U kunt bestaande laagmaskers heel eenvoudig bewerken en verfijnen.

  1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met het masker dat u wilt bewerken.
  2. Klik op de miniatuur Masker in het deelvenster Lagen.

  3. Selecteer een teken- of bewerktool.

    Opmerking:

    Als het masker actief is, worden de voorgrond- en achtergrondkleur standaard ingesteld op grijswaarden.

  4. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u het masker wilt verkleinen en een groter deel van de laag wilt weergeven, tekent u met wit op het masker.
    • Als u de laag gedeeltelijk zichtbaar wilt maken, tekent u met grijs op het masker. Donkere grijstinten maken de laag transparanter; lichtere grijstinten maken de laag dekkender.
    • Als u het masker wilt vergroten en de laag of de groep wilt verbergen, tekent u met zwart op het masker. De onderliggende lagen worden zichtbaar.

Als u de laag in plaats van het laagmasker wilt bewerken, selecteert u de laag door op de laagminiatuur in het deelvenster Lagen te klikken. Er verschijnt een rand rond de laagminiatuur.

Opmerking:

Als u een gekopieerde selectie in een laagmasker wilt plakken, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u in het deelvenster Lagen op de laagmaskerminiatuur klikt om het maskerkanaal te selecteren en weer te geven. Kies Bewerken > Plakken en vervolgens Selecteren > Deselecteren. De selectie wordt omgezet in grijswaarden en toegevoegd aan het masker. Klik op de laagminiatuur in het deelvenster Lagen om de selectie van het maskerkanaal ongedaan te maken.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid