Gebruik dit artikel om te leren over de verschillende componenten van Tijd in Animate CC.

Tijdlijn

Met de Tijdlijn in Adobe Animate CC ordent en bestuurt u de inhoud van een document in de tijd met lagen en frames. Zoals bij een film verdelen Animate-documenten tijdsintervallen in frames. Lagen zijn te vergelijken met meerdere filmstrips die op elkaar zijn gestapeld, elk met een andere afbeelding die in het werkgebied wordt weergegeven. De tijdlijn bestaat voornamelijk uit lagen, frames en de afspeelkop.

  • Lagen in een document worden links van de tijdlijn in een kolom weergegeven.
  • De frames in elke laag worden rechts van de naam van de laag in een rij weergegeven.
  • De kop van de tijdlijn boven in de tijdlijn geeft de framenummers aan.
  • De afspeelkop geeft het huidige frame aan dat in het werkgebied wordt weergegeven. Wanneer een document wordt afgespeeld, gaat de afspeelkop van links naar rechts door de tijdlijn.

Standaard wordt de afspeelkop in een loop herhaald wanneer het einde wordt bereikt. De tijdlijnstatus onder in de tijdlijn geeft het geselecteerde framenummer, de huidige framesnelheid en de verstreken tijd tot het huidige frame aan.

Voor meer informatie over de tijdlijn raadpleegt u De tijdlijn gebruiken in Animate en de zelfstudie over de tijdlijn.

Frames

Frames zijn de kern van elke animatie en bepalen elk segment van tijd en beweging. Het totale aantal frames in uw film en de snelheid waarmee ze worden afgespeeld, bepalen de totale lengte van uw film.

Voor meer informatie over frames raadpleegt u het artikel over Frames en het artikel over het maken van frame-voor-frame-animaties.

Framereeks

Een hoofdframe en de reeks van standaardframes die erop volgt, is ook wel bekend als een hoofdframereeks. De tijdlijn kan een willekeurig aantal hoofdframereeksen bevatten. Als het hoofdframe in een reeks grafische inhoud bevat die zichtbaar is in het werkgebied, worden de standaardframes die erop volgen, grijs weergegeven. Als het hoofdframe in een reeks geen grafische inhoud bevat, worden de frames die erop volgen, wit weergegeven.

Hoofdframes

Net als bij films worden in Adobe Animate CC-documenten tijdsintervallen in frames onderverdeeld. In de tijdlijn werkt u met deze frames om de inhoud van een document te ordenen en beheren. U plaatst frames in de tijdlijn in de volgorde waarin u wilt dat de objecten in de frames worden weergeven in de voltooide inhoud.

Een hoofdframe is een frame in Adobe Animate CC waarbij een nieuwe symboolinstantie in de tijdlijn wordt weergegeven. Een hoofdframe kan ook een frame zijn dat ActionScript-code bevat die een bepaald aspect van uw document beheert.

U kunt ook een leeg hoofdframe aan de tijdlijn toevoegen als een tijdelijke aanduiding voor symbolen die u later wilt toevoegen of als u het frame expliciet leeg wilt laten. Een zwarte stip in de tijdlijn geeft één hoofdframe aan. Lichtgrijze frames na één hoofdframe bevatten dezelfde inhoud zonder wijzigingen.

Deze frames hebben een verticale zwarte lijn en een lege rechthoek bij het laatste frame van de reeks. Een zwarte stip bij het eerste hoofdframe met een zwarte pijl en een blauwe achtergrond geeft een klassieke tween aan.

Let op het verschil tussen hoofdframes en eigenschapshoofdframes. Het tijdlijnpictogram voor een eigenschapshoofdframe is een effen ruitje, terwijl een standaardhoofdframepictogram een lege of gevulde cirkel is.

Meerdere frames bewerken

Bewerk meerdere frames.

FPS

Frames per seconde

De framesnelheid (de snelheid waarmee de animatie in Adobe Animate CC wordt afgespeeld) wordt gemeten door het aantal frames per seconde (FPS). Bij een te trage framesnelheid lijkt het alsof de animatie hapert (stoppen en starten) en bij een te snelle framesnelheid vervagen de details van de animaties. Een framesnelheid van 24 fps is de standaardsnelheid voor nieuwe Animate-documenten en biedt doorgaans de beste resultaten op het web. (De standaardsnelheid voor films is ook 24 fps.)

De complexiteit van een animatie en de snelheid van de computer waarop de animatie wordt afgespeeld, beïnvloeden de vloeiendheid van het afspelen. Om de optimale framesnelheid te bepalen, test u uw animaties op verschillende computers met verschillende verwerkingsmogelijkheden. Aangezien u slechts één snelheid voor het volledige Animate-document opgeeft, moet u de gewenste framesnelheid instellen voordat u uw animaties maakt. De framesnelheid bepaalt de snelheid waarmee de afspeelknop op de tijdlijn wordt verplaatst.

Lees het artikel over basisbegrippen van animaties voor meer informatie over frames per seconde.

Versnelling

Versnelling is een techniek om de manier waarop Adobe Animate CC de eigenschapswaarden tussen eigenschapshoofdframes in een tween berekent, te wijzigen. Als versnelling niet is ingesteld, worden de getweende objecten in Animate verplaatst met dezelfde snelheid op elk frame van de animatie. Met versnelling kunt u de snelheid van getweende objecten aanpassen om bewegingen te maken die er natuurlijker uitzien en om complexe animaties te maken. Een versnelling is een wiskundige curve die wordt toegepast op de eigenschapswaarden van een tween.

Het uiteindelijke effect van de tween is het resultaat van de combinatie van de reeks van eigenschapswaarden in de tween en de versnellingscurve die de getweende objecten langzaam laat starten en vervolgens versnellen, snel laat starten en vervolgens vertragen of een combinatie van deze effecten.

Als u bijvoorbeeld een afbeelding van een auto over het werkgebied beweegt, is de beweging realistischer als de auto langzaam start vanaf een gestopte positie en geleidelijk aan snelheid wint. Versnellingen die worden toegepast met Eigenschapcontrole beïnvloeden alle eigenschappen die in een tween zijn opgenomen. Versnellingen die worden toegepast in de Bewegingseditor kunnen één eigenschap, een groep eigenschappen of alle eigenschappen van een tween, beïnvloeden.

Zie Vormen tweenen en Bewegings-tweens bewerken in de Bewegingseditor voor meer informatie over Versnelling.

Overtrekken

Gebruik Overtrekken om de vorige en volgende frames te vergelijken en om de objecten in het huidige frame aan te passen. Wanneer Overtrekken (de standaardinstelling) is uitgeschakeld, wordt van een animatiereeks één frame tegelijkertijd in het werkgebied weergegeven.

Het weergegeven frame komt overeen met de positie van de afspeelkop in de tijdlijn. Wanneer Overtrekken is ingeschakeld, wordt het frame onder de afspeelkop in kleur weergegeven, terwijl omringende frames gedimd worden weergegeven. Zo lijkt het alsof elk frame op een vel dun, doorzichtig papier is getekend en de vellen op elkaar zijn gestapeld.

Gedimde frames kunt u niet bewerken. Ze worden alleen weergegeven als visuele referentie.

Voor meer informatie over Overtrekken raadpleegt u Frame-voor-frame-animaties makenen Tijdlijn.

Lagen

Lagen helpen u bij het ordenen van afbeeldingen in uw Adobe Animate CC-document. U kunt objecten tekenen en bewerken in een bepaalde laag en daarbij objecten in een andere laag ongemoeid laten. In delen van het werkgebied met niets op een laag zijn de lagen eronder zichtbaar. Voor het tekenen, schilderen of wijzigen van een laag of map, selecteert u de laag in de tijdlijn om deze actief te maken. Een potloodpictogram naast de naam van een laag of map in de tijdlijn geeft aan dat de laag of map actief is.

Er kan slechts één laag tegelijk actief zijn, hoewel meer dan één laag tegelijk kan worden geselecteerd. Wanneer u een Animate-document maakt, bevat het slechts één laag. Voeg meer lagen toe om de illustraties, animaties en andere elementen in het document te ordenen. U kunt lagen ook verbergen, vergrendelen of opnieuw schikken. 

Het aantal lagen dat u kunt maken, wordt alleen beperkt door het geheugen van uw computer en lagen verhogen de bestandsgrootte van uw gepubliceerde SWF-bestand niet. Alleen de objecten die u in de lagen plaatst verhogen de bestandsgrootte van het project. Voor geavanceerde effecten kunt u speciale geleidelagen gebruiken om makkelijker te kunnen tekenen en bewerken en om maskeerlagen te maken.

Voor meer informatie over lagen gaat u naar Tijdlijnlagen maken.

Maskeerlaag

Maskeerlagen bevatten objecten die worden gebruikt als maskers om geselecteerde delen van de lagen eronder te verbergen. Alleen het gedeelte van de maskeerlaag dat niet is bedekt door het masker is zichtbaar.

Als u wilt weten hoe u maskeerlagen kunt gebruiken, raadpleegt u Maskeerlagen gebruiken in Animate CC.

Geleidelaag

Als u objecten wilt uitlijnen bij het tekenen in Adobe Animate CC, maakt u geleidelagen en lijnt u objecten op andere lagen uit met de objecten die u op de geleidelagen maakt.  Elke laag kan als geleidelaag worden gebruikt. Geleidelagen geven een geleidepictogram links van de naam van de laag weer. Geleidelagen worden niet geëxporteerd en worden niet in een gepubliceerd SWF-bestand weergegeven.

Hoewel u geen bewegings-tweenlaag of IK-poselaag kunt slepen naar een geleidelaag, kunt u een normale laag naar een geleidelaag slepen. Hiermee zet u de geleidelaag om in een bewegingsgeleidelaag en koppelt u de normale laag aan de nieuwe bewegingsgeleidelaag.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid