Adobe Animate kan digitale videobeelden opnemen in webpresentaties. De FLV- en F4V-indelingen (H.264) bieden technologische en creatieve mogelijkheden waarmee u video integreert met gegevens, afbeeldingen, geluid en interactieve controle. Met FLV- en F4V-video plaatst u video eenvoudig op een webpagina in een indeling die nagenoeg iedereen kan weergeven.

De wijze waarop u videobeelden gaat gebruiken bepaalt hoe u uw video-inhoud maakt en integreert met Animate. U kunt video op de volgende manieren opnemen in Animate:

Video streamen met Adobe Media Server

U kunt video-inhoud hosten op Media ServerAdobe® Flash® Media Server, een serveroplossing die speciaal geschikt is voor de levering van realtime-media. Adobe Media Server gebruikt het Real-Time Messaging Protocol (RTMP), een protocol dat speciaal is ontwikkeld voor realtime-servertoepassingen zoals streaming video- en audio-inhoud. U kunt uw eigen Adobe Media Server hosten of gebruikmaken van een gehoste Flash® Video® Streaming Service (FVSS). Adobe biedt samen met enkele CDN-aanbieders (Content Delivery Network) gehoste services voor levering van FLV- of F4V-bestandsvideo op verzoek via hoogwaardige, betrouwbare netwerken. FVSS is gebouwd met Adobe Media Server en is rechtstreeks geïntegreerd in de infrastructuur voor levering, tracering en rapportage van het CDN-netwerk. FVSS biedt dan ook de meest effectieve manier om FLV- of F4V-bestanden te leveren aan een zo groot mogelijk publiek zonder het ongemak van het moeten configureren en onderhouden van uw eigen serverhardware en -netwerk voor streaming-doeleinden.

Gebruik de component FLVPlayback, Adobe® ActionScript® of het Open Source Media Framework (OSMF) als u de videoweergave wilt beheren en gebruikers intuïtieve besturingselementen wilt bieden om te communiceren met de streaming video. Zie de OSMF-documentatie voor meer informatie over het gebruik van OSMF.

Video progressief downloaden van een webserver

Als u geen toegang hebt tot Adobe Media Server of FVSS, of als uw videobehoeften beperkt zijn tot die voor een kleine website met slechts een beperkte hoeveelheid video-inhoud, kunt u progressief downloaden overwegen. Bij het progressief downloaden van een videoclip van een webserver zijn de realtime-prestaties wat minder dan bij het gebruik van Adobe Media Server. U kunt echter wel relatief grote videoclips gebruiken en de grootte van de gepubliceerde SWF-bestanden tot een minimum beperken.

Gebruik de FLVPlayback-component of ActionScript om het afspelen van video te besturen en gebruikers intuïtieve besturingselementen te bieden om met de video te werken.

Video insluiten in het Animate-document

U kunt een klein bestand van een korte video rechtstreeks insluiten in het Animate-document en publiceren als onderdeel van het SWF-bestand. Door video-inhoud rechtstreeks in het Animate SWF-bestand in te sluiten wordt het gepubliceerde bestand aanzienlijk groter, en dit is alleen geschikt voor kleine videobestanden (normaal gesproken videobestanden met een afspeelduur die minder bedraagt dan 10 seconden). Bovendien kunnen er problemen optreden bij de synchronisatie tussen audio en video bij het gebruik van langere videoclips die in het Animate-document zijn ingesloten. Een ander nadeel van het insluiten van video in het SWF-bestand is dat u de video niet kunt bijwerken zonder het SWF-bestand opnieuw te publiceren.

Opmerking:

Wanneer u uw FLA-bestand wilt publiceren met de H264-video-inhoud op een laag die geen geleidelaag en ook geen verborgen laag is, verschijnt het waarschuwingsbericht dat het publicatieplatform geen ondersteuning biedt voor ingesloten H.264-video's.

Afspelen van video besturen

U kunt het afspelen van video in Animate besturen met de component FLVPlayback, door aangepast ActionScript te schrijven voor het afspelen van een externe videostream of door aangepast ActionScript te schrijven voor de besturing van het afspelen van video in de tijdlijn voor ingesloten video.

Component FLVPlayback

Hiermee kunt u snel een volledige set FLV-afspeelfuncties toevoegen aan uw Animate-document, met ondersteuning voor zowel progressief downloaden als streaming van FLV- of F4V-bestanden. Met FLVPlayback kunt u eenvoudig intuïtieve videobesturingselementen maken waarmee gebruikers de video kunnen afspelen. Ook kunt u uw eigen ontworpen skins toepassen op de video-interface. Zie De FLVPlayback-component voor meer informatie.

Open Source Media Framework (OSMF)

Met het OSMF kunnen ontwikkelaars op een eenvoudige manier componenten kiezen die kunnen worden toegevoegd en gecombineerd voor een weergave van hoge kwaliteit met vele mogelijkheden. Raadpleeg de documentatie bij OSMF voor meer informatie. 

Externe video besturen met ActionScript

Speel externe FLV- of F4V-bestanden in een Animate-document bij uitvoering af met de ActionScript-objecten NetConnection en NetStream. Zie Afspelen van externe video met ActionScript beheren voor meer informatie.

U kunt videogedragingen (vooraf geschreven scripts in ActionScript) gebruiken om het afspelen van video te besturen.

Ingesloten video besturen in de tijdlijn

Als u het afspelen van ingesloten videobestanden wilt besturen, moet u ActionScript schrijven waarmee de tijdlijn van de video wordt bestuurd. Zie Afspelen van video besturen met de tijdlijn voor meer informatie.

De wizard Video importeren

De wizard Video importeren vereenvoudigt het importeren van video in een Animate-document doordat die u door het proces van selectie van een bestaand videobestand en de import van het bestand voor gebruik in een van drie verschillende videoweergavescenario's leidt. De wizard Video importeren biedt voor de import- en afspeelmethode van uw keus een elementair configuratieniveau, dat u later kunt wijzigen voor specifieke vereisten.

Het dialoogvenster Video importeren bevat de volgende opties voor het importeren van video:

Externe video laden met afspeelcomponent

Hiermee importeert u de video en maakt u een instantie van de FLVPlayback-component om videoweergave te besturen. Wanneer u zover bent dat u het Animate-document kunt publiceren als een SWF-bestand en kunt uploaden naar uw webserver, moet u ook het videobestand uploaden naar een webserver of Adobe Media Server, en de FLVPlayback-component configureren met de locatie van het geladen videobestand.

FLV insluiten in SWF en afspelen in tijdlijn

Hiermee sluit u het FLV-bestand in het Animate-document in. Wanneer u video op deze manier importeert, wordt de video de tijdlijn geplaatst waar u de afzonderlijke videoframes kunt zien in de tijdlijnframes. Een ingesloten FLV-bestand wordt onderdeel van het Animate-document.

Opmerking: Door video-inhoud meteen in het Animate SWF-bestand in te sluiten wordt het gepubliceerde bestand aanzienlijk groter, en dit is alleen geschikt voor kleine videobestanden. Bovendien kunnen er problemen optreden bij de synchronisatie tussen audio en video bij het gebruik van langere videoclips die in het Animate-document zijn ingesloten.

H.264-video insluiten in tijdlijn

Hiermee worden H.264-video's ingesloten in het Animate-document. Wanneer u een video importeert met deze optie, kan de video op het werkgebied worden geplaatst en gebruikt als geleider voor uw animatie tijdens de ontwerpfase. Frames van de video worden op het werkgebied gerenderd terwijl u de afspeelkop langs de tijdlijn verplaatst, of de tijdlijn afspeelt. De audio voor de desbetreffende frames wordt ook afgespeeld.

Opmerking:

  •  Wanneer u uw FLA-bestand wilt publiceren met de H264-video-inhoud op een laag die geen geleidelaag en ook geen verborgen laag is, verschijnt het waarschuwingsbericht dat het publicatieplatform geen ondersteuning biedt voor ingesloten H.264-video's.

Video-indelingen en Animate

Als u video wilt importeren in Animate, moet u video gecodeerd in FLV- of H.264-indeling gebruiken. De wizard Video importeren (Bestand > Importeren > Video importeren) controleert videobestanden die u selecteert om te importeren en waarschuwt u als de video mogelijk een indeling heeft die Animate niet kan afspelen. Wanneer de video niet in de FLV- of de F4V-indeling is, kunt u met Adobe® Media® Encoder de video coderen in de juiste indeling.

Adobe Media Encoder

Adobe® Media® Encoder is een autonome coderingstoepassing die door programma's als Adobe® Premiere® Pro, Adobe® Soundbooth® en Animate wordt gebruikt voor levering aan verschillende media-indelingen. Afhankelijk van het programma biedt Adobe Media Encoder een speciaal dialoogvenster Exportinstellingen voor de talloze instellingen die samenhangen met bepaalde exportindelingen, zoals Adobe Flash Video en H.264. Voor elke indeling bevat het dialoogvenster Exportinstellingen een aantal voorinstellingen die speciaal geschikt zijn voor bepaalde aflevermedia. U kunt ook aangepaste voorinstellingen opslaan, die u kunt delen met anderen of zo nodig opnieuw kunt laden.

Zie Adobe Media Encoder gebruiken voor informatie over het coderen van video in de H.264- of F4V-indeling met Adobe Media Encoder.

De H.264-, On2 VP6- en Sorenson Spark-video-codecs

Wanneer u video codeert met Adobe Media Encoder, kunt u kiezen uit drie verschillende video-codecs waarmee u uw video-inhoud codeert voor gebruik met Animate:

H.264

Ondersteuning voor de H.264-video-codec is opgenomen in Flash Player vanaf versie 9.0.r115. De F4V-video-indeling waarin gebruik wordt gemaakt van deze codec, levert een aanzienlijk betere verhouding tussen kwaliteit en bitsnelheid dan eerdere Flash-video-codecs, maar vergt meer van uw computer dan de Sorenson Spark- en On2 VP6-video-codecs die met Flash Player 7 en 8 zijn uitgegeven.

Opmerking: Als u voor het samenstellen video met ondersteuning voor alfakanalen moet gebruiken, moet u de On2 VP6-videocodec gebruiken. F4V ondersteunt geen alfakanalen voor video.

On2 VP6

De codec On2 VP6 is de voorkeursvideo-codec voor het maken van FLV-bestanden die u wilt gebruiken met Flash Player 8 en hoger. De On2 VP6-codec biedt het volgende:

  • Hogere videokwaliteit in vergelijking met de Sorenson Spark-codec bij codering met dezelfde gegevenssnelheid

  • Ondersteuning voor het gebruik van een 8-bits alfakanaal voor samengestelde video

    Voor een betere videokwaliteit bij dezelfde gegevenssnelheid is de On2 VP6-codec aanmerkelijk langzamer met coderen en is meer processorvermogen vereist op de clientcomputer voor decoderen en afspelen. Denk daarom goed na over de prestaties die de computers waarop uw publiek de FLV-videoinhoud weergeeft, minimaal moeten kunnen leveren.

Sorenson Spark

De Sorenson Spark-video-codec is uitgebracht met Flash Player 6. U kunt deze codec het beste gebruiken wanneer u Animate-documenten wilt publiceren waarvoor terugwerkende compatibiliteit met Flash Player 6 en 7 is vereist. Wanneer u een grote gebruikersgroep verwacht die gebruik maakt van oudere computers, overweegt u dan het gebruik van FLV-bestanden die met de Sorenson Spark-codec zijn gecodeerd, aangezien deze voor het afspelen veel minder van een computer vergen dan de On2 VP6- en H.264-codecs.

Wanneer een Flash Professional-video dynamisch wordt geladen door de Animate-inhoud (via progressief downloaden of Adobe Media Server), kunt u On2 VP6-video gebruiken zonder dat u het SWF-bestand dat oorspronkelijk was gemaakt voor Flash Player 6 of 7 opnieuw hoeft te publiceren. De gebruikers moeten dan wel gebruikmaken van Flash Player 8 of hoger om de inhoud te bekijken. Door On2 VP6-video in Animate SWF-versie 6 of 7 te streamen of te downloaden en de inhoud af te spelen met Flash Player 8 of hoger hoeft u de SWF-bestanden niet opnieuw te maken voor gebruik met Flash Player 8 en hoger.

Opmerking:

Alleen Flash Player 8 en 9 ondersteunen zowel het publiceren als het afspelen van On2 VP6-video.

Codec

SWF-versie (publicatieversie)

Flash Player-versie (vereist voor afspelen)

Sorenson Spark

6

6, 7, 8

7

7, 8, 9, 10

On2 VP6

6, 7, 8

8, 9, 10

H.264

9.2 of hoger

9.2 of hoger

Tips voor het maken van Adobe FLV- en F4V-video

Volg deze richtlijnen om de beste FLV- of F4V-video's te maken:

Bewerk de video in de oorspronkelijke indeling van het project tot u klaar bent voor de uiteindelijke uitvoer

Als u een vooraf gecomprimeerde digitale videoindeling converteert naar een andere indeling (zoals .flv of .f4v), kan het eerder gebruikte coderingsprogramma ruis toevoegen aan de video. Het eerste comprimeringsprogramma heeft al een eigen coderingsalgoritme op de video toegepast en daarmee de kwaliteit, framegrootte en framesnelheid verminderd. Die compressie kan tevens voor digitale bijverschijnselen of ruis hebben gezorgd. Deze extra ruis heeft een negatieve invloed op het uiteindelijke coderingsproces en kan er de oorzaak van zijn dat een hogere gegevenssnelheid nodig is om een bestand met goede kwaliteit te kunnen coderen.

Streef naar eenvoud

Vermijd fraaie overgangen. Deze zijn moeilijk te comprimeren en na de wijziging ziet de uiteindelijke gecomprimeerde video er mogelijk “brokkelig” uit. Normale einden (in tegenstelling tot geleidelijke) zijn meestal het best. Opvallende videobeelden, waarin bijvoorbeeld een object is te zien dat langzaam het beeld vult vanachter de eerste track, zodat het lijkt alsof er een bladzijde wordt omgeslagen of beelden die zich rond een bal wikkelen en vervolgens van het scherm vliegen, kunnen niet goed worden gecomprimeerd. Dergelijke effecten moeten dan ook slechts spaarzaam worden toegepast.

Weet de gegevenssnelheid van uw publiek

Produceer bestanden met lagere gegevenssnelheden wanneer u video via internet levert. Gebruikers met snelle internetverbindingen kunnen de bestanden bekijken met weinig of geen vertraging als gevolg van het laden, maar inbelgebruikers moeten wachten tot de bestanden zijn gedownload. Houd de videoclips kort om ervoor te zorgen dat de tijdsduur voor downloaden redelijk blijft voor inbelgebruikers.

Selecteer de juiste framesnelheid

Framesnelheid geeft het aantal frames per seconde (fps) aan. Bij een clip met een hogere gegevenssnelheid kan het afspelen via beperkte bandbreedte worden verbeterd door een lagere framesnelheid te kiezen. Als u bijvoorbeeld een clip met weinig beweging comprimeert, bespaart het halveren van de framesnelheid u waarschijnlijk slechts 20% van de gegevenssnelheid. Als u echter video met veel beweging comprimeert, heeft het verlagen van de framesnelheid veel meer effect op de gegevenssnelheid.

Verminder de framesnelheid niet als uw afleveringskanalen en afspeelplatforms geen probleem hebben met deze snelheid. Video ziet er nu eenmaal beter uit met de oorspronkelijke framesnelheden. Voor aflevering via het web kunt u deze gegevens opvragen bij uw webhostservice. Gebruik voor mobiele apparaten de coderingsvoorinstellingen voor het specifieke apparaat en de apparaatemulatie die beschikbaar is via Adobe Media Encoder in Adobe Premiere Pro. Als u de framesnelheid moet verminderen, krijgt u de beste resultaten wanneer u de framesnelheid deelt door hele getallen.

Selecteer een frameformaat dat past bij de gegevenssnelheid en de hoogte-/breedteverhouding van het frame

Bij een bepaalde gegevenssnelheid (verbindingssnelheid) leidt het verhogen van het frameformaat tot een vermindering van de videokwaliteit. Let bij het selecteren van uw frameformaat voor de coderingsinstellingen op de framesnelheid, het bronmateriaal en persoonlijke voorkeuren. Om 'pillarboxing' (de vorming van pilaren links en rechts naast het beeld) te voorkomen, is het belangrijk een framesnelheid te kiezen met dezelfde hoogte-/breedteverhouding als die van uw bronmateriaal. Er ontstaat bijvoorbeeld 'pillarboxing' (de vorming van pilaren links en rechts naast het beeld) als u NTSC-beeldmateriaal codeert naar een PAL-framegrootte.

Met Adobe Media Encoder hebt u de beschikking over verschillende Adobe FLV- of F4V-videovoorinstellingen. Hierbij zijn vooraf ingestelde frameformaten en framesnelheden inbegrepen voor de verschillende televisiestandaarden bij verschillende gegevenssnelheden. U kunt het volgende overzicht van gangbare frameformaten (in pixels) gebruiken als richtlijn, of experimenteren met de verschillende Adobe Media Encoder-voorinstellingen om de beste instelling te vinden voor uw project.

Dial-up Modem NTSC 4 x 3

162 x 120

Dial-up Modem PAL 4 x 3

160 x 120

T1/DSL/kabel NTSC 4 x 3

648 x 480

T1/DSL/kabel PAL 4 x 3

768 x 576

Streaming voor beste prestaties

U kunt downloadtijd elimineren door diepgaande interactieve functionaliteit en navigatiemogelijkheden te bieden of door de servicekwaliteit te controleren, door Adobe FLV- of F4V-videobestanden stroomsgewijs over te brengen met de Adobe Media Server of door de hostservice van een van de Flash Video Streaming Service-partners van Adobe te gebruiken, die beschikbaar zijn via de Adobe-website. Als u meer wilt weten over het verschil tussen progressief downloaden en het stroomsgewijs afspelen van video met Adobe Media Server, raadpleegt u 'Flash-video's afleveren: het verschil tussen progressief downloaden en het stroomsgewijs afspelen van video' op de website van het Flash Developer Center.

Weet de tijden voor progressief downloaden

Zorg dat u weet hoe lang het duurt om genoeg van de video te downloaden om de video tot het eind af te spelen zonder dat moet worden gepauzeerd om het downloaden te voltooien. Terwijl het eerste deel van uw videoclip wordt gedownload, kunt u overwegen andere inhoud weer te geven zodat het downloaden minder merkbaar wordt. Gebruik voor korte clips de volgende formule: Pauze = downloadtijd – afspeeltijd + 10% van afspeeltijd. Als uw clip bijvoorbeeld 30 seconden duurt en een minuut kost om te downloaden, moet u uw clip een buffer van 33 seconden geven (60 seconden - 30 seconden + 3 seconden = 33 seconden).

Verwijder ruis en interliniëring

Het is verstandig ruis en interliniëring te verwijderen om de beste codering te bereiken.

Hoe hoger de kwaliteit van het origineel, hoe beter het eindresultaat. Hoewel de framesnelheid en framegrootte van internetvideo doorgaans minder is dan voor televisie, zijn computerbeeldschermen uitgerust met veel meer kleurechtheid, verzadiging, scherpte en resolutie dan normale televisies. Zelfs in een klein venster kan de beeldkwaliteit belangrijker zijn voor digitale video dan voor gewone analoge televisie. Artefacten en ruis die nauwelijks te zien zijn op TV kunnen op een computerscherm wel opvallen.

Adobe Animate is in eerste instantie bedoeld voor progressieve weergave op computerschermen en andere apparaten, en niet zozeer voor geïnterlinieerde schermen als tv's. Bij geïnterlinieerd materiaal dat wordt weergegeven op een progressief scherm kunnen wisselende verticale lijnen worden weergegeven in gebieden met veel beweging. Op deze manier verwijdert Adobe Media Encoder interliniëring uit alle videobeelden die het verwerkt.

Volg dezelfde richtlijnen voor audio

Voor de productie van audio gelden dezelfde overwegingen als voor de videoproductie. Audio goed comprimeren begint met foutloze audio. Als u materiaal vanaf een cd comprimeert, probeer het bestand dan rechtstreeks digitaal over te zetten en niet via de analoge invoer van uw geluidskaart. De geluidskaart zorgt voor onnodige omzetting van digitaal naar analoog en andersom, waarbij ruis kan optreden in de bronaudio. Hulpprogramma's voor digitaal overzetten zijn beschikbaar voor Windows- en Macintosh-platforms. Gebruik voor het opnemen van een analoge bron een geluidskaart van de beste kwaliteit die er is.

Opmerking:

Als het bronaudiobestand mono is, verdient het aanbeveling in mono te coderen voor gebruik met Animate. Als u codeert met Adobe Media Encoder en een voorinstelling voor coderen gebruikt, moet u niet vergeten te controleren of de voorinstelling in stereo of mono codeert en mono te selecteren als dit nodig is.

Zelfstudies en voorbeelden

In de volgende videozelfstudies en artikelen wordt gedetailleerd ingegaan op het maken en voorbereiden van video voor gebruik in Animate. Sommige video's tonen de interface van CS3 of CS4, maar zijn ook van toepassing op CS5.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid