Selecteren met de lasso

De lasso is handig om willekeurig gevormde segmenten voor een selectiekader te tekenen.

  1. Selecteer de lasso  en stel opties voor doezelen en anti-aliasing in op de optiebalk. (Zie Randen van selecties vloeiend maken.)

  2. Als u een bestaande selectie wilt uitbreiden, beperken of een doorsnede met een bestaande selectie wilt maken, klikt u op de desbetreffende knop op de optiebalk.
    Photoshop - Selectieopties
    Selectieopties

    A. Nieuwe selectie B. Toevoegen aan selectie C. Verwijderen uit selectie D. Doorsnede maken met selectie 
  3. Voer een van de twee volgende handelingen uit:
    • Sleep om een willekeurig gevormd selectiekader te tekenen.
    • Als u wilt schakelen tussen vrij getekende segmenten en rechte-lijnsegmenten, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u begin- en eindpunten voor de segmenten. (Als u pas getekende rechte-lijnsegmenten wilt wissen, houdt u Delete ingedrukt.)
  4. Als u het selectiekader wilt sluiten, laat u de muisknop los zonder Alt of Option ingedrukt te houden.
  5. (Optioneel) Klik op Rand verfijnen om het selectiekader verder aan te passen. Zie De randen van selecties vloeiend maken.

Selecteren met de veelhoeklasso

De veelhoeklasso is handig om rechte-lijnsegmenten voor een selectiekader te tekenen.

  1. Selecteer de veelhoeklasso  en de gewenste opties.
  2. Kies een van de selectieopties in de optiebalk.
    Photoshop - Selectieopties
    Selectieopties

    A. Nieuwe selectie B. Toevoegen aan selectie C. Verwijderen uit selectie D. Doorsnede maken met selectie 
  3. (Optioneel) Stel opties voor doezelaar en anti-aliasing in op de optiebalk. Zie Randen van selecties vloeiend maken.

  4. Klik in de afbeelding om het beginpunt in te stellen.
  5. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Als u een rechte-lijnsegment wilt tekenen, plaatst u de aanwijzer op de positie waar u het eerste rechte-lijnsegment wilt laten eindigen en klikt u. Ga verder met klikken om de eindpunten van volgende segmenten in te stellen.
    • Als u een rechte lijn wilt tekenen in veelvouden van 45°, houdt u Shift ingedrukt wanneer u de muisaanwijzer verplaatst om het volgende segmenten te klikken.
    • Als u een willekeurig gevormd segment wilt tekenen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleept u. Laat Alt of Option en de muisknop los als u klaar bent.
    • Als u pas getekende rechte-lijnsegmenten wilt verwijderen, drukt u op Delete.
  6. Sluit het selectiekader:
    • Plaats de aanwijzer van de veelhoeklasso op het beginpunt (naast de aanwijzer verschijnt een gesloten cirkel) en klik.
    • Als de aanwijzer niet precies op het beginpunt staat, dubbelklikt u op de aanwijzer van de veelhoeklasso of houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klikt u.
  7. (Optioneel) Klik op Rand verfijnen om het selectiekader verder aan te passen. Zie De randen van selecties vloeiend maken.

Selecteren met de magnetische lasso

Met de magnetische lasso  hecht het selectiekader zich vast op de randen van gedefinieerde gebieden in de afbeelding. De magnetische lasso is niet beschikbaar voor afbeeldingen met 32 bits per kanaal.

Opmerking:

De magnetische lasso is met name handig als u snel objecten met complexe randen tegen een achtergrond met een hoog contrast wilt selecteren.

  1. Selecteer de magnetische lasso.
  2. Kies een van de selectieopties in de optiebalk.
    Photoshop - Selectieopties
    Selectieopties

    A. Nieuwe selectie B. Toevoegen aan selectie C. Verwijderen uit selectie D. Doorsnede maken met selectie 
  3. (Optioneel) Stel opties voor doezelaar en anti-aliasing in op de optiebalk. Zie Randen van selecties vloeiend maken.

  4. Stel, indien gewenst, de volgende opties in:

    Breedte

    Als u de detectiebreedte van de lasso wilt opgeven, geeft u een pixelwaarde op bij Breedte. Met de magnetische lasso worden alleen randen binnen de opgegeven afstand vanaf de aanwijzer geregistreerd.

    Opmerking:

    Als u de aanwijzer van de lasso de lassobreedte wilt laten aangeven, drukt u op de toets Caps Lock. U kunt de aanwijzer wijzigen als de tool is geselecteerd, maar niet in gebruik is. Druk op het rechte openingshaakje ([) om de breedte van de magnetische lasso met 1 pixel te verminderen; druk op het rechte sluitingshaakje (]) om de breedte met 1 pixel te verhogen.

    Contrast

    Als u de gevoeligheid van de lasso voor randen in de afbeelding wilt instellen, geeft u een waarde tussen 1 en 100% op bij Contrast. Bij een hogere waarde worden alleen randen geregistreerd die scherp contrasteren met hun omgeving. Bij een lagere waarde worden ook minder contrasterende randen geregistreerd.

    Frequentie

    Als u het interval wilt instellen waarmee fixeerpunten worden geplaatst, geeft u een waarde tussen 0 en 100 op bij Frequentie. Een hogere waarde betekent dat het selectiekader sneller wordt verankerd.

    Opmerking:

    Bij een afbeelding met duidelijk gedefinieerde randen kunt u hogere waarden voor de breedte en het randcontrast gebruiken en hoeft u de rand niet nauwkeurig te volgen. Bij een afbeelding met minder duidelijke randen kiest u lagere waarden voor de breedte en het randcontrast en volgt u de rand nauwkeuriger.

    Pendruk

    Als u met een tekentablet werkt, kunt u de optie Pendruk in- of uitschakelen. Als de optie is geselecteerd en u de pendruk verhoogt, wordt de breedte van de rand verlaagd.

  5. Klik in de afbeelding om het eerste fixeerpunt te plaatsen. Met fixeerpunten wordt het selectiekader verankerd.
  6. Laat de muisknop los of houd deze ingedrukt en verplaats de muisaanwijzer langs de rand die u wilt traceren.

    Het meest recent getekende segment van het selectiekader blijft actief. Bij het verplaatsen van de aanwijzer springt het actieve segment naar de rand met het grootste contrast in de afbeelding, gebaseerd op de in de optiebalk ingestelde breedte. Er worden regelmatig fixeerpunten aan het selectiekader toegevoegd om eerder gemaakte segmenten te verankeren.

  7. Als het kader niet naar de gewenste rand springt, klikt u één keer om zelf een fixeerpunt toe te voegen. Blijf de rand volgen en voeg waar nodig fixeerpunten toe.
    Het selectiekader aan randen verankeren met fixeerpunten in Photoshop
    Met fixeerpunten wordt het selectiekader aan randen verankerd

  8. Als u tijdelijk een van de andere lassotools wilt gebruiken, voert u een van de volgende handelingen uit:
    • De lasso activeren: houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep terwijl u de muisknop ingedrukt houdt.
    • De veelhoeklasso activeren: houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik.
  9. Als u pas getekende segmenten en fixeerpunten wilt verwijderen, drukt u op Delete totdat u de fixeerpunten van het gewenste segment hebt verwijderd.
  10. Sluit het selectiekader:
    • Als u het kader wilt sluiten met een magnetisch segment, dubbelklikt u of drukt u op Enter of Return. (Als u het kader handmatig wilt sluiten, sleept u over het beginpunt en klikt u.)
    • Als u het kader wilt sluiten met een rechte-lijnsegment, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en dubbelklikt u.
  11. (Optioneel) Klik op Rand verfijnen om het selectiekader verder aan te passen. Zie De randen van selecties vloeiend maken.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid