Handboek Annuleren

Databaserecords weergeven

  1. Dreamweaver Handboek
  2. Inleiding
    1. Basisbeginselen van responsief webontwerp
    2. Nieuwe functies in Dreamweaver
    3. Webontwikkeling met Dreamweaver: een overzicht
    4. Dreamweaver / Algemene vragen
    5. Sneltoetsen
    6. Systeemvereisten voor Dreamweaver
    7. Functieoverzicht
  3. Dreamweaver en Creative Cloud
    1. Dreamweaver-instellingen synchroniseren met Creative Cloud
    2. Creative Cloud Libraries in Dreamweaver
    3. Photoshop-bestanden gebruiken in Dreamweaver
    4. Werken met Adobe Animate en Dreamweaver
    5. Voor het web geoptimaliseerde SVG-bestanden uit Libraries extraheren
  4. De werkruimten en weergaven van Dreamweaver
    1. De werkruimte van Dreamweaver
    2. De werkruimte van Dreamweaver optimaliseren voor visuele ontwikkeling
    3. Bestanden zoeken op bestandsnaam of inhoud | Mac OS
  5. Sites opzetten
    1. Over Dreamweaver-sites
    2. Een lokale versie van uw site instellen
    3. Verbinding maken met een publicatieserver
    4. Een testserver instellen
    5. Instellingen van Dreamweaver-sites importeren en exporteren
    6. Bestaande websites overzetten van een externe server naar de hoofdmap van uw lokale site
    7. Toegankelijkheidsfuncties in Dreamweaver
    8. Geavanceerde instellingen
    9. Sitevoorkeuren instellen voor het overzetten van bestanden
    10. Proxyserverinstellingen opgeven in Dreamweaver
    11. Dreamweaver-instellingen synchroniseren met Creative Cloud
    12. Git gebruiken in Dreamweaver
  6. Bestanden beheren
    1. Bestanden maken en openen
    2. Bestanden en mappen beheren
    3. Bestanden van uw server ophalen en op uw server plaatsen
    4. Bestanden inchecken en uitchecken
    5. Bestanden synchroniseren
    6. Bestanden vergelijken om verschillen op te sporen
    7. Bestanden en mappen op uw Dreamweaver-site camoufleren
    8. Ontwerpnotities inschakelen voor Dreamweaver-sites
    9. Potentieel misbruik van Gatekeeper voorkomen
  7. Lay-out en ontwerp
    1. Visuele lay-outhulpmiddelen gebruiken
    2. Uw pagina opmaken met CSS
    3. Responsieve websites ontwerpen met Bootstrap
    4. Mediaquery's maken en gebruiken in Dreamweaver
    5. Inhoud in tabellen presenteren
    6. Kleuren
    7. Responsive design met dynamische rasterlay-outs
    8. Extract in Dreamweaver
  8. CSS
    1. Informatie over CSS (Cascading Style Sheets)
    2. Pagina's opmaken met CSS ontwerpen
    3. CSS-preprocessors gebruiken in Dreamweaver
    4. CSS-stijlvoorkeuren instellen in Dreamweaver
    5. CSS-regels verplaatsen in Dreamweaver
    6. Inline CSS converteren naar een CSS-regel in Dreamweaver
    7. Werken met div-tags
    8. Verlopen toepassen op een achtergrond
    9. CSS3-overgangseffecten maken en bewerken in Dreamweaver
    10. Code opmaken
  9. Pagina-inhoud en assets
    1. Pagina-eigenschappen instellen
    2. Eigenschappen voor CSS-koppen en CSS-koppelingen
    3. Werken met tekst
    4. Tekst, tags en kenmerken zoeken en vervangen
    5. Het deelvenster DOM
    6. Bewerken in Live View
    7. Documenten coderen in Dreamweaver
    8. Elementen selecteren en weergeven in het documentvenster
    9. Teksteigenschappen instellen in de eigenschappencontrole
    10. Spelling op een webpagina controleren
    11. Horizontale lijnen gebruiken in Dreamweaver
    12. Lettertypecombinaties toevoegen en aanpassen in Dreamweaver
    13. Werken met assets
    14. Datums in Dreamweaver invoegen en bijwerken
    15. Favoriete assets maken en beheren in Dreamweaver
    16. Afbeeldingen invoegen en bewerken in Dreamweaver
    17. Mediaobjecten toevoegen
    18. Video's toevoegen in Dreamweaver
    19. HTML5-video invoegen
    20. SWF-bestanden invoegen
    21. Audio-effecten toevoegen
    22. HTML5-audio invoegen in Dreamweaver
    23. Werken met bibliotheekitems
    24. Arabische en Hebreeuwse tekst gebruiken in Dreamweaver
  10. Koppelingen en navigatie
    1. Over koppelingen en navigatie
    2. Koppelingen
    3. Afbeeldingen met hyperlinks
    4. Problemen met koppelingen oplossen
  11. jQuery-widgets en -effecten
    1. De jQuery-gebruikersinterface en mobiele widgets in Dreamweaver gebruiken
    2. jQuery-effecten gebruiken in Dreamweaver
  12. Websites coderen
    1. Over coderen in Dreamweaver
    2. Coderingsomgeving in Dreamweaver
    3. Coderingsvoorkeuren instellen
    4. Codekleuren aanpassen
    5. Code schrijven en bewerken
    6. Coderingstips en codevoltooiing
    7. Code samenvouwen en uitvouwen
    8. Code hergebruiken met codefragmenten
    9. Linting voor code gebruiken
    10. Code optimaliseren
    11. Code bewerken in de ontwerpweergave
    12. Werken met de kopinhoud van pagina's
    13. Include-bestanden op de server invoegen in Dreamweaver
    14. Tagbibliotheken gebruiken in Dreamweaver
    15. Aangepaste tags importeren in Dreamweaver
    16. JavaScript-gedrag gebruiken (algemene instructies)
    17. Ingebouwd JavaScript-gedrag toepassen
    18. Over XML en XSLT
    19. XSL-transformaties op de server uitvoeren in Dreamweaver
    20. XSL-transformaties op de client uitvoeren in Dreamweaver
    21. Tekenentiteiten toevoegen voor XSLT in Dreamweaver
    22. Code opmaken
  13. Productonafhankelijke workflows
    1. Extensies in Dreamweaver installeren en gebruiken
    2. In-app updates in Dreamweaver
    3. Microsoft Office-documenten invoegen in Dreamweaver (alleen Windows)
    4. Werken met Fireworks en Dreamweaver
    5. Inhoud bewerken op Dreamweaver-sites met behulp van Contribute
    6. Integratie van Dreamweaver met Business Catalyst
    7. Persoonlijke e-mailcampagnes maken
  14. Sjablonen
    1. Over Dreamweaver-sjablonen
    2. Sjablonen en op een sjabloon gebaseerde documenten herkennen
    3. Een Dreamweaver-sjabloon maken
    4. Bewerkbare gebieden maken in sjablonen
    5. Herhalingsgebieden en tabellen maken in Dreamweaver
    6. Optionele gebieden in sjablonen gebruiken
    7. Bewerkbare tagkenmerken in Dreamweaver definiëren
    8. Geneste sjablonen maken in Dreamweaver
    9. Sjablonen bewerken, bijwerken en verwijderen
    10. XML-inhoud exporteren en importeren in Dreamweaver
    11. Een sjabloon uit een bestaand document toepassen of verwijderen
    12. Inhoud bewerken in Dreamweaver-sjablonen
    13. Syntaxisregels voor sjabloontags in Dreamweaver
    14. Voorkeuren voor de markering van sjabloongebieden instellen
    15. Voordelen van het gebruik van sjablonen in Dreamweaver
  15. Mobiel en meerdere schermen
    1. Mediaquery's maken
    2. Paginastand voor mobiele apparaten wijzigen
    3. Web-apps voor mobiele apparaten maken met Dreamweaver
  16. Dynamische sites, pagina's en webformulieren
    1. Informatie over web-applicaties
    2. Uw computer instellen voor het ontwikkelen van applicaties
    3. Problemen met databaseverbindingen oplossen
    4. Verbindingsscripts verwijderen in Dreamweaver
    5. Dynamische pagina's ontwerpen
    6. Overzicht van dynamische inhoudsbronnen
    7. Bronnen met dynamische inhoud definiëren
    8. Dynamische inhoud toevoegen aan pagina's
    9. Dynamische inhoud wijzigen in Dreamweaver
    10. Databaserecords weergeven
    11. Livegegevens leveren en problemen oplossen Dreamweaver
    12. Aangepast servergedrag toevoegen in Dreamweaver
    13. Formulieren maken met Dreamweaver
    14. Formulieren gebruiken om informatie van gebruikers te verzamelen
    15. ColdFusion-formulieren maken en inschakelen in Dreamweaver
    16. Webformulieren maken
    17. Verbeterde HTML5-ondersteuning voor formulierelementen
    18. Een formulier ontwikkelen met Dreamweaver
  17. Applicaties visueel samenstellen
    1. Hoofd- en detailpagina's maken in Dreamweaver
    2. Zoekpagina's en resultatenpagina's maken
    3. Een pagina voor het invoegen van records maken
    4. Een pagina voor het bijwerken van records maken in Dreamweaver
    5. Pagina's voor het verwijderen van records maken in Dreamweaver
    6. ASP-opdrachten gebruiken om een database aan te passen in Dreamweaver
    7. Een registratiepagina maken
    8. Een aanmeldingspagina maken
    9. Een pagina maken waartoe alleen geautoriseerde gebruikers toegang hebben
    10. Mappen beveiligen in ColdFusion met Dreamweaver
    11. ColdFusion-componenten gebruiken in Dreamweaver
  18. Websites testen, voorvertonen en publiceren
    1. Pagina's voorvertonen
    2. Dreamweaver-webpagina's voorvertonen op meerdere apparaten
    3. Uw Dreamweaver-site testen

 

Opmerking:

De gebruikersinterface van Dreamweaver CC en hoger is vereenvoudigd. Daarom zijn sommige opties die in dit artikel worden beschreven, niet beschikbaar in Dreamweaver CC en hoger. Zie dit artikel voor meer informatie.

Databaserecords

Om databaserecords weer te geven, moet informatie worden opgehaald die is opgeslagen in een database of andere inhoudsbron, en moet deze informatie op een webpagina worden weergegeven. Dreamweaver beschikt over vele methoden om dynamische inhoud weer te geven en over verschillend, ingebouwd servergedrag waarmee u de presentatie van dynamische inhoud kunt verbeteren zodat gebruikers gemakkelijker door de informatie die uit een database wordt geretourneerd, kunnen navigeren en deze kunnen doorzoeken.

Databases en andere dynamische inhoudsbronnen bieden u meer kracht en flexibiliteit bij het zoeken, sorteren en bekijken van grote hoeveelheden informatie. Het gebruik van een database om inhoud voor websites op te slaan, heeft zin wanneer u grote hoeveelheden informatie moet opslaan en deze informatie vervolgens op een zinvolle manier moet kunnen ophalen en weergeven. Dreamweaver beschikt over diverse hulpmiddelen en verschillend, ingebouwd gedrag, waarmee u informatie die in een database is opgeslagen, doeltreffend kunt ophalen en weergeven.

Servergedrag en opmaakelementen

Dreamweaver bevat het volgende servergedrag en de volgende opmaakelementen, waarmee u de weergave van dynamische gegevens kunt verfraaien:

Formaten

Hiermee kunt u verschillende notaties voor getallen, valuta, datum en tijd en percentages toepassen op dynamische tekst.

Als de prijs van een item in een recordset bijvoorbeeld 10,989 is, kunt u de prijs op de pagina weergeven als €10,99 door de Dreamweaver-notatie “Valuta - 2 decimalen” selecteren. Met deze notatie geeft u een getal weer met twee decimale posities. Als het getal meer dan twee cijfers achter het decimaalteken heeft, wordt het getal bij deze notatie afgerond op het dichtstbij gelegen decimale getal. Als het getal geen cijfers achter het decimaalteken heeft, worden een decimaalteken en twee nullen toegevoegd.

Herhalingsgebied

Met servergedrag kunt u meerdere items weergeven die een databasequery heeft opgeleverd, en kunt u opgeven hoeveel records per pagina worden weergegeven.

Recordsetnavigatie

Met servergedrag kunt u navigatie-elementen invoegen waarmee gebruikers naar een volgende of vorige set records kunnen gaan die de recordset heeft opgeleverd. Als u er met het serverobject Herhalingsgebied bijvoorbeeld voor hebt gekozen om 10 records per pagina weer te geven en de recordset 40 records retourneert, kunt u met 10 records tegelijk door de records navigeren.

Recordsetstatusbalk

Met servergedrag kunt u een teller opnemen, waaraan gebruikers kunnen zien waar ze zich in een set records bevinden ten opzichte van het totale aantal records dat is geretourneerd.

Gebied weergeven

Met servergedrag kunt u kiezen of u items op de pagina wilt weergeven of verbergen op basis van de relevantie van de op dat moment weergegeven records. Als een gebruiker bijvoorbeeld naar de laatste record in een recordset is gegaan, kunt u de koppeling Volgende verbergen en alleen de koppeling Vorige weergeven.

Typografische elementen en pagina-indelingselementen toepassen op dynamische gegevens

Een krachtige functie van Dreamweaver is de mogelijkheid om dynamische gegevens op een gestructureerde pagina weer te geven en typografische opmaak toe te passen met HTML en CSS. Als u opmaak op dynamische gegevens in Dreamweaver wilt toepassen, maakt u de tabellen en tijdelijke aanduidingen met de opmaakgereedschappen van Dreamweaver op voor dynamische gegevens. Wanneer de gegevens vanuit een gegevensbron worden ingevoegd, nemen deze automatisch de lettertype-, alinea- en tabelopmaak over die u hebt opgegeven.

Navigeren door de resultaten van databaserecordsets

Met recordsetnavigatiekoppelingen kunnen gebruikers van de ene record naar de volgende, of van de ene set records naar de volgende gaan. Als u een pagina bijvoorbeeld hebt ontworpen om vijf records tegelijk weer te geven, kunt u de koppelingen Volgende of Vorige toevoegen waarmee gebruikers de volgende of vorige vijf records kunnen weergeven.

U kunt vier typen navigatiekoppelingen maken om door een recordset te navigeren: Eerste, Vorige, Volgende en Laatste. Een enkele pagina kan al deze koppelingen bevatten, op voorwaarde dat ze allemaal voor een enkele recordset werken. U kunt geen koppelingen toevoegen om door een tweede recordset op dezelfde pagina te navigeren.

Voor recordsetnavigatiekoppelingen zijn de volgende dynamische elementen vereist:

  • Een recordset om door te navigeren;

  • Dynamische inhoud op de pagina om de record of records weer te geven;

  • Tekst of afbeeldingen op de pagina die als klikbare navigatiebalk fungeren;

  • Een reeks vormen van het servergedrag Verplaatsen naar record om door de recordset te navigeren.

    U kunt de laatste twee elementen toevoegen met het serverobject Recordnavigatiebalk, of u kunt ze afzonderlijk toevoegen met de ontwerpgereedschappen en het deelvenster Servergedrag.

Een navigatiebalk voor een recordset maken

Met het servergedrag Navigatiebalk recordset kunt u in een enkele bewerking een navigatiebalk voor een recordset maken. Het serverobject voegt de volgende bouwstenen aan de pagina toe:

  • Een HTML-tabel met tekst- of afbeeldingskoppelingen;

  • Een reeks vormen van servergedrag Verplaatsen naar;

  • Een reeks vormen van servergedrag Gebied weergeven.

    De tekstversie van de navigatiebalk voor de recordset ziet er als volgt uit:

De tekstversie van de navigatiebalk voor de recordset

Navigatiebalk recordset

Voordat u de navigatiebalk op de pagina plaatst, moet u controleren of de pagina een recordset bevat waar u doorheen kunt navigeren en een pagina-indeling heeft waarin de records kunnen worden weergegeven.

Wanneer u de navigatiebalk op de pagina hebt geplaatst, kunt u de ontwerpgereedschappen gebruiken om de balk aan uw eigen smaak aan te passen. U kunt ook het servergedrag Verplaatsen naar en Gebied weergeven bewerken door er in het paneel Servergedrag op te dubbelklikken.

In Dreamweaver wordt een tabel gemaakt die tekst- of afbeeldingskoppelingen bevatten waarmee de gebruiker door de geselecteerde recordset kan navigeren wanneer erop wordt geklikt. Wanneer de eerste record in de recordset wordt weergegeven, zijn de koppelingen of afbeeldingen Eerste en Vorige verborgen. Wanneer de laatste record in de recordset wordt weergegeven, zijn de koppelingen of afbeeldingen Volgende en Laatste verborgen.

U kunt de indeling van de navigatiebalk aanpassen met de ontwerpgereedschappen en het paneel Servergedrag.

  1. In de ontwerpweergave plaatst u de invoegpositie op de plaats op de pagina waar u de navigatiebalk wilt weergeven.
  2. Geef het dialoogvenster Navigatiebalk recordset weer (Invoegen > Gegevensobjecten > Navigatiebalk recordset).
  3. Selecteer de recordset waardoor u wilt navigeren, in het pop-upmenu Recordset.
  4. Selecteer in de sectie Weergeven met, de notatie waarin u de navigatiekoppelingen op de pagina wilt weergeven, en klik op OK.

    Tekst

    Hiermee plaatst u tekstkoppelingen op de pagina.

    Afbeeldingen

    Hiermee neemt u grafische afbeeldingen als koppelingen op. In Dreamweaver worden eigen afbeeldingsbestanden gebruikt. Nadat u de balk op de pagina hebt ingevoegd, kunt u deze afbeeldingen vervangen door uw eigen afbeeldingsbestanden.

Aangepaste navigatiebalken voor recordsets

U kunt uw eigen navigatiebalk voor een recordset maken die een complexere indeling en complexere opmaakstijlen heeft dan de eenvoudige tabel die met het serverobject Navigatiebalk recordset wordt gemaakt.

U moet de volgende handelingen verrichten als u uw eigen navigatiebalk voor een recordset wilt maken:

  • Navigatiekoppelingen maken in tekst of afbeeldingen;

  • De koppelingen in de ontwerpweergave op de pagina plaatsen;

  • Afzonderlijk servergedrag aan elke navigatiekoppeling toewijzen;

In deze sectie wordt beschreven hoe u afzonderlijk servergedrag aan de navigatiekoppelingen kunt toekennen.

  1. Selecteer in de ontwerpweergave de tekenreeks of afbeelding op de pagina die u als recordnavigatiekoppeling wilt gebruiken.
  2. Open het paneel Servergedrag (Venster > Servergedrag) en klik op de plusknop (+).
  3. Selecteer Recordset pagineren in het pop-upmenu en selecteer vervolgens een voor die koppeling geschikt servergedrag in de lijst met vormen van servergedrag.

    Als de recordset een groot aantal records bevat, duurt de uitvoering van het servergedrag Verplaatsen naar laatste record soms erg lang wanneer de gebruiker op de koppeling klikt.

  4. Selecteer in het pop-upmenu Recordset de recordset die de records bevat, en klik op OK.

    Het servergedrag wordt aan de navigatiekoppeling toegekend.

De opties van het dialoogvenster Verplaatsen naar (servergedrag) instellen

Voeg koppelingen toe waarmee de gebruiker door records in een recordset kan navigeren.

  1. Als u niets op de pagina hebt geselecteerd, selecteert u een koppeling in het pop-upmenu.
  2. Selecteer de recordset die de records bevat waar u doorheen wilt bladeren, en klik op OK.
    Opmerking:

    Als de recordset een groot aantal records bevat, duurt de uitvoering van het servergedrag Verplaatsen naar laatste record soms erg lang wanneer de gebruiker op de koppeling klikt.

Taken voor het ontwerpen van de navigatiebalk

Wanneer u een aangepaste navigatiebalk wilt maken, maakt u eerst de visuele representatie met de paginaontwerpgereedschappen van Dreamweaver. U hoeft geen koppeling voor de tekenreeks of afbeelding te maken. Dat doet Dreamweaver voor u.

De pagina waarvoor u de navigatiebalk maakt, moet een recordset bevatten waar u doorheen wilt navigeren. Een eenvoudige navigatiebalk voor een recordset kan er als volgt uitzien, met koppelingsknoppen die van afbeeldingen zijn gemaakt, of andere elementen:

Navigatiebalk voor eenvoudige recordsets

Wanneer u een recordset aan een pagina hebt toegevoegd en een navigatiebalk hebt gemaakt, moet u afzonderlijke vormen van servergedrag op elk navigatie-element toepassen. Een doorsnee navigatiebalk voor een recordset bevat bijvoorbeeld voorstellingen van de volgende koppelingen die op het juiste gedrag zijn afgestemd:

Navigatiekoppeling

Servergedrag

Ga naar eerste pagina

Verplaatsen naar eerste pagina

Ga naar vorige pagina

Verplaatsen naar vorige pagina

Ga naar volgende pagina

Verplaatsen naar volgende pagina

Ga naar laatste pagina

Verplaatsen naar laatste pagina

Gebieden weergeven en verbergen op basis van recordsetresultaten

U kunt ook opgeven dat een gebied moet worden weergegeven of verborgen op basis van het vraag of de recordset leeg is. Als een recordset leeg is (er zijn bijvoorbeeld geen records gevonden die aan de query voldoen), kunt u een bericht geven waarin de gebruiker wordt meegedeeld dat de query geen records heeft opgeleverd. Dit is met name handig wanneer u zoekpagina's maakt die samenhangen met zoektermen die de gebruiker invoert, en op basis waarvan query's worden uitgevoerd. U zou ook een foutbericht kunnen weergeven als er problemen zijn met de databaseverbinding, of als een gebruikersnaam en wachtwoord niet door de server worden herkend.

Het servergedrag voor Gebied weergeven is:

  • Weergeven indien lege recordset

  • Weergeven indien niet lege recordset

  • Weergeven indien eerste pagina

  • Weergeven indien niet eerste pagina

  • Weergeven indien laatste pagina

  • Weergeven indien niet laatste pagina

  1. Selecteer in de ontwerpweergave het gebied op de pagina dat u wilt weergeven of verbergen.
  2. Klik in het deelvenster Servergedrag (Venster > Servergedrag) op de plusknop (+).
  3. Selecteer Gebied weergeven in het pop‑upmenu, selecteer een van de vormen van servergedrag en klik op OK.

Meerdere recordsetresultaten weergeven

Met het servergedrag Herhalingsgebied kunt u meerdere records uit een recordset op een pagina weergeven. Elke selectie van dynamische gegevens kan worden omgezet in een herhalingsgebied. De meestvoorkomende gebieden zijn echter een tabel, tabelrij of een reeks tabelrijen.

  1. Selecteer in de ontwerpweergave een gebied dat dynamische inhoud bevat.

    De selectie kan van alles zijn, een tabel, een tabelrij en zelfs een alinea tekst.

    Als u heel exact een gebied op de pagina wilt selecteren, gebruikt u de tagkiezer in de linkerhoek van het documentvenster. Als de regio bijvoorbeeld een tabelrij is, klikt u in de rij op de pagina en klikt u op de tag <tr> uiterst rechts in de tagkiezer om de tabelrij te selecteren.

  2. Kies Venster > Servergedrag om het paneel Servergedrag weer te geven.
  3. Klik op de plusknop (+) en selecteer Herhalingsgebied.
  4. Selecteer de naam van de gewenste recordset in het pop-upmenu.
  5. Selecteer het aantal records dat u per pagina wilt weergeven, en klik op OK.

    In het documentvenster verschijnt een dunne grijze omtrek met tab rond het herhalingsgebied.

Herhalingsgebieden wijzigen in de eigenschappencontrole

  1. U kunt het geselecteerde herhalingsgebied veranderen door een van de volgende opties te wijzigen:
    • De naam van het herhalingsgebied.

    • De recordset die de records voor het herhalingsgebied verschaft;

    • Het aantal records dat wordt weergegeven.

      Wanneer u een nieuwe optie selecteert, wordt de pagina in Dreamweaver bijgewerkt.

PHP-recordsets opnieuw gebruiken

Raadpleeg voor zelfstudie over het opnieuw gebruiken van PHP-recordsets How Do I Reuse a PHP Recordset in More Than One Repeat Region? (Hoe gebruik ik een PHP-recordset in meer dan één herhalingsgebied)

Een dynamische tabel maken

In het volgende voorbeeld wordt geïllustreerd hoe het servergedrag Herhalingsgebied wordt toegepast op een tabelrij, en wordt opgegeven dat per pagina negen records worden weergegeven. De rij zelf geeft vier verschillende records weer: plaats, staat, adres en postcode.

Het servergedrag Herhalingsgebied wordt toegepast op een tabelrij

Als u een tabel wilt maken zoals de tabel uit het vorige voorbeeld, moet u een tabel maken die dynamische inhoud bevat, en het servergedrag Herhalingsgebied toepassen op de tabelrij die de dynamische inhoud bevat. Wanneer de pagina door de toepassingsserver wordt bewerkt, wordt de rij net zo vaak herhaald als in het serverobject Herhalingsgebied is opgegeven, met telkens een andere record in elke nieuwe rij.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit om een dynamische tabel in te voegen:
    • Kies Invoegen > Gegevensobjecten > Dynamische gegevens > Dynamische tabel om het dialoogvenster Dynamische tabel weer te geven.

    • Ga naar de categorie Gegevens van het deelvenster Invoegen, klik op de knop Dynamische gegevens en selecteer het pictogram Dynamische tabel in het pop-upmenu.

  2. Selecteer de recordset in het pop-upmenu Recordset.
  3. Selecteer het aantal records dat u per pagina wilt weergeven.
  4. (Optioneel) Voer waarden in voor de tabelrand, celopvulling en celruimte.

    De waarden die u voor tabelranden, celopvulling en celruimte invoert, worden in het dialoogvenster Dynamische tabel opgeslagen.

    Opmerking:

    Als u aan een project werkt waarvoor diverse dynamische tabellen met eenzelfde opmaak nodig zijn, voert u de waarden voor de tabelindeling in, wat de ontwikkeling van de pagina verder vereenvoudigt. U kunt deze waarden na het invoegen van de tabel bijstellen met de eigenschappencontrole van de tabel.

  5. Klik op OK.

    Een tabel en tijdelijke aanduidingen voor de dynamische inhoud die in de bijbehorende recordset is gedefinieerd, worden op de pagina ingevoegd.

    Een tabel en tijdelijke aanduidingen voor de dynamische inhoud in een recordset

    In dit voorbeeld bevat de recordset vier kolommen: AUTHORID, FIRSTNAME, LASTNAME, en BIO. De veldnamenrij van de tabel wordt gevuld met de namen van elke kolom. U kunt de koppen bewerken met beschrijvende tekst of ze vervangen door een representatieve afbeelding.

Recordtellers maken

Recordtellers geven gebruikers een referentiepunt tijdens het navigeren door een reeks records. Gewoonlijk geven recordtellers het totaal aantal geretourneerde records weer, evenals de records die op dat moment worden weergegeven. Als een recordset bijvoorbeeld 40 records retourneert en er 8 records per pagina worden weergegeven, geeft de recordteller op de eerste pagina bijvoorbeeld “Records 1-8 van 40 worden weergegeven” aan.

Voordat u een recordteller voor een pagina kunt maken, moet u een recordset voor de pagina maken, evenals een geschikte pagina-indeling die de dynamische inhoud bevat, en een navigatiebalk voor de recordset.

Eenvoudige recordtellers maken

Recordtellers vertellen gebruikers waar ze zich in een gegeven set records bevinden ten opzichte van het totale aantal geretourneerde records. Daarom vormen recordtellers een nuttig gedrag dat de bruikbaarheid van een webpagina aanzienlijk verbetert.

U maakt een eenvoudige recordteller met het serverobject Navigatiestatus recordset. Dit serverobject maakt een tekstvermelding op de pagina die de huidige recordstatus weergeeft. U kunt de recordteller aanpassen met de paginaontwerpgereedschappen van Dreamweaver.

  1. Plaats de invoegpositie op de positie waar u de recordteller wilt invoegen.
  2. Kies Invoegen > Gegevensobjecten > Telling records weergeven > Navigatiestatus recordset, selecteer de recordset in het pop-upmenu Recordset en klik op OK .

    Het serverobject Navigatiestatus recordset voegt een tekstrecordteller in die eruitziet als in het volgende voorbeeld:

    Wanneer u de teller in Live View bekijkt, ziet deze eruit als in het volgende voorbeeld:

De recordteller bouwen en aan de pagina toevoegen

  1. Selecteer in het statusvenster Recordsetnavigatiestatus de recordset die moet worden bijgewerkt en klik op OK.

Aangepaste recordtellers maken

U gebruikt afzonderlijke vormen van gedrag voor het tellen van records om aangepaste recordtellers te maken. Door een aangepaste recordteller te maken, kunt u een recordteller maken die meer is dan de eenvoudige, enkele rijtabel die met het serverobject Navigatiestatus recordset wordt ingevoegd. U kunt de ontwerpelementen op diverse creatieve manieren ordenen en een geschikt servergedrag op elk element toepassen.

De verschillende vormen van servergedrag voor het tellen van records zijn:

  • Nummer beginrecord weergeven

  • Nummer eindrecord weergeven

  • Totaal aantal records weergeven

Voordat u een aangepaste recordteller voor een pagina kunt maken, moet u eerst een recordset voor de pagina maken, evenals een geschikte pagina-indeling die de dynamische inhoud bevat, en een navigatiebalk voor de recordset.

In dit voorbeeld wordt een recordteller gemaakt die lijkt op het voorbeeld in “Eenvoudige recordtellers”. In dit voorbeeld stelt het schreefloos lettertype de tijdelijke aanduiding voor van het aantal records die op de pagina wordt ingevoegd. De recordteller in dit voorbeeld ziet er als volgt uit:

Records StartRow tot en met EndRow van RecordSet.RecordCount weergeven.

  1. Voer in de ontwerpweergave de tekst van de teller op de pagina in. U mag de tekst geheel zelf kiezen, bijvoorbeeld:
    Displaying records thru of .
  2. Plaats de invoegpositie aan het einde van de tekenreeks.
  3. Open het paneel Servergedrag (Venster > Servergedrag).
  4. Klik op de plusknop (+) in de linkerbovenhoek en klik op Telling records weergeven. Selecteer Totaal aantal records weergeven in dit vervolgmenu. Het gedrag Totaal aantal records weergeven wordt op de pagina ingevoegd, en de tijdelijke aanduiding wordt op de plaats van de invoegpositie ingevoegd. De tekenreeks ziet er nu als volgt uit:
    Displaying records thru of {Recordset1.RecordCount}.
  5. Plaats de invoegpositie na het woord records en selecteer de waarde voor Nummer beginrecord weergeven via Servergedrag > plusknop (+) > deelvenster Telling records. De tekenreeks ziet er nu als volgt uit:
    Displaying records {StartRow_Recordset1} thru of {Recordset1.RecordCount}.
  6. Plaats de invoegpositie nu tussen de woorden thru en of en selecteer de waarde voor Nummer beginrecord weergeven via Servergedrag > plusknop (+) > deelvenster Telling records. De tekenreeks ziet er nu als volgt uit:
    Displaying records {StartRow_Recordset1} thru {EndRow_Recordset1} of{Recordset1.RecordCount}.
  7. Controleer of de teller correct werkt door de pagina weer te geven in Live View. De teller moet eruitzien als in het volgende voorbeeld:
    Displaying records 1 thru 8 of 40.

    Als de resultatenpagina een navigatiekoppeling bevat om naar de volgende set records te gaan, wordt de recordteller als volgt bijgewerkt wanneer u op de koppeling klikt:

    Showing records 9 thru 16 of 40.

Vooraf gedefinieerde gegevensindelingen gebruiken

Dreamweaver bevat diverse vooraf gedefinieerde gegevensformaten (gegevensindelingen of -notaties) die u op dynamische gegevenselementen kunt toepassen. De gegevensformaatstijlen omvatten notaties voor de datum en tijd, valuta, getallen en percentages.

Gegevensformaten toepassen op dynamische inhoud

  1. Selecteer de tijdelijke aanduiding voor dynamische inhoud in venster Document.
  2. Kies Venster > Bindingen om het paneel Bindingen weer te geven.
  3. Klik op de vervolgkeuzepijl in de kolom Formaat.

    Als de vervolgkeuzepijl niet zichtbaar is, vouwt u het paneel uit.

  4. Selecteer in het pop-upmenu Formaat de gewenste categorie met gegevensformaten.

    Zorg ervoor dat het gegevensformaat geschikt is voor het type gegevens dat u opmaakt. De notatie Valuta werkt bijvoorbeeld alleen als de dynamische gegevens uit numerieke gegevens bestaan. U kunt slechts één notatie op dezelfde gegevens toepassen.

  5. Bekijk de pagina in Live View om te controleer of de notatie correct is toegepast.

Een gegevensformaat aanpassen

  1. Open een pagina met dynamische gegevens in de ontwerpweergave.

  2. Selecteer de dynamische gegevens waarvoor u een aangepaste notatie wilt maken.

    Het gebonden gegevensitem waarvan u de dynamische tekst hebt geselecteerd, wordt gemarkeerd in het paneel Bindingen (Venster > Bindingen). Het paneel geeft twee kolommen weer voor het geselecteerde item: Binding en Formaat. Als de kolom Formaat niet zichtbaar is, verbreedt u het paneel Bindingen om het te tonen.

  3. Klik in het paneel Bindingen op de vervolgkeuzepijl in de kolom Formaat om het pop-upmenu met beschikbare gegevensnotaties uit te vouwen.

    Als de vervolgkeuzepijl niet zichtbaar is, verbreedt u het paneel Bindingen verder.

  4. Selecteer Lijst met formaten bewerken in het pop-upmenu.

  5. Vul het dialoogvenster in en klik op OK.

    a. Selecteer de notatie in de lijst en klik op Bewerken.

    b. Verander de volgende parameters in het dialoogvensters Valuta, Getal of Percentage en klik op OK.

    • Het aantal cijfers dat achter het decimaalteken moet worden weergegeven;
    • Of een voorloopnul vóór breuken moet worden geplaatst;
    • Of negatieve waarden tussen haakjes of met een minteken ervoor moeten worden weergegeven;
    • Of cijfers gegroepeerd moeten worden.

    c. Als u een gegevensformaat wilt verwijderen, klikt u eerst op de notatie in de lijst en vervolgens op de minknop (-).

Een gegevensformaat maken (alleen ASP)

  1. Open een pagina met dynamische gegevens in de ontwerpweergave.
  2. Selecteer de dynamische gegevens waarvoor u een aangepaste notatie wilt maken.

  3. Kies Venster > Bindingen om het paneel Bindingen weer te geven en klik in de kolom Formaat op de vervolgkeuzepijl. Als de vervolgkeuzepijl niet zichtbaar is, vouwt u het paneel uit.
  4. Selecteer Lijst met formaten bewerken in het pop-upmenu.
  5. Klik op de plusknop (+) en selecteer een formaattype.
  6. Definieer de notatie en klik op OK.
  7. Voer een naam voor de nieuwe notatie in de kolom Naam in en klik op OK.
    Opmerking:

    Hoewel Dreamweaver alleen ondersteuning biedt voor het maken van gegevensindelingen voor ASP-pagina's, kunnen ColdFusion- en PHP-gebruikers ook indelingen downloaden die andere ontwikkelaars hebben gemaakt, en serverindelingen maken en deze posten naar de Dreamweaver-Exchange. Zie Dreamweaver uitbreiden (Help > Dreamweaver uitbreiden > Serverindelingen) voor meer informatie over de API voor serverindelingen.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account