Leer hoe u lagen in een afbeelding eenvoudig kunt herschikken en stapelen. Leer ook hoe u lagen kunt vergrendelen om deze te beschermen.

U kunt complexe samenstellingen maken die meerdere lagen diep zijn. In Photoshop kunt u eenvoudig door uw lagen navigeren en meerdere lagen in een stapel groeperen, zodat u de lagen als één entiteit kunt manipuleren of bewerken. Vergrendel een laag om te voorkomen dat u onbedoelde wijzigingen in uw werk aanbrengt.

De volgorde van lagen en laaggroepen wijzigen

Voer een van de volgende stappen uit om de volgorde van lagen en laaggroepen te wijzigen:

  • Sleep de laag of de groep in het deelvenster Lagen omhoog of omlaag. Laat de muisknop los wanneer u ziet dat de markeringslijn zich op de positie bevindt waar u de laag of de groep wilt plaatsen.

  • Als u een laag in een groep wilt verplaatsen, sleept u een laag naar de map van de groep . Als de groep is gesloten, wordt de laag onder aan de groep geplaatst.

  • Selecteer een laag of groep, kies Laag > Rangschikken en kies een opdracht in het submenu. Als het geselecteerde item zich in een groep bevindt, heeft de opdracht betrekking op de stapelvolgorde binnen de groep. Als het geselecteerde item zich niet in een groep bevindt, heeft de opdracht betrekking op de stapelvolgorde in het deelvenster Lagen.

  • Als u de volgorde van de geselecteerde lagen wilt omkeren, kiest u Laag > Rangschikken > Omkeren. Deze opties worden grijs weergegeven als u minder dan twee lagen hebt geselecteerd.

De achtergrondlaag is per definitie altijd de laatste in de stapelvolgorde. Met de opdracht Op achtergrond plaatst u het geselecteerde item derhalve direct boven de achtergrondlaag.

Sleep een laag of laaggroep in het deelvenster Lagen omhoog of omlaag om de laag of laaggroep te verplaatsen.
Sleep een laag of laaggroep in het deelvenster Lagen omhoog of omlaag om de laag of laaggroep te verplaatsen.

De inhoud van lagen verplaatsen

  1.  Selecteer in het deelvenster Lagen de lagen met de objecten die u wilt verplaatsen door op die lagen te klikken.

  2. Selecteer het gereedschap Verplaatsen .

    U kunt de lagen selecteren die u rechtstreeks in het documentvenster wilt verplaatsen. Selecteer in de optiebalk van de tool Verplaatsen Automatisch selecteren en kies vervolgens Laag in de menuopties die worden weergegeven. Houd Shift ingedrukt en klik om meerdere lagen te selecteren. Schakel Automatisch selecteren in en kies Groep om de volledige groep te selecteren wanneer u één laag in de groep selecteert.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep in het documentvenster een willekeurig object op een van de geselecteerde lagen. (Alle objecten op de laag worden samen verplaatst.)

    • Druk op een pijltoets op het toetsenbord om de objecten één pixel te verschuiven.

    • Houd Shift ingedrukt en druk op een pijltoets op het toetsenbord om de objecten tien pixels te verschuiven.

Een laag roteren

  1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag die u wilt roteren.

  2. Als een element in de afbeelding is geselecteerd, kiest u Selecteren > Deselecteren.

  3. Kies Bewerken > Transformeren > Roteren. Er verschijnt een kader dat de grenzen van de laag aangeeft (dit wordt een selectiekader genoemd).

  4. Plaats de aanwijzer buiten het selectiekader (de aanwijzer verandert in een kromme dubbele pijl) en sleep de aanwijzer. Druk op Shift om de rotatie te beperken tot stappen van 15°.
  5. Als u tevreden bent met de resultaten, drukt u op Enter (Windows) of Return (Mac OS) of klik op het vinkje op de optiebalk. Als u de rotatie wilt annuleren, drukt u op Esc of klikt u op het pictogram Transformatie annuleren op de optiebalk.

Een laag vergrendelen

U kunt lagen volledig of gedeeltelijk vergrendelen om de inhoud te beschermen. U kunt bijvoorbeeld besluiten om een laag volledig te vergrendelen zodra u deze hebt voltooid. U kunt een laag gedeeltelijk vergrendelen als deze de juiste transparantie en stijlen heeft, maar u de plaats nog niet heeft bepaald. Als een laag is vergrendeld, wordt rechts van de laagnaam een slotpictogram weergegeven. Het slotpictogram wordt massief weergegeven als de laag volledig is vergrendeld en hol als de laag gedeeltelijk is vergrendeld.

Alle eigenschappen van een laag of groep vergrendelen

  1. Selecteer een laag of groep.
  2. Klik op de optie Alles vergrendelen  in het deelvenster Lagen. Naast lagen in een vergrendelde groep wordt een grijs vergrendelingspictogram weergegeven .

Een laag gedeeltelijk vergrendelen

  1. Selecteer een laag.
  2. Klik in het deelvenster Lagen op een of meer vergrendelingsopties:

    • Transparante pixels vergrendelen: hiermee beperkt u de bewerking tot ondoorzichtige gedeelten van de laag. Deze optie komt overeen met de optie Transparantie behouden in eerdere versies van Photoshop.
    • Afbeeldingspixels vergrendelen: hiermee voorkomt u dat de laagpixels worden aangepast met de tekengereedschappen.
    • Positie vergrendelen: hiermee voorkomt u dat de laagpixels worden verplaatst.

    Voor tekstlagen zijn de opties Transparante pixels vergrendelen en Afbeeldingspixels vergrendelen standaard ingeschakeld. U kunt deze opties niet uitschakelen.

De vergrendelingsopties toepassen op geselecteerde lagen of op een groep

  1. Selecteer meerdere lagen of een groep.
  2. Kies Lagen vergrendelen of Alle lagen in groep vergrendelen in het menu Laag of in het menu van het deelvenster Lagen.
  3. Selecteer de gewenste vergrendelingsopties en klik op OK.