Objecten of lagen vergrendelen of ontgrendelen

Als objecten zijn vergrendeld, kunt u deze niet selecteren of bewerken. U kunt meerdere paden, groepen en sublagen snel vergrendelen door de hoofdlaag ervan te vergrendelen.

  • Als u objecten of lagen wilt vergrendelen, klikt u voor de gewenste objecten of lagen op de knop in de kolom Bewerkbaarheid (rechts van het oogpictogram) in het deelvenster Lagen. Sleep met de muisaanwijzer over meerdere knoppen voor bewerken om meerdere items te vergrendelen. Of selecteer de objecten die u wilt vergrendelen en kies Object > Vergrendelen > Selectie.

  • Als u objecten of lagen wilt ontgrendelen, klikt u voor de desbetreffende objecten of lagen op het vergrendelingspictogram  in het deelvenster Lagen.

U kunt objecten ook vergrendelen en ontgrendelen met behulp van de volgende opdrachten:

  • Als u alle objecten wilt vergrendelen die het gebied van het geselecteerde object overlappen en die zich in dezelfde laag bevinden, selecteert u het object en kiest u Object > Vergrendelen > Alle illustraties boven.

  • Als u alle lagen wilt vergrendelen die niet het geselecteerde item of de geselecteerde groep bevatten, kiest u Object > Vergrendelen > Overige lagen of kiest u Overige lagen vergrendelen in het menu van het deelvenster Lagen.

  • Als u alle lagen wilt vergrendelen, selecteert u alle lagen in het deelvenster Lagen en kiest u vervolgens Alle lagen vergrendelen in het deelvenstermenu.

  • Als u alle objecten in het document wilt ontgrendelen, kiest u Object > Alles ontgrendelen.

  • Als u alle objecten in een groep wilt ontgrendelen, selecteert u een ontgrendeld en zichtbaar object in de groep. Houd Shift+Alt (Windows) of Shift+Option (Mac OS) ingedrukt en kies Object > Alles ontgrendelen.

  • Als u alle lagen hebt vergrendeld, kunt u deze ontgrendelen door Alle lagen ontgrendelen te kiezen in het menu van het deelvenster Lagen.

Opmerking:

In de isolatiemodus zijn de vergrendelingsopties uitgeschakeld.

Objecten of lagen verbergen of tonen

Kies uit een van de volgende methoden:

  • Klik in het deelvenster Lagen op het oogpictogram  naast het item dat u wilt verbergen. Klik nogmaals als u het item opnieuw wilt weergeven. Als u een laag of groep verbergt, worden alle items in de laag of groep verborgen.

  • Sleep met de muisaanwijzer over meerdere oogpictogrammen om meerdere items te verbergen.

  • Selecteer het object dat u wilt verbergen en kies Object > Verbergen > Selectie.

  • Als u alle objecten boven een object in een laag wilt verbergen, selecteert u het object en kiest u Object > Verbergen > Alle illustraties boven.

  • Als u alle niet-geselecteerde lagen wilt verbergen, kiest u Overige lagen verbergen in het menu van het deelvenster Lagen. U kunt ook Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houden en klikken op het oogpictogram van de laag die u wilt weergeven. Als u alle lagen behalve de laag die het geselecteerde object of de groep bevat, wilt verbergen, kiest u Object > Verbergen > Overige lagen.

  • Als u alle objecten wilt weergeven, kiest u Object > Alle tonen. Alle verborgen objecten worden weergegeven. Objecten die al geselecteerd waren, blijven geselecteerd.

  • Als u alle lagen en sublagen wilt weergeven, selecteert u Alle lagen tonen in het menu van het deelvenster Lagen. Verborgen objecten worden niet weergegeven door deze opdracht, alleen verborgen lagen.

  • Als u alle objecten in een groep wilt weergeven, selecteert u een ontgrendeld en zichtbaar object in de groep. Houd Shift+Alt (Windows) of Shift+Option (Mac OS) ingedrukt en kies Object > Alle tonen.

Opmerking:

In de isolatiemodus zijn de opties voor tonen en verbergen uitgeschakeld.

Objecten verwijderen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Selecteer de objecten en druk op Backspace (Windows) of op Delete.

    • Selecteer de objecten en kies vervolgens Bewerken > Wissen of Bewerken > Knippen.

    • Selecteer in het deelvenster Lagen de items die u wilt verwijderen en klik op het pictogram Verwijderen . U kunt ook de naam van het item in het deelvenster Lagen naar het pictogram Selectie verwijderen in het deelvenster slepen, of “Laagnaam” verwijderen selecteren in het menu van het deelvenster Lagen.

    Als u een laag verwijdert, verwijdert u ook alle illustraties die zich in die laag bevinden. Als u bijvoorbeeld een laag verwijdert die sublagen, groepen, paden en knipsets bevat, worden al deze elementen tezamen met de laag verwijderd.

    Opmerking:

    Een document moet minstens één laag hebben. Als een document maar één laag heeft, zijn het pictogram Verwijderen en de opdracht Verwijderen niet beschikbaar.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid