Prestaties van Photoshop optimaliseren

Stel de instellingen van uw besturingssysteem, hardware en toepassingen bij zodat Photoshop stabiel en met de optimale snelheid op uw computer kan worden uitgevoerd. Als Photoshop langzamer wordt uitgevoerd dan verwacht op uw computer, of als uw systeem vastloopt of vertragingen vertoont wanneer u Photoshop gebruikt, kunt u de tips en technieken proberen die in dit document worden beschreven.

Opmerking:

Uw computer moet aan bepaalde minimumsysteemvereisten voldoen om Photoshop optimaal te kunnen uitvoeren. Wanneer u Photoshop uitvoert op hardware met te weinig vermogen of zonder ondersteuning, bijvoorbeeld een computer met een incompatibele GPU, kunt u prestatieproblemen ondervinden.

Algemene stappen om de prestaties te verbeteren

In het algemeen is het raadzaam om het optimaliseren van uw Photoshop-prestaties voor uw behoeftes holistisch aan te pakken. Lees al deze suggesties door en denk na over welke suggesties u wilt toepassen binnen de context van de instelling van uw computer, de bestandstypen die u gebruikt en uw specifieke workflow. Elke omstandigheid is uniek en heeft een andere combinatie van technieken nodig om de doeltreffendste prestaties in Photoshop te bereiken.

U kunt prestaties in Photoshop op de volgende vier manieren aanzienlijk verbeteren:

Dit is de gemakkelijkste manier om gratis de prestaties in Photoshop te verbeteren: bepaal uw voorkeuren in Photoshop en stem de functies zo af dat u kunt profiteren van de manier waarop en de bestandstypen waarmee u gewoonlijk werkt.

De meest drastische manier om de prestaties te verbeteren is investeren in snellere en krachtigere hardware.

Prestatievoorkeuren instellen

Photoshop biedt een reeks voorkeuren (Voorkeuren > Prestaties) zodat u uw computerbronnen optimaal kunt gebruiken, bijvoorbeeld geheugen, cache, grafische processor, displays etc. Afhankelijk van de belangrijkste reden waarom u Photoshop gebruikt en het type documenten waar u in het algemeen mee werkt, kunnen verschillende combinaties van deze instellingen op u van toepassing zijn.

Extra instellingen zoals Werkschijven op andere tabbladen van het dialoogvenster Voorkeuren kunnen ook rechtstreeks van invloed zijn op de snelheid en stabiliteit van uw computer.

Prestatievoorkeuren in Photoshop

Aan Photoshop toegewezen geheugen aanpassen

U kunt de prestaties verbeteren door de hoeveelheid geheugen/RAM die aan Photoshop is toegewezen, te verhogen. In de sectie Geheugengebruik van het voorkeurenvenster Prestaties (Voorkeuren > Prestaties) ziet u hoeveel RAM beschikbaar is voor Photoshop. Bovendien wordt het ideale geheugentoewijzingsbereik voor Photoshop voor uw systeem weergegeven.

Standaard gebruikt Photoshop 70% van het beschikbare RAM.

  1. Verhoog de hoeveelheid RAM die aan Photoshop is toegewezen door de waarde in het vakje Te gebruiken door Photoshop te wijzigen. U kunt ook de schuifregelaar Geheugenverbruik aanpassen.
  2. Start Photoshop opnieuw op om uw wijzigingen in te schakelen.

Wilt u de ideale RAM-toewijzing voor uw systeem weten, dan verhoogt u dit telkens met 5% en controleert u de prestaties in de Efficiëntie-indicator. 

Het is niet raadzaam om meer dan 85% van uw computergeheugen aan Photoshop toe te wijzen. Er blijft dan geen geheugen over voor andere essentiële systeemtoepassingen.

Opmerking:

Als u in Photoshop fouten ervaart wegens geen RAM of geen geheugen, kunt u de hoeveelheid RAM vergroten die aan Photoshop is toegewezen. Als u de RAM-toewijzing voor Photoshop echter te hoog instelt (>85%), kunnen de prestaties van andere actieve toepassingen verslechteren, waardoor uw systeem onstabiel wordt. 

De beste oplossing voor dit probleem is meer RAM aan uw computer toevoegen. Vraag de fabrikant van uw computer naar de RAM-specificaties en de compatibiliteit.

Cacheniveaus aanpassen

De grondbeginselen van de cache

Photoshop gebruikt image-caching om het opnieuw samenstellen van documenten met hoge resolutie te versnellen wanneer u ermee werkt. U kunt maximaal acht niveaus van de afbeeldingsgegevens in cache opgeven en een van de vier beschikbare cachetegelgroottes kiezen.

Verhoging van cacheniveaus verbetert het reactievermogen van Photoshop terwijl u werkt, maar het duurt langer om afbeeldingen te laden. De cachetegelgrootte bepaalt de hoeveelheid gegevens waarop Photoshop per keer bewerkingen uitvoert. Grotere tegels versnellen complexe bewerkingen, zoals verscherpingsfilters. Kleinere wijzigingen, zoals penseelstreken, reageren beter met kleinere tegels.

Cachevoorinstellingen

In het deelvenster Prestatievoorkeuren zijn drie cachevoorinstellingen beschikbaar. Kies de voorinstellingen die het beste past bij uw belangrijkste gebruik van Photoshop:

  • Web-/UI-ontwerp: kies deze optie als u Photoshop voornamelijk gebruikt voor web-, app- of vensterontwerp. Deze optie is geschikt voor documenten die veel lagen hebben met middelen met kleine tot middelgrote pixelafmetingen.
  • Standaard/foto's: kies deze optie als u Photoshop voornamelijk gebruikt om middelgrote afbeeldingen te retoucheren of bewerken. Gebruik deze optie bijvoorbeeld als u foto's van uw mobiele telefoon of uw digitale camera normaal in Photoshop bewerkt.
  • Grote pixelafmetingen: kies deze optie als u vrijwel uitsluitend met veeleisende documenten in Photoshop werkt, bijvoorbeeld panorama's, matte schilderingen enz.

Cacheniveaus

Voor gedetailleerdere controle geeft u cacheniveaus handmatig op; de standaardwaarde is 4.

  • Als u relatief kleine bestanden gebruikt (ongeveer 1 megapixel of 1.280 bij 1.024 pixels) met veel lagen (meer dan 50), stelt u de cacheniveaus in op 1 of 2. Het instellen van de Cacheniveaus op 1 schakelt image-caching uit; alleen de huidige afbeelding op het scherm wordt in de cache opgeslagen.
  • Als u bestanden met veel pixels gebruikt (bijvoorbeeld 50 megapixels of groter), stelt u de Cacheniveaus op hoger dan 4 in. Hogere cacheniveaus versnellen het opnieuw tekenen.
Opmerking:

Sommige functies van Photoshop leveren mogelijk geen resultaten van hoge kwaliteit op als u uw cacheniveaus op 1 instelt.

Historiestaten beperken

U kunt werkschijfruimte besparen en de prestaties verbeteren door het aantal historiestaten die Photoshop opslaat, te beperken of te verminderen in het deelvenster Historie. De hoeveelheid ruimte die u opslaat, varieert afhankelijk van het aantal pixels dat door een bewerking wordt gewijzigd. Een historiestatus die hoort bij een kleine penseelstreek of een niet-destructieve bewerking, zoals het maken of wijzigen van een aanpassingslaag, verbruikt bijvoorbeeld weinig ruimte. Het toepassen van een filter op een gehele afbeelding verbruikt echter veel meer ruimte.

Photoshop kan maximaal 1.000 historiestaten opslaan; het standaardaantal is 50.

Om dat aantal te verlagen, gaat u naar het dialoogvenster Prestatievoorkeuren. Zet in de sectie Historie en cache
het aantal Historiestaten op een lagere waarde.

GPU-instellingen configureren (grafische processor)

De beste manier om GPU-versnelling te optimaliseren, waarmee het opnieuw tekenen van het scherm wordt versneld, is om het stuurprogramma van uw videoadapter bijgewerkt te houden.  Voor instructies over het bijwerken van de stuurprogramma's van videoadapters

Zie Grafisch stuurprogramma bijwerken.

Voor meer informatie over de manier waarop Photoshop de grafische processor, geteste kaarten en minimale vereisten voor de grafische processor en weergave gebruikt. 

Zie Veelgestelde vragen over Photoshop GPU en videokaarten.

GPU-voorkeuren

Photoshop heeft specifieke GPU-instellingen in de secties Prestaties en 3D in het dialoogvenster Voorkeuren.

Instellingen in Voorkeuren > sectie Prestaties

Als er een grafische kaart op uw systeem wordt gedetecteerd, worden de naam en het model onder Gedetecteerde grafische processor in het instellingengedeelte van de grafische processor weergegeven, in de sectie Prestaties.

  • Als uw grafische kaart wordt ondersteund, is het selectievakje Grafische processor gebruiken standaard ingeschakeld en aangevinkt.
  • Als uw grafische kaart niet wordt ondersteund, wordt het selectievakje grijs gemaakt en niet standaard aangevinkt.
  • Als uw grafische kaart wordt ondersteund en het selectievakje Grafische processor gebruiken is uitgeschakeld, komt dit waarschijnlijk doordat Photoshop een crash heeft gedetecteerd die is veroorzaakt door een defect grafisch stuurprogramma of een foutieve configuratie. Zie Problemen met GPU (grafische processor) en de grafische driver oplossen voor Photoshop.

Geavanceerde GPU-instellingen

Klik op de knop Geavanceerde instellingen om de prestaties van de kaart af te stemmen. 

Tekenmodus aanpassen:

  • Standaard: Hierbij wordt de kleinste hoeveelheid geheugen voor de grafische processor gebruikt om de basisfuncties van OpenGL uit te voeren. Gebruik deze modus als de modi Normaal en Geavanceerd minder goed lijken te presteren. Dit kan voorkomen wanneer u routinematig andere programma's uitvoert die geheugen van de grafische processor innemen. Selecteer deze optie als u merkt dat vensters niet goed of traag worden vernieuwd wanneer u functies met GPU-versnelling gebruikt.
  • Normaal: Hierbij wordt een grote hoeveelheid geheugen voor de grafische processor gebruikt om geavanceerde functies van OpenGL uit te voeren voor kleurafstemming, tinttoewijzing en overvloeiing van ruitpatronen. Dit maakt CPU vrij om andere taken uit te voeren.
  • Geavanceerd: Hierbij wordt intensief gebruik gemaakt van de grafische processor. Hierbij wordt dezelfde hoeveelheid geheugen gebruikt als bij de normale modus, maar het wordt mogelijk gemaakt om meer geavanceerde technieken te gebruiken om tekenprestaties te verbeteren. Dit is de beste instelling wanneer u in 3D werkt of wanneer u geregeld met de functies met GPU-versnelling werkt. Als deze modus minder soepel lijkt te werken, probeer dan over te schakelen naar de modus Normaal of Basis.
Opmerking:

Wijzigingen voor Tekenmodus worden geïmplementeerd wanneer u Photoshop opnieuw start.

Extra geavanceerde instellingen:

  • Grafische processor gebruiken om berekening te versnellen: inschakelen om de interactiviteit van voorbeelden voor Kromtrekken en Marionet verdraaien te verbeteren.
  • OpenCL gebruiken: schakel dit uit als Blur Gallery, Smart Sharpen, Select Focus Area of Image Size met Details behouden niet werkt zoals verwacht.
  • Hulplijnen en paden voor anti-alias: uitschakelen als de hulplijnen en paden te zwaar of te breed lijken
  • Beeldscherm van 30 bits: inschakelen om de kleurkwaliteit op een beeldscherm dat 30 bits ondersteunt te verhogen.
  • Gebruik systeemeigen GPU-versnelling van het besturingssysteem: inschakelen om het gebruik van macOS Metal en Windows DirectX 12 mogelijk te maken, indien van toepassing.
Opmerking:

Het inschakelen van OpenCL verbetert mogelijk de prestaties als u de volgende Photoshop-functies gebruikt:

  • Blur Gallery - Field Blur, Iris Blur, Tilt-Shift, Path Blur, Spin Blur (OpenCL versneld)
  • Slim verscherpen (Ruisreductie – OpenCL versneld)
  • Selecteren en Maskers (versnelde OpenCL)

Instellingen in de sectie Voorkeuren > 3D

In de 3D-sectie van het dialoogvenster Prestaties vindt u een VRAM-schuifregelaar die veel lijkt op het geheugenelement in de sectie Prestaties. Gebruik de schuifregelaar om de bovengrens te bepalen van de hoeveelheid VRAM (video-RAM) die beschikbaar is voor de 3D-engine van Photoshop. De totale waarde is een percentage van de algeheel beschikbare VRAM. Bij een instelling van 100% wordt nog steeds een deel van de algehele VRAM gereserveerd voor gebruik door het besturingssysteem. Hogere waarden helpen met algehele 3D-prestaties, maar kunnen een conflict veroorzaken met andere GPU-toepassingen.

3D: geheugengebruik

Werkschijven beheren

Opmerking:

Als u Photoshop niet kunt starten omdat de werkschijf vol is, houdt u Cmd + Option (macOS) of Ctrl + Alt (Windows) tijdens het opstarten ingedrukt om een nieuwe werkschijf in te stellen.

Een werkschijf is een vaste schijf of SSD die wordt gebruikt voor tijdelijke opslag terwijl Photoshop wordt uitgevoerd. In Photoshop gebruikt u deze ruimte om gedeelten van uw documenten en hun staten in het deelvenster Historie op te slaan die niet in het geheugen of RAM-geheugen van uw computer passen. 

Voor meer informatie over het beheren van de werkschijfvoorkeuren en aanbevolen instellingen gaat u naar Werkschijven instellen.

Zie Fouten met de werkschijf in Photoshop oplossen voor meer informatie over het oplossen van fouten met de werkschijf.

De efficiëntie-indicator

Bekijk de Efficiëntie-indicator om de prestaties te controleren terwijl u in Photoshop werkt. Klik op het pop-upmenu onder aan het afbeeldingsvenster en kies Efficiëntie in dit menu.

Als de waarde in de indicator lager is dan 100%, dan heeft Photoshop al het beschikbare RAM-geheugen en de werkschijf gebruikt, wat de prestaties vertraagt. Als de efficiëntie minder dan 90% is, wijst u in Prestatievoorkeuren meer RAM-geheugen toe aan Photoshop. Of voeg extra RAM toe aan uw systeem.

De efficiëntie-indicator

Functies van Photoshop gedetailleerd afstellen voor prestaties

Linialen en overlays uitschakelen

Wanneer linialen en overlays (zoals Rasters, Segmenten en Slimme hulplijnen) zichtbaar zijn, kan dit bepaalde bewerkingen langzamer maken, zoals schilderen, transformeren en slepen.

  • Hef in het menu Weergeven de selectie van Linialen op om deze uit te schakelen.
  • Selecteer in het menu Weergeven > Tonen de optie Geen of schakel de afzonderlijke items uit om overlays uit te schakelen.

Zie Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen.

Binnen de beperkingen van bestandsgrootte werken

De zeer grote bestanden zijn vaak de oorzaak van prestatieproblemen.

Photoshop ondersteunt een maximale bestandsgrootte van 300.000 x 300.000 pixel, behalve voor PDF-bestanden, die maar 30.000 x 30.000 pixel en 200 x 200 inch groot mogen zijn, en Camera Raw, dat afbeeldingen van maximaal 65.000 pixels breed en maximaal 512 megapixels ondersteunt.

Vermogen bestandsgrootte voor Photoshop:

  • PSD-bestanden: 2 GB
  • TIFF-bestanden: 4 GB
  • PSB-bestanden: 4 exabytes (4.096 petabytes, of 4 miljoen terabytes)
  • PDF-bestanden: 10 GB (pagina's zijn beperkt tot een maximumgrootte van 200 inch)

Sluit onnodige documentvensters

Als u het foutbericht “Geen RAM” ontvangt of als Photoshop langzaam werkt, kan dit worden veroorzaakt door te veel open afbeeldingen. Als u meerdere vensters hebt geopend, kunt u proberen enkele ervan te sluiten.

Het aantal voorinstellingen reduceren

Om de hoeveelheid werkschijfruimte te verminderen die Photoshop gebruikt, minimaliseert u het aantal voorinstellingen dat u hebt geladen. Patronen en penselen behoren tot de grootste voorinstellingen. Sla voorinstellingen die u nu niet nodig hebt in een voorinstellingenbestand op, verwijder ze en laad ze alleen als u ze nodig hebt.

Voor meer informatie over het beheren van voorinstellingen gaat u naar Voorinstellingen.

Minimaliseer of sluit het deelvenster Voorbeeld miniaturen

Telkens wanneer u een document wijzigt, werkt Photoshop alle miniaturen bij die zichtbaar zijn in de deelvensters Lagen en Kanalen. Deze update kan de reactietijd beïnvloeden wanneer u snel lagen tekent, verplaatst of verschuift. Hoe meer miniaturen zichtbaar zijn, hoe groter dit effect.

Om deze voorbeelden van miniaturen te minimaliseren of uit te schakelen, klikt u op het deelvenstermenu en kiest u Deelvensteropties. Selecteer een kleinere miniatuurgrootte of kies Geen. Klik vervolgens op OK.

Opties Bestandscompatibiliteit wijzigen

Als u niet met uw PSD- en PSB-bestanden hoeft te werken in oudere versies van Photoshop of in toepassingen die geen lagen ondersteunen, dan kunt u een functie voor bestandscompatibiliteit uitschakelen om opslag van documenten te versnellen:

  1. Ga naar Voorkeuren > Bestandsafhandeling en selecteer voor 16-bits en 32-bits PSD- en PSB- documenten Compressie van PSD- en PSB-bestanden uitschakelen.

  2. Kies vanuit het menu PSD- en PSB-bestandscompatibiliteit Vragen of Nooit.

In 8-bits afbeeldingenmodus werken

Photoshop kan veel bewerkingen uitvoeren op 16-bits en 32-bits afbeeldingen. Deze afbeeldingen vereisen echter meer geheugen, werkschijfruimte en tijd om te worden verwerkt dan 8-bits afbeeldingen.

Om uw afbeelding te converteren naar 8 bits per kanaal, kiest u Afbeelding > Modus > 8 bit/kanaal.

Zie Bitdiepte en voorkeuren.

Opmerking:

Door naar 8 bits per kanaal te converteren, worden gegevens uit uw afbeelding verwijderd. Sla een kopie op van de originele 16-bits of 32-bits afbeelding voordat u naar 8-bits per kanaal converteert.

Voorbeeld lettertype uitschakelen

Om in Photoshop verwerking van lettertypen te versnellen, schakelt u de voorbeeldlijst voor lettertypen uit door Type > Voorbeeldgrootte lettertype > Geen te kiezen.

Verminder de afbeeldingsresolutie

Hoe groter de resolutie, des te meer geheugen en schijfruimte Photoshop nodig heeft om een afbeelding weer te geven, te verwerken en af te drukken. Afhankelijk van de uiteindelijke uitvoer, biedt de hogere afbeeldingsresolutie niet per se een betere uiteindelijke afbeeldingskwaliteit, maar het kan de prestatie vertragen, extra werkschijfruimte gebruiken en het afdrukken vertragen. De optimale resolutie voor uw afbeeldingen is afhankelijk van hoe de afbeeldingen worden weergegeven of afgedrukt. 

Denk aan totale pixelafmetingen voor afbeeldingen die op het scherm worden weergegeven. Kies Afbeelding > Afbeeldingsgrootte om de afmetingen van een afbeelding te verminderen. In het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte moet u ervoor zorgen dat de optie Pixelafmetingen wijzigen is geselecteerd. Voer een nieuwe waarde in voor de breedte of hoogte van afmetingen (waarde-invoering voor één wijzigt beide).

Wanneer u voor afgedrukte afbeeldingen de resolutie tot meer dan 360 DPI verhoogt, biedt dit in de meeste gevallen minieme of zelfs geen voordelen. Experimenteer om een resolutie te vinden met de gewenste resultaten als u veel afdrukken maakt. Kies Afbeelding > Afbeeldingsrootte om de resolutie van een afbeelding te verminderen. Selecteer in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte Pixelafmetingen wijzigen. Wijzig de waarden voor breedte en hoogte om de fysieke grootte van uw afgedrukte document te weerspiegelen. Verlaag vervolgens de Resolutiewaarde en klik op OK.

Als u de resolutie van de afbeelding verhoogt voor afdrukken in plaats van verlaagt, voert u deze resolutieverhoging uit als een van de laatste stappen voordat u de afbeelding afdrukt. Zo hoeft u al deze extra informatie niet in eerdere stappen te verwerken.

Geheugen vrijmaken

U kunt systeemprestaties verbeteren door ongebruikte geheugenruimte en werkschijfruimte van Photoshop vrij te maken om het voor andere programma's beschikbaar te stellen. Om dit te doen, kiest u een van deze opties:

  • Bewerken > Wissen > Alles
  • Bewerken > Wissen > Ongedaan maken
  • Houd Option (macOS) of Alt (Windows) ingedrukt en kies Over Photoshop

Als andere programma's actief proberen het geheugen toe te wijzen of te gebruiken, wordt de prestatie verbeterd door geheugen in Photoshop vrij te maken. Werkschijfruimte vrijmaken zal nuttig zijn als u op een schijfvolume onvoldoende ruimte hebt. Als u veel geheugen of schijfruimte vrijmaakt, reageert Photoshop de eerstvolgende keer dat u grote bestanden opent trager omdat er ruimte wordt toegewezen.

Als u wilt dat Photoshop altijd minder geheugen gebruikt, kies dan Bewerken > Voorkeuren > Prestaties (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Prestaties (macOS) en sleep de schuifregelaar in Geheugengebruik naar links.

Zie Geheugengebruik aanpassen.

Opmerking:

Het duurt mogelijk enkele seconden voordat activiteitsmonitors, taakbeheer en schijfhulpprogramma's de wijziging registreren. In feite, voor sommige hulpprogramma's moet u mogelijk de update expliciet aanvragen.

Het klembord leegmaken

De inhoud van het klembord is vaak groot als u gegevens binnen grote documenten hebt gekopieerd en geplakt. Deze inhoud is daarnaast nauwelijks bruikbaar als u klaar bent met plakken. Als u RAM vrij maakt dat door afbeeldingsgegevens in het klembord wordt gebruikt, kiest u Bewerken > Leegmaken > Klembord.

Opmerking:

De opdracht Leegmaken kan niet ongedaan worden gemaakt.

Filtergalerie gebruiken

Met de Filtergalerie kunt u één of meer filters op een afbeelding testen voordat u de effecten toepast. Dit bespaart aanzienlijk veel tijd en geheugen.

Zie Overzicht filtergalerie.

Slepen tussen bestanden in plaats van kopiëren en plakken

Het slepen van lagen of bestanden is efficiënter dan ze kopiëren en plakken. Slepen gaat voorbij aan het klembord en zet gegevens direct over. Kopiëren en plakken kan mogelijk meer gegevensoverdracht met zich meebrengen en is veel minder efficiënt.

TIFF-bestanden opslaan zonder ZIP-compressie

Kies voor meer snelheid niet ZIP-compressie wanneer u TIFF-bestanden exporteert. (ZIP-compressie maakt echter wel de kleinste TIFF-bestanden.)

Exporteer het Klembord niet

De optie Klembord exporteren zorgt dat Photoshop de inhoud van het klembord beschikbaar maakt voor andere programma's. Als u grote hoeveelheden gegevens in Photoshop kopieert, maar deze niet in andere toepassingen plakt, kunt u tijd besparen door deze optie uit te schakelen:

  1. Kies Photoshop > Voorkeuren > Algemeen (macOS) of Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows).

  2. Deselecteer Klembord exporteren.

  3. Klik op OK.

Het deelvenster Bibliotheken uitschakelen

  1. Kies Sluiten in het uitklapmenu Bibliotheken.

  2. Start Photoshop opnieuw op.

Generator uitschakelen

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Invoegtoepassingen.

  2. Schakel Generator inschakelen uit.

  3. Klik op OK.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account