Doelwaarden voor hooglichten en schaduwen instellen

Het is noodzakelijk om de waarden voor hooglichten en schaduwen voor een afbeelding toe te wijzen, oftewel de doelwaarden van de afbeelding in te stellen, omdat de meeste uitvoerapparaten (meestal drukpersen) geen details kunnen afdrukken in de donkerste schaduwwaarden (in de buurt van niveau 0) en in de lichtste hooglichtwaarden (in de buurt van niveau 255). Als u een minimumniveau voor schaduwen en een maximumniveau voor hooglichten opgeeft, brengt u belangrijke schaduw- en hooglichtdetails binnen de kleuromvang van het uitvoerapparaat.

Als u een afbeelding afdrukt op een desktopprinter en de kleuren op uw systeem worden beheerd, hoeft u geen doelwaarden in te stellen. Het kleurbeheersysteem van Photoshop past de afbeelding die u op het scherm ziet automatisch aan, zodat deze goed wordt afgedrukt op een desktopprinter met een kleurenprofiel.

Hooglicht- en schaduwdetails behouden voor afdrukken met het dialoogvenster Niveaus

Met de schuifregelaars voor Uitvoerniveaus kunt u het niveau van de schaduwen en hooglichten instellen en zo de afbeelding comprimeren tot een bereik dat kleiner is dan 0 tot 255. Gebruik deze aanpassing om de schaduw- en hooglichtdetails te behouden wanneer een afbeelding wordt afgedrukt op een pers waarvan u de kenmerken kent. Stel dat er bijvoorbeeld belangrijke details van de afbeelding staan in de hooglichten met een waarde van 245 en de drukpers waarnaar u de afbeelding verzendt geen punten kan verwerken onder de 5%. U kunt de hooglichtschuifregelaar instellen op niveau 242 (dit is een punt van 5% op de pers) om het hooglichtdetail te wijzigen van 245 in 242. Het hooglichtdetail wordt nu goed afgedrukt op de desbetreffende pers.

Meestal verdient het geen aanbeveling de schuifregelaars voor Uitvoerniveaus te gebruiken om spiegelende hooglichten in te stellen voor afbeeldingen. Uw spiegelende hooglicht zal eerder grijs worden dan zuiver wit. Gebruik het pipet voor hooglichten voor afbeeldingen met spiegelende hooglichten.

Photoshop - Doelwaarden voor schaduwen en hooglichten instellen met de schuifregelaars van Uitvoerniveaus
Doelwaarden voor schaduwen en hooglichten instellen met de schuifregelaars van Uitvoerniveaus

Doelwaarden instellen met de pipetten

  1. Selecteer de tool Pipet  in de toolset. U kunt Gemiddeld 3x3 kiezen in het menu Monstergrootte in de opties voor de tool Pipet. Hierdoor wordt een representatief monster van een gebied verkregen in plaats van de waarde van één schermpixel.
  2. Klik op het pictogram Niveaus  of Curven  in het deelvenster Aanpassingen.

    Wanneer u Niveaus of Curven selecteert, is het pipet  actief buiten het deelvenster Eigenschappen. U hebt via de sneltoetsen nog steeds de beschikking over de schuifregelaars en de tools Handje en Zoomen .

  3. Ga op een van de volgende manieren te werk om de gebieden met hooglichten en schaduwen aan te wijzen die u wilt behouden in de afbeelding:
    • Verplaats de aanwijzer in de afbeelding en kijk in het deelvenster Info om de lichtste en donkerste gedeelten te zoeken die u wilt behouden (zodat ze niet worden uitgeknipt tot zuiver zwart of wit). (Zie De kleurwaarden van een afbeelding bekijken.)

    • Sleep de aanwijzer in de afbeelding en kijk naar Curven in het deelvenster Eigenschappen om de lichtste en donkerste punten te vinden die u wilt behouden. Deze methode werkt niet als de aanpassing Curven is ingesteld op het samengestelde CMYK-kanaal.

    Sla spiegelende hooglichten over bij het aanwijzen van de lichtste hooglichtdetails die u wilt toewijzen aan een afdrukbare (lagere) waarde. Spiegelende hooglichten, zoals de glinstering van juwelen of een schittering, horen de helderste punten van een afbeelding te zijn. Het is wenselijk om pixels van spiegelende hooglichten uit te knippen (instellen op zuiver wit zonder detail), zodat er geen inkt op het papier wordt gedrukt.

    Opmerking:

    U kunt de opdracht Drempel ook gebruiken om representatieve hooglichten en schaduwen vast te stellen voordat u Niveaus of Curven opent. (Zie Een zwart-witafbeelding met twee waarden maken.)

  4. Als u de hooglichtwaarden van het lichtste gebied van de afbeelding wilt instellen, dubbelklikt u op het pipet Witpunt instellen  bij de aanpassing Niveaus of Curven om de Kleurkiezer weer te geven. Voer de waarden in die u wilt toewijzen aan het lichtste gebied in de afbeelding en klik op OK. Klik vervolgens op het hooglicht dat u hebt bepaald in stap 3.

    Opmerking:

    Als u per ongeluk op een fout hooglicht klikt, klikt u op de knop Opnieuw instellen in het deelvenster Aanpassingen.

    Afhankelijk van het uitvoerapparaat kunt u een goed hooglicht krijgen in een afbeelding met een gemiddeld bereik als u CMYK-waarden gebruikt van respectievelijk 5, 3, 3 en 0 wanneer u afdrukt op wit papier. Een RGB-equivalent dat een vergelijkbaar resultaat oplevert, is 244, 244, 244. Voor grijswaarden is dat een 4-procentsstip. U kunt deze doelwaarden snel bij benadering opgeven door 96 te typen in het vak B (helderheid) onder het HSB-gedeelte van de Kleurkiezer.

    Opmerking:

    Bij een afbeelding met een laag bereik kunt u het hooglicht instellen op een lagere waarde, zodat het contrast niet te groot wordt. Experimenteer met helderheidswaarden tussen 96 en 80.

    De pixelwaarden worden in de hele afbeelding in verhouding met de nieuwe hooglichtwaarden aangepast. Eventuele pixels die lichter zijn dan het gedeelte waar u hebt geklikt, worden uitgeknipt, dat wil zeggen ingesteld op niveau 255, zuiver wit. In het deelvenster Info ziet u de waarden vóór en na de kleuraanpassing.

    Photoshop - Hooglichtwaarden toewijzen
    De doelwaarde voor het pipet Witpunt instellen en klikken op een hooglicht om er een doelwaarde aan toe te kennen

  5. Als u de schaduwwaarden aan het donkerste gebied van de afbeelding dat u wilt behouden wilt toewijzen, dubbelklikt u op het pipet Zwartpunt instellen  in het deelvenster Eigenschappen om de Kleurkiezer te openen. Voer de kleurwaarden in die u wilt toewijzen aan het donkerste gebied in de afbeelding en klik op OK. Klik vervolgens op de schaduw die u hebt bepaald in stap 3.

    Als u afdrukt op wit papier, kunt u in een afbeelding met een gemiddeld bereik meestal een goede schaduw produceren door CMYK-waarden van 65, 53, 51 en 95 te gebruiken. Een RGB-equivalent dat een vergelijkbaar resultaat oplevert, is 10, 10, 10. Voor grijswaarden is dat een 96-procentsstip. U kunt deze waarden snel bij benadering opgeven door 4 te typen in het vak B (helderheid) onder het HSB-gedeelte van de Kleurkiezer.

    Opmerking:

    Bij een afbeelding met een hoog bereik kunt u de schaduw instellen op een hogere waarde om het detail in de hooglichten te behouden. Experimenteer met helderheidswaarden tussen 4 en 20.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid