opnieuw koppelen in het menu van het deelvenster.

    • Klik in het regelpaneel op de gekoppelde bestandsnaam en kies Opnieuw koppelen. (Als u toegang wilt krijgen tot deze optie, moet u de afbeelding in de illustratie selecteren.)

  3. Voer in het dialoogvenster een van de volgende handelingen uit:

    • Ga naar het vervangende bestand en selecteer dit bestand.

    • Typ de eerste letter of de eerste paar letters van de naam van het gewenste vervangende bestand om het bestand te zoeken.

  4. Klik op Plaatsen.

Opmerking:

Als alle ontbrekende koppelingen van een document in dezelfde map worden aangetroffen, kunt u ze allemaal in één keer herstellen. Selecteer in het deelvenster Koppelingen alle ontbrekende koppelingen en herstel vervolgens een van de koppelingen. Het dialoogvenster Plaatsen blijft geopend, zodat u elke koppeling opnieuw kunt selecteren.

Plaatsingsopties voor gekoppelde illustraties instellen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Selecteer de gekoppelde illustratie in het illustratievenster. Klik in het regelpaneel op de bestandsnaam en kies Plaatsingsopties.

    • Selecteer de koppeling in het deelvenster Koppelingen en kies Plaatsingsopties in het deelvenstermenu.

  2. Selecteer een optie bij Behoud.

    Als u een andere optie selecteert dan Transformaties behouden of Begrenzingen behouden, kunt u op het pictogram Uitlijning een punt selecteren waarmee u de illustraties wilt uitlijnen ten opzichte van het omsluitende kader. Als u niet wilt dat de illustratie het omsluitende kader overlapt, selecteert u Knippen tot omsluitend kader.

Een gekoppeld bestand insluiten

U kunt een bestand dat u in een document hebt geplaatst, insluiten (of opslaan) in het document in plaats van het bestand aan het document te koppelen. Bij het insluiten van een bestand verbreekt u de koppeling met het origineel. Zonder de koppeling wordt u niet gewaarschuwd via het deelvenster Koppeling als het origineel is gewijzigd en kan het bestand niet automatisch worden bijwerkt.

Vergeet niet dat de bestandsgrootte van een document groter wordt als een bestand wordt ingesloten in plaats van gekoppeld.

  1. Selecteer een bestand in het deelvenster Koppelingen en kies Afbeelding insluiten in het deelvenstermenu.

  2. Selecteer de gekoppelde illustratie in het illustratievenster. Klik in het regelpaneel op de knop Insluiten.

Het bestand wordt in het deelvenster Koppelingen gemarkeerd met het pictogram voor een ingesloten koppeling .

  1. Selecteer een of meer ingesloten bestanden in het deelvenster Koppelingen.

  2. Klik op de knop Opnieuw koppelen  of selecteer Opnieuw koppelen in het menu van het deelvenster Koppelingen, zoek en selecteer het oorspronkelijke bestand en klik op Plaatsen.

Originele illustraties bewerken

Met de opdracht Origineel bewerken kunt u de meeste illustraties openen in de toepassing waarin u ze hebt gemaakt en ze in deze toepassing wijzigen. Als u het oorspronkelijke bestand eenmaal hebt opgeslagen, wordt het document waaraan u het bestand hebt gekoppeld, bijgewerkt met de nieuwe versie.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • In het deelvenster Koppelingen selecteert u de koppeling en klikt u op de knop Origineel bewerken . U kunt ook Origineel bewerken kiezen in het deelvenstermenu.

    • Selecteer de gekoppelde illustratie op de pagina en kies Bewerken > Origineel bewerken.

    • Selecteer de gekoppelde illustratie op de pagina en klik op de knop Origineel bewerken in het regelpaneel.

  2. Sla het bestand op nadat u wijzigingen hebt aangebracht in de originele toepassing.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid