U kunt tekstkenmerken instellen voordat u tekens invoert of de kenmerken wijzigen om de vormgeving van geselecteerde tekens in een tekstlaag te wijzigen.

U kunt afzonderlijke tekens pas opmaken nadat u ze hebt geselecteerd. U kunt één teken selecteren, een reeks tekens of alle tekens in een tekstlaag.

Opmerking:

Als u snel aan de slag wilt met Photoshop-tekstfuncties, leest u Tekst toevoegen aan uw afbeelding.

Tekens selecteren

  1. Op een van onderstaande manieren kunt u een tekstlaag selecteren:

    • Selecteer de tool Verplaatsen en dubbelklik in het canvas op de tekstlaag.
    • Selecteer het gereedschap Horizontale tekst  of Verticale tekst . Selecteer in het deelvenster Lagen de tekstlaag of klik in de tekst om automatisch een tekstlaag te selecteren.
  2. Plaats het invoegpunt in de tekst en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep om een of meer tekens te selecteren.
    • Klik in de tekst en klik vervolgens terwijl u Shift ingedrukt houdt om een reeks tekens te selecteren.
    • Kies Selecteren > Alles om alle tekens in de laag te selecteren.
    • Dubbelklik op een woord om dit te selecteren. Klik drie keer op een regel om deze te selecteren. Klik vier keer op een alinea om deze te selecteren. Klik vijf keer ergens in de tekst om alle tekens in een selectiekader te selecteren.
    • Als u de pijltoetsen wilt gebruiken om tekens te selecteren, klikt u in de tekst en houdt u Shift ingedrukt terwijl u op de pijl-rechts of pijl-links drukt. Als u de pijltoetsen wilt gebruiken om woorden te selecteren, houdt u Shift+Ctrl (Windows) of Shift+Command (Mac OS) ingedrukt terwijl u op pijl-rechts of pijl-links drukt.
  3. Als u alle tekens in een laag wilt selecteren zonder het invoegpunt in de tekst te plaatsen, selecteert u de tekstlaag in het deelvenster Lagen en dubbelklikt u vervolgens op het tekstpictogram van de laag.

    Opmerking:

    Als u tekens in een tekstlaag selecteert en opmaakt, wordt de bewerkingsmodus van het gereedschap Tekst geactiveerd.

Overzicht deelvenster Teken en dynamische sneltoetsen

Het deelvenster Teken bevat opties voor het opmaken van tekens. Sommige opmaakopties zijn ook beschikbaar via de optiebalk.

U kunt het deelvenster Teken weergeven door een van de volgende handelingen uit te voeren:

  • Kies Venster > Teken of klik op het tabblad van het deelvenster Teken als het deelvenster zichtbaar, maar niet actief is.

  • Selecteer een tekstgereedschap en klik op de deelvensterknop  op de optiebalk.

    Als u een optie in het deelvenster Teken wilt instellen, kiest u een waarde in het pop-upmenu, rechts van de optie. Voor het instellen van numerieke waarden kunt u ook Pijl-omhoog of Pijl-omlaag gebruiken, of u kunt de waarde direct in het tekstvak bewerken. Als u direct een waarde bewerkt, drukt u op Enter of Return om een waarde toe te passen, op Shift+Enter of Shift+Return om een waarde toe te passen en vervolgens deze net bewerkte waarde te markeren of op Tab om een waarde toe te passen en door te gaan naar het volgende tekstvak in het deelvenster.

Photoshop-tekendeelvenster
Deelvenster Teken

A. Lettertypefamilie B. Tekengrootte C. Verticaal schalen D. Optie Tsume instellen E. Tekstspatiëring F. Basislijnverschuiving G. Taal H. Letterstijl I. Regelafstand J. Letterbreedte K. Spatiëring 

Opmerking:

Selecteer Aziatische tekstopties tonen in de voorkeuren voor Tekst om de optie Tsume instellen te laten verschijnen in het deelvenster Teken.

Het menu van het deelvenster Teken bevat nog meer opdrachten en opties. Als u dit menu wilt gebruiken, klikt u op het driehoekje rechtsboven in het deelvenster.

Dynamische sneltoetsen zijn alleen toegankelijk vanuit het menu van het deelvenster Teken wanneer u punttekst of alineatekst invoert, wanneer u tekst hebt geselecteerd of als de I-vormige aanwijzer in tekst wordt weergegeven. Er zijn dynamische sneltoetsen beschikbaar voor tekstopties zoals Faux vet, Faux cursief, Alle hoofdletters, Kleinkapitalen, Superscript, Subscript, Onderstrepen en Doorhalen.

Dynamische sneltoetsen Photoshop in deelvenster Teken
Dynamische sneltoetsen worden alleen in het menu van het deelvenster Teken weergegeven wanneer u punttekst of alineatekst invoert, wanneer u tekst hebt geselecteerd of als de I-vormige aanwijzer in tekst wordt weergegeven.

Tekstgrootte en kleur opgeven

De tekstgrootte bepaalt hoe groot tekst in de afbeelding verschijnt.

De standaardmaateenheid voor tekst is punten. Eén PostScript-punt komt overeen met 1/72 van een inch in een 72-ppi afbeelding. U kunt echter overschakelen tussen het gebruik van de PostScript-definitie van puntgrootte en de traditionele definitie. De standaardmaateenheid voor tekst kunt u wijzigen in het groepsvak Eenheden & linialen van het dialoogvenster Voorkeuren.

De kleur van de ingevoerde tekst wordt bepaald door de huidige voorgrondkleur. U kunt de tekstkleur echter wijzigen vóór of na het invoeren van tekst. Wanneer u bestaande tekstlagen bewerkt, kunt u de kleur wijzigen van afzonderlijke, geselecteerde tekens of van alle tekst in een laag.

Een tekstgrootte kiezen

  1. Typ of selecteer in het deelvenster Teken of in de optiebalk een nieuwe waarde voor de lettergrootte .

    Als u een andere maateenheid wilt gebruiken, typt u de eenheid (in, cm, mm, pt, px of pica) achter de waarde in het tekstvak Tekengrootte instellen.

    Opmerking:

    Als u de maateenheid voor tekst wilt wijzigen, kiest u Bewerken > Voorkeuren > Eenheden & linialen (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Eenheden & linialen (Mac OS) en kiest u een maateenheid in het menu Tekst.

De eenheid voor de puntgrootte definiëren

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Eenheden & linialen (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Eenheden & linialen (Mac OS).
  2. Selecteer voor Punt-/picagrootte een van de volgende opties:

    PostScript (72 punten/inch)

    Hiermee stelt u een eenheidsgrootte in die geschikt is voor het afdrukken naar een PostScript-apparaat.

    Traditioneel (72,27 punten/inch)

    Gebruikt 72,27 punten per inch, een gebruikelijke instelling voor afdrukken.

  3. Klik op OK.

De tekstkleur wijzigen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik in het selectievak Tekstkleur instellen op de optiebalk of in het deelvenster Teken en selecteer vervolgens een kleur met de Adobe Kleurkiezer.
    • Gebruik snelkoppelingen voor opvullen. Als u wilt opvullen met de voorgrondkleur, drukt u op Alt+Backspace (Windows) of Option+Delete (Mac OS). U kunt opvullen met de achtergrondkleur door op Ctrl+Backspace (Windows) of Command+Delete (Mac OS) te drukken.
    • Bedek de tekstlaag met een laagstijl om een kleur, verloop of patroon over de bestaande kleur toe te passen. U kunt niet selectief een tekstlaag bedekken met een laagstijl, omdat dit invloed heeft op alle tekens in de tekstlaag.
    • Klik in het selectievak Voorgrondkleur instellen in de gereedschapset en kies een kleur met de Adobe Kleurkiezer. U kunt ook op een kleur in het deelvenster Kleur of in het deelvenster Stalen klikken. Als u de kleur van een bestaande tekstlaag wilt wijzigen met deze methode, selecteert u eerst tekens in die laag.

De kleur van afzonderlijke letters wijzigen

  1. Selecteer het gereedschap Horizontale tekst .
  2. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met de tekst.
  3. Selecteer in het documentvenster de tekens die u wilt wijzigen.
  4. Klik op het kleurstaal op de optiebalk boven in het werkgebied.
  5. Zoek in het dialoogvenster Adobe Kleurkiezer het gewenste kleurbereik met behulp van de driehoekige schuifregelaars op de kleurenspectrumbalk en klik vervolgens op de gewenste kleur in het kleurveld. De kleur die u selecteert, verschijnt in de bovenste helft van het kleurstaal in de Adobe Kleurkiezer. De oorspronkelijke kleur blijft staan in de onderste helft.
  6. Klik op OK. De oorspronkelijke kleur op de optiebalk en in de geselecteerde tekens wordt vervangen door de nieuwe kleur.

    Opmerking:

    De nieuwe kleur wordt pas weergegeven op de tekens wanneer u deze deselecteert of wanneer u iets anders selecteert.

Tekstverwerking in het deelvenster Teken

Tekst onderstrepen of doorhalen

U kunt een streep plaatsen onder horizontale tekst of links of rechts van verticale tekst. U kunt ook een streep plaatsen door horizontale of verticale tekst. De streep heeft altijd dezelfde kleur als de tekst.

  1. Selecteer de tekst die u wilt onderstrepen of doorhalen.
    • Als u horizontale tekst wilt onderstrepen, klikt u op de knop Onderstrepen  in het deelvenster Teken.
    • Als u een lijn wilt zetten aan de linker- of rechterzijde van verticale tekst, kiest u Links onderstrepen of Rechts onderstrepen in het menu van het deelvenster Teken. Een onderstreping kunt u links of rechts weergeven, maar niet aan beide zijden. Een vinkje geeft aan dat de optie is geselecteerd.

    Opmerking:

    De opties Links onderstrepen en Rechts onderstrepen zijn alleen beschikbaar in het menu van het deelvenster Teken als een tekstlaag met verticale tekst is geselecteerd. Als u met verticale Aziatische tekst werkt, kunt u links of rechts van de regel met tekst een streep toevoegen.

    • Als u een horizontale lijn door horizontale tekst of een verticale lijn door verticale tekst wilt aanbrengen, klikt u op de knop Doorhalen  in het deelvenster Teken. U kunt ook Doorhalen kiezen in het menu van het deelvenster Teken.

Alle hoofdletters of kleinkapitalen toepassen

U kunt tekst invoeren of opmaken als hoofdletters, waarbij u kunt kiezen tussen hoofdletters voor alle tekens of kleinkapitalen. Als u tekst opmaakt in kleinkapitalen, worden automatisch de kleinkapitalen van het betrokken lettertype gebruikt, mits deze beschikbaar zijn. Als het lettertype geen kleinkapitalen bevat, worden in Photoshop faux kleinkapitalen gegenereerd.

Photoshop normale hoofdletters versus kleinkapitalen
Kapitalen (boven) vergeleken met kleinkapitalen (onder)

  1. Selecteer de tekst die u wilt wijzigen.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op de knop Alle hoofdletters  of de knop Kleinkapitalen  in het deelvenster Teken.
    • Kies Kapitalen of Kleinkapitalen in het menu van het deelvenster Teken. Een vinkje geeft aan dat de optie is geselecteerd.

Superscript- of subscripttekens opgeven

Superscript- en subscripttekst (ook wel verhoogd schrift en verlaagd schrift genoemd) is verkleinde tekst die wordt verhoogd of verlaagd in verhouding tot de basislijn van een lettertype. Als het lettertype geen superscript- of subscripttekens bevat, worden in Photoshop faux superscript- en subscripttekens gegenereerd.

  1. Selecteer de tekst die u wilt wijzigen.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op de knop Superscript  of de knop Subscript  in het deelvenster Teken.
    • Kies Superscript of Subscript in het menu van het deelvenster Teken. Een vinkje geeft aan dat de optie is geselecteerd.

Tekenstijlen

Een tekenstijl bevat opmaakkenmerken voor tekens en kan worden toegepast op tekens, een alinea of zelfs een reeks alinea's. U kunt tekenstijlen maken en deze later toepassen.

Kies Venster > Tekenstijlen om het deelvenster Tekenstijlen te openen. 

  • Als u een tekenstijl wilt toepassen, selecteert u de tekst of de tekstlaag en klikt u op een tekenstijl.

Tekststijlen zijn hiërarchisch: handmatige vervangingen krijgen prioriteit over toegepaste tekenstijlen, die op hun beurt weer toegepaste alineastijlen vervangen. Dankzij deze hiërarchische aanpak kunt u de efficiëntie van stijlen combineren met de flexibiliteit om uw ontwerpen aan te passen.

Op Alinea- en tekenstijlen in Photoshop van Julieanne Kost vindt u een video-overzicht.

 

Een tekenstijl maken

  1. Selecteer de desbetreffende tekst als u een nieuwe stijl wilt maken op basis van de opmaak van bestaande tekst.
  2. Kies Nieuwe tekenstijl in het menu van het deelvenster Tekenstijlen.

Opmerking: als u een stijl wilt maken zonder eerst tekst te selecteren, klikt u op het pictogram Nieuwe stijl maken onder aan het deelvenster Tekenstijlen. Als u een stijl wilt bewerken zonder deze op tekst toe te passen, selecteert u een afbeeldingslaag, zoals de achtergrond.

Een tekenstijl bewerken

Dubbelklik op bestaande stijlen om deze te bewerken en alle bijbehorende tekst in het huidige document bij te werken. Wanneer u de stijlopmaak wijzigt, wordt alle tekst waarop de stijl is toegepast, bijgewerkt met de nieuwe opmaak. 

Ga als volgt te werk om een tekenstijl te bewerken:

  1. Dubbelklik op de stijl in het deelvenster Tekenstijlen.
  2. U geeft de opmaakkenmerken op door te klikken op een categorie (zoals Standaard tekenopmaak) links en door de kenmerken op te geven die u aan de stijl wilt toevoegen.
  3. Klik op OK als u de opmaakkenmerken hebt opgegeven.

Standaardtekststijlen opgeven | Alleen Creative Cloud

De huidige teken- en alineastijlen kunnen worden opgeslagen als standaardtekst. Deze standaardinstellingen worden automatisch toegepast op nieuwe Photoshop-documenten en kunnen ook op bestaande documenten worden toegepast die nog geen tekststijlen bevatten. Ga naar Alineastijlen voor meer informatie.

Voer een van de volgende handelingen uit om de huidige teken- en alineastijlen op te slaan als standaardinstellingen voor tekst:

  • Kies Tekst > Standaardtekststijlen opslaan.
  • Kies Standaardtekststijlen opslaan in het menu van het deelvenster Alineastijlen of Tekenstijlen.

De standaardalinea- en tekenstijlen toepassen op een document:

  1. Ga als volgt te werk:

    • Kies Tekst > Standaardtekststijlen laden.
    • Kies Standaardtekststijlen laden in het menu van het deelvenster Alineastijlen of Tekenstijlen.
  2. Als u de standaardtekststijlen in een document laadt dat al een bestaande tekststijl heeft, wordt het dialoogvenster Alineastijlen importeren weergegeven. U kunt kiezen of u de bestaande tekststijl al dan niet wilt vervangen door de standaardtekststijl.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid