Lees hoe u uitknipmaskers in Photoshop kunt gebruiken om delen van uw laag te verbergen of weer te geven.

Met een uitknipmasker kunt u de inhoud van een laag gebruiken om de bovenliggende lagen te maskeren. De inhoud van de onderste laag, of basislaag, bepaalt de maskering. Het niet-transparante gedeelte van de basislaag knipt (onthult) de inhoud van de lagen erboven in het uitknipmasker. Alle andere inhoud in de uitkniplagen wordt uitgefilterd (verborgen).

U kunt meerdere lagen in een uitknipmasker gebruiken, maar het kunnen alleen opeenvolgende lagen zijn. De naam van de basislaag in het masker wordt onderstreept en de miniaturen van de bovenliggende lagen worden ingesprongen. Bij de bovenliggende lagen wordt bovendien een uitknipmaskerpictogram weergegeven.

Met de optie Uitkniplagen overvloeien als groep in het dialoogvenster Laagstijl kunt u aangeven of de overvloeimodus van de basislaag moet worden toegepast op de hele groep of alleen op de basislaag. (Zie Overvloeieffecten groeperen.)

Photoshop-uitknipmasker
Uitknipmasker: inhoud van de uitgeknipte laag (aardappelen) is alleen zichtbaar binnen de inhoud van de basislaag (het logo)

Uitknipmasker maken

  1. Rangschik de lagen in het deelvenster Lagen zo dat de basislaag met het masker zich onder de lagen bevindt die u wilt maskeren.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit om een uitknipmasker te maken:

    • Houd in het deelvenster Lagen Alt (Win) of Option (Mac) ingedrukt. Plaats de aanwijzer op de lijn tussen de basislaag en de eerste laag erboven die u wilt opnemen in het uitknipmasker (de aanwijzer verandert in twee overlappende cirkels ) en klik.
    • Selecteer de eerste laag boven de basislaag in het deelvenster Lagen en kies Laag > Uitknipmasker maken.
  3. Als u aanvullende lagen wilt toevoegen aan het uitknipmasker, gebruikt u een van de methoden die in stap 2 worden beschreven en werkt u zich per niveau een weg naar boven in het deelvenster Lagen. De dekking en modus van de basislaag worden toegewezen aan de lagen in het uitknipmasker.

    Als u een laag maakt tussen lagen in een uitknipmasker of wanneer u een niet-uitgeknipte laag sleept tussen verschillende lagen in een uitknipmasker, wordt de laag onderdeel van het uitknipmasker. 

Een laag verwijderen uit een uitknipmasker

Voer een van de volgende handelingen uit om een laag van een uitknipmasker te verwijderen:

  • Houd Alt (Win) of Option (Mac) ingedrukt, plaats de aanwijzer boven de lijn tussen twee gegroepeerde lagen in het deelvenster Lagen (de aanwijzer verandert in twee overlappende cirkels ) en klik.
  • Selecteer in het deelvenster Lagen een laag in het uitknipmasker en kies Laag > Uitknipmasker opheffen. Met deze opdracht verwijdert u de geselecteerde laag en alle eventuele lagen erboven uit het uitknipmasker.

Alle lagen in een uitknipmasker opheffen

  1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met het uitknipmasker vlak boven de basislaag.
  2. Kies Laag > Uitknipmasker opheffen.