Handboek Annuleren

Pagina-eigenschappen instellen

 

 

Meer informatie over het instellen van de eigenschappen voor HTML-pagina's en CSS-eigenschappen, zoals het lettertype, de achtergrondkleur en de eigenschappen van achtergrondafbeeldingen, voor uw Dreamweaver-pagina.

Voor elke pagina die u in Dreamweaver maakt, kunt u eigenschappen voor de lay-out en opmaak opgeven in het dialoogvenster Pagina-eigenschappen (Bestand > Pagina-eigenschappen). In het dialoogvenster Pagina-eigenschappen kunt u de standaardlettertypefamilie en tekengrootte, de achtergrondkleur, marges, koppelingsstijlen en vele andere aspecten van pagina-ontwerp instellen. U kunt nieuwe pagina-eigenschappen toewijzen voor elke nieuwe pagina die u maakt en de instellingen voor bestaande pagina's wijzigen. Wijzigingen die u in het dialoogvenster Pagina-eigenschappen doorgeeft, worden op de hele pagina toegepast.

Dreamweaver biedt twee methoden om pagina-eigenschappen te wijzigen: CSS of HTML. Adobe raadt aan om voor het instellen van achtergronden en het wijzigen van pagina-eigenschappen CSS te gebruiken.

Opmerking:

De door u gekozen pagina-eigenschappen gelden alleen voor het actieve document. Als de pagina een externe CSS-stijlpagina gebruikt, overschrijft Dreamweaver de tags uit de stijlpagina niet, omdat dit gevolgen zou hebben voor alle andere pagina's die die stijlpagina gebruiken.

Lettertype, achtergrondkleur en achtergrondafbeeldingseigenschappen voor een CSS-pagina instellen

Gebruik het dialoogvenster Pagina-eigenschappen voor het opgeven van verschillende basisopties voor de pagina-indeling van uw webpagina, waaronder het lettertype, de achtergrondkleur en de achtergrondafbeelding.

  1. Selecteer Bestand > Pagina-eigenschappen of klik op de knop Pagina-eigenschappen in de eigenschappencontrole.

  2. Selecteer de categorie Weergave (CSS) en stel de opties in.

    Lettertype voor pagina

    Geeft de standaardlettertypefamilie aan die in de webpagina's wordt gebruikt. Dreamweaver gebruikt de door u opgegeven lettertypefamilie, tenzij er voor een tekstelement specifiek een ander lettertype wordt opgegeven.

    Grootte

    Geeft de standaardtekengrootte aan die in de webpagina's wordt gebruikt. Dreamweaver gebruikt de door u opgegeven tekengrootte, tenzij er voor een tekstelement specifiek een andere tekengrootte wordt opgegeven.

    Tekstkleur

    Geeft de standaardkleur aan voor de weergave van lettertypen.

    Achtergrondkleur

    Stelt een achtergrondkleur in voor uw pagina. Klik op het vakje Achtergrondkleur en selecteer een kleur in de Kleurkiezer.

    Achtergrondafbeelding

    Stelt een achtergrondafbeelding in. Klik op de knop Bladeren en blader naar de afbeelding om ze te selecteren. U kunt ook het pad naar de achtergrondafbeelding typen in het vak Achtergrondafbeelding.

    In Dreamweaver wordt de achtergrondafbeelding naast elkaar weergegeven (herhaald) als deze niet groot genoeg is om het hele venster te vullen, net zoals bij browsers. (Gebruik CSS (Cascading Style Sheets) om het naast elkaar weergeven van afbeeldingen uit te schakelen en te voorkomen dat meerdere exemplaren van de achtergrondafbeelding naast elkaar worden weergegeven.)

    Herhalen

    Geeft aan hoe de achtergrondafbeelding op de pagina wordt weergegeven:

    • Selecteer de optie Geen herhaling als u de achtergrondafbeelding maar één keer wilt weergeven.

    • Selecteer de optie Herhalen als u de afbeelding zowel horizontaal als verticaal wilt herhalen.

    • Selecteer de optie Herhalen‑x als u de achtergrondafbeelding horizontaal wilt herhalen.

    • Selecteer de optie Herhalen‑y als u de achtergrondafbeelding verticaal wilt herhalen.

    Marge links en Marge rechts

    Geven de grootte van de linker- en rechterpaginamarge aan.

    Marge boven en Marge onder

    Geven de grootte van de paginamarge bovenaan en onderaan.

Eigenschappen voor HTML-pagina- instellen

Door eigenschappen in deze categorie van het dialoogvenster Pagina-eigenschappen in te stellen, wordt HMTL-opmaak in plaats van CSS-opmaak op de pagina toegepast.

  1. Selecteer Bestand > Pagina-eigenschappen of klik op de knop Pagina-eigenschappen in de eigenschappencontrole.

  2. Selecteer de categorie Weergave (HTML) en stel de opties in.

    Achtergrondafbeelding

    Stelt een achtergrondafbeelding in. Klik op de knop Bladeren en blader naar de afbeelding om ze te selecteren. U kunt ook het pad naar de achtergrondafbeelding typen in het vak Achtergrondafbeelding.

    In Dreamweaver wordt de achtergrondafbeelding naast elkaar weergegeven (herhaald) als deze niet groot genoeg is om het hele venster te vullen, net zoals bij browsers. (Gebruik CSS (Cascading Style Sheets) om het naast elkaar weergeven van afbeeldingen uit te schakelen en te voorkomen dat meerdere exemplaren van de achtergrondafbeelding naast elkaar worden weergegeven.)

    Achtergrond

    Stelt een achtergrondkleur in voor uw pagina. Klik op het vakje Achtergrondkleur en selecteer een kleur in de Kleurkiezer.

    Tekst

    Geeft de standaardkleur aan voor de weergave van lettertypen.

    Koppeling

    Geeft de kleur aan die op koppelingstekst moet worden toegepast.

    Bezochte koppelingen

    Geeft de kleur aan die op bezochte koppelingen moet worden toegepast.

    Actieve koppelingen

    Geeft de kleur aan die moet worden toegepast als er met een muis (of aanwijzer) op een koppeling wordt geklikt.

    Marge links en Marge rechts

    Geven de grootte van de linker- en rechterpaginamarge aan.

    Marge boven en Marge onder

    Geven de grootte van de paginamarge bovenaan en onderaan.

Titel en coderingseigenschappen instellen

Met de opties bij Titel/codering in Pagina-eigenschappen kunt u het documentcoderingstype opgeven dat specifiek is voor de taal die wordt gebruikt voor het schrijven van uw webpagina's. Ook kunt u met de opties voor Titel/codering opgeven welk Unicode-formulier (UNF; Unicode Normalization Form) moet worden gebruikt met dat coderingstype.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Klik op Bestand > Pagina-eigenschappen
    • Klik op Venster > Eigenschappen en klik op Pagina-eigenschappen in de eigenschappencontrole voor tekst.
  2. Selecteer in het deelvenster Pagina-eigenschappen, Titel/Codering. U kunt de volgende opties configureren:

    • Titel: geeft de paginatitel aan die wordt weergegeven in de titelbalk van het documentvenster en de meeste browservensters.
    • Documenttype (DTD): Geeft de definitie van een documenttype aan. U kunt een HTML-document bijvoorbeeld XHTML-compatibel maken door XHTML 1.0 Transitional of XHTML 1.0 Strict te selecteren in het pop‑upmenu
    • Codering: Geeft de codering aan die wordt gebruikt voor tekens in het document. Als u Unicode (UTF-8) selecteert als documentcodering, is eenheidscodering niet nodig, omdat UTF-8 zonder problemen alle tekens kan vertegenwoordigen. Als u een andere documentcodering selecteert, hebt u mogelijk eenheidscodering nodig voor het vertegenwoordigen van bepaalde tekens. Zie www.w3.org/TR/REC-html40/sgml/entities.html voor meer informatie over tekenentiteiten.
    • Opnieuw laden: converteert het bestaande document of opent het opnieuw met de nieuwe codering.
    • Unicode-formulier: Is alleen beschikbaar als u UTF-8 hebt geselecteerd als documentcodering. Er zijn vier Unicode-formulieren. De belangrijkste is Normalization Form C, omdat dit het meest algemeen wordt gebruikt in het Character Model voor het World Wide Web. Voor de volledigheid biedt Adobe de drie andere UNF's ook aan. Unicode bevat enkele tekens die visueel gelijk zijn maar die binnen het document op verschillende manieren worden opgeslagen. De letter 'ë' (e-umlaut) kan bijvoorbeeld worden vertegenwoordigd door één teken, de e-umlaut, of door twee tekens, de normale Latijnse 'e' plus de umlaut. Een Unicode-combinatieteken is een teken dat samen met het voorgaande teken wordt gebruikt. In dit geval zou de umlaut dus worden weergegeven boven de Latijnse 'e'. Beide vormen hebben dezelfde visuele typografie als resultaat, maar voor elke vorm wordt iets anders opgeslagen in het bestand. Normalisatie is het proces waarbij wordt gecontroleerd of alle tekens die in verschillende vormen kunnen worden opgeslagen, allemaal in dezelfde vorm zijn opgeslagen. In dit geval betekent dat dat alle 'ë'-tekens in een document zijn opgeslagen als één e-umlaut of als 'e' plus de umlaut en dat niet beide vormen in één document zijn opgeslagen. Ga naar de Unicode-website op www.unicode.org/reports/tr15 voor meer informatie over Unicode-normalisatie en de specifieke formulieren die kunnen worden gebruikt.
    • Unicode-handtekening (BOM) opnemen: Neemt een Byte Order Mark (BOM) op in het document. Een BOM bestaat uit 2 tot 4 bytes aan het begin van een tekstbestand waarmee een bestand wordt aangeduid als Unicode en, als dat het geval is, de bytevolgorde van de volgende bytes. Omdat UTF-8 geen bytevolgorde heeft, is het toevoegen van een UTF-8 BOM optioneel. Voor UTF-16 en UTF-32 is het verplicht.

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?