Vanaf de 2015-versie van Photoshop CC is de optie Bestand > Opslaan voor web verplaatst naar Bestand > Export > Opslaan voor web (verouderd), maar u vindt er ook nieuwere exportopties.
Zie Tekengebieden, lagen en meer exporteren voor meer informatie over nieuwe exportopties.
U kunt uw Photoshop-afbeeldingsbestanden eenvoudig opslaan in vele verschillende populaire afbeeldingsindelingen.
TIFF is een flexibele indeling voor rasterafbeeldingen (bitmapafbeeldingen), die door vrijwel alle teken-, beeldbewerkings- en paginaopmaakprogramma’s wordt ondersteund.
Bitdiepte (alleen 32‑bits)
Hiermee geeft u de bitdiepte van de opgeslagen afbeelding op (16, 24 of 32 bits).
Compressie afbeelding
Hiermee geeft u een methode op voor het comprimeren van de samengestelde afbeeldingsgegevens. Als u een 32‑bits TIFF-bestand opslaat, kunt u opgeven dat het bestand wordt opgeslagen met voorspelde compressie, maar u kunt niet kiezen voor JPEG-compressie. Voorspelde compressie werkt met zowel LZW- als met ZIP-compressie en leidt tot verbeterde compressie, omdat zwevende puntwaarden opnieuw worden gerangschikt.
JPEG-compressie is alleen beschikbaar voor dekkende RGB- en grijswaardenafbeeldingen met acht bits per kanaal en van maximaal 30.000 pixels breed of hoog.
Pixelvolgorde
Hiermee slaat u het TIFF-bestand op met de kanaalgegevens in een afwisselende volgorde of ingedeeld per kanaal. Voorheen werden in Photoshop de kanaalgegevens van TIFF-bestanden altijd in een afwisselende volgorde opgeslagen. In theorie kan een bestand met een vlakke configuratie sneller worden gelezen en opgeslagen en zijn de compressiemogelijkheden iets beter. Beide kanaalvolgordes zijn neerwaarts compatibel met oudere versies van Photoshop.
Bytevolgorde
Hiermee selecteert u het platform waarop het bestand kan worden gelezen. Deze optie is handig als u niet weet in welk programma het bestand geopend gaat worden. Photoshop en de meeste recente toepassingen kunnen bestanden lezen met zowel de bytevolgorde voor IBM PC of voor Macintosh.
Afb.piramide opslaan
Hiermee behoudt u de gegevens over multiresolutie. Photoshop heeft geen opties voor het openen van bestanden met meerdere resoluties. Dergelijke afbeeldingsbestanden worden geopend met de hoogste resolutie in het bestand. Deze bestanden worden echter wel ondersteund door Adobe InDesign en door bepaalde grafische servers.
Transparantie opslaan
Hiermee behoudt u de in de afbeelding gebruikte transparantie als een aanvullend alfakanaal wanneer het bestand in een andere toepassing wordt geopend. Transparantie blijft altijd behouden wanneer het bestand opnieuw wordt geopend in Photoshop.
Compressie van laag
Hiermee geeft u een methode op voor het comprimeren van gegevens voor pixels in lagen (in tegenstelling tot samengestelde gegevens). Veel toepassingen kunnen geen laaggegevens lezen en slaan deze over bij het openen van een TIFF-bestand. Photoshop kan echter wel laaggegevens lezen in TIFF-bestanden. Bestanden die laaggegevens bevatten zijn groter dan bestanden die deze gegevens niet bevatten. Als u de laaggegevens in een bestand opslaat, hoeft u echter geen afzonderlijk PSD-bestand (met daarin de laaggegevens) op te slaan en te beheren. Kies Lagen negeren en een kopie opslaan om de afbeelding in één laag samen te voegen.
Als u in Photoshop gewaarschuwd wilt worden voordat u een afbeelding met meerdere lagen opslaat, selecteert u Vragen voor opslaan van gelaagde TIFF-bestanden in het gedeelte Bestandsbeheer van het dialoogvenster Voorkeuren.
Via de opdracht Opslaan als kunt u CMYK- en RGB-afbeeldingen en afbeeldingen in grijswaarden opslaan in de JPEG-indeling. (*.jpg). JPEG-bestanden worden gecomprimeerd door gegevens op selectieve wijze te verwijderen. U kunt een afbeelding ook als een of meerdere JPEG's opslaan met de opdracht Bestand > Exporteren > Opslaan voor web (verouderd).
JPEG biedt alleen ondersteuning voor 8-bits afbeeldingen. Als u een 16-bits afbeelding opslaat in deze indeling, verlaagt Photoshop automatisch de bitdiepte.
Als u snel een JPEG-bestand van standaardkwaliteit wilt opslaan, speelt u de handeling Opslaan als JPEG-Medium af op het bestand. U vindt deze optie wanneer u Productie kiest in het menu van het deelvenster Handelingen.
Randkleur
Hiermee kunt u verschillende kleuren toekennen aan de rand om achtergrondtransparantie na te bootsen in afbeeldingen die transparantie bevatten.
Afbeeldingsopties
Hiermee geeft u de afbeeldingskwaliteit op. Kies een optie in de lijst Kwaliteit, sleep met de schuifregelaar of geef een waarde tussen 0 en 12 op in het tekstvak Kwaliteit.
Indelingsopties
Hiermee geeft u de indeling van uw JPEG-bestand op. Basislijnen ('Standaard') gebruikt een indeling die door de meeste webbrowsers wordt herkend. Met Basislijn optimaal genereert u een bestand met geoptimaliseerde kleur en een iets kleinere bestandsgrootte. Met Progressief wordt tijdens het downloaden een serie met steeds gedetailleerdere versies van de afbeelding weergegeven (u geeft zelf aan hoeveel). (Niet alle webbrowsers ondersteunen geoptimaliseerde en progressieve JPEG-afbeeldingen.)
In JPEG-indeling opgeslagen CMYK-afbeeldingen kunnen in sommige toepassingen niet worden gelezen. Als u merkt dat een Java-toepassing een JPEG-bestand niet kan lezen, slaat u het bestand zonder miniatuurvoorvertoning op.
Via de opdracht Opslaan als kunt u RGB-afbeeldingen en afbeeldingen in geïndexeerde kleuren, grijswaarden en bitmapmodus opslaan in de PNG-indeling.
Geen
De afbeelding wordt pas weergegeven wanneer het downloaden is voltooid.
Interliniëring
Hiermee worden voorlopige versies van de afbeelding in lage resolutie weergegeven in de browser terwijl de afbeelding wordt gedownload. Door het gebruik van interliniëring lijkt de laadtijd korter, maar de bestanden worden wel groter.
U kunt tekengebieden, lagen, laaggroepen of documenten als JPEG-, GIF- of PNG-afbeelding exporteren. Selecteer de items in het deelvenster Lagen, klik met de rechtermuisknop op de selectie en selecteer vervolgens Snel exporteren of Exporteren als in het contextmenu.
U kunt de opdracht Opslaan als gebruiken om een Photoshop-document met een of meerdere frames op te slaan als geanimeerde GIF.
Kies Bestand > Opslaan als en kies vervolgens GIF in de lijst Indeling.
Geef opties op in het dialoogvenster Opties voor opslaan van GIF's.
Klik op OK.
Bijna alle paginaopmaakprogramma's, tekstverwerkingsprogramma's en grafische toepassingen ondersteunen geïmporteerde of geplaatste EPS (Encapsulated PostScript)-bestanden. Voor het afdrukken van EPS-bestanden hebt u een PostScript-printer nodig. Op andere printers wordt alleen de voorvertoning met de resolutie van het scherm afgedrukt.
Voorvertoning
Hiermee maakt u een afbeelding met een lage resolutie in de doeltoepassing. Als u een EPS-bestand zowel onder Windows als onder Mac OS wilt kunnen gebruiken, kiest u de TIFF-indeling. Een voorvertoning in 8 bits is in kleur en een voorvertoning in 1 bit is in kartelig zwart-wit. Een voorvertoning in 8 bits genereert een groter bestand dan een voorvertoning in 1 bit. Zie ook Bitdiepte.
Codering
Hiermee bepaalt u de manier waarop afbeeldingsgegevens worden geleverd aan een PostScript-apparaat. Hieronder worden de coderingsopties beschreven.
Inclusief raster en Inclusief bijstelfuncties
Hiermee stelt u afdrukspecificaties in voor professionele afdruktaken. Raadpleeg de printerdocumentatie voordat u deze opties selecteert.
Transparant wit
Hiermee worden witte gebieden transparant weergegeven. Deze optie is alleen beschikbaar voor afbeeldingen in bitmapmodus.
Kleurbeheer voor PostScript
Hiermee zet u bestandsgegevens om naar de kleurruimte van de printer. Deze optie kan niet worden gebruikt als u de afbeelding wilt opnemen in een ander document met kleurbeheer.
Alleen Level 3 PostScript-printers ondersteunen kleurbeheer voor PostScript bij CMYK-afbeeldingen. Als u een CMYK-afbeelding op een Level 2-printer wilt afdrukken en u toch gebruik wilt maken van kleurbeheer voor PostScript, moet u de afbeelding eerst omzetten in de Lab-modus en deze vervolgens opslaan in de EPS-indeling.
Inclusief vectorgegevens
Hiermee blijven vectorafbeeldingen (zoals vormen en tekst) in het bestand behouden. In EPS- en DCS-bestanden zijn vectorgegevens echter alleen beschikbaar voor andere programma’s. Als u het bestand opnieuw opent in Photoshop, worden de vectorgegevens omgezet in pixels. Deze optie is alleen beschikbaar als uw bestand vectorgegevens bevat.
Interpolatie van afbeeldingen
Hiermee wordt bicubische interpolatie toegepast om een voorvertoning in lage resolutie beter af te drukken.
ASCII of ASCII85
De methode om te decoderen als u afdrukt op een Windows-systeem of als u problemen met afdrukken of andere moeilijkheden ondervindt.
Binair
Hiermee krijgt u kleinere uitvoerbestanden en blijven de oorspronkelijke gegevens intact. Binaire Photoshop EPS-bestanden worden echter niet door alle paginaopmaakprogramma’s ondersteund en ze zijn ook niet geschikt voor alle software voor printspooling en afdrukken via een netwerk.
JPEG
Hiermee wordt het bestand gecomprimeerd door gegevens te verwijderen. U kunt de compressiegraad voor JPEG-compressie instellen van heel laag (JPEG (hoogste kwaliteit)) tot hoog (JPEG (lage kwaliteit)). Bestanden met JPEG-codering kunnen alleen afgedrukt worden op Level 2 PostScript-printers (of hoger). Scheiding in afzonderlijke platen is niet altijd mogelijk.
De DCS-indeling (Desktop Color Separations) is een versie van EPS waarmee u kleurscheidingen van CMYK- en multikanaalbestanden kunt opslaan.
Het dialoogvenster bevat alle opties die beschikbaar zijn voor Photoshop EPS-bestanden. Met het DCS-menu kunt u ook een samengesteld bestand maken van 72 ppi dat in een paginaopmaakprogramma kan worden geplaatst of als proefdruk voor de afbeelding kan worden gebruikt:
DCS 1.0-indeling
Hiermee maakt u een bestand voor ieder kleurkanaal van de CMYK-afbeelding. U kunt ook een vijfde bestand opslaan: een grijswaarden- of een samengestelde kleurenversie. Om het samengestelde bestand te kunnen bekijken, moeten alle vijf afzonderlijke bestanden in dezelfde map blijven.
DCS 2.0-indeling
Hiermee blijven de steunkleurkanalen van de afbeelding behouden. U kunt de kleurkanalen in afzonderlijke bestanden opslaan (zoals bij DCS 1.0) of in één bestand. Opslaan in één bestand bespaart ruimte op de schijf. U kunt ook een grijswaardenversie of een samengestelde kleurenversie opslaan.
De Photoshop Raw-indeling is een bestandsindeling voor het overdragen van afbeeldingen tussen toepassingen en computerplatforms. De Photoshop Raw-indeling is niet hetzelfde als Camera Raw.
(Mac OS) Geef het bestandstype en de maker van het bestand op of accepteer de standaardwaarden.
Geef een headerparameter op.
Geef op of u de kanalen in een afwisselende of niet-afwisselende rangschikking wilt opslaan.
De BMP-indeling is een afbeeldingsindeling van het besturingssysteem Windows. Afbeeldingen in deze indeling kunnen variëren van zwart-witafbeeldingen (1 bit per pixel) tot 24-bits kleuren (16,7 miljoen kleuren).
U kunt RGB-afbeeldingen met 16 bits per kanaal opslaan in de Cineon-indeling, zodat deze kunnen worden gebruikt in het Cineon-filmsysteem van Kodak.
De TGA-indeling (Targa) ondersteunt bitmap- en RGB-afbeeldingen met 8 bits/kanaal. De indeling is ontworpen voor Truevision®-hardware, maar wordt ook gebruikt in andere toepassingen.
Aanmelden bij je account