Informatie over tekentools, voorinstellingen en opties

Adobe Photoshop biedt verschillende tools voor het tekenen en bewerken van afbeeldingskleuren. Het penseel en het potlood werken als de traditionele tekentools door kleur aan te brengen door middel van penseelstreken. Met tools als Gummetje, Vervagen en Natte vinger kunt u de bestaande kleuren in een afbeelding wijzigen. In de optiebalk voor elke tekentool kunt u bepalen hoe kleur wordt toegepast op een afbeelding en kunt u vooraf gedefinieerde penseeluiteinden kiezen. Zie Galerie met tekentools.

Voorinstellingen voor penselen en tools

U kunt een aantal penseelopties opslaan als een voorinstelling zodat u snel toegang kunt krijgen tot penseelkenmerken waarmee u veel werkt. Photoshop bevat meerdere voorbeelden van penseelvoorinstellingen. U kunt deze voorinstellingen als uw uitgangspunt gebruiken en deze aanpassen om nieuwe effecten te produceren. U kunt vele originele voorinstellingen voor penselen downloaden van internet.

U kunt snel voorinstellingen kiezen vanuit de voorinstellingenkiezer voor het penseel in de optiebalk, waarin u de grootte en hardheid van een penseelvoorinstelling tijdelijk kunt aanpassen.

Sla voorinstellingen voor tols op als u kenmerken van penseeluiteinden in combinatie met instellingen op de optiebalk, zoals dekking, stroom en kleur, wilt bewaren. Zie Voorinstellingen voor tools maken en gebruiken voor meer informatie over voorinstellingen voor tools.

Opties voor penseeluiteinden

De opties voor het penseeluiteinde bepalen samen met de instellingen op de optiebalk hoe kleur wordt toegepast. U kunt kleuren geleidelijk aanbrengen, met zachte randen, met grote penseelstreken, met verschillende soorten penseeldynamiek, met verschillende overvloei-eigenschappen en met penseelsoorten. U kunt een structuur toepassen met uw penseelstreken om het verven op canvas of kunstpapier te simuleren. U kunt ook kleur 'spuiten' met een airbrush. U stelt de opties voor het penseeluiteinde in het deelvenster Penseel in. Zie Overzicht van het deelvenster Penseel.

Als u met een tekentablet werkt, kunt u aan de hand van de pendruk, hoek, rotatie of een pendrukschijf bepalen hoe kleur wordt toegepast. U kunt opties voor tekentabletten instellen in het deelvenster Penseel en op de optiebalk.

Expert aan het woord: De basisbeginselen van penselen

Expert aan het woord: De basisbeginselen van penselen
Expert Andy Anderson laat zien hoe penselen worden gebruikt om een afbeelding te tekenen, corrigeren en aanpassen.
Andy Anderson - InfiniteSkills

Tekenen met de tool Penseel of Potlood

Met het penseel en het potlood kunt u in de huidige voorgrondkleur op een afbeelding tekenen. Met het penseel brengt u zachte kleurstreken aan. Met het potlood tekent lijnen met harde randen.

Opmerking:

Met de tool Rotatie draait u het canvas, zodat u eenvoudiger kunt tekenen. Zie De tool Weergave roteren gebruiken.

  1. Kies een voorgrondkleur. (Zie Een kleur kiezen in de toolset.)

  2. Selecteer het penseel  of het potlood .
  3. Kies een penseel in het deelvenster Voorinstellingen penseel. Zie Een vooraf ingesteld penseel selecteren.

  4. Stel op de optiebalk toolopties in voor modus, dekking, enzovoort.

  5. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Klik en sleep in de afbeelding om te tekenen.
    • Als u een rechte lijn wilt tekenen, klikt u in de afbeelding om het beginpunt in te stellen. Vervolgens houdt u Shift ingedrukt en klikt u op de gewenste plaats voor het eindpunt.
    • Wanneer u het penseel als airbrush gebruikt, houdt u de muisknop ingedrukt zonder de muis te slepen om de kleur intensiever te maken.

Opties voor de tekentools

Stel op de optiebalk de volgende opties in. De beschikbare opties variëren per tool.

Modus

Hiermee stelt u de methode in voor het overvloeien van de kleur die u met de onderliggende bestaande pixels tekent. De beschikbare modi variëren al naar gelang de tool die u selecteert. Tekenmodi lijken sterk op de overvloeimodi voor lagen. Zie Overvloeimodi.

Dekking

Hiermee stelt u de transparantie in van de kleur die u toepast. Als u in een gebied tekent, overschrijdt de dekking het ingestelde niveau niet voordat u de muisknop loslaat, ongeacht hoe vaak u de aanwijzer over het gebied verplaatst. Wanneer u nogmaals in het gebied tekent, past u aanvullende kleur toe, overeenkomstig de dekking die u hebt ingesteld. Een dekking van 100 procent betekent dat de kleur volledig ondoorzichtig is.

Stroom

Hiermee stelt u de snelheid in waarmee de kleur wordt toegepast wanneer u de aanwijzer over een gebied verplaatst. Terwijl u in een gebied tekent en de muisknop ingedrukt houdt, neemt de hoeveelheid kleur toe op basis van de ingestelde stroom, tot de ingestelde dekking is bereikt. Als u bijvoorbeeld zowel de dekking als de stroom instelt op 33%, verplaatst de kleur van een gebied zich elke keer wanneer u over een gebied beweegt 33% in de richting van de penseelkleur. Het totaal zal de dekking van 33% niet overschrijden, tenzij u de muisknop loslaat en nogmaals over het gebied tekent.

Opmerking:

Druk op één cijfertoets om de dekking van een tool in te stellen in meervouden van 10% (druk op 1 om de dekking in te stellen op 10% en druk op 0 om de dekking in te stellen op 100%). Druk op twee cijfertoetsen om een specifieke dekking in te stellen. Houd Shift ingedrukt en druk op cijfertoetsen om de stroom in te stellen.

Airbrush 

Hiermee simuleert u het verven met een airbrush. Wanneer u de muisaanwijzer over een gebied verplaatst, neemt de hoeveelheid verf toe als u de muisknop ingedrukt houdt. De opties voor de hardheid, dekking en stroom van het penseel bepalen hoe snel en hoeveel verf wordt toegepast. Klik op de knop om deze optie in of uit te schakelen.

Wissen

(Alleen voor de tool Potlood) Tekent met de achtergrondkleur over gebieden met de voorgrondkleur. Selecteer de voorgrondkleur die u wilt wissen en de achtergrondkleur die u wilt activeren. (Zie Wissen gebruiken in combinatie met het potlood.)

Knoppen voor tabletdruk   

Gebruik de pendruk om de instellingen voor dekking en formaat in het deelvenster Penseel te overschrijven.

Cursorvoorkeur selecteren

De tekengereedtools kunnen drie cursors hebben: de standaardcursor (het pictogram in de toolset), een dradenkruis  en een cursor die qua grootte en vorm overeenkomt met het momenteel geselecteerde penseeluiteinde.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Cursors (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Cursors (Mac OS).
  2. Selecteer de gewenste cursors in het gebied Tekencursors en het gebied Andere cursors. De monstercursors veranderen van vorm in overeenstemming met uw keuze. Voor een penseeluiteindecursor kiest u een formaat en of u al dan geen dradenkruis wilt opnemen in de cursor.
    • Met een standaardpenseeluiteinde beperkt u de grootte van de cursor tot gebieden van de penseelstreek met een dekking van 50% of hoger.
    • Een penseeluiteinde van volledige grootte stemt de grootte van de cursor af op het volledige gebied dat door de penseelstreek wordt bedekt. In het geval van zachte penselen leidt dit tot een grotere cursor dan de standaardinstelling, aangezien de gebieden van de penseelstreek met een lichtere dekking ook worden opgenomen.

Opmerking:

Selecteer Dradenkruis tonen in penseeluiteinde of Alleen dradenkruis tonen tijdens tekenen om verschillende typen cursors te combineren. Als u met de tools Pen en Penseel werkt, drukt u op Caps Lock om te schakelen tussen de standaardcursor en het dradenkruis.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid