Opmerking:

De gebruikersinterface van Dreamweaver CC en hoger is vereenvoudigd. Daarom zijn sommige opties die in dit artikel worden beschreven, niet beschikbaar in Dreamweaver CC en hoger. Zie dit artikel voor meer informatie.

Recordupdatepagina's

Uw toepassing kan een set pagina's bevatten waarmee gebruikers bestaande records in een databasetabel kunnen bijwerken. De pagina's bestaan gewoonlijk uit een zoekpagina, een resultatenpagina en een updatepagina. Met de zoek- en resultatenpagina kunnen gebruikers de desbetreffende record ophalen en met de updatepagina kunnen ze de record wijzigen.

De record zoeken die moet worden bijgewerkt

Wanneer gebruikers een record willen bijwerken, moeten ze die record eerst in de database vinden. U hebt dus een zoek- en resultatenpagina nodig om de updatepagina te kunnen gebruiken. De gebruiker voert zoekcriteria op de zoekpagina in en selecteert de record op de resultatenpagina. Als de gebruiker op de resultatenpagina op de record klikt, wordt de updatepagina geopend en wordt de record weergegeven in een HTML-formulier.

Wanneer u de zoek- en resultatenpagina's hebt gemaakt, moet u koppelingen aan de resultatenpagina's toevoegen om de updatepagina te kunnen openen. Daarna wijzigt u de koppelingen zodat ze de id's doorgeven van de records die de gebruiker selecteert. Op de updatepagina wordt deze id gebruikt om de gevraagde record in de database te zoeken en weer te geven.

Voor het openen van de updatepagina en het doorgeven van een record-id gebruikt u dezelfde werkwijze die u ook gebruikt om een detailpagina te openen en een record door te geven. Zie Koppelingen maken naar de detailpagina voor meer informatie.

De record ophalen die moet worden bijgewerkt

Nadat de resultatenpagina aan de updatepagina een record-ID heeft doorgegeven die aangeeft welke record moet worden bijgewerkt, moet de updatepagina de parameter lezen, de record opvragen van de databasetabel en die tijdelijk opslaan in een recordset.

  1. Maak een pagina in Dreamweaver en sla de pagina op.

    Deze pagina wordt de updatepagina.

  2. Klik in het paneel Bindingen (Venster > Bindingen) op de plusknop (+) en selecteer Recordset.

    Als het geavanceerde dialoogvenster wordt geopend, klikt u op Eenvoudig. Het geavanceerde dialoogvenster bevat een tekstgebied waarin SQL-instructies kunnen worden ingevoerd. Het eenvoudige dialoogvenster bevat zo'n tekstgebied niet.

  3. Geef de recordset een naam en geef met behulp van de pop-upmenu's Verbinding en Tabel op waar de gegevens zich bevinden die moeten worden bijgewerkt.
  4. Klik op Geselecteerd en selecteer een sleutelkolom (gewoonlijk de kolom met de record-id) en de kolommen met de gegevens die moeten worden bijgewerkt.
  5. Configureer het gebied Filter zo dat de waarde van de sleutelkolom gelijk is aan de waarde van de corresponderende URL-parameter die door de resultatenpagina is doorgegeven.

    Met dit filter maakt u een recordset die alleen de record bevat die door de resultatenpagina is opgegeven. Als de sleutelkolom bijvoorbeeld record-id-gegevens bevat en de naam PRID heeft en als de resultatenpagina de corresponderende record-id-gegevens doorgeeft in de URL-parameter met de naam id, moet het gebied Filter er zo uitzien als in het volgende voorbeeld wordt weergegeven:

    Filter voorvertoning
    Filtergebied

  6. Klik op OK.

    Wanneer de gebruiker een record op de resultatenpagina selecteert, genereert de bijwerkpagina een recordset die alleen de geselecteerde record bevat.

De updatepagina bloksgewijs invullen

Een updatepagina bevat drie elementen:

  • Een gefilterde recordset om de record uit een databasetabel op te halen
  • Een HTML-formulier waarmee gebruikers de gegevens van een record kunnen wijzigen
  • Het servergedrag Record bijwerken om de databasetabel bij te werken

    U kunt de laatste twee basiselementen van een updatepagina afzonderlijk toevoegen met de formuliergereedschappen en het deelvenster Servergedrag.

Een HTML-formulier aan een updatepagina toevoegen

  1. Maak een pagina (Bestand > Nieuw > Lege pagina). Dit wordt de updatepagina.
  2. Deel de pagina in met de ontwerpgereedschappen van Dreamweaver.
  3. Voeg een HTML-formulier toe door de invoegpositie te plaatsen waar u het formulier wilt weergeven en Invoegen > Formulier > Formulier te kiezen.

    Op de pagina wordt een leeg formulier gemaakt. Misschien moet u onzichtbare elementen inschakelen (Weergave > Visuele hulpmiddelen > Onzichtbare elementen) om de grenzen van het formulier te zien. Deze worden met dunne rode lijnen aangeduid.

  4. Geef het HTML-formulier een naam door te klikken op de tag <form> onderaan in het documentvenster om het formulier te selecteren. Open vervolgens de eigenschappencontrole (Venster > Eigenschappen) en voer een naam in het vak Formuliernaam in.

    U hoeft geen action- of method-kenmerk voor het formulier op te geven om door te geven hoe de recordgegevens moeten worden verzonden en waar ze naartoe moeten worden gestuurd wanneer de gebruiker op de knop Verzenden klikt. Deze kenmerken zijn al ingesteld door het servergedrag Record bijwerken.

  5. Voeg een formulierobject, bijvoorbeeld een tekstveld, toe (Invoegen > Formulier > Tekstveld) voor elke kolom in de databasetabel die u wilt bijwerken.

    De formulierobjecten dienen voor de gegevensinvoer. Gewoonlijk worden tekstvelden voor dit doel gebruikt, maar u kunt ook menu's, opties en keuzerondjes gebruiken.

    Elk formulierobject moet een corresponderende kolom hebben in de recordset die u eerder hebt gedefinieerd. De enige uitzondering is de kolom met de unieke sleutel. Deze hoeft geen corresponderend formulierobject te hebben.

  6. Voeg een knop Verzenden aan het formulier toe (Invoegen > Formulier > Knop).

    U kunt de label van de knop Verzenden veranderen door de knop te selecteren, de eigenschappencontrole te openen (Venster > Eigenschappen) en een nieuwe waarde in te voeren in het vak Label.

De record in het formulier weergeven

  1. Zorg ervoor dat u een recordset hebt gedefinieerd voor de record die de gebruiker wilt bijwerken.

Servergedrag toevoegen om de databasetabel bij te werken

  1. Klik in het deelvenster Servergedrag (Venster > Servergedrag) op de plusknop (+) en selecteer Record bijwerken in het pop-upmenu.

    Het dialoogvenster Record bijwerken wordt geopend.

  2. Selecteer een formulier in het pop-upmenu Waarden verzenden vanaf.
  3. Selecteer in het pop-upmenu Gegevensbron of Verbinding een verbinding met de database.
  4. Voer indien nodig uw gebruikersnaam en wachtwoord in.
  5. Selecteer in het pop-upmenu Tabel bijwerken de databasetabel die de record bevat die u bijwerkt.
  6. (ColdFusion, PHP) Geef de databasekolom op die u wilt bijwerken, selecteer in het pop-upmenu Waarde het formulierobject dat de kolom bijwerkt, selecteer in het pop-upmenu Verzenden als een gegevenstype voor het formulierobject en selecteer Primaire sleutel als u deze kolom wilt aanduiden als de primaire sleutel.

    Het gegevenstype is het soort gegevens dat de kolom in de databasetabel verwacht (tekst, numeriek, Booleaanse opties).

    Herhaal de procedure voor elk formulierobject in het formulier.

  7. (ASP) Geef in het pop-upmenu Selecteer een record uit de recordset op die de record bevat die in het HTML-formulier wordt weergegeven. Selecteer in het pop-upmenu 'Kolom voor unieke sleutel' een sleutelkolom (gewoonlijk de kolom met de record-id) om de record in de databasetabel te identificeren. Selecteer de optie Numeriek als de waarde een getal is. Een sleutelkolom accepteert gewoonlijk alleen numerieke waarden, maar soms ook tekstwaarden.
  8. Voer in het vak 'Na bijwerken of Na succes, ga naar' de pagina in die u wilt openen nadat de record in de tabel is bijgewerkt, of klik op de knop Bladeren om het bestand te zoeken.
  9. (ASP) Geef de databasekolom op die moet worden bijgewerkt, selecteer in het pop-upmenu Waarde het formulierobject waarmee u de record wilt bijwerken en selecteer vervolgens in het pop-upmenu Verzenden als een gegevenstype voor het formulierobject. Het gegevenstype is het soort gegevens dat de kolom in de databasetabel verwacht (tekst, numeriek, Booleaanse opties). Herhaal de procedure voor elk formulierobject in het formulier.
  10. Klik op OK.

    Dreamweaver voegt een servergedrag aan de pagina toe waarmee gebruikers records in een database kunnen bijwerken door de informatie in het HTML-formulier te wijzigen en op de knop Verzenden te klikken.

    Als u het servergedrag wilt bewerken, opent u het paneel Servergedrag (Venster > Servergedrag) en dubbelklikt u op het gedrag Record bijwerken.

De updatepagina in één bewerking voltooien

Een updatepagina bevat drie elementen:

  • Een gefilterde recordset om de record uit een databasetabel op te halen

  • Een HTML-formulier waarmee gebruikers de gegevens van een record kunnen wijzigen

  • Het servergedrag Record bijwerken om de databasetabel bij te werken

U kunt de twee laatste elementen van een updatepagina in één bewerking toevoegen met het gegevensobject Formulier Record bijwerken. Het gegevensobject voegt zowel een HTML-formulier als het servergedrag Record bijwerken aan de pagina toe.

Voordat u het gegevensobject kunt gebruiken, moet uw webtoepassing de record die moet worden bijgewerkt, kunnen identificeren en moet uw updatepagina de record kunnen ophalen.

Wanneer het gegevensobject de elementen op de pagina heeft geplaatst, kunt u de ontwerpgereedschappen van Dreamweaver gebruiken om het formulier aan uw eigen smaak aan te passen. Met het paneel Servergedrag kunt u het servergedrag Record bijwerken bewerken.

Opmerking:

De updatepagina kan slechts één servergedrag voor het bewerken van records tegelijk bevatten. U kunt bijvoorbeeld niet zowel het servergedrag Record invoegen als het servergedrag Record verwijderen aan de updatepagina toevoegen.

  1. Open de pagina in de ontwerpweergave en kies Invoegen > Gegevensobjecten > Record bijwerken > Wizard Formulier Record bijwerken.

    Het dialoogvenster Formulier Record bijwerken wordt geopend.

  2. Selecteer in het pop-upmenu Verbinding een verbinding met de database.

    Klik op de knop Definiëren als u een verbinding moet definiëren.

  3. Selecteer in het pop-upmenu Bij te werken tabel de databasetabel die de record bevat die u wilt bijwerken.
  4. Geef in het pop-upmenu 'Selecteer een record uit' de recordset op die de record bevat die in het HTML-formulier wordt weergegeven.
  5. Selecteer in het pop-upmenu 'Kolom voor unieke sleutel' een sleutelkolom (gewoonlijk de kolom met de record-id) om de record in de databasetabel te identificeren.

    Als de waarde een getal is, selecteert u de optie Numeriek. Een sleutelkolom accepteert gewoonlijk alleen numerieke waarden, maar soms ook tekstwaarden.

  6. Voer in het vak Ga na bijwerken naar de pagina in die u wilt openen nadat de records in de tabel zijn bijgewerkt.
  7. Geef in het gebied Formuliervelden op welke kolommen in de databasetabel elk formulierobject moet bijwerken.

    Standaard maakt Dreamweaver een formulierobject voor elke kolom in de databasetabel. Als de database automatisch unieke sleutel-id's genereert voor elke nieuwe record, verwijdert u het formulierobject dat correspondeert met de sleutelkolom door het object in de lijst te selecteren en op de minknop (-) te klikken. Hiermee sluit u het risico uit dat de gebruiker van het formulier een bestaande id-waarde invoert.

    U kunt de volgorde van de formulierobjecten in het HTML-formulier wijzigen. Daartoe selecteert u het formulierobject in de lijst en klikt u op de pijl-omhoog of de pijl-omlaag, rechts in het dialoogvenster.

  8. Geef op hoe elk gegevensinvoerveld in het HMTL-formulier moet worden weergegeven. Daartoe klikt u in een rij in de tabel Formuliervelden en voert u de volgende informatie in de vakken onder de tabel in:
    • Voer in het vak Label een beschrijvende label in die naast het gegevensinvoerveld wordt weergegeven. Standaard geeft Dreamweaver de naam van de tabelkolom in het label weer.

    • Selecteer in het pop-upmenu Weergeven als een formulierobject dat als gegevensinvoerveld moet fungeren. U kunt kiezen uit Tekstveld, Tekstgebied, Menu, Selectievakje, Groep keuzerondjes en Tekst. Selecteer Tekst voor alleen-lezenvermeldingen. U kunt ook Wachtwoordveld, Bestandsveld en Verborgen veld selecteren.

    Opmerking:

    Verborgen velden worden aan het einde van het formulier ingevoegd.

    • Selecteer in het pop-upmenu Verzenden als de gegevensindeling die door de databasetabel wordt verwacht. Als de tabelkolom bijvoorbeeld alleen numerieke gegevens accepteert, selecteert u Numeriek.
    • Stel de eigenschappen van het formulierobject in. De mogelijke opties hangen af van het formulierobject dat u als gegevensinvoerveld hebt geselecteerd. Voor tekstvelden, tekstgebieden en tekst kunt u een beginwaarde invoeren. Voor menu's en groepen keuzerondjes opent u een ander dialoogvenster waarin u de eigenschappen kunt instellen. Voor opties schakelt u de optie Ingeschakeld of Uitgeschakeld in.  
  9. Stel de eigenschappen van andere formulierobjecten in door een andere rij Formuliervelden te selecteren en een label, een 'Weergeven als'-waarde en een 'Verzenden als'-waarde op te geven.

    Voor menu's en groepen keuzerondjes opent u een ander dialoogvenster waarin u de eigenschappen kunt instellen. Voor opties definieert u een vergelijking tussen de waarde van de huidige record voor de optie en een gegeven waarde om na te gaan of de optie is ingeschakeld wanneer de record wordt weergegeven.

  10. Klik op OK.

    Dreamweaver voegt zowel een HTML-formulier als het servergedrag Record bijwerken aan de pagina toe.

    Het gegevensobject voegt zowel een HTML-formulier als het servergedrag Record bijwerken aan de pagina toe. De formulierobjecten worden in de vorm van een basistabel ingedeeld. U kunt de indeling wijzigen met de paginaontwerpgereedschappen van Dreamweaver. (Zorg ervoor dat alle formulierobjecten binnen de grenzen van het formulier blijven.)

    Als u het servergedrag wilt bewerken, opent u het paneel Servergedrag (Venster > Servergedrag) en dubbelklikt u op het gedrag Record bijwerken.

Opties voor eigenschappen van formulierelementen

In het dialoogvenster met de eigenschappen van een formulierelement kunt u opties instellen voor formulierelementen op pagina's waarop gebruikers records in een database kunnen bijwerken.

  1. Selecteer, afhankelijk van hoe u het formulier wilt gaan maken, de optie Handmatig of Vanuit de database.
  2. Klik op de plusknop (+) om een element toe te voegen.
  3. Voer een label en een waarde voor het element in.
  4. Als u wilt dat een bepaalde element wordt geselecteerd wanneer de pagina in een browser wordt geopend of wanneer een record in het formulier wordt weergegeven, voert u in het vak 'Selecteer een waarde gelijk aan' een waarde in die gelijk is aan de waarde van het element.

    U kunt een statische waarde invoeren, of u kunt een dynamische waarde opgeven door op het pictogram met de bliksemflits te klikken en een dynamische waarde te selecteren in de lijst met gegevensbronnen. In beide gevallen moet de waarde die u opgeeft, overeenkomen met een van de waarden van het element.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid