Handboek Annuleren

Toegankelijkheidsfuncties in Dreamweaver

 

 

Gebruik Dreamweaver om websites en webproducten bruikbaar te maken voor mensen met een visuele, auditieve, motorische en/of andere handicap.

Opmerking:

De gebruikersinterface van Dreamweaver CC en hoger is vereenvoudigd. Daarom zijn sommige opties die in dit artikel worden beschreven, niet beschikbaar in Dreamweaver CC en hoger. Meer informatie vindt u in dit artikel.

Informatie over toegankelijke inhoud

Toegankelijkheid heeft betrekking op websites en webproducten bruikbaar maken voor mensen met een visuele, auditieve, motorische en/of andere beperking. Voorbeelden van toegankelijkheidsfuncties voor softwareproducten en websites omvatten ondersteuning voor schermlezers, tekstequivalenten voor afbeeldingen, sneltoetsen op het toetsenbord, wijziging van weergavekleuren naar hoog contrast, enzovoort. Dreamweaver biedt hulpprogramma's die het gebruik toegankelijker maken en hulpprogramma's voor het schrijven van gemakkelijk toegankelijke inhoud.

Voor ontwikkelaars van Dreamweaver die toegankelijkheidsfuncties moeten gebruiken, biedt de toepassing ondersteuning voor schermlezers, navigatie door middel van het toetsenbord en ondersteuning van toegankelijkheid tot het besturingssysteem.

Dreamweaver helpt webontwerpers die toegankelijke inhoud moeten schrijven, bij het maken van toegankelijke pagina's die nuttige inhoud bevatten voor schermlezers en voldoen aan overheidsrichtlijnen. Wanneer u pagina-elementen invoegt, wordt u bijvoorbeeld in dialoogvensters gevraagd om toegankelijkheidskenmerken in te voeren, zoals tekstequivalenten voor een afbeelding. Wanneer de afbeelding dan op een pagina voor een gebruiker met een visuele handicap verschijnt, leest de schermlezer de omschrijving.

Opmerking:

Zie Web Accessibility Initiative (Webtoegankelijkheidsinitiatief) van het World Wide Web Consortium (www.w3.org/wai) en sectie 508 van de Amerikaanse Federal Rehabilitation Act (www.section508.gov) voor meer informatie over twee belangrijke toegankelijkheidsinitiatieven.

Opmerking:

Zie JIS X 8341-3 (www.jisc.go.jp) voor meer informatie over de Japan Industry Standard-toegankelijkheidsrichtlijnen.

Geen enkel hulpprogramma voor documentatie en publicatie kan het ontwikkelingsproces automatiseren. Voor het ontwerpen van toegankelijke websites hebt u inzicht nodig in toegankelijkheidsvereisten en zult u doorlopend beslissingen moeten nemen over de wijze waarop gebruikers met een handicap een interactie met de webpagina's zullen of moeten kunnen hebben. De beste manier om te garanderen dat een website toegankelijk is, is via zorgvuldige planning, ontwikkeling, testen en evaluatie.

Schermlezers gebruiken in Dreamweaver

Een schermlezer leest de tekst voor die op een computerscherm verschijnt. Deze leest ook niet-tekstuele informatie, zoals knoplabels of omschrijvingen van afbeeldingen in de toepassing die worden ingevoerd in toegankelijkheidstags of -kenmerken tijdens het schrijven van de pagina's.

Als Dreamweaver-ontwerper kunt u een schermlezer gebruiken als hulp bij het maken van uw webpagina's. De schermlezer begint te lezen in de linkerbovenhoek van het documentvenster.

Dreamweaver ondersteunt JAWS voor Windows, van Freedom Scientific (www.freedomscientific.com) en Window-Eyes-schermlezers, van GW Micro (www.gwmicro.com).

Ondersteuning van toegankelijkheidsfuncties van besturingssystemen

Dreamweaver ondersteunt toegankelijkheidsfuncties in zowel de Windows- als Macintosh-besturingssystemen. Op de Macintosh, bijvoorbeeld kunt u de visuele voorkeuren instellen in het dialoogvenster Universele toegang (Apple > Systeemvoorkeuren). Uw instellingen worden weerspiegeld in de werkomgeving van Dreamweaver.

Ook de hoog-contrastinstelling van het Windows-besturingssysteem wordt ondersteund. U activeert deze optie via het Windows-configuratiescherm. De instelling beïnvloedt Dreamweaver als volgt:

  • Dialoogvensters en panelen gebruiken instellingen voor systeemkleuren. Als u de kleur bijvoorbeeld instelt op Witte tekst op zwart, worden alle dialoogschermen en panelen van Dreamweaver weergegeven met een witte voorgrondkleur en een zwarte achtergrond.

  • In de codeweergave worden de systeem- en venstertekstkleur gebruikt. Als u de systeemkleur bijvoorbeeld instelt op Witte tekst op zwart en de tekstkleuren vervolgens wijzigt met Bewerken > Voorkeuren > Codekleuren, negeert Dreamweaver deze kleurinstellingen en wordt de codetekst weergegeven met een witte voorgrondkleur en een zwarte achtergrond.

  • In de ontwerpweergave worden de achtergrond- en tekstkleuren gebruikt die u instelt in Wijzigen > Pagina-eigenschappen, zodat de pagina's die u ontwerpt, kleuren weergeven als in een browser.

De werkomgeving optimaliseren voor het ontwerp van toegankelijke pagina's

Wanneer u toegankelijke pagina's maakt, moet u informatie, zoals labels en omschrijvingen, aan paginaobjecten koppelen om de inhoud voor alle gebruikers toegankelijk te maken.

Hiervoor activeert u voor elk object het toegankelijkheidsdialoogvenster zodat u door Dreamweaver naar toegankelijkheidsinformatie wordt gevraagd wanneer u objecten invoegt. U kunt voor elk van de objecten een dialoogvenster activeren in de categorie Toegankelijkheid in Voorkeuren.

  1. Selecteer Bewerken > Voorkeuren (Windows) of Dreamweaver > Voorkeuren (Macintosh).
  2. Selecteer Toegankelijkheid in de lijst Categorie aan de linkerzijde, selecteer een object, stel een van de volgende opties in en klik op OK.

    Kenmerken tonen bij het invoegen

    Selecteer de objecten waarvoor u toegankelijkheidsdialoogvensters wilt activeren. Voorbeelden zijn formulierobjecten, frames, media en afbeeldingen.

    Het deelvenster actief houden

    Hiermee blijft het paneel actief, waardoor het toegankelijk wordt voor de schermlezer. (Als u deze optie niet selecteert, blijft de ontwerp- of codeweergave actief wanneer een gebruiker een paneel opent.)

    Off-screen rendering

    Selecteer deze optie bij het gebruik van een schermlezer.

    Opmerking:

    Toegankelijkheidskenmerken worden weergegeven in het dialoogvenster Tabel invoegen wanneer u een nieuwe tabel invoegt.

U kunt het toetsenbord gebruiken voor navigatie zonder muis door panelen, controles, dialoogvensters, frames en tabellen.

Opmerking:

Het gebruik van de Tab-toets en pijltoetsen wordt alleen bij Windows ondersteund.

  1. Druk in het documentvenster op Ctrl+F6 om een paneel actief te maken.

    Rondom de titelbalk van het paneel verschijnt een stippellijn die aangeeft dat dat paneel nu het actieve paneel is. De schermlezer leest de titelbalk van het paneel dat actief is.

  2. Druk nogmaals op Ctrl F6 om de focus te verplaatsen tot het paneel waarin u wilt werken, is geselecteerd. (Druk op Ctrl+Shift+F6 om het vorige paneel actief te maken.)
  3. Als het paneel waarin u wilt werken, niet is geopend, gebruikt u de sneltoetsen op het toetsenbord in het Windows-menu om het juiste paneel weer te geven en drukt u vervolgens op Ctrl+F6.

    Als het paneel waarin u wilt werken, al wel open is, maar nog niet is uitgevouwen, maakt u de titelbalk van het paneel tot de actieve titelbalk en drukt u vervolgens op de spatiebalk. Druk opnieuw op de spatiebalk om het paneel samen te vouwen.

  4. Druk op de Tab-toets om door de opties in het paneel te gaan.
  5. Gebruik pijltoetsen op de juiste manier:
    • Als een optie meerdere keuzes heeft, gebruikt u de pijltoetsen om door de keuzes te scrollen en drukt u vervolgens op de spatiebalk om een selectie te maken.

    • Als er in de paneelgroep tabbladen voorkomen voor het openen van andere panelen, maakt u het geopende tabblad tot het actieve tabblad en gebruikt u vervolgens de pijltoets links of rechts om andere tabbladen te openen. Zodra u een nieuw tabblad opent, drukt u op de Tab-toets om door de opties in dat paneel te gaan.

  1. Druk op Ctrl+F3 om de eigenschappencontrole weer te geven als deze nog niet zichtbaar is.
  2. Druk op Ctrl + F6 (alleen Windows) totdat de eigenschappencontrole actief is.
  3. Druk op de Tab-toets om door de opties van de eigenschappencontrole te gaan.
  4. Gebruik de pijltoetsen om de keuzes van de optie(s) te doorlopen.
  5. Druk op Ctrl + Pijl-omlaag/Pijl-omhoog (Windows) of Command Pijl-omlaag/Pijl-omhoog (Macintosh) om het uitgebreide gedeelte van de eigenschappencontrole indien nodig te openen of te sluiten, en druk op de Spatiebalk terwijl de uitvouwpijl in de rechterbenedenhoek de focus heeft.
    Opmerking:

    De toetsenbordfocus moet zich binnen de eigenschappencontrole bevinden (en niet op de titel van het paneel) als u uw werk wilt uitvouwen of samenvouwen.

  1. Druk op de Tab-toets om door de opties in het dialoogvenster te gaan.
  2. Gebruik de pijltoetsen om de keuzes van een optie te doorlopen.
  3. Als het dialoogvenster een lijst Categorie bevat, drukt u Ctrl+Tab (Windows) om de categorielijst actief te maken en gebruikt u vervolgens de pijltoetsen om naar boven of beneden door de lijst te gaan.
  4. Druk nogmaals op Ctrl +Tab om de opties voor een categorie te doorlopen.
  5. Druk op Enter om het dialoogvenster te sluiten.
  1. Als uw document frames bevat, kunt u door middel van de pijltoetsen een frame actief maken.

Een frame selecteren

  1. Druk op Alt+pijltoets omlaag om de invoegpositie in het documentvenster te plaatsen.
  2. Druk op Alt+pijltoets omhoog om het frame te selecteren, dat momenteel actief is.
  3. Blijf op Alt+pijl omhoog drukken om eerst de frameset actief te maken en vervolgens de bovenliggende framesets, als er sprake is van geneste framesets.
  4. Druk op Alt+pijltoets omlaag om een onderliggende frameset of om één frame binnen de frameset actief te maken.
  5. Bij activering van één frame drukt u op Alt+pijltoets links of rechts om van het ene naar het andere frame te gaan.
  1. Gebruik de pijltoetsen of druk op de Tab-toets om desgewenst naar andere cellen in een tabel te gaan.
    Opmerking:

    Door het indrukken van de Tab-toets in de meest rechtse cel voegt u een andere rij toe aan de tabel.

  2. Als u een cel wilt selecteren, drukt u op Ctrl+A (alleen Windows) terwijl de invoegpositie in de cel staat.
  3. Als u de hele tabel wilt selecteren, drukt u tweemaal op Ctrl+A wanneer de invoegpositie in een cel staat of eenmaal wanneer een cel is geselecteerd.
  4. Als u de tabel wilt verlaten, drukt u drie maal op Ctrl wanneer de invoegpositie in een cel staat, tweemaal wanneer de cel is geselecteerd of eenmaal wanneer de tabel is geselecteerd. Druk vervolgens op de pijltoets omhoog, links of rechts.

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?