Als u de juiste prestatievoorkeuren instelt in Photoshop, voert uw computer het programma op de optimale snelheid uit, zonder dat er vertragingen ontstaan of het programma vastloopt. Stel deze voorkeuren in op basis van de specificaties van uw systeem, zodat u alles uit Photoshop kunt halen.

Photoshop biedt een reeks voorkeuren (Voorkeuren > Prestaties) zodat u uw computerbronnen optimaal kunt gebruiken, bijvoorbeeld geheugen, cache, grafische processor, displays etc. Afhankelijk van de belangrijkste reden waarom u Photoshop gebruikt en het type documenten waar u in het algemeen mee werkt, kunnen verschillende combinaties van deze instellingen op u van toepassing zijn.

Extra instellingen zoals Werkschijven op andere tabbladen van het dialoogvenster Voorkeuren kunnen ook rechtstreeks van invloed zijn op de snelheid en stabiliteit van uw computer.

Photoshop-prestatievoorkeuren
Prestatievoorkeuren in Photoshop

Aan Photoshop toegewezen geheugen aanpassen

U kunt de prestaties verbeteren door de hoeveelheid geheugen/RAM die aan Photoshop is toegewezen, te verhogen. In de sectie Geheugengebruik van het voorkeurenvenster Prestaties (Voorkeuren > Prestaties) ziet u hoeveel RAM beschikbaar is voor Photoshop. Bovendien wordt het ideale geheugentoewijzingsbereik voor Photoshop voor uw systeem weergegeven.

Standaard gebruikt Photoshop 70% van het beschikbare RAM.

  1. Verhoog de hoeveelheid RAM die aan Photoshop is toegewezen door de waarde in het vakje Te gebruiken door Photoshop te wijzigen. U kunt ook de schuifregelaar Geheugenverbruik aanpassen.
  2. Start Photoshop opnieuw op om uw wijzigingen in te schakelen.

Wilt u de ideale RAM-toewijzing voor uw systeem weten, dan verhoogt u dit telkens met 5% en controleert u de prestaties in de Efficiëntie-indicator. 

Het is niet raadzaam om meer dan 85% van uw computergeheugen aan Photoshop toe te wijzen. Er blijft dan geen geheugen over voor andere essentiële systeemtoepassingen.

Opmerking:

Als u in Photoshop fouten ervaart wegens geen RAM of geen geheugen, kunt u de hoeveelheid RAM vergroten die aan Photoshop is toegewezen. Als u de RAM-toewijzing voor Photoshop echter te hoog instelt (>85%), kunnen de prestaties van andere actieve toepassingen verslechteren, waardoor uw systeem onstabiel wordt. 

De beste oplossing voor dit probleem is meer RAM aan uw computer toevoegen. Vraag de fabrikant van uw computer naar de RAM-specificaties en de compatibiliteit.

Cacheniveaus aanpassen

De grondbeginselen van de cache

Photoshop gebruikt image-caching om het opnieuw samenstellen van documenten met hoge resolutie te versnellen wanneer u ermee werkt. U kunt maximaal acht niveaus van de afbeeldingsgegevens in cache opgeven en een van de vier beschikbare cachetegelgroottes kiezen.

Verhoging van cacheniveaus verbetert het reactievermogen van Photoshop terwijl u werkt, maar het duurt langer om afbeeldingen te laden. De cachetegelgrootte bepaalt de hoeveelheid gegevens waarop Photoshop per keer bewerkingen uitvoert. Grotere tegels versnellen complexe bewerkingen, zoals verscherpingsfilters. Kleinere wijzigingen, zoals penseelstreken, reageren beter met kleinere tegels.

Cachevoorinstellingen

In het deelvenster Prestatievoorkeuren zijn drie cachevoorinstellingen beschikbaar. Kies de voorinstellingen die het beste past bij uw belangrijkste gebruik van Photoshop:

  • Web-/UI-ontwerp: kies deze optie als u Photoshop voornamelijk gebruikt voor web-, app- of vensterontwerp. Deze optie is geschikt voor documenten die veel lagen hebben met middelen met kleine tot middelgrote pixelafmetingen.
  • Standaard/foto's: kies deze optie als u Photoshop voornamelijk gebruikt om middelgrote afbeeldingen te retoucheren of bewerken. Gebruik deze optie bijvoorbeeld als u foto's van uw mobiele telefoon of uw digitale camera normaal in Photoshop bewerkt.
  • Grote pixelafmetingen: kies deze optie als u vrijwel uitsluitend met veeleisende documenten in Photoshop werkt, bijvoorbeeld panorama's, matte schilderingen enz.

Cacheniveaus

Voor gedetailleerdere controle geeft u cacheniveaus handmatig op; de standaardwaarde is 4.

  • Als u relatief kleine bestanden gebruikt (ongeveer 1 megapixel of 1.280 bij 1.024 pixels) met veel lagen (meer dan 50), stelt u de cacheniveaus in op 1 of 2. Het instellen van de Cacheniveaus op 1 schakelt image-caching uit; alleen de huidige afbeelding op het scherm wordt in de cache opgeslagen.
  • Als u bestanden met veel pixels gebruikt (bijvoorbeeld 50 megapixels of groter), stelt u de Cacheniveaus op hoger dan 4 in. Hogere cacheniveaus versnellen het opnieuw tekenen.

Opmerking:

Sommige functies van Photoshop leveren mogelijk geen resultaten van hoge kwaliteit op als u uw cacheniveaus op 1 instelt.

Historiestaten beperken

U kunt werkschijfruimte besparen en de prestaties verbeteren door het aantal historiestaten die Photoshop opslaat, te beperken of te verminderen in het deelvenster Historie. De hoeveelheid ruimte die u opslaat, varieert afhankelijk van het aantal pixels dat door een bewerking wordt gewijzigd. Een historiestatus die hoort bij een kleine penseelstreek of een niet-destructieve bewerking, zoals het maken of wijzigen van een aanpassingslaag, verbruikt bijvoorbeeld weinig ruimte. Het toepassen van een filter op een gehele afbeelding verbruikt echter veel meer ruimte.

Photoshop kan maximaal 1.000 historiestaten opslaan; het standaardaantal is 50.

Om dat aantal te verlagen, gaat u naar het dialoogvenster Prestatievoorkeuren. Zet in de sectie Historie en cache
het aantal Historiestaten op een lagere waarde.

GPU-instellingen configureren (grafische processor)

Hoe benut Photoshop de GPU?

Zie Problemen met grafische processor (GPU) oplossen als u problemen ondervindt met de bovenstaande functies.

GPU-voorkeuren

Photoshop heeft specifieke GPU-instellingen in de secties Prestaties en 3D in het dialoogvenster Voorkeuren.

Instellingen in Voorkeuren > sectie Prestaties

Als er een grafische kaart op uw systeem wordt gedetecteerd, worden de naam en het model onder Gedetecteerde grafische processor in het instellingengedeelte van de grafische processor weergegeven, in de sectie Prestaties.

  • Als uw grafische kaart wordt ondersteund, is het selectievakje Grafische processor gebruiken standaard ingeschakeld en aangevinkt.
  • Als uw grafische kaart niet wordt ondersteund, wordt het selectievakje grijs gemaakt en niet standaard aangevinkt.
  • Als uw grafische kaart wordt ondersteund en het selectievakje Grafische processor gebruiken is uitgeschakeld, komt dit waarschijnlijk doordat Photoshop een crash heeft gedetecteerd die is veroorzaakt door een defect grafisch stuurprogramma of een foutieve configuratie. Zie  Problemen met GPU (grafische processor) en de grafische driver oplossen voor Photoshop.

Geavanceerde GPU-instellingen

Klik op de knop Geavanceerde instellingen om de prestaties van de kaart af te stemmen. 

Tekenmodus aanpassen:

  • Standaard: Hierbij wordt de kleinste hoeveelheid geheugen voor de grafische processor gebruikt om de basisfuncties van OpenGL uit te voeren. Gebruik deze modus als de modi Normaal en Geavanceerd minder goed lijken te presteren. Dit kan voorkomen wanneer u routinematig andere programma's uitvoert die geheugen van de grafische processor innemen. Selecteer deze optie als u merkt dat vensters niet goed of traag worden vernieuwd wanneer u functies met GPU-versnelling gebruikt.
  • Normaal: Hierbij wordt een grote hoeveelheid geheugen voor de grafische processor gebruikt om geavanceerde functies van OpenGL uit te voeren voor kleurafstemming, tinttoewijzing en overvloeiing van ruitpatronen. Dit maakt CPU vrij om andere taken uit te voeren.
  • Geavanceerd: Hierbij wordt intensief gebruik gemaakt van de grafische processor. Hierbij wordt dezelfde hoeveelheid geheugen gebruikt als bij de normale modus, maar het wordt mogelijk gemaakt om meer geavanceerde technieken te gebruiken om tekenprestaties te verbeteren. Dit is de beste instelling wanneer u in 3D werkt of wanneer u geregeld met de functies met GPU-versnelling werkt. Als deze modus minder soepel lijkt te werken, probeer dan over te schakelen naar de modus Normaal of Basis.
memory-usage-3D
3D: geheugengebruik

Werkschijven beheren

Een werkschijf is een schijfstation of een SSD die wordt gebruikt voor tijdelijke opslag terwijl Photoshop wordt uitgevoerd. In Photoshop gebruikt u deze ruimte om gedeelten van uw documenten en hun staten in het deelvenster Historie op te slaan die niet in het RAM-geheugen passen. Werkschijfbestanden gaan naar onzichtbare, door het besturingssysteem gespecificeerde mappen, behalve niet-opstartvolumes in Windows, in de hoofdmap van het station. Wanneer een niet-opstartstation als werkschijf wordt gebruikt, worden de tijdelijke bestanden in de hoofdmap van het station geplaatst.

Photoshop gebruikt standaard de vaste schijf waarop het besturingssysteem is geïnstalleerd als primaire werkschijf. 

Voor meer informatie over het beheren van de werkschijfvoorkeuren, aanbevolen instellingen en over oplossingen voor problemen gaat u naar Werkschijven instellen.

Zie ook