Standaardstappen voor het maken van knoppen

  1. Besluit welk type knop het beste aansluit bij uw vereisten.

    Knopsymbool

    De meeste mensen kiezen voor knopsymbolen omdat deze zo flexibel zijn. Knopsymbolen bevatten een speciale interne tijdlijn voor de toestanden van de knop. Het is heel eenvoudig visueel verschillende toestanden Omhoog, Omlaag en Boven te maken. De toestand van knopsymbolen wordt ook automatisch aangepast aan handelingen van gebruikers.

    Filmclipknop

    Met een filmclipsymbool kunt u geavanceerde knopeffecten creëren. Filmclipsymbolen kunnen vrijwel elk type inhoud bevatten, inclusief animatie. Filmclipsymbolen beschikken echter niet over geïntegreerde toestanden Omhoog, Omlaag en Boven. Deze toestanden maakt u zelf met gebruik van ActionScript. Een nadeel is wel dat filmclipbestanden groter zijn dan knopbestanden. 

    ActionScript-knopcomponent

    Gebruik een knopcomponent als u alleen een standaardknop of een schakelknop nodig hebt die u niet op geavanceerde wijze wilt aanpassen. Zowel in ActionScript 2.0 als in 3.0 bevatten knopcomponenten geïntegreerde code die wijzigingen in de toestand mogelijk maakt. U hoeft de vormgeving en het gedrag van knoptoestanden dus niet te definiëren. U sleept de component gewoon naar het werkgebied.

    • U kunt ActionScript 3.0-knopcomponenten wel enigszins aanpassen. U kunt de knop aan andere componenten binden en toepassingsgegevens delen en weergeven. De componenten beschikken over geïntegreerde functies, zoals ondersteuning voor toegankelijkheid. Er zijn Button-, RadioButton- en CheckBox-componenten beschikbaar. 

    • In ActionScript 2.0 kunt u Button-componenten niet aanpassen. De component maakt wijzigingen in de toestand mogelijk. 

  2. Definieer de toestanden van de knop.

    Het frame Omhoog

    De weergave van de knop als de gebruiker er niet op klikt of drukt.

    Het frame Boven

    De weergave van de knop als de gebruiker op het punt staat deze te selecteren.

    Het frame Omlaag

    De weergave van de knop als de gebruiker deze selecteert.

    Het frame Actief

    Het gebied dat reageert op klikken van de gebruiker. Het definiëren van een frame Actief is optioneel. Het kan handig zijn dit frame te definiëren in geval van kleine knoppen of niet-aangrenzende grafische gebieden.

    • De inhoud van het frame Actief is tijdens het afspelen niet zichtbaar in het werkgebied.

    • De afbeelding voor het frame Actief moet een effen gebied zijn dat groot genoeg is om alle grafische elementen voor de frames Omhoog, Omlaag en Boven te bevatten.

    • Als u geen frame Actief opgeeft, wordt de afbeelding voor de toestand Omhoog gebruikt.

      U kunt een knop maken die reageert wanneer op een ander gedeelte van het werkgebied wordt geklikt of wanneer de muis erboven wordt geplaatst (dit wordt ook wel een rollover-koppeling genoemd). Plaats de afbeelding voor het frame Actief op een andere locatie dan de afbeeldingen voor de andere knopframes.

  3. Koppel een handeling aan de knop.

    Voeg de ActionScript-code toe aan de tijdlijn als u wilt dat er iets gebeurt wanneer de gebruiker een knop selecteert. Plaats de ActionScript-code in dezelfde frames als de knoppen. Het deelvenster Codefragmenten beschikt over vooraf geschreven ActionScript 3.0-code voor vele verschillende knopgebruiken. Zie Interactiviteit toevoegen met codefragmenten.

    Opmerking:

    ActionScript 2.0 is niet compatibel met ActionScript 3.0. Als uw Animate-versie ActionScript 3.0 gebruikt, kunt u geen ActionScript 2.0-code in een knop plakken (en andersom). Controleer of uw versie compatibel is voordat u ActionScript uit een andere bron in uw knoppen plakt.

Een knop met een knopsymbool maken

U kunt een knop interactief maken door een instantie van het knopsymbool in het werkgebied te plaatsen en vervolgens handelingen aan de instantie toe te wijzen. U wijst de handelingen toe aan de hoofdtijdlijn van het FLA-bestand. Voeg geen handelingen toe aan de tijdlijn van het knopsymbool. Als u handelingen aan de knoptijdlijn wilt toevoegen, kunt u beter een filmclipknop gebruiken.

  1. Selecteer Bewerken > Alle selecties opheffen of klik in een leeg gebied van het werkgebied om ervoor te zorgen dat niets in het werkgebied is geselecteerd.

  2. Kies Invoegen > Nieuw symbool.

  3. Typ een naam in het dialoogvenster Nieuw symbool maken. Selecteer Knop als het symbooltype.

    Animate schakelt over naar de symboolbewerkmodus. De tijdlijn verandert om vier opeenvolgende frames weer te geven met de labels Omhoog, Boven, Omlaag en Actief. Het eerste frame, Omhoog, is een leeg hoofdframe.

  4. U kunt de knopafbeelding voor de toestand Omhoog maken door het frame Omhoog te selecteren in de tijdlijn. Gebruik vervolgens de tekengereedschappen, importeer een afbeelding of plaats een instantie van een ander symbool in het werkgebied.

    U kunt grafische symbolen of filmclipsymbolen in een knop gebruiken, maar u kunt niet een ander knopsymbool gebruiken.

  5. Klik in de tijdlijn op het frame Boven en selecteer vervolgens Invoegen > Tijdlijn > Hoofdframe.

    Animate voegt een hoofdframe in dat de inhoud van het voorafgaande frame Omhoog dupliceert.

  6. Terwijl het frame Boven nog steeds is geselecteerd, wijzigt of bewerkt u de knopafbeelding in het werkgebied om de gewenste weergave voor de toestand Boven te maken.

  7. Herhaal stap 5 en 6 voor het frame Omlaag en het optionele frame Actief.

  8. Als u een geluid wilt toewijzen aan een toestand van de knop, selecteert u het frame van die toestand in de tijdlijn en kiest u Venster > Eigenschappen. Selecteer vervolgens een geluid in het menu Geluid in de Eigenschapcontrole. Alleen geluiden die u al hebt geïmporteerd, verschijnen in het menu Geluid.

  9. Wanneer u klaar bent, selecteert u Bewerken > Document bewerken. Hiermee keert u in Animate terug naar de hoofdtijdlijn van uw FLA-bestand. Als u een instantie wilt maken van de knop die u in het werkgebied hebt gemaakt, sleept u het knopsymbool van het deelvenster Bibliotheek naar het werkgebied.

  10. Kies de opdracht Besturing > Testen  om de functionaliteit van een knop te testen. U kunt de toestanden van een knopsymbool in het werkgebied ook voorvertonen door Besturing > Eenvoudige knoppen inschakelen te selecteren. Op deze manier kunt u de toestanden Omhoog, Boven en Omlaag van een knopsymbool weergeven zonder dat u de opdracht Besturing > Testen hoeft te gebruiken.

Knopsymbolen inschakelen, bewerken en testen

Standaard blijven knopsymbolen in Animate uitgeschakeld wanneer u ze maakt. Selecteer een knop en schakel deze in om te zien hoe de knop reageert op muisgebeurtenissen. U kunt knoppen tijdens het werken het beste uitschakelen en ze pas inschakelen als u hun functionaliteit snel wilt testen.

  • Selecteer een knop door met het selectiegereedschap een selectiekader rond de knop te slepen.

  • Als u knoppen wilt in- of uitschakelen in het werkgebied, kiest u Besturing > Eenvoudige knoppen inschakelen. Deze opdracht fungeert als een schakelknop tussen de twee toestanden.

  • U kunt een knop verplaatsen met de pijltoetsen.

  • Gebruik de Eigenschapcontrole om een knop te bewerken. Kies Venster > Eigenschappen als de Eigenschapcontrole niet wordt weergegeven.

  • Kies Besturing > Eenvoudige knoppen inschakelen als u de knop in de ontwerpomgeving wilt testen.

  • Kies Besturing > Film testen (of Scène testen) > Testen als u de knop in Flash Player wilt testen. Dit is de enige manier waarop u filmclipknoppen kunt testen.

  • Als u een knop wilt testen in het voorbeeldvenster van de bibliotheek, selecteert u een knop in de bibliotheek en klikt u op Afspelen.

Problemen met knoppen oplossen

Gebruik deze bronnen om veel voorkomende problemen met knoppen op te lossen:

Aanvullende knopbronnen

De volgende TechNotes bevatten instructies voor enkele specifieke knopscenario's:

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid