Handboek Annuleren

Gegevensgestuurde afbeeldingen maken

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
    8. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en Adobe-services
    1. Photoshop en Adobe Stock
    2. Creative Cloud Libraries
    3. Creative Cloud Libraries in Photoshop
    4. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    5. Werken met illustraties van Illustrator in Photoshop
    6. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
    7. Raster en hulplijnen
    8. Handelingen maken
    9. Ongedaan maken en historie
    10. Standaardsneltoetsen
    11. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
  4. Photoshop voor de iPad
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Documenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werk met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werk met tekstlagen
    16. Werk met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Afbeeldingsgrootte bewerken
    23. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    24. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    25. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop
    26. Werken met Camera Raw-bestanden
    27. Slimme objecten maken en ermee werken
    28. De belichting in uw afbeeldingen aanpassen met Tegenhouden en Doordrukken
  5. Photoshop op internet (bèta)
    1. Veelgestelde vragen | Photoshop op internet (bèta) 
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop op internet (bèta)
    4. Sneltoetsen | Photoshop op internet (bèta)
    5. Ondersteunde bestandstypen | Photoshop op internet (bèta)
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Samenwerken met belanghebbenden
    8. Beperkte bewerkingen toepassen op uw clouddocumenten
  6. Clouddocumenten
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Toegang delen en uw clouddocumenten bewerken
    9. Bestanden delen en opmerkingen in de app
  7. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Documenten maken
    3. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    4. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Photoshop
    5. Toolgalerieën
    6. Prestatievoorkeuren
    7. Tools gebruiken
    8. Aanraakbewegingen
    9. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    10. Technology Previews
    11. Metagegevens en notities
    12. Snel uw creaties delen
    13. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    14. Voorkeuren
    15. Standaardsneltoetsen
    16. Linialen
    17. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    18. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    19. Ongedaan maken en historie
    20. Deelvensters en menu's
    21. Bestanden plaatsen
    22. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    23. Plaatsen met de liniaal
    24. Voorinstellingen
    25. Sneltoetsen aanpassen
    26. Raster en hulplijnen
  8. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  9. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  10. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
    26. Laag
    27. Afvlakken
    28. Samengesteld
    29. Achtergrond
  11. Selecties
    1. Werkruimte Selecteren en maskeren
    2. Snelle selecties maken
    3. Aan de slag met selecties
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lasso’s
    6. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    7. Pixelselecties aanpassen
    8. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    9. Basisbegrippen voor kanalen
    10. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    11. Een tijdelijk snelmasker maken
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
    16. Selectie
    17. Selectiekader
  12. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Perspectief verdraaien
    2. Vervaging door camerabeweging verminderen
    3. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    4. Kleur-opzoektabellen exporteren
    5. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    6. Kleuraanpassingen
    7. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    8. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    9. Aanpassing Niveaus
    10. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    11. Levendigheid aanpassen
    12. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    13. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    14. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    15. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    16. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    17. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    18. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    19. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    20. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    21. Aanpassings- en opvullagen
    22. Aanpassing Curven
    23. Overvloeimodi
    24. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    25. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    26. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    27. Filter
    28. Vervagen
    29. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    30. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
    31. Objectkleuren vervangen
  13. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Niet-destructieve bewerkingen uitvoeren in Camera Raw
    10. Radiaalfilter in Camera Raw
    11. Camera Raw-instellingen beheren
    12. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    13. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    14. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    15. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    16. Functieoverzicht | Adobe Camera Raw | 2018-versies
    17. Overzicht van nieuwe functies
    18. Procesversies in Camera Raw
    19. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  14. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  15. Afbeeldingen transformeren
    1. Objecten transformeren
    2. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    3. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    4. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    5. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    6. Perspectiefpunt
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
    10. Verdraaien
    11. Transformeren
    12. Panorama
  16. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Interpolatie met verloop
    14. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    15. Tekenen met de pentools
    16. Patronen maken
    17. Een patroon maken met de Patroonmaker
    18. Paden beheren
    19. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    20. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    21. Structuurpenselen maken
    22. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    23. Verloop
    24. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    25. Tekenen met een patroon
    26. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
  17. Tekst
    1. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    2. Tekens opmaken
    3. Alinea's opmaken
    4. Teksteffecten maken
    5. Tekst bewerken
    6. Regelafstand en tekenspatiëring
    7. Arabische en Hebreeuwse tekst
    8. Lettertypen
    9. Problemen met lettertypen oplossen
    10. Aziatische tekst
    11. Tekst maken
    12. Tekstenginefout met Typegereedschap in Photoshop | Windows 8
    13. World-Ready composer voor Aziatische scripts
    14. Tekst toevoegen en bewerken in Photoshop
  18. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  19. Filters en effecten
    1. Het filter Uitvloeien gebruiken
    2. De galerie Vervagen gebruiken
    3. Basisbeginselen van filters
    4. Overzicht van de filtereffecten
    5. Belichtingseffecten toevoegen
    6. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    7. Het filter Olieverf gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  20. Opslaan en exporteren
    1. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    2. Bestanden exporteren in Photoshop
    3. Ondersteunde bestandsindelingen
    4. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    5. Ontwerpen verplaatsen tussen Photoshop en Illustrator
    6. Video en animaties opslaan en exporteren
    7. PDF-bestanden opslaan
    8. Digimarc-copyrightbescherming
  21. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Duotonen
    8. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    9. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    10. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  22. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  23. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Werken met kleurprofielen
    5. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    7. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    8. Kleuren controleren
  24. Content Authenticity
    1. Meer informatie over inhoudreferenties
    2. Identiteit en herkomst voor NFT's
    3. Accounts verbinden voor creatieve toewijzing
  25. 3D-beelden en technische beeldverwerking
    1. Photoshop 3D | Veelgestelde vragen over 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn
    2. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    3. 3D-objecten afdrukken
    4. Tekenen in 3D
    5. Verbeteringen in het 3D-deelvenster | Photoshop
    6. De belangrijkste 3D-concepten en -tools
    7. 3D renderen en opslaan
    8. 3D-objecten en -animaties maken
    9. Afbeeldingsstapels
    10. 3D-workflow
    11. Metingen
    12. DICOM-bestanden
    13. Photoshop en MATLAB
    14. Objecten in een afbeelding tellen
    15. 3D-objecten combineren en omzetten
    16. Structuren bewerken in 3D
    17. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    18. Instellingen van het 3D-deelvenster

Gegevensgestuurde afbeeldingen maken het mogelijk om snel en nauwkeurig meerdere versies van een afbeelding voor afdruk- of webprojecten te produceren. U kunt bijvoorbeeld honderd exemplaren van een webbanner produceren met verschillende tekst en afbeeldingen, allemaal gebaseerd op een sjabloonontwerp.

Voer de volgende stappen uit om illustraties te maken met behulp van sjablonen en gegevenssets:

Maak de basisafbeelding die u als sjabloon wilt gebruiken.

Gebruik lagen om de elementen te scheiden die u in de afbeelding wilt wijzigen.

Definieer de variabelen in de afbeelding.

Met variabelen worden de delen in de afbeelding opgegeven die worden gewijzigd. (Zie Variabelen definiëren.)

Maak of importeer de gegevenssets.

U kunt de gegevenssets in de sjabloon maken, of deze uit een tekstbestand importeren. (Zie Een gegevensset definiëren en Gegevenssets maken in externe bestanden.)

Bekijk een voorvertoning van het document met elke gegevensset.

Om te kunnen zien hoe uw afbeeldingen er uiteindelijk uitzien, kunt u deze voorvertonen voordat u de bestanden exporteert. (Zie Een gegevensset voorvertonen of toepassen.)

Genereer uw afbeeldingen door deze met de gegevens te exporteren.

U kunt uw afbeeldingen als Photoshop-bestanden (.PSD) exporteren. (Zie Afbeeldingen genereren met behulp van gegevenssets.)

Photoshop - Verschillende versies van een afbeelding met variabelen
Verschillende versies van een afbeelding maken met variabelen

A. Bronbestandssjabloon B. Gebruiker definieert lagen als variabelen. C. Van een afbeelding kunnen verschillende versies met afzonderlijke gegevenssets worden gemaakt. 

Variabelen definiëren

U gebruikt variabelen om te bepalen welke elementen in een sjabloon kunnen worden gewijzigd. U kunt drie typen variabelen definiëren. Met variabelen voor zichtbaarheid kunt u de inhoud van een laag weergeven of verbergen. Met variabelen voor pixelvervanging kunt u de pixels in de laag vervangen door pixels uit een ander afbeeldingsbestand. Met variabelen voor tekstvervanging kunt u een tekstreeks in een tekstlaag vervangen.

Opmerking:

GoLive herkent alle variabelen voor tekst en zichtbaarheid, behalve variabelen voor pixelvervanging.

Photoshop - Variabelen definiëren
Twee versies van een afbeelding die zijn gebaseerd op dezelfde sjabloon

A. Variabele voor zichtbaarheid B. Variabele voor pixelvervanging C. Variabele voor tekstvervanging 

U kunt geen variabelen definiëren voor de achtergrondlaag.

  1. Kies Afbeelding > Variabelen > Definiëren.
  2. Selecteer een laag in het pop-upmenu Laag met de inhoud die u als een variabele wilt definiëren.

  3. Selecteer een of meer typen variabelen:

    Zichtbaarheid

    Hiermee toont of verbergt u de inhoud van de laag of de laaggroep.

    Pixelvervanging

    Hiermee kunt u de pixels in de laag vervangen door pixels uit een ander afbeeldingsbestand.

    Tekstvervanging

    Vervangt een tekstreeks in een tekstlaag.

  4. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Kies Naam en geef een naam op voor de variabele. Namen van variabelen moeten beginnen met een letter, onderstrepingsteken of dubbele punt en mogen geen spaties of speciale tekens bevatten (met uitzondering van punten, koppeltekens, onderstrepingstekens en dubbele punten).

    • Kies een bestaande variabele in het pop-upmenu Naam, waaraan u deze laag kunt koppelen. Lagen die zijn gekoppeld aan dezelfde variabele worden samen met het koppelingspictogram naast het menu Naam weergegeven.

  5. Voor variabelen voor pixelvervanging stelt u de volgende opties in.
    • Kies een methode voor het schalen van de vervangende afbeelding: Passen om de afbeelding te schalen zodat deze in het selectiekader past (waardoor er gedeelten van het selectiekader leeg kunnen blijven). Opvullen om de afbeelding te schalen zodat deze het selectiekader geheel vult (waardoor de afbeelding groter dan het selectiekader kan zijn). Ongewijzigd om de afbeelding niet te schalen en Conform om de afbeelding niet-proportioneel passend te maken in het selectiekader.

    • Klik op een handgreep van het pictogram voor uitlijning  om de uitlijning te kiezen waarmee de afbeelding binnen het selectiekader wordt geplaatst. (Deze optie is niet beschikbaar voor Conform.)

    • Selecteer Aan selectiekader klemmen om gedeelten van de afbeelding die niet in het selectiekader passen bij te snijden. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer de vervangingsmethode Opvullen of Ongewijzigd wordt geselecteerd. (Deze optie is niet beschikbaar voor Conform.)

  6. Als u variabelen voor een andere laag wilt definiëren, kiest u een laag in het pop-upmenu Laag. Naast de naam van lagen met variabelen verschijnt een sterretje. U kunt met de navigatiepijlen tussen lagen navigeren.
  7. Klik op OK.

De naam van een variabele wijzigen

  1. Kies Afbeelding > Variabelen > Definiëren.
  2. Kies in het pop-upmenu Laag de laag die de variabele bevat.
  3. Voer u een naam in het tekstvak Naam in om de naam van de variabele te wijzigen. Namen van variabelen moeten beginnen met een letter, onderstrepingsteken of dubbele punt en mogen geen spaties of speciale tekens bevatten (met uitzondering van punten, koppeltekens, onderstrepingstekens en dubbele punten).
  4. Hef de selectie van de variabele op om deze te verwijderen.

Een gegevensset definiëren

Een gegevensset is een verzameling variabelen met gekoppelde gegevens. U definieert een gegevensset voor elke versie van de afbeelding die u wilt genereren.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Kies Afbeelding > Variabelen > Gegevenssets.

    • Wanneer het dialoogvenster Variabelen is geopend, kiest u Gegevenssets in het pop-upmenu boven in het dialoogvenster, of klikt u op Volgende.

    Opmerking:

    U moet ten minste één variabele definiëren voordat u de standaardgegevensset kunt bewerken.

  2. Klik op de knop Nieuwe gegevensset  .
  3. Selecteer een variabele in het pop-upmenu Naam of uit de lijst onder in het dialoogvenster.
  4. Bewerk de variabele gegevens:
    • Voor variabelen voor zichtbaarheid  selecteert u Zichtbaar om de inhoud van de laag weer te geven of Onzichtbaar om de inhoud van de laag te verbergen.

    • Voor variabelen voor pixelvervanging  klikt u op Bestand selecteren en selecteert u een afbeeldingsbestand ter vervanging. Klik op Niet vervangen voordat de gegevensset is toegepast om de laag in de huidige toestand te laten.

    Opmerking:

    Als u Niet vervangen kiest, worden de standaardinstellingen voor het bestand niet opnieuw ingesteld als er al eerder een andere vervanging is toegepast.

    • Voor variabelen voor tekstvervanging  typt u een tekstreeks in het tekstvak Waarde.
  5. Definieer extra gegevenssets voor elke versie van de afbeelding die u wilt genereren.

U kunt de gegevensset later bewerken, hernoemen of verwijderen door deze eerst in het pop-upmenu Gegevensset te kiezen en daarna de opties te bewerken. Gebruik de pijlpictogrammen om tussen gegevenssets te navigeren. Klik op het pictogram met de prullenbak om een gegevensset te verwijderen.

Een gegevensset voorvertonen of toepassen

U kunt de inhoud van een gegevensset toepassen op de basisafbeelding terwijl alle variabelen en gegevenssets intact blijven. Hierbij wordt de vormgeving van het PSD-document aangepast aan de waarden van de gegevensset. U kunt ook voorvertonen hoe elke versie van uw afbeelding er met elke gegevensset uitziet.

Opmerking:

Als u een gegevensset toepast, wordt het oorspronkelijke document overschreven.

  1. Kies Afbeelding > Gegevensset toepassen. Selecteer de gegevensset in de lijst en geef een voorvertoning van de afbeelding weer in het documentvenster. Klik op Toepassen om de gegevensset toe te passen. Klik op Annuleren als u een voorvertoning weergeeft en de basisafbeelding niet wilt wijzigen.

    U kunt ook een gegevensset toepassen en voorvertonen op de pagina Gegevensset van het dialoogvenster Variabelen.

Afbeeldingen genereren met behulp van gegevenssets

Zodra u variabelen en een of meer gegevenssets hebt gedefinieerd, kunt u in de modus Batch afbeeldingen uitvoeren met gebruik van de gegevenssetwaarden. U kunt afbeeldingen uitvoeren als PSD-bestanden.

  1. Kies Bestand> Exporteren > Gegevenssets als bestanden.
  2. Voer een basisnaam in voor alle gegenereerde bestanden. Desgewenst kunt u uw eigen schema voor het benoemen van de bestanden maken.
  3. Klik op de knop Map selecteren om een doelmap voor de bestanden te selecteren.
  4. Kies de gegevenssets die u wilt exporteren.
  5. Klik op OK.

Gegevenssets maken in externe bestanden

U kunt snel een groot aantal gegevenssets maken door een extern tekstbestand te maken dat alle gegevens over variabelen bevat en dit bestand in een PSD-document met variabelen te laden. Een methode daarvoor is het invoeren van de gegevens in een tekstbestand of een Microsoft Excel-bestand, dat u vervolgens naar een bestand exporteert met tabs of komma's als scheidingstekens.

De syntaxis van het externe tekstbestand is als volgt (waarbij elke regel die begint met "Variabele" of "Waarde" een afzonderlijke regel in uw bestand is):

VariableName1<sep>VariableName2<sep> <sep>VariableNameN <nl> 
Value1-1<sep>Value2-1<sep><sep>ValueN-1<nl> 
Value1-2<sep>Value2-2<sep><sep>ValueN-2<nl> 
Value1-M<sep>Value2-M<sep><sep>ValueN-M<nl>

Alle namen van variabelen worden op de eerste regel weergegeven in de volgorde waarin de bijbehorende waarden op de volgende regels worden weergegeven. Elke volgende regel vertegenwoordigt één gegevensset en bevat de waarden van de opgegeven variabelen.

Opmerking:

Als u van meerdere regels tekst één tekstregel in een gegevensset wilt maken, plaatst u de tekst tussen dubbele aanhalingstekens en voegt u op de gewenste locaties voor nieuwe regels in het bestand met komma's of tabs als scheidingstekens een handmatig regeleinde in.  

Syntaxiselementen van extern tekstbestand

<sep>

Een bestand met komma's (CSV) of tabs als scheidingsteken waarin de namen en waarden van afzonderlijke variabelen van elkaar worden gescheiden.

<nl>

Een nieuwe-regelteken dat aan het einde van elke gegevensset wordt geplaatst en dat een regelinvoer, regelterugloop of beide kan aanduiden.

"true" (waar) en "false" (onwaar)

Toegestane waarden voor een zichtbaarheidsvariabele.

Spaties

Spaties aan weerszijden van scheidingstekens worden verwijderd tijdens het parseren van het bestand. De spaties tussen de woorden in een waardestring (bijvoorbeeld: taal noch teken) worden gehandhaafd, voorloopspaties en volgspaties worden gehandhaafd als deze tussen dubbele aanhalingstekens zijn geplaatst (bijvoorbeeld: "een teken ”).

Dubbele aanhalingstekens

Dubbele aanhalingstekens kunnen deel uitmaken van een waarde als deze worden voorafgegaan door een ander dubbel aanhalingsteken, ""B"" staat bijvoorbeeld voor "B" in de gegevensset).

Als <sep> of <nl> deel uitmaken van de waarde van een variabele, moet de hele waarde tussen dubbele aanhalingstekens worden geplaatst.

Alle variabelen die in het PSD-document zijn gedefinieerd, moeten ook in het tekstbestand worden gedefinieerd. Er wordt een foutbericht weergegeven als het aantal variabelen in het tekstbestand niet overeenkomt met het aantal in het document.

Voorbeeld van een gegevensset:

Door gebruik te maken van een sjabloon voor bloemen die variabelen voor tulpen en zonnebloemen bevat, kunt u het volgende tekstbestand maken:

{contents of FlowerShow.txt} 
Variable 1, Variable 2, Variable 3 
true, TULIP, c:\My Documents\tulip.jpg 
false, SUNFLOWER, c:\My Documents\sunflower.jpg 
false, CALLA LILY, c:\My Documents\calla.jpg 
true, VIOLET, c:\My Documents\violet.jpg
Opmerking:

U kunt een relatief pad gebruiken voor de afbeeldingslocatie als het tekstbestand zich in dezelfde map bevindt als het afbeeldingsbestand. Het laatste item in het voorbeeld kan bijvoorbeeld zijn: true, VIOLET, violet.jpg.

Een gegevensset importeren

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Kies Bestand > Importeren > Variabele gegevenssets.

    • Kies Afbeelding > Variabelen > Gegevenssets en klik op de knop Importeren.

  2. Navigeer naar het tekstbestand dat u wilt importeren.
  3. Stel de importopties in.

    Eerste kolom als naam voor gegevensset gebruiken

    Benoemt iedere gegevensset met behulp van de inhoud uit de eerste kolom in het tekstbestand (de waarden voor de eerste variabele in de lijst). Anders worden de gegevenssets “Data Set 1, Data Set 2, enz." genoemd.

    Bestaande gegevenssets vervangen

    Verwijdert alle bestaande gegevenssets voordat de nieuwe worden geïmporteerd.

  4. Stel de codering van het tekstbestand in of handhaaf de instelling Automatisch.
  5. Klik op OK.
Adobe-logo

Aanmelden bij je account