Wanneer u een tween toevoegt aan een object op een laag, wordt een van de volgende handelingen uitgevoerd door Animate:

  • De laag wordt omgezet in een tween-laag.
  • Er wordt een laag gemaakt om de originele stapelvolgorde van de objecten op de laag te behouden.

Lagen worden op basis van de volgende regels toegevoegd:

  • Als er behalve de selectie geen objecten op de laag staan, verandert de laag in een tween-laag.

  • Als de selectie zich onder aan de stapelvolgorde van de laag bevindt (onder alle andere objecten), maakt Animate een laag boven de originele laag. Deze nieuwe laag bevat de niet-geselecteerde elementen. De originele laag wordt een tween-laag.

  • Als de selectie zich boven aan de stapelvolgorde van de laag bevindt (boven alle andere objecten), maakt Animate een laag. De selectie wordt naar de nieuwe laag verplaatst en die laag wordt een tween-laag.

  • Als de selectie zich in het midden van de stapelvolgorde van de laag bevindt (als er zich lagen boven en onder de selectie bevinden), maakt Animate twee lagen. Eén laag bevat de nieuwe tween en in een andere laag erboven bevinden zich de niet-geselecteerde elementen boven aan de stapelvolgorde. De niet-geselecteerde items onder aan de stapelvolgorde blijven in de oorspronkelijke laag, onder de nieuw toegevoegde lagen.

Een tween-laag kan tween-reeksen, statische frames en ActionScript bevatten. Een frame van een tween-laag dat een tween-reeks bevat, kan echter geen andere objecten bevatten dan het getweende object. Als u meer objecten wilt toevoegen in hetzelfde frame, plaatst u deze op afzonderlijke lagen.

Zie ook

Een object over de tijdlijn tweenen

Zo verplaatst of verschuift u een object door het werkgebied:

  1. Selecteer een symboolinstantie of een tekstveld om in het werkgebied te tweenen. Het object kan zich bevinden in een van de volgende soorten lagen: normale laag, geleidelaag, maskerlaag of gemaskeerde laag. Als de selectie andere objecten bevat of als het meerdere objecten uit een laag bevat, zet Animate uw selectie om in een filmclipsymbool.

  2. Als u de selectie wilt omkeren, klikt u met de rechtermuisknop op het object en selecteert u Selectie omkeren.

  3. Ga als volgt te werk:

    • Kies Invoegen > Bewegings-tween.

    • Klik met de rechtermuisknop op de selectie of het huidige frame (Windows) of houd de Command-toets ingedrukt en klik op de selectie of het huidige frame (Macintosh). Kies vervolgens Bewegings-tween maken in het contextmenu.

    Als het dialoogvenster Selectie converteren naar symbool voor tween verschijnt, klikt u op OK om de selectie om te zetten in een filmclipsymbool.

    Wanneer het getweende object het enige item op de laag was, wordt de laag waarin het object zich bevindt door Animate omgezet in een tween-laag. Wanneer er zich andere objecten op de laag bevinden, voegt Animate lagen in om de stapelvolgorde te behouden. Animate plaatst het getweende object op een eigen laag.

    Wanneer het oorspronkelijke object alleen in het eerste frame van de tijdlijn voorkwam, bedraagt de lengte van de tween-reeks één seconde. Als het oorspronkelijke object aanwezig was in meerdere aaneengesloten frames, bevat de tween-reeks het aantal frames dat werd ingenomen door het oorspronkelijke object.

  4. Sleep een van de uiteinden van de tween-reeks in de tijdlijn om de reeks uit te breiden of in te korten naar het gewenste aantal frames. Eventuele eigenschapshoofdframes in de tween worden proportioneel verplaatst met het einde van de reeks.

    Als u het einde van een reeks wilt verplaatsen zonder dat de bestaande hoofdframes worden verplaatst, houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u het uiteinde van de tween-reeks sleept.

  5. Als u beweging wilt toevoegen aan de tween, plaatst u de afspeelkop op een frame in de tween-reeks en sleept u het object naar een nieuwe positie.

    Er verschijnt een bewegingspad in het werkgebied dat het pad aangeeft vanaf de positie in het eerste frame van de tween-reeks naar de nieuwe positie. Aangezien u de X- en Y-eigenschappen van het object expliciet hebt gedefinieerd, worden er aan het frame met de afspeelkop eigenschapshoofdframes voor X en Y toegevoegd. Eigenschapshoofdframes worden als kleine ruitjes weergegeven in de tween-reeks.

    Opmerking:

    In de tijdlijn worden standaard de eigenschapshoofdframes van alle soorten eigenschappen weergegeven. U bepaalt welke soorten eigenschapshoofdframes worden weergegeven door met de rechtermuisknop op de tween-reeks te klikken (Windows) of de Command-toets ingedrukt te houden en op de tween-reeks te klikken (Macintosh). Kies vervolgens Hoofdframes weergeven > type eigenschap.

  6. Als u een andere positie voor het object wilt opgeven, plaatst u de afspeelkop in een ander frame in de tween-reeks en sleept u het object in het werkgebied naar een andere positie.

    Het bewegingspad wordt aangepast en bevat alle opgegeven posities.

  7. Als u een 3D-rotatie of -positie wilt tweenen, gebruikt u het gereedschap 3D-rotatie of 3D-translatie. Let op dat u de afspeelkop in het frame plaatst waar u eerst het 3D-eigenschapshoofdframe wilt toevoegen.

    Opmerking:

    Als u meerdere tweens tegelijk wilt maken, plaatst u tweenbare objecten op meerdere lagen, selecteert u alle objecten en kiest u Invoegen > Bewegings-tween. U kunt op dezelfde manier ook bewegingsvoorinstellingen op meerdere objecten toepassen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid