Leer de verschillen tussen raster-en vectorafbeeldingen en hun algemeen gebruik.

Typen digitale afbeeldingen

Wanneer u verschillende soorten composities en illustraties maakt met uiteenlopende software, kunt u gebruikmaken van de standaard typen digitale afbeeldingen: raster en vector.

Rasterafbeeldingen

Inleiding: rasterafbeeldingen, ook wel bitmapafbeeldingen genoemd, bestaan uit een rechthoekig raster van afbeeldingselementen die pixels worden genoemd. Aan elke pixel is een bepaalde locatie en kleurwaarde toegewezen. Als u werkt met rasterafbeeldingen, bewerkt u eigenlijk pixels in plaats van objecten of vormen.

Algemene gebruiksscenario's: Rasterafbeeldingen worden meestal gebruikt voor afbeeldingen met ongerasterde halftonen, zoals foto's of digitale tekeningen. De reden hiervoor is dat in bitmapafbeeldingen subtiele gradaties van tinten en kleur efficiënt kunnen worden voorgesteld.

Veelgebruikte software en bestandstypen: de meeste professionals gebruiken Photoshop voor het werken met rasterafbeeldingen. Veelgebruikte rasterbestandstypen in Photoshop zijn JPEG-, GIF-, PNG- en TIFF-bestanden.

Resolutie en bestandsgrootte: aangezien rasterafbeeldingen een vast aantal pixels bevatten, zijn ze afhankelijk van de resolutie. Wanneer u het formaat wijzigt, neemt het aantal pixels in uw rasterafbeelding toe of af, waardoor de afbeeldingskwaliteit afneemt. Rasterafbeeldingen hebben meestal omvangrijke bestandsgrootten vanwege de pixelinformatie die ze bevatten en moeten vaak worden gecomprimeerd om de bestandsgrootten te beperken wanneer deze in bepaalde Creative Cloud-apps worden gebruikt.

rasterafbeeldingen
Rasterafbeeldingen zijn op pixels gebaseerde afbeeldingen die meestal worden gebruikt voor het bewerken van foto's of voor het maken van digitale illustraties die gemakkelijk kunnen worden gebruikt op het web.

Vectorafbeeldingen

Inleiding: vectorafbeeldingen, soms ook vectorvormen of vectorobjecten genoemd, bestaan uit geometrische (punten, lijnen of curven), organische of vrije vormen die worden gedefinieerd door wiskundige vergelijkingen op basis van hun kenmerken.

Algemene gebruiksscenario’s: vectorafbeeldingen zijn de beste keuze voor illustraties, zoals technische illustraties, briefhoofden, lettertypen of logo's, die worden gebruikt in verschillende grootten en in verschillende uitvoermedia. Vectorafbeeldingen zijn ook handig voor het afdrukken van speciale borden, CAD en 3D-afbeeldingen.

Veelgebruikte bestandstypen en software: bij voorkeur wordt Adobe Illustrator gebruikt om vectorillustraties te maken. Enkele veelgebruikte bestandsindelingen voor vectorafbeeldingen zijn AI, EPS, SVG, CDR en PDF.

Resolutie en bestandsgrootte: U kunt vectorafbeeldingen vrijelijk verplaatsen of wijzigen zonder dat er details of helderheid verloren gaan, omdat ze resolutie-onafhankelijk zijn. Ze behouden hun scherpe randen wanneer ze worden vergroot of verkleind, op een PostScript-printer worden afgedrukt, in een PDF-bestand worden opgeslagen of worden geïmporteerd in een op vectoren gebaseerde grafische toepassing.

vectorafbeeldingen
Vectorafbeeldingen worden gedefinieerd door wiskundige vergelijkingen en worden meestal gebruikt voor het maken van illustraties en andere media die in verschillende grootten kunnen worden afgedrukt.

Raster en vector gebruiken in Photoshop

Photoshop biedt ondersteuning voor creatieve projecten, van foto's bewerken en composities maken tot digitaal schilderen, animaties en grafische ontwerpen. Standaard wordt Photoshop vooral gebruikt om rasterbestanden te maken. U kunt echter ook vectorbestanden maken in Photoshop en rasterbestanden converteren naar vector.

Ga naar Werken met vormtools voor meer informatie over het toevoegen van vector-ontwerpelementen aan uw Photoshop-compositie.

Kwaliteitsfactoren die raster- en vectorcombinaties beïnvloeden

Wanneer u vectorafbeeldingen combineert met rasterafbeeldingen in een document, dient u zich te realiseren dat een illustratie er op het scherm heel anders kan uitzien dan in het uiteindelijke medium (een commerciële afdruk, afgedrukt met een desktopprinter of weergegeven op het web).

De volgende factoren beïnvloeden de kwaliteit van de uiteindelijke illustratie:

  • Transparantie: bij veel effecten worden gedeeltelijk transparante pixels aan een illustratie toegevoegd. Wanneer uw illustratie transparantie bevat, voegt Photoshop de afbeelding samen tot één laag voordat de afbeelding wordt afgedrukt of geëxporteerd. Doorgaans leidt het samenvoegen tot één laag tot uitstekende resultaten. Als uw illustratie echter ingewikkelde, overlappende gebieden bevat en u uitvoer in een hoge resolutie wilt, kunt u beter een voorvertoning weergeven van het effect dat samenvoegen tot één laag heeft.
  • Afbeeldingsresolutie: het aantal pixels per inch (PPI) in een bitmapafbeelding. Als u een afbeelding afdrukt met een te lage resolutie, treedt pixelvorming op, dat wil zeggen uitvoer met grote, grove pixels. Wanneer de resolutie erg hoog is (kleinere pixels dan het uitvoerapparaat kan produceren), neemt de bestandsgrootte toe zonder dat de kwaliteit van de afgedrukte uitvoer toeneemt en wordt de illustratie langzamer afgedrukt.
  • Printerresolutie en rasterfrequentie: het aantal inktstippen (dots) dat per inch (DPI) wordt geproduceerd en het aantal lijnen per inch (LPI) in een halftoonraster. De kwaliteit van de details in de afgedrukte afbeelding is afhankelijk van de relatie tussen afbeeldingsresolutie, printerresolutie en rasterfrequentie.