Rechthoeken en afgeronde rechthoeken wijzigen

U kunt de afmetingen en positie van een rechthoek aanpassen. In Photoshop CC kunt u ook de hoekstralen van afgeronde rechthoekvormen wijzigen nadat deze zijn getekend. Elke hoek kan afzonderlijk worden aangepast en u kunt de rechthoeken op meerderen lagen gelijktijdig aanpassen.

Video | Ontwerpverbeteringen in Photoshop CC

Video | Ontwerpverbeteringen in Photoshop CC
Rafael Concepcion bespreekt diverse ontwerpverbeteringen in Photoshop CC, waaronder mogelijkheden om meerdere paden te selecteren en afgeronde hoeken voor vormen te bewerken en de integratie met Behance...
Rafael Concepcion

Opmerking:

Als u meerdere rechthoeken selecteert, worden de waarden voor de bovenste rechthoek weergegeven in het deelvenster Eigenschappen. De waarden die u typt, worden toegepast op alle geselecteerde rechthoeken.

  1. Gebruik de tool Padselectie om een of meer rechthoeken of afgeronde rechthoeken te selecteren.

  2. Als u de afmetingen van de rechthoek wilt wijzigen, typt u waarden in de tekstvakken B of H van het deelvenster Eigenschappen of op de optiebalk.

    Als u de verhouding tussen de hoogte en breedte niet wilt behouden, klikt u op het koppelingspictogram in de optiebalk om de breedte en hoogte los te koppelen.

  3. Voer een of meerdere van de volgende handelingen uit om de plaatsing van de rechthoek te wijzigen:

    • Verplaats de inhoud van de laag met de tool Verplaatsen.
    • Sleep de rechthoek met de tool Padselectie.
    • Typ de pixelcoördinaten in de tekstvakken X en Y in het deelvenster Eigenschappen.
  4. Voer een of meerdere van de volgende handelingen uit in het deelvenster Eigenschappen om de hoekstraal te wijzigen:

    • Typ waarden in de tekstvakken om de hoekstralen afzonderlijk aan te passen.
    • Typ een waarde in het tekstvak Straal om alle hoeken te wijzigen in dezelfde straal.

    Opmerking:

    U kunt de aanwijzer in het deelvenster Eigenschappen ook boven een hoekpictogram plaatsen en naar links of rechts scrubben om een straalwaarde in te voeren.

Opties voor vormlijn instellen

  1. Gebruik de tool Padselectie om de vorm te selecteren waarvan u het pad wilt wijzigen.

  2. Klik in het deelvenster Eigenschappen of op de balk met toolopties op het menupictogram Type vormlijn instellen om het deelvenster Lijnopties te openen.

  3. Voer in het deelvenster Lijnopties een of meerdere van de volgende handelingen uit:

    • Kies het gewenste type lijn.
    • Klik op het pictogram Uitlijnen en kies een optie om de positie van de lijn ten opzichte van het pad aan te geven.
    • Klik op het pictogram Uiteinden en kies een uiteindestijl om de weergave van beide uiteinden van een pad op te geven:

    Hoekig Hiermee maakt u vierkante uiteinden die bij de eindpunten stoppen.

    Rond Hiermee maakt u halfronde uiteinden die een halve lijndikte voorbij de eindpunten liggen.

    Projectie Hiermee maakt u vierkante uiteinden die een halve lijndikte voorbij de eindpunten liggen. Bij deze optie wordt de lijndikte gelijkmatig in alle richtingen rond het pad verdeeld.

    Opmerking: Houd er rekening mee dat de uiteinden niet zichtbaar zijn, tenzij het pad wordt geopend. Stijlen voor uiteinden zijn overigens duidelijker zichtbaar in combinatie met een wat dikkere lijn.

    • Klik op het pictogram Hoek om de weergave van de lijn bij de hoekpunten in te stellen:

    Punt Hiermee maakt u puntige hoeken die voorbij het eindpunt liggen als de lengte van het verstek binnen de versteklimiet valt.

    Rond Hiermee maakt u afgeronde hoeken die een halve lijndikte voorbij de eindpunten liggen.

    Afgekant Hiermee maakt u vierkante hoeken die stoppen bij de eindpunten.

    Opmerking: Net als uiteinden zijn puntige hoeken gemakkelijker te zien bij een wat dikkere lijn.

Lijninstellingen opslaan

Nadat u de opties voor de vormlijn hebt opgegeven in het deelvenster Lijnopties, kunt u het net gemaakte lijntype opslaan en opnieuw gebruiken.

  1. Klik op het tandwielpictogram rechtsboven in het deelvenster Lijnopties en kies Lijn opslaan.

Instellingen voor vormlijn kopiëren en plakken

Als u de opties voor de vormlijn hebt opgegeven, kunt u de instellingen op een andere vorm toepassen door te kopiëren en te plakken.

  1. Klik op het tandwielpictogram rechtsboven in het deelvenster Lijnopties en selecteer Lijndetails kopiëren.

  2. Selecteer de vorm die u wilt wijzigen.

  3. Klik in het deelvenster Eigenschappen of op de balk met toolopties op het menupictogram Type vormlijn instellen om het deelvenster Lijnopties te openen.

  4. Klik op het tandwielpictogram rechtsboven in het deelvenster Lijnopties en kies Lijndetails plakken.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid