Handboek Annuleren

Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en andere Adobe-producten en -services
    1. Werken met illustraties van Illustrator in Photoshop
    2. Werken met Photoshop-bestanden in InDesign
    3. Substance 3D-materialen voor Photoshop
    4. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
  4. Photoshop op de iPad (niet beschikbaar op de vasteland van China)
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Documenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werken met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werken met tekstlagen
    16. Werken met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Afbeeldingsgrootte bewerken
    23. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    24. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    25. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop op de iPad
    26. Werken met Camera Raw-bestanden
    27. Slimme objecten maken en ermee werken
    28. De belichting in uw afbeeldingen aanpassen met Tegenhouden en Doordrukken
    29. Opdrachten voor automatische aanpassing in Photoshop op de iPad
    30. Gebieden uitsmeren in uw afbeeldingen met Photoshop op de iPad
    31. Meer of minder verzadiging van uw afbeeldingen met de tool Spons
    32. Vullen met behoud van inhoud voor iPad
  5. Photoshop op internet (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Algemene vragen
    2. Systeemvereisten
    3. Sneltoetsen
    4. Ondersteunde bestandsindelingen
    5. Kennismaken met de werkruimte
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Generatieve AI-functies
    8. Basisconcepten van bewerken
    9. Snelle handelingen
    10. Werken met lagen
    11. Afbeeldingen retoucheren en onvolkomenheden verwijderen
    12. Snelle selecties maken
    13. Afbeeldingen verbeteringen met Aanpassingslagen
    14. Afbeeldingen verplaatsen, transformeren en uitsnijden
    15. Tekenen en schilderen
    16. Werken met tekstlagen
    17. Met iedereen op het web werken
    18. App-instellingen beheren
    19. Afbeelding genereren
    20. Achtergrond genereren
    21. Referentieafbeelding
  6. Photoshop (Beta) (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Aan de slag met Creative Cloud-bèta-apps
    2. Photoshop (Beta) op de desktop
    3. Een afbeelding genereren met beschrijvende tekstopdrachten
    4. Een achtergrond genereren met beschrijvende tekstopdrachten
  7. Generatieve AI (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Algemene vragen over de generatieve AI in Photoshop
    2. Generatief vullen in Photoshop op de desktop
    3. Generatief uitbreiden in Photoshop op de desktop
    4. Generatief vullen in Photoshop op de iPad
    5. Generatief uitbreiden in Photoshop op de iPad
    6. Generatieve AI-functies in Photoshop op internet
  8. Content-authenticiteit (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Inhoudsreferenties in Photoshop
    2. Identiteit en herkomst voor NFT's
    3. Accounts verbinden voor creatieve toewijzing
  9. Clouddocumenten (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Anderen uitnodigen om uw clouddocumenten te bewerken
    9. Bestanden delen en opmerkingen in de app
  10. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Voorkeuren
    3. Sneller leren met het deelvenster Ontdekken van Photoshop
    4. Documenten maken
    5. Bestanden plaatsen
    6. Standaardsneltoetsen
    7. Sneltoetsen aanpassen
    8. Toolgalerieën
    9. Prestatievoorkeuren
    10. Tools gebruiken
    11. Voorinstellingen
    12. Raster en hulplijnen
    13. Aanraakbewegingen
    14. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    15. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    16. Technology Previews
    17. Metagegevens en notities
    18. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    19. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    20. Linialen
    21. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    22. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    23. Ongedaan maken en historie
    24. Deelvensters en menu's
    25. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    26. Plaatsen met de liniaal
  11. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  12. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  13. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
  14. Selecties
    1. Aan de slag met selecties
    2. Selecties maken in uw compositie
    3. Werkruimte Selecteren en maskeren
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lassotools
    6. Pixelselecties aanpassen
    7. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    8. Een tijdelijk snelmasker maken
    9. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    10. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    11. Basisbegrippen voor kanalen
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
  15. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Objectkleuren vervangen
    2. Perspectief verdraaien
    3. Vervaging door camerabeweging verminderen
    4. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    5. Kleur-opzoektabellen exporteren
    6. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    7. Kleuraanpassingen
    8. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    9. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    10. Aanpassing Niveaus
    11. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    12. Levendigheid aanpassen
    13. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    14. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    15. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    16. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    17. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    18. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    19. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    20. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    21. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    22. Aanpassings- en opvullagen
    23. Aanpassing Curven
    24. Overvloeimodi
    25. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    26. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    27. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    28. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    29. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
  16. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Radiaalfilter in Camera Raw
    10. Camera Raw-instellingen beheren
    11. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    12. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    13. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    14. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    15. Procesversies in Camera Raw
    16. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  17. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  18. Afbeeldingen verbeteren en transformeren
    1. De lucht in uw afbeeldingen vervangen
    2. Objecten transformeren
    3. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    4. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    5. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    6. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    7. Perspectiefpunt
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
  19. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Interpolatie met verloop
    14. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    15. Tekenen met de pentools
    16. Patronen maken
    17. Een patroon maken met de Patroonmaker
    18. Paden beheren
    19. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    20. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    21. Structuurpenselen maken
    22. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    23. Verloop
    24. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    25. Tekenen met een patroon
    26. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
    27. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
  20. Tekst
    1. De tekst toevoegen en bewerken
    2. Unified Text Engine
    3. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    4. Tekens opmaken
    5. Alinea's opmaken
    6. Teksteffecten maken
    7. Tekst bewerken
    8. Regelafstand en tekenspatiëring
    9. Arabische en Hebreeuwse tekst
    10. Lettertypen
    11. Problemen met lettertypen oplossen
    12. Aziatische tekst
    13. Tekst maken
  21. Filters en effecten
    1. De galerie Vervagen gebruiken
    2. Basisbeginselen van filters
    3. Overzicht van de filtereffecten
    4. Belichtingseffecten toevoegen
    5. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    6. Het filter Olieverf gebruiken
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  22. Opslaan en exporteren
    1. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    2. Bestanden exporteren in Photoshop
    3. Ondersteunde bestandsindelingen
    4. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    5. Ontwerpen verplaatsen tussen Photoshop en Illustrator
    6. Video en animaties opslaan en exporteren
    7. PDF-bestanden opslaan
    8. Digimarc-copyrightbescherming
  23. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Duotonen
    5. Werken met kleurprofielen
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    7. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    8. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    9. Kleuren controleren
  24. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  25. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  26. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    8. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    9. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  27. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  28. Problemen oplossen
    1. Opgeloste problemen 
    2. Bekende problemen
    3. Prestaties van Photoshop optimaliseren
    4. Problemen oplossen - basis
    5. Problemen oplossen voor crash of vastlopen
    6. Programmafouten oplossen
    7. Fouten oplossen die zijn opgetreden doordat de werkschijf vol is
    8. Problemen met GPU en het grafische stuurprogramma oplossen
    9. Ontbrekende tools zoeken
    10. Photoshop | Veelgestelde vragen over 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn

De aanpassing van autocontrast toepassen

Met de opdracht Autocontrast wordt het contrast van de afbeelding automatisch aangepast. Aangezien kanalen niet afzonderlijk door Autocontrast worden aangepast, wordt met Autocontrast geen kleurzweem veroorzaakt of weggenomen. Met Autocontrast worden de schaduw- en hooglichtwaarden in een afbeelding bijgeknipt waarna de resterende lichtste en donkerste pixels in de afbeelding worden gewijzigd in zuiver wit (niveau 255) en zuiver zwart (niveau 0). Hierdoor lijken de hooglichten lichter en de schaduwen donkerder.

Bij het identificeren van de lichtste en donkerste pixels in een afbeelding, worden de witte en zwarte pixels standaard met 0,5% bijgeknipt. Dat betekent dus dat de eerste 0,5% aan beide uiteinden van het bereik wordt genegeerd U kunt deze standaardinstelling wijzigen met de opties voor automatische kleurcorrectie die u vindt in de dialoogvensters Niveaus en Curven.

Met Autocontrast kunt u het uiterlijk verbeteren van verschillende fotografische of continutoon-afbeeldingen. De opdracht is niet geschikt voor het verbeteren van afbeeldingen met één kleur.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op het pictogram Niveaus of Curven  in het deelvenster Aanpassingen.

    • Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag en kies Niveaus of Curven. Klik op OK in het dialoogvenster Nieuwe laag.

    Opmerking:

    U kunt ook Afbeelding > Autocontrast kiezen om de aanpassing rechtstreeks toe te passen op de afbeeldingslaag. Vergeet niet dat deze methode automatisch wordt toegepast en dat er afbeeldingsgegevens verloren gaan. U kunt de opties in de volgende stappen niet aanpassen.

  2. Houd in het deelvenster Eigenschappen Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de knop Automatisch.

  3. Selecteer Monochromatisch contrast verbeteren onder Algoritmen in het dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie.
  4. Bepaal de schaduwen en hooglichten die worden uitgeknipt en pas ook de doelkleur voor de middentonen aan.
  5. Klik op OK om Autocontrast toe te passen.

Een kleurzweem verwijderen met Automatische kleuren

Met Automatische kleuren wordt bij het aanpassen van het contrast en de kleur van een afbeelding gezocht in de afbeelding zelf om schaduwen, middentonen en hooglichten te identificeren. Met de opdracht Automatische kleuren worden de middentonen geneutraliseerd met een doelkleur van RGB 128 grijs en worden de schaduw- en hooglichtpixels uitgeknipt met 0,5%. U kunt deze standaardinstellingen wijzigen in het dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op het pictogram Niveaus of Curven  in het deelvenster Aanpassingen.

    • Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag en kies Niveaus of Curven. Klik op OK in het dialoogvenster Nieuwe laag.

    Opmerking:

    U kunt ook Afbeelding > Automatische kleuren kiezen om de aanpassing rechtstreeks toe te passen op de afbeeldingslaag. Vergeet niet dat dit een automatische methode is waarbij afbeeldingsgegevens verloren gaan. U kunt de opties in de volgende stappen niet aanpassen.

  2. Houd in het deelvenster Eigenschappen Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de knop Automatisch.

  3. Selecteer Donkere & lichte kleuren zoeken onder Algoritmen in het dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie.
  4. Selecteer de optie Neutrale middentonen magnetisch.
  5. Bepaal de schaduwen en hooglichten die worden uitgeknipt en pas ook de doelkleur voor de middentonen aan.
  6. Klik op OK om Automatische kleuren toe te passen.

Opties voor automatische aanpassing instellen

Met Opties voor automatische kleurcorrectie bepaalt u de opties voor automatische kleur- en tintcorrectie die beschikbaar zijn in Niveaus en Curven. U bepaalt er ook de instellingen voor de opdrachten Automatische tint, Autocontrast en Automatische kleuren. In het dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie kunt u uitknippercentages opgeven voor schaduwen en hooglichten en kleurwaarden toekennen aan schaduwen, middentonen en hooglichten.

U kunt de instellingen eenmalig toepassen via de aanpassing Curven of Niveaus of u kunt de instellingen opslaan als standaardwaarden, zodat u deze naderhand kunt gebruiken als u Automatische tint, Autocontrast, Automatische kleuren en de optie Automatisch voor Niveaus en Curven toepast.

Photoshop - Opties voor automatische kleurcorrectie
Dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie

A. De optie Autocontrast B. De optie Niveaus bepalen C. De optie Automatische kleuren D. Doelkleuren, zwartpunt en witpunt instellen 

  1. Klik op het pictogram Niveaus of Curven  in het deelvenster Aanpassingen.
  2. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de knop Automatisch in het deelvenster Eigenschappen.

  3. Geef op met welk algoritme u het algemene toonbereik van een afbeelding wilt corrigeren:

    Monochromatisch contrast verbeteren

    Kies deze optie om alle kanalen in gelijke mate uit te knippen. Daardoor blijft de algemene kleurrelatie gehandhaafd terwijl hooglichten er lichter uitzien en schaduwen donkerder. Dit algoritme wordt gebruikt voor de opdracht Autocontrast.

    Contrast per kanaal benadrukken

    Hiermee maximaliseert u het toonbereik in elk kanaal om een dramatischer correctie te produceren. Omdat elk kanaal afzonderlijk wordt aangepast, is het mogelijk dat u met Contrast per kanaal benadrukken kleurzwemen verwijdert of toevoegt. Dit algoritme wordt gebruikt voor de opdracht Automatische tint.

    Donkere & lichte kleuren zoeken

    Hiermee zoekt u de afbeeldingspixels die gemiddeld het lichtst of donkerst zijn. Deze pixels worden gebruikt om het contrast te maximaliseren terwijl het uitknippen wordt geminimaliseerd. Dit algoritme wordt gebruikt voor de opdracht Automatische kleuren.

  4. Selecteer Neutrale middentonen magnetisch als u in Photoshop in een afbeelding wilt zoeken naar een gemiddelde, bijna neutrale kleur. Vervolgens worden de gammawaarden (middentoonwaarden) aangepast om deze kleur neutraal te maken. Dit algoritme wordt gebruikt voor de opdracht Automatische kleuren.
  5. Als u wilt bepalen in welke mate zwarte en witte pixels worden uitgeknipt, voert u in de tekstvakken Uitknippen percentages in. Een waarde tussen 0,0% en 1% wordt aanbevolen.

    Met deze functie worden witte en zwarte pixels standaard met 0,1% uitgeknipt. Dit houdt in dat de eerste 0,1% aan beide uiteinden van het bereik wordt genegeerd bij het identificeren van de lichtste en donkerste pixels in de afbeelding. Aangezien de uitvoerkwaliteit van de huidige generatie scanners en digitale camera's aanzienlijk is verbeterd, kunnen deze standaardpercentages voor uitknippen te hoog zijn.

  6. Als u (doel)kleurwaarden wilt toewijzen aan de donkerste, neutrale en lichtste gebieden van een afbeelding, klikt u op een kleurstaal.
  7. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u de instellingen in de huidige aanpassing Niveaus of Curven wilt gebruiken, klikt u op OK. Als u op de knop Automatisch klikt, worden in Photoshop dezelfde instellingen opnieuw op de afbeelding toegepast.

    • Als u de instellingen als de standaardinstellingen wilt opslaan, selecteert u Opslaan als standaardinstellingen en klikt u vervolgens op OK. De volgende keer dat u Niveaus of Curven opent in het deelvenster Aanpassingen, kunt u dezelfde instelling toepassen door op de knop Automatisch te klikken. De opdrachten Automatische tint, Autocontrast en Automatische kleuren maken ook gebruik van de standaardpercentages voor uitknippen.

    Opmerking:

    Als u de opties voor Automatische kleurcorrectie opslaat als standaardinstellingen voor de opdrachten Automatische kleuren, Automatische tint en Autocontrast, maakt het niet uit welk algoritme u kiest in stap 3. De drie opdrachten voor automatische correcties maken alleen gebruik van de waarden die u instelt voor de doelkleuren en uitknipwaarden. De enige uitzondering hierop is dat de opdracht Automatische kleuren ook gebruikmaakt van de optie Neutrale middentonen magnetisch.

De opdracht Egaliseren gebruiken

Met de opdracht Egaliseren wijzigt u de distributie van de helderheidswaarden van de pixels in een afbeelding, zodat het volledige bereik van helderheidsniveaus beter door de pixels wordt weergegeven. Met Egaliseren worden de pixelwaarden in een samengestelde afbeelding opnieuw toegewezen, waarbij de helderste waarde voor wit staat, de donkerste waarde voor zwart staat en de middenwaarden gelijkmatig over de grijswaarden worden verdeeld.

U kunt de opdracht Egaliseren gebruiken wanneer een gescande afbeelding donkerder is dan het origineel en u de waarden in balans wilt brengen om een lichtere afbeelding te produceren. Als u Egaliseren samen met het deelvenster Histogram gebruikt, kunt u de helderheidswaarden vóór en na de aanpassing vergelijken.

Houd er rekening mee dat met de opdracht Egaliseren aanpassingen rechtstreeks worden aangebracht op de afbeeldingslaag en dat informatie over afbeeldingen wordt verwijderd. Maak voor niet-destructieve aanpassingen gebruik van aanpassingslagen of bewerk de afbeeldingen in Adobe Camera Raw.

  1. (Optioneel) Selecteer een gebied in de afbeelding dat u wilt egaliseren.
  2. Kies Afbeelding > Aanpassingen > Egaliseren.
  3. Als u een gebied van de afbeelding hebt geselecteerd, selecteert u in het dialoogvenster de elementen die u wilt egaliseren en klikt u vervolgens op OK:

    Alleen geselecteerd gebied egaliseren

    Hiermee worden de pixels in de selectie op evenredige wijze verdeeld.

    Gehele afbeelding egaliseren op basis van geselecteerd gebied

    Hiermee worden alle afbeeldingslagen gelijkmatig verdeeld op basis van de lagen in de selectie.

Zwart- en witpunten automatisch aanpassen met de optie Automatisch

Met de optie Automatisch voor Niveaus en Curven en voor de opdracht Automatische tint past u het zwartpunt en het witpunt in een afbeelding aan. Hiermee knipt u een gedeelte van de schaduwen en hooglichten in elk kanaal en wijzigt u de lichtste en donkerste pixels in elk kleurkanaal tot zuiver wit (niveau 255) en zuiver zwart (niveau 0). De tussenliggende pixelwaarden worden gelijkmatig verdeeld. Als gevolg hiervan wordt het contrast van een afbeelding bij gebruik van de optie Automatisch of Automatische tint verhoogd omdat de pixelwaarden worden uitgebreid. Aangezien u met de optie Automatisch en met Automatische tint elk kleurkanaal afzonderlijk aanpast, is het mogelijk dat u kleur verwijdert of dat er kleurzweem ontstaat.

De optie Automatisch en Automatische tint geven goede resultaten bij bepaalde afbeeldingen met een gemiddelde verdeling van pixelwaarden die een eenvoudige verhoging van het contrast nodig hebben.

Met de optie Automatisch en de opdracht Automatische tint worden de witte en zwarte pixels standaard met 0,1% uitgeknipt. Dit houdt in dat de eerste 0,1% aan beide uiteinden van het bereik wordt genegeerd bij het identificeren van de lichtste en donkerste pixels in de afbeelding. U kunt de standaardinstellingen voor de optie Automatisch wijzigen in het dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op het pictogram Niveaus of Curven  in het deelvenster Aanpassingen.

    • Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag en kies Niveaus of Curven. Klik op OK in het dialoogvenster Nieuwe laag.

    Opmerking:

    U kunt Afbeelding > Automatische tint kiezen om de aanpassing rechtstreeks toe te passen op de afbeeldingslaag. Vergeet niet dat dit een automatische methode is waarbij afbeeldingsgegevens verloren gaan. U kunt de opties in de volgende stappen niet aanpassen.

  2. Houd in het deelvenster Eigenschappen Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de knop Automatisch.

  3. Selecteer Contrast per kanaal benadrukken onder Algoritmen in het dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie.
  4. Pas de hoeveelheid schaduwen en hooglichten aan die wordt uitgeknipt en pas ook de doelkleur voor middentonen aan.
  5. Klik op OK om de automatische instellingen toe te passen.

 Adobe

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?