Technieken voor niet-destructieve bewerkingen

U kunt niet-destructieve bewerkingen aanbrengen, dat wil zeggen bewerkingen waarbij de oorspronkelijke afbeeldingsgegevens niet worden overschreven. De oorspronkelijke afbeelding blijft dus behouden voor het geval u deze nodig hebt. Aangezien bij niet-destructieve bewerkingen geen gegevens uit de afbeelding worden verwijderd, neemt de afbeeldingskwaliteit niet af wanneer u bewerkingen uitvoert. U kunt in Photoshop op meerdere manieren niet-destructieve bewerkingen uitvoeren:

Werken met aanpassingslagen

Aanpassingslagen passen kleur- en toonwijzigingen toe op een afbeelding zonder de pixelwaarden permanent te wijzigen.

Transformeren met slimme objecten

Met slimme objecten kunt u op niet-destructieve wijze schalen, roteren en schuintrekken.

Filteren met slimme filters

Filters die zijn toegepast op slimme objecten, worden slimme filters, zodat u filtereffecten op niet-destructieve wijze kunt toepassen.

Variaties, schaduwen en hooglichten aanpassen met slimme objecten

U kunt de opdrachten Schaduw/hooglicht en Variaties als slimme filters toepassen op een slim object.

Retoucheren op een afzonderlijke laag

Met de tools Kloonstempel, Retoucheerpenseel, Snel retoucheerpenseel, Repareren met behoud van inhoud en Verplaatsen met behoud van inhoud kunt afzonderlijke lagen op niet-destructieve wijze retoucheren. Vergeet niet Alle lagen te selecteren bij Monster op de optiebalk. (Selecteer Aanpassingslagen negeren om te voorkomen dat de aanpassing tweemaal wordt toegepast op afzonderlijke lagen). U kunt ongewenste retoucheringen desgewenst verwijderen.

Bewerken in Camera Raw

Bij aanpassingen aan groepen RAW-, JPEG- of TIFF-afbeeldingen blijven de oorspronkelijke afbeeldingsgegevens behouden. Camera Raw slaat de aanpassingsinstellingen per afbeelding gescheiden op van de oorspronkelijke afbeeldingsbestanden.

Camera Raw-bestanden openen als slimme objecten

Voordat u Camera Raw-bestanden kunt bewerken in Photoshop, moet u instellingen voor dergelijke bestanden configureren met Camera Raw. Als u een Camera Raw-bestand eenmaal hebt bewerkt in Photoshop, kunt u de Camera Raw-instellingen niet opnieuw configureren. Dan gaan de wijzigingen verloren. Wanneer u Camera Raw-bestanden in Photoshop opent als slimme objecten, kunt u de Camera Raw-instellingen op ieder gewenst moment opnieuw configureren, zelfs nadat u het bestand hebt bewerkt.

Niet-destructief uitsnijden

Maak een uitsnijdkader met de tool Uitsnijden en selecteer Verbergen op de optiebalk om het uitgesneden gebied in een laag te bewaren. U kunt het uitgesneden gebied op ieder gewenst moment herstellen door Afbeelding > Alles tonen te kiezen of door de tool Uitsnijden buiten de rand van de afbeelding te slepen. De optie Verbergen is niet beschikbaar voor afbeeldingen die alleen een achtergrondlaag bevatten.

Maskeren

Laag- en vectormaskers zijn niet-destructief, aangezien u de maskers opnieuw kunt bewerken zonder de pixels onder de maskers te verliezen. Met filtermaskers kunt u de effecten van slimme filters op lagen met slimme objecten maskeren.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid