Geef bewerkbare tagkenmerken op in sjablonen in Dreamweaver. Lees ook hoe u een bewerkbare tag onbewerkbaar kunt maken.

U kunt de gebruiker van een sjabloon toestaan om opgegeven tagkenmerken te wijzigen in een document dat op basis van een sjabloon is gemaakt.

Zo kunt u een achtergrondkleur in het sjabloondocument instellen en sjabloongebruikers toch in staat stellen om een andere achtergrondkleur in te stellen voor de pagina's die ze maken. Gebruikers kunnen alleen de kenmerken bijwerken die u als bewerkbaar hebt ingesteld.

Ook kunt u meerdere bewerkbare kenmerken op een pagina dusdanig instellen dat sjabloongebruikers de kenmerken in op een sjabloon gebaseerde documenten kunnen wijzigen. De volgende gegevenstypes worden ondersteund: text (tekst), boolean (Booleaans), (true (waar)/false (onwaar)), color (kleur), URL of number (getal).

Door een bewerkbaar tagkenmerk te maken voegt u een sjabloonparameter in de code in. In het sjabloondocument wordt een aanvankelijke waarde voor het kenmerk ingesteld. Als een op een sjabloon gebaseerd document wordt gemaakt, neemt dit de parameter over. Vervolgens kan sjabloongebruiker de parameter in het op een sjabloon gebaseerde document bewerken.

Opmerking:

Als u de koppeling naar een stijlpagina tot een bewerkbaar kenmerk maakt, zijn de kenmerken van de stijlpagina vervolgens niet langer beschikbaar om te bekijken of te bewerken in het sjabloonbestand.

  1. Selecteer in het documentvenster een item waarvoor u een bewerkbaar tagkenmerk wilt instellen.
  2. Selecteer Extra > Sjablonen > Kenmerk bewerkbaar maken.

    Kenmerk bewerkbaar maken.
    Kenmerk bewerkbaar maken.

  3. Geef in het tekstvak Kenmerk een naam op of selecteer een kenmerk in het dialoogvenster Bewerkbare tagkenmerken door een van de volgende handelingen uit te voeren:
    • Als het kenmerk dat u bewerkbaar wilt maken, voorkomt in het pop-upmenu Kenmerk, selecteert u het.

    • Als het kenmerk dat u bewerkbaar wilt maken, niet voorkomt in het pop-upmenu Kenmerk, klikt u op Toevoegen en geeft u in het dialoogvenster dat wordt geopend, de naam op van het kenmerk dat u wilt toevoegen, waarna u op OK klikt.

  4. Zorg ervoor dat de optie Kenmerk bewerkbaar maken is geselecteerd.
  5. Geef in het tekstvak Label een unieke naam voor het kenmerk op.

    Opmerking:

    Als u een bepaald bewerkbaar tagkenmerk later gemakkelijker wilt kunnen herkennen, gebruikt u een label waaraan het element en het kenmerk kunnen worden herkend. Zo zou u een afbeelding waarvan de bron bewerkbaar is, het label logoSrc, of de bewerkbare achtergrondkleur van een body-tag het label bodyBgcolor kunnen geven.

  6. Selecteer in het menu Type het type waarde dat is toegestaan voor dit kenmerk, door een van de volgende opties te kiezen:

    • Tekst: Selecteer deze optie als u een gebruiker wilt toestaan dat deze een tekstwaarde voor het kenmerk kan invoeren. Zo kunt u tekst gebruiken met het kenmerk align (uitlijnen). Vervolgens kan de gebruiker de waarde van het kenmerk instellen op left (links), right (rechts) of center (gecentreerd).

    • URL: Selecteer deze optie als u een koppeling naar een element wilt invoegen (bijvoorbeeld het bestandspad naar een afbeelding). Door het gebruik van deze optie wordt het in een koppeling gebruikte pad automatisch bijgewerkt. Als de gebruiker de afbeelding naar een nieuwe map verplaatst, wordt het dialoogvenster Koppelingen bijwerken weergegeven.

    • Kleur: Selecteer deze optie als u de kleurkiezer beschikbaar wilt maken om een waarde te selecteren.

    • Waar/Onwaar: Als u wilt dat een gebruiker een waarde waar of onwaar op de pagina kan selecteren.

    • Nummer: Selecteer deze optie als u een sjabloongebruiker in staat wilt stellen om een numerieke waarde te typen om een kenmerk bij te werken (bijvoorbeeld om de waarden voor hoogte of breedte, of een afbeelding, te wijzigen).

  7. Het tekstvak Standaardwaarde toont de waarde van het geselecteerde tagkenmerk in de sjabloon. Geef een nieuwe waarde in dit tekstvak op om een andere aanvankelijke waarde voor de parameter in te stellen in het op een sjabloon gebaseerde document.
  8. (Optioneel) Als u wijzigingen wilt aanbrengen aan een ander kenmerk van de geselecteerde tag, selecteert u het kenmerk en stelt u de opties voor dat kenmerk in.
  9. Klik op OK.

Een bewerkbaar tagkenmerk niet-bewerkbaar maken

Een tag die eerder werd aangeduid als bewerkbaar, kan als niet-bewerkbaar worden aangeduid.

  1. Klik in het sjabloondocument op het element dat aan het bewerkbare kenmerk is gekoppeld, of gebruik de tagkiezer om de tag te selecteren.
  2. Selecteer Extra > Sjablonen > Kenmerk bewerkbaar maken.

  3. Selecteer in het pop-upmenu Kenmerken het desbetreffende kenmerk.
  4. Schakel de optie Kenmerk bewerkbaar maken uit en klik op OK.
  5. Werk op de sjabloon gebaseerde documenten bij.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid