Handboek Annuleren

Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
    8. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en Adobe-services
    1. Photoshop en Adobe Stock
    2. Creative Cloud Libraries
    3. Creative Cloud Libraries in Photoshop
    4. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    5. Werken met illustraties van Illustrator in Photoshop
    6. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
    7. Raster en hulplijnen
    8. Handelingen maken
    9. Ongedaan maken en historie
    10. Standaardsneltoetsen
    11. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
  4. Photoshop voor de iPad
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Documenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werk met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werk met tekstlagen
    16. Werk met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Afbeeldingsgrootte bewerken
    23. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    24. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    25. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop
    26. Werken met Camera Raw-bestanden
    27. Slimme objecten maken en ermee werken
    28. De belichting in uw afbeeldingen aanpassen met Tegenhouden en Doordrukken
  5. Photoshop op internet (bèta)
    1. Veelgestelde vragen | Photoshop op internet (bèta) 
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop op internet (bèta)
    4. Sneltoetsen | Photoshop op internet (bèta)
    5. Ondersteunde bestandstypen | Photoshop op internet (bèta)
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Samenwerken met belanghebbenden
    8. Beperkte bewerkingen toepassen op uw clouddocumenten
  6. Clouddocumenten
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Toegang delen en uw clouddocumenten bewerken
    9. Bestanden delen en opmerkingen in de app
  7. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Documenten maken
    3. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    4. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Photoshop
    5. Toolgalerieën
    6. Prestatievoorkeuren
    7. Tools gebruiken
    8. Aanraakbewegingen
    9. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    10. Technology Previews
    11. Metagegevens en notities
    12. Snel uw creaties delen
    13. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    14. Voorkeuren
    15. Standaardsneltoetsen
    16. Linialen
    17. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    18. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    19. Ongedaan maken en historie
    20. Deelvensters en menu's
    21. Bestanden plaatsen
    22. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    23. Plaatsen met de liniaal
    24. Voorinstellingen
    25. Sneltoetsen aanpassen
    26. Raster en hulplijnen
  8. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  9. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  10. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
    26. Laag
    27. Afvlakken
    28. Samengesteld
    29. Achtergrond
  11. Selecties
    1. Werkruimte Selecteren en maskeren
    2. Snelle selecties maken
    3. Aan de slag met selecties
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lasso’s
    6. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    7. Pixelselecties aanpassen
    8. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    9. Basisbegrippen voor kanalen
    10. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    11. Een tijdelijk snelmasker maken
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
    16. Selectie
    17. Selectiekader
  12. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Perspectief verdraaien
    2. Vervaging door camerabeweging verminderen
    3. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    4. Kleur-opzoektabellen exporteren
    5. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    6. Kleuraanpassingen
    7. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    8. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    9. Aanpassing Niveaus
    10. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    11. Levendigheid aanpassen
    12. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    13. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    14. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    15. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    16. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    17. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    18. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    19. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    20. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    21. Aanpassings- en opvullagen
    22. Aanpassing Curven
    23. Overvloeimodi
    24. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    25. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    26. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    27. Filter
    28. Vervagen
    29. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    30. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
    31. Objectkleuren vervangen
  13. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Niet-destructieve bewerkingen uitvoeren in Camera Raw
    10. Radiaalfilter in Camera Raw
    11. Camera Raw-instellingen beheren
    12. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    13. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    14. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    15. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    16. Functieoverzicht | Adobe Camera Raw | 2018-versies
    17. Overzicht van nieuwe functies
    18. Procesversies in Camera Raw
    19. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  14. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  15. Afbeeldingen transformeren
    1. Objecten transformeren
    2. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    3. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    4. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    5. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    6. Perspectiefpunt
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
    10. Verdraaien
    11. Transformeren
    12. Panorama
  16. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Interpolatie met verloop
    14. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    15. Tekenen met de pentools
    16. Patronen maken
    17. Een patroon maken met de Patroonmaker
    18. Paden beheren
    19. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    20. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    21. Structuurpenselen maken
    22. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    23. Verloop
    24. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    25. Tekenen met een patroon
    26. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
  17. Tekst
    1. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    2. Tekens opmaken
    3. Alinea's opmaken
    4. Teksteffecten maken
    5. Tekst bewerken
    6. Regelafstand en tekenspatiëring
    7. Arabische en Hebreeuwse tekst
    8. Lettertypen
    9. Problemen met lettertypen oplossen
    10. Aziatische tekst
    11. Tekst maken
    12. Tekstenginefout met Typegereedschap in Photoshop | Windows 8
    13. World-Ready composer voor Aziatische scripts
    14. Tekst toevoegen en bewerken in Photoshop
  18. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  19. Filters en effecten
    1. Het filter Uitvloeien gebruiken
    2. De galerie Vervagen gebruiken
    3. Basisbeginselen van filters
    4. Overzicht van de filtereffecten
    5. Belichtingseffecten toevoegen
    6. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    7. Het filter Olieverf gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  20. Opslaan en exporteren
    1. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    2. Bestanden exporteren in Photoshop
    3. Ondersteunde bestandsindelingen
    4. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    5. Ontwerpen verplaatsen tussen Photoshop en Illustrator
    6. Video en animaties opslaan en exporteren
    7. PDF-bestanden opslaan
    8. Digimarc-copyrightbescherming
  21. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Duotonen
    8. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    9. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    10. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  22. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  23. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Werken met kleurprofielen
    5. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    7. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    8. Kleuren controleren
  24. Content Authenticity
    1. Meer informatie over inhoudreferenties
    2. Identiteit en herkomst voor NFT's
    3. Accounts verbinden voor creatieve toewijzing
  25. 3D-beelden en technische beeldverwerking
    1. Photoshop 3D | Veelgestelde vragen over 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn
    2. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    3. 3D-objecten afdrukken
    4. Tekenen in 3D
    5. Verbeteringen in het 3D-deelvenster | Photoshop
    6. De belangrijkste 3D-concepten en -tools
    7. 3D renderen en opslaan
    8. 3D-objecten en -animaties maken
    9. Afbeeldingsstapels
    10. 3D-workflow
    11. Metingen
    12. DICOM-bestanden
    13. Photoshop en MATLAB
    14. Objecten in een afbeelding tellen
    15. 3D-objecten combineren en omzetten
    16. Structuren bewerken in 3D
    17. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    18. Instellingen van het 3D-deelvenster

Doelgroep van dit document

Dit document bevat basisinformatie voor gebruikers die:

  • met RGB-afbeeldingen werken, of die nu zijn gemaakt in Photoshop of zijn vastgelegd met een digitale camera of scanner,
  • hun afbeeldingen op een inkjetprinter willen afdrukken.

Dit document is niet bedoeld voor gebruikers die:

  • meetbare kleuraccuratesse vereisen,
  • hun afbeeldingen alleen op internet willen plaatsen
  • hun afbeeldingen afdrukken via een online service
  • afbeeldingen voorbereiden voor een drukpers,
  • met afbeeldingen in de CMYK-kleurmodus werken.

Wat is kleurbeheer?

Kleurbeheer heeft betrekking op de technologie en processen die worden gebruikt om te zorgen dat kleuren op meerdere apparaten zo accuraat mogelijk worden gepresenteerd. Monitors of printers kunnen nooit precies het helderheids- en kleurbereik van het menselijke oog weergeven, en geen twee apparaten (waaronder verschillende soorten printerpapier) kunnen het helderheids- en kleurbereik precies hetzelfde weergeven.

Bovendien reageren verschillende apparaten van hetzelfde type anders: als u het ene model monitor ontkoppelt en een ander model aansluit zonder software-instellingen te wijzigen, zien afbeeldingen er anders uit op de nieuwe monitor. Als u ander papier in uw printer gebruikt zonder software-instellingen te wijzigen, zien afbeeldingen er anders uit op het nieuwe papier.

Met behulp van kleurbeheer kunt u deze problemen aanpakken. Met enkele eenvoudige procedures kunt u vrij goede resultaten bereiken met een minimum aan apparatuur en een kleine investering in tijd. Als u een resultaat wenst met uiterst meetbare accuratesse, zijn complexere procedures en apparatuur vereist. Dit document is vooral bedoeld voor het eenvoudigere einde van die schaal. Met kleurbeheer verkrijgt u resultaten die zo accuraat zijn als natuurkundig mogelijk is, maar er is altijd een verschil tussen monitor en afdruk (zie hieronder). Bovendien betekent kleurbeheer het verschil tussen consistent en voorspelbaar. Uw afdrukken zullen niet soms groen en dan roze, of soms donker en dan licht zijn.

Wat zijn kleurprofielen?

Kleurbeheer is gebaseerd op het gebruik van kleurprofielen. Voor ons doel zijn er twee soorten kleurprofiel:

  1. Apparaatprofielen zijn gekoppeld aan een apparaat zoals een monitor of printer, en specifieke inkt en speciaal papier. Met kleurprofielen wordt beschreven hoe dat apparaat kleur weergeeft, waaronder welke kleuren wel en niet kunnen worden weergegeven.

  2. Werkprofielen zijn aan een document in Photoshop gekoppeld, zoals een afbeelding die met een digitale camera is vastgelegd. Deze profielen beschrijven hoe de RGB-waarden in het document overeenkomen met de daadwerkelijke kleuren die we zien, en bepalen welke kleuren in het document kunnen worden gerepresenteerd. Het werkprofiel van een document wordt ingesteld wanneer dat document wordt gemaakt, of dit nu een JPEG-bestand van een digitale camera of scanner is, een nieuw document dat in Photoshop is gemaakt of een document dat is gemaakt door een RAW-afbeelding van een digitale camera in Adobe Camera Raw te openen. De twee meestvoorkomende werkprofielen zijn sRGB en AdobeRGB.

De ProPhotoRGB-kleurruimte wordt gebruikt door mensen die zoveel mogelijk kleurinformatie van hun vastgelegde afbeeldingen willen behouden. Dit is een van die functies die u waarschijnlijk alleen gebruikt als u al weet waarom u de functie wilt gebruiken, en is geschikter voor de meest geavanceerde printers. Het belangrijkste dat u moet weten over ProPhotoRGB als kleurruimte is dat u in 16-bits modus moet werken om te voorkomen dat die extra kleuren leiden tot 'banding' (zichtbare stappen tussen kleuren). ProPhotoRGB kan veel meer kleuren representeren dan zelfs AdobeRGB, waaronder een relatief klein aantal kleuren dat kan worden afgedrukt door hoogwaardige inkjetprinters maar die niet in AdobeRGB kunnen worden weergegeven. Het profiel omvat ook een groot aantal kleuren die kunnen worden vastgelegd door digitale camera's maar die niet kunnen worden weergegeven op uitvoerapparaten of printers, en nog meer kleuren die mensen kunnen zien maar die niet kunnen worden vastgelegd door een invoerapparaat of weergegeven door een uitvoerapparaat. Wat is het nut van al deze kleuren als ze niet kunnen worden weergegeven of afgedrukt? Om te beginnen bent u er zeker van dat u geen informatie hebt weggegooid die uw camera heeft vastgelegd tot het echt noodzakelijk is (wanneer u het bestand uitvoert). U maakt bijvoorbeeld een belangrijke wijziging in kleurtoon/verzadiging waardoor een bereik met paarsrode tinten dat voorheen niet kon worden weergegeven of afgedrukt, wordt verplaatst naar een bereik met diepblauwe tinten dat kan worden weergegeven. Of u voert een reeks bewerkingsstappen uit waardoor tijdelijk extreme kleuren worden gemaakt die niet kunnen worden afgedrukt, en herstelt deze later naar een bereik dat wel kan worden afgedrukt (bijvoorbeeld door de algehele kleurverzadiging te versterken en vervolgens in bepaalde gebieden te reduceren). Met al deze extra kleuren kunt u dit doen zonder dat u kleurverschillen in de afbeelding beschadigt. ProPhotoRGB heeft echter ook nadelen: teneinde 'banding' te voorkomen, moet u in 16-bits modus werken, waardoor de bestandsgrootte, geheugenvereisten en bewerkingstijden verdubbelen. De meeste Photoshop-bewerkingen zijn beschikbaar in 16-bits modus, maar veel creatieve filterbewerkingen niet.

AdobeRGB kan meer kleuren weergeven dan sRGB, met name meer verzadigde kleuren die inkjetprinters kunnen afdrukken. Dit profiel is vooral geschikt voor printers in het middenbereik. Als u dus van plan bent om uw afbeeldingen op een inkjetprinter af te drukken, wilt u AdobeRGB wellicht als uw werkruimte gebruiken. U doet dit door de software van uw digitale camera of scanner in te stellen om AdobeRGB-bestanden uit te voeren, de uitvoerinstellingen in Adobe Camera Raw te configureren om AdobeRGB-bestanden uit te voeren, of, als u geheel nieuwe documenten in Photoshop maakt, AdobeRGB te selecteren in het pop-upmenu Kleurprofiel in de geavanceerde sectie van het dialoogvenster Nieuw document.

sRGB kan minder kleuren weergeven dan AdobeRGB, en inkjetprinters kunnen veel van die kleuren afdrukken. Dit profiel is vooral geschikt voor alles-in-een-printers (printers met een scanner en/of fax). Als u dus sRGB gebruikt, zult u een aantal van de meer verzadigde kleuren die uw digitale camera of scanner kan vastleggen en uw printer zou kunnen afdrukken, nooit zien. Maar sRGB bevat het merendeel van de kleuren in het merendeel van afbeeldingen. De meeste monitors met een internetverbinding hebben geen enkele vorm van kleurbeheer, maar maken gebruik van apparaatprofielen die veel weg hebben van sRGB. Veel online afdrukservices vereisen dat bestanden die ze afdrukken, een werkend profiel van sRGB hebben. Dit betekent dat voor bestanden die op internet moeten worden gepost of naar een dergelijke online service moeten worden verzonden, u een sRGB-werkruimte moet gebruiken of het bestand naar sRGB moet converteren voordat u het bestand post of verzendt. U kunt een document naar sRGB converteren door Bewerken > Converteren naar profiel te kiezen, en vervolgens sRGB als Doelruimte te kiezen (laat andere instellingen ongewijzigd), of door het selectievakje Converteren naar sRGB in te schakelen in het dialoogvenster Opslaan voor web wanneer u een JPEG-bestand voor het web opslaat.

Tips voor betere kleurenafdrukken:

Hieronder vindt u enkele basistips voor kleurbeheer (de eerste twee tips zijn de belangrijkste):

Stel een redelijke en consistente belichtingsomgeving in voor de monitor waarop u bewerkingen uitvoert.

  • Weinig licht dat in de loop van de dag weinig verandert en zonder lichtbronnen die rechtstreeks op het scherm vallen, is ideaal (u wilt geen lichtweerspiegelingen of heldere objecten in het scherm wanneer het is uitgeschakeld). Daarentegen kunt u een situatie waarbij de zon 's morgens op uw scherm schijnt en 's middags op uw gezicht, beter vermijden.

Profileer en kalibreer de monitor elke 6 maanden.

  • Zelfs de goedkoopste moderne monitorkalibrators (minder dan 130 euro) produceren accuratere en consistentere resultaten dan de softwarekalibratiefuncties van de macOS- en Windows-besturingssystemen. Deze leveren echter betere resultaten dan als u uw monitor helemaal niet kalibreert.

Welke methode u ook gebruikt, het resultaat is een profiel van uw monitor met deze instellingen. Wanneer u Photoshop de volgende keer start, wordt uw zojuist gemaakte profiel gebruikt. Wijzig de instellingen op uw monitor na profilering niet, met name de helderheid, het contrast of de kleurinstellingen. Als u instellingen wijzigt of de belichting aanzienlijk verandert, moet u het profileringsproces herhalen.

De ingebouwde schermen van laptops zijn niet ideaal om een goede kleurovereenkomst met afdrukken te verkrijgen.

  • Voor goed kleurbeheer is een monitor vereist die is geprofileerd: de besturingselementen moeten zijn ingesteld op dezelfde manier als toen het profiel werd gemaakt. Laptopschermen kunnen minder consistent zijn (met verschillende kleuren en helderheid op verschillende delen van het scherm) dan hoogwaardige desktopmonitors, en ze zijn heel helder ingesteld en/of met helderheid die automatisch wordt afgestemd op de omgeving. Dit is heel handig wanneer u bij veel licht en in koffiezaken op internet surft, maar uw afdrukken zien er altijd donker uit, of nog erger, soms wel goed, soms een beetje te donker, en soms veel te donker
  • De kwaliteit van laptopschermen is de laatste paar jaar echter enorm verbeterd. Als u van plan bent om uw laptopscherm te gebruiken om afbeeldingen te bewerken die moeten worden afgedrukt, en als het kalibratieapparaat of de ingebouwde software u geen specifiek helderheidsniveau biedt, kunt u een waarde kiezen tussen eenderde en de helft van de maximale helderheid.Wanneer u afbeeldingen bewerkt, zet u de monitor terug op deze instellingen. Anders kunt u gefrustreerd raken door slechte, onvoorspelbare resultaten.

Gebruik geen goedkoop papier in uw inkjetprinter

  • Welk papier u kiest, maakt een enorm verschil. Inkjetprinters produceren allemaal zeer slechte resultaten op 'gewoon' of algemeen 'inkjetfotopapier'. Gebruik papier dat specifiek is gemaakt voor foto- en kunstuitvoer door de printerfabrikant of een gespecialiseerde papierfabrikant. Foto- en kunstpapier is verkrijgbaar in glad mat, getextureerd mat, halfglanzend, volglanzend, glanzend, metallic en andere oppervlakken. Papier varieert sterk in het kleurenspectrum en helderheidsbereik dat ze kunnen weergeven, en de verschillende oppervlakken hebben een enorm effect op de kwaliteit en het uiterlijk van de afdruk in verschillende weergaveomstandigheden. De meest elementaire keuze is tussen een glanzend oppervlak, zoals de afdrukken die u vroeger van een 1-uursservice kreeg, of mat (niet glanzend), zoals de meeste afdrukken die op de muren van musea te zien zijn. Voor kleine afdrukken (4X6) is een 'premium' glanzend papier van de printerfabrikant een redelijke standaardkeuze. Voor grotere afdrukken, vooral afdrukken die voor displays zijn bedoeld, is het de moeite waard verschillende papiersoorten te proberen om te zien wat u mooi vindt. Na enig experimenteren kiezen de meeste mensen voor een klein aantal papiersoorten (1-3) die ze voor het grootste deel van hun werk gebruiken.

Zorg dat u profielen voor de printer- en papiercombinaties hebt die u gaat gebruiken
(u doet dit wanneer u voor het eerst een nieuw soort printerpapier gebruikt)

  • De meeste huidige inkjetprinters, vooral printers die bedoeld zijn voor beeldverwerking en niet voor bedrijfsgebruik, hebben redelijk goede profielen voor verschillende soorten papier die door de printerfabrikant zijn gemaakt. Deze profielen worden met de printersoftware geïnstalleerd. Als u een nieuw soort papier gebruikt, of papier dat niet door de printerfabrikant is geproduceerd, moet u een profiel van de website van de papierfabrikant of een andere bron verkrijgen.

Gebruik geen goedkope inkt in uw inkjetprinter

  • Inkjetinkt is duur, maar voor hoogwaardige afdrukken in kleine aantallen is er geen betaalbaar alternatief voor de inkt van de printerfabrikant. Gebruik goedkope inkt voor tekstdocumenten en spreadsheets met grafische afbeeldingen. Voor kleuraccuratesse en consistentie gebruikt u de inkt van de printerfabrikant of speciale afbeeldingsinkt, bijvoorbeeld van Lyson (voor het gebruik van speciale inkt zijn ook aangepaste profielen vereist; een printerprofiel is een specifieke combinatie van printer, inkt en papier). Goedkope merkinkten hebben een hoog risico van slechte, wisselende kleurresultaten en een afdruk die veel minder lang meegaat.

Maak een belichtingsomgeving in de buurt van uw monitor voor het bekijken van afdrukken
(doe dit eenmaal wanneer u uw computerwerkruimte opzet).

  • U hebt een ruimte in de buurt van uw monitor nodig die geschikt licht heeft voor het bekijken van de afdruk, bij voorkeur met soortgelijk licht als waarin de afdruk uiteindelijk bekeken zal worden, en bij voorkeur in de buurt van de monitor zodat u de twee kunt vergelijken. In het algemeen is dit niet direct zonlicht (hierdoor wordt het bovendien te moeilijk om uw monitor te zien) en ook geen donkere omgeving (dit is handig voor weergave op uw monitor maar niet voor het bekijken van uw afdrukken). Het is meestal beter om de afdruk niet pal naast de monitor te houden. Als er namelijk goed licht is om de afdruk in die positie te bekijken, weerspiegelt de monitor waarschijnlijk ook licht, en dit is niet goed. Op het bureau, aan de zijkant, is ideaal.

Wat u ook doet, uw afdrukken zullen nooit precies overeenkomen met de monitor, omdat:

  • De monitor licht uitzendt en de afdruk licht reflecteert.
  • De afdruk er iets anders uit ziet al naar gelang het licht waarin u de afdruk bekijkt: licht van een gloeilamp, indirect zonlicht of een tl-verlichting.
  • De monitor en de afdruk niet precies dezelfde kleuren of hetzelfde bereik van helderheid, van licht naar donker, kunnen representeren. De monitor kan bijvoorbeeld bepaalde diepblauwe en roodpaarse tinten weergeven die uw printer niet kan afdrukken. Het verschil in helderheid van zwart tot wit dat een monitor kan weergeven, is aanzienlijk groter dan een printer kan weergeven. De printer kan waarschijnlijk intense blauwgroene en groene tinten in het middenbereik afdrukken die de monitor niet kan weergeven. De software voor kleurbeheer wijzigt de vele kleuren in het document om op elk apparaat het beste algehele resultaat te bieden. De software vervangt niet alleen de kleuren die te verzadigd zijn om op een bepaald apparaat weer te geven met de dichtstbijzijnde kleur die kan worden weergegeven. Hierdoor zouden alle details in kleuren die op de rand van het kleurenspectrum voor het apparaat zitten, verloren gaan. In plaats daarvan worden veel kleuren subtiel verschoven zodat de algehele weergave behouden blijft.

Gebruik soft proofing om een beter idee te krijgen van hoe uw afdruk eruit zal zien (doe dit naar wens of telkens voordat u afdrukt)

  • Als u uw monitor hebt gekalibreerd, is wat Photoshop op het scherm laat zien, de meest accurate representatie van uw document. Als u dat document dan met een geschikt profiel afdrukt, wordt de meest accurate representatie van uw document afgedrukt waartoe uw printer in staat is. Vanwege de bovenstaande factoren wijkt dit meestal erg af.
  • In plaats van dat Photoshop de meest accurate representatie van uw document op het scherm weergeeft, kan ook de meest accurate representatie van de afdruk worden weergegeven. Hierbij wordt rekening gehouden met de kleuren die uw printer niet kan afdrukken, en het verminderde bereik van donkere naar lichte tonen die de printer kan produceren. Vanwege deze verschillen ziet een soft proof (een schermvoorbeeld van afgedrukte kleuren) er altijd doffer uit dan de oorspronkelijke afbeelding. U wilt deze informatie wellicht gebruiken om het contrast of de verzadiging van bepaalde gebieden in uw afbeelding te vergroten ter compensatie. Als een kleur echter niet aanwezig is omdat de printer de kleur niet kan afdrukken, is er niets wat u in het bestand kunt wijzigen om die kleur in de afdruk te verkrijgen. Deze voorvertoning wordt nog steeds beperkt door de verlichtingsomstandigheden, evenals het feit dat er kleuren zijn die de printer kan afdrukken maar de monitor niet kan weergeven. Maar u krijgt een beter idee van hoe de afdruk eruit zal zien dan de normale ('best mogelijke afbeelding van het document') weergave.

Als u een soft proof van uw document wilt zien, kiest u Weergeven > Instellen proef > Aangepast en stelt u de dialoogopties als volgt in:

  • Te simuleren apparaat: kies het profiel voor de printer- en papiercombinatie waarvan u een soft proof wilt maken.
  • RGB-nummers behouden: niet geselecteerd
  • Rendering intent: perceptueel of relatief colorimetrisch (meestal ziet u weinig verschil tussen de twee opties, maar de gekozen optie moet overeenkomen met de optie die u in het afdrukdialoogvenster kiest wanneer u het document afdrukt)
  • Compensatie zwarte punten gebruiken: geselecteerd
  • Papierkleur simuleren: geselecteerd
  • Zwarte inkt simuleren: geselecteerd

Klik vervolgens op OK.

Hiermee worden instellingen voor deze papier- en printercombinatie voorbereid en wordt soft proofing ingeschakeld. Kies Weergave > Proefkleuren om soft proofing in te schakelen. U kunt alle bewerkingen uitvoeren wanneer soft proofing is ingeschakeld.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account