Met de opdracht Plaatsen kunt u een foto, illustratie of een willekeurig door Photoshop ondersteund bestand als een slim object aan uw document toevoegen. U kunt slimme objecten schalen, plaatsen, schuintrekken, roteren of verdraaien zonder de kwaliteit van de afbeelding aan te tasten.
(Photoshop) Kies Bestand > Plaatsen, selecteer het bestand dat u wilt plaatsen en klik op Plaatsen.
U kunt een bestand ook uit Windows of Mac OS naar een geopende Photoshop-afbeelding slepen.
De geplaatste illustratie wordt in het midden van de Photoshop-afbeelding weergegeven in een selectiekader. De oorspronkelijke hoogte/breedte-verhouding van de illustratie blijft behouden. Als de illustratie echter groter is dan de Photoshop-afbeelding, wordt deze verkleind.
U kunt Adobe Illustrator-illustraties niet alleen toevoegen via de opdracht Plaatsen, maar u kunt ze ook toevoegen als slimme objecten door ze vanuit Illustrator te kopiëren en te plakken naar een Photoshop-document. Zie Adobe Illustrator-illustraties plakken in Photoshop.
Als u de positie van de geplaatste illustratie wilt wijzigen, plaatst u de aanwijzer binnen het selectiekader van de geplaatste illustratie en versleept u deze, of u voert op de optiebalk een waarde in voor X om de afstand op te geven tussen het middelpunt van de geplaatste illustratie en de linkerrand van de afbeelding. Voer in de optiebalk een waarde voor Y in om de afstand op te geven tussen het middelpunt van de geplaatste illustratie en de bovenrand van de afbeelding.
Als u de geplaatste illustratie wilt schalen, sleept u een van de hoekgrepen van het selectiekader of voert u waarden in voor B en H op de optiebalk. Houd tijdens het slepen Shift ingedrukt om de verhoudingen te behouden.
Als u de geplaatste illustratie wilt roteren, plaatst u de aanwijzer buiten het selectiekader (de aanwijzer verandert in een kromme pijl) en versleept u deze, of u voert een waarde in (in graden) bij de optie Roteren
op de optiebalk. De illustratie wordt geroteerd rond het middelpunt van de geplaatste illustratie. Als u het middelpunt wilt aanpassen, sleept u dit naar een nieuwe locatie of klikt u op een greep van het pictogram Locatie referentiepunt
op de optiebalk.
Als u de geplaatste illustratie wilt schuintrekken, houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en sleept u een zijgreep van het selectiekader.
Als u de geplaatste illustratie wilt verdraaien, kiest u Bewerken > Transformeren > Verdraaien en kiest u vervolgens een verdraaiingsoptie in het pop-upmenu Verdraaiingsstijl op de optiebalk.
Als u Aangepast kiest in het pop-upmenu Verdraaien, versleept u de besturingselementen, een segment van het selectiekader of het net, of een gebied binnen het net om de afbeelding te verdraaien.
Klik op Vastleggen
op de optiebalk of druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS) om de geplaatste illustratie vast te leggen op een nieuwe laag.
Klik op Annuleren
op de optiebalk of druk op Esc als u de plaatsing wilt annuleren.
Wanneer u een PDF- of Adobe Illustrator-bestand plaatst, gebruikt u het dialoogvenster PDF plaatsen als u de opties voor het plaatsen van de illustratie wilt instellen.
Gebruik het menu Miniatuurgrootte om de weergave van miniaturen in het voorvertoningsvenster aan te passen. Met de optie Pagina passend maken past er één miniatuur in het voorvertoningsvenster. Er verschijnt een schuifbalk als er meerdere items zijn.
Selectiekader
Hiermee wordt het kleinste rechthoekige gedeelte uitgesneden dat alle tekst en afbeeldingen van de pagina bevat. Met deze optie wordt de extra witruimte gewist.
Mediavak
Hiermee wordt uitgesneden naar de oorspronkelijke grootte van de pagina.
Uitsnijdvak
Hiermee wordt uitgesneden tot het uitknipgebied (uitsnijdmarges) van het PDF-bestand.
Afloopvak
Hiermee wordt uitgesneden tot het gebied dat is opgegeven in het PDF-bestand en wordt rekening gehouden met de beperkingen van productieprocessen als knippen, vouwen en bijsnijden.
Verkleinvak
Hiermee wordt uitgesneden tot het gebied dat is opgegeven voor het beoogde, uiteindelijke paginaformaat.
Illustratievak
Hiermee wordt uitgesneden tot het gebied dat is opgegeven in het PDF-bestand voor het plaatsen van de PDF-gegevens in een andere toepassing.
U kunt illustraties uit Adobe Illustrator kopiëren en deze plakken in een Photoshop-document.
Als u de illustratie automatisch in pixels wilt omzetten bij het plakken in een Photoshop-document, schakelt u de opties PDF en AICB (transparantie wordt niet ondersteund) uit in de voorkeuren Bestandsbeheer en Klembord.
Als u de illustratie wilt plakken als een slim object, een in pixels omgezette afbeelding, een pad of een vormlaag, schakelt u de opties PDF en AICB (transparantie wordt niet ondersteund) in bij de voorkeuren Bestandsbeheer en Klembord.
Indien de opties PDF en AICB (geen ondersteuning van transparantie) zijn uitgeschakeld in de voorkeuren Bestandsbeheer en Klembord van Adobe Illustrator, wordt de illustratie automatisch in pixels omgezet nadat deze in het Photoshop-document is geplakt. U kunt de overige stappen van de procedure dan overslaan.
Slim object
Hiermee plakt u de illustratie als een slim vectorobject dat u kunt schalen, transformeren of verplaatsen zonder de kwaliteit van de afbeelding aan te tasten. Wanneer de illustratie wordt geplaatst, worden de bestandsgegevens in een afzonderlijke laag ingesloten in het Photoshop-document.
Pixels
Hiermee plakt u de illustratie als pixels die kunnen worden geschaald, getransformeerd of verplaatst, voordat de illustratie in pixels wordt omgezet en op een eigen laag in het Photoshop-document wordt geplaatst.
Pad
Hiermee plakt u de illustratie als een pad dat kan worden bewerkt met de pentools, de tool Padselectie of de tool Direct selecteren. Het pad wordt in de laag geplakt die is geselecteerd in het deelvenster Lagen.
Vormlaag
Hiermee plakt u de illustratie als een nieuwe vormlaag (een laag met een pad dat is gevuld met de voorgrondkleur).
Aanmelden bij je account