Stel de instellingen van uw besturingssysteem, hardware en toepassingen bij zodat Photoshop stabiel en met de optimale snelheid op uw computer kan worden uitgevoerd. Als Photoshop langzamer wordt uitgevoerd dan verwacht op uw computer, of als uw systeem vastloopt of vertragingen vertoont wanneer u Photoshop gebruikt, kunt u de tips en technieken proberen die in dit document worden beschreven.

Opmerking:

Uw computer moet aan bepaalde minimumsysteemvereisten voldoen om Photoshop optimaal te kunnen uitvoeren. Wanneer u Photoshop uitvoert op hardware met te weinig vermogen of zonder ondersteuning, bijvoorbeeld een computer met een incompatibele GPU, kunt u prestatieproblemen ondervinden.

Algemene stappen om de prestaties te verbeteren

In het algemeen is het raadzaam om het optimaliseren van uw Photoshop-prestaties voor uw behoeftes holistisch aan te pakken. Lees al deze suggesties door en denk na over welke suggesties u wilt toepassen binnen de context van de instelling van uw computer, de bestandstypen die u gebruikt en uw specifieke workflow. Elke omstandigheid is uniek en heeft een andere combinatie van technieken nodig om de doeltreffendste prestaties in Photoshop te bereiken.

U kunt prestaties in Photoshop op de volgende vier manieren aanzienlijk verbeteren:

Dit is de gemakkelijkste manier om gratis de prestaties in Photoshop te verbeteren: bepaal uw voorkeuren in Photoshop en stem de functies zo af dat u kunt profiteren van de manier waarop en de bestandstypen waarmee u gewoonlijk werkt.

De meest drastische manier om de prestaties te verbeteren is investeren in snellere en krachtigere hardware.

Prestatievoorkeuren instellen

Photoshop biedt een reeks voorkeuren (Voorkeuren > Prestaties) zodat u uw computerbronnen optimaal kunt gebruiken, bijvoorbeeld geheugen, cache, grafische processor, displays etc. Afhankelijk van de belangrijkste reden waarom u Photoshop gebruikt en het type documenten waar u in het algemeen mee werkt, kunnen verschillende combinaties van deze instellingen op u van toepassing zijn. Extra instellingen zoals Werkschijven op andere tabbladen van het dialoogvenster Voorkeuren kunnen ook rechtstreeks van invloed zijn op de snelheid en stabiliteit van uw computer.

Photoshop-prestatievoorkeuren
Prestatievoorkeuren in Photoshop

Het geheugen aanpassen dat aan Photoshop is toegewezen

U kunt de prestaties verbeteren door de hoeveelheid geheugen/RAM die aan Photoshop is toegewezen, te verhogen. In de sectie Geheugenverbruik van het voorkeurenvenster Prestaties (Voorkeuren > Prestaties) ziet u hoeveel RAM beschikbaar is voor Photoshop. Bovendien wordt het ideale geheugentoewijzingsbereik voor Photoshop voor uw systeem weergegeven. Standaard gebruikt Photoshop 70% van het beschikbare RAM.

  1. Verhoog de hoeveelheid RAM die aan Photoshop is toegewezen door de waarde in het vakje Te gebruiken door Photoshop te wijzigen. U kunt ook de schuifregelaar Geheugenverbruik aanpassen.
  2. Start Photoshop opnieuw op om uw wijzigingen in te schakelen.

Wilt u de ideale RAM-toewijzing voor uw systeem weten, dan verhoogt u dit telkens met 5% en controleert u de prestaties in de Efficiëntie-indicator. Raadpleeg Controleer de Efficiëntie-indicator.

Het is niet raadzaam om meer dan 85% van uw computergeheugen aan Photoshop toe te wijzen. Er blijft dan geen geheugen over voor andere essentiële systeemtoepassingen.

Opmerking:

Als u in Photoshop fouten ervaart wegens geen RAM of geen geheugen, kunt u de hoeveelheid RAM vergroten die aan Photoshop is toegewezen. Als u de RAM-toewijzing voor Photoshop echter te hoog instelt (>85%), kunnen de prestaties van andere actieve toepassingen verslechteren, waardoor uw systeem onstabiel wordt. 

De beste oplossing voor dit probleem is meer RAM aan uw computer toevoegen.

Pas cacheniveaus aan

De grondbeginselen van de cache

Photoshop gebruikt image-caching om het opnieuw samenstellen van documenten met hoge resolutie te versnellen wanneer u ermee werkt. U kunt maximaal acht niveaus van de afbeeldingsgegevens in cache opgeven en een van de vier beschikbare cachetegelgroottes kiezen.

Verhoging van cacheniveaus verbetert het reactievermogen van Photoshop terwijl u werkt, maar het duurt langer om afbeeldingen te laden. De cachetegelgrootte bepaalt de hoeveelheid gegevens waarop Photoshop per keer bewerkingen uitvoert. Grotere tegels versnellen complexe bewerkingen, zoals verscherpingsfilters. Kleinere wijzigingen, zoals penseelstreken, reageren beter met kleinere tegels.

Cachevoorinstellingen

In het deelvenster Prestatievoorkeuren zijn drie cachevoorinstellingen beschikbaar. Kies de voorinstellingen die het beste past bij uw belangrijkste gebruik van Photoshop:

  • Web-/UI-ontwerp: kies deze optie als u Photoshop voornamelijk gebruikt voor web-, app- of vensterontwerp. Deze optie is geschikt voor documenten die veel lagen hebben met middelen met kleine tot middelgrote pixelafmetingen.
  • Standaard/foto's: kies deze optie als u Photoshop voornamelijk gebruikt om middelgrote afbeeldingen te retoucheren of bewerken. Gebruik deze optie bijvoorbeeld als u foto's van uw mobiele telefoon of uw digitale camera normaal in Photoshop bewerkt.
  • Grote pixelafmetingen: kies deze optie als u vrijwel uitsluitend met veeleisende documenten in Photoshop werkt, bijvoorbeeld panorama's, matte schilderingen enz.

Cacheniveaus

Voor gedetailleerdere controle geeft u cacheniveaus handmatig op; de standaardwaarde is 4.

  • Als u relatief kleine bestanden gebruikt (ongeveer 1 megapixel of 1280 bij 1024 pixels) met veel lagen (meer dan 50), stelt u de cacheniveaus in op 1 of 2. Het instellen van de Cacheniveaus op 1 schakelt image-caching uit; alleen de huidige afbeelding op het scherm wordt in de cache opgeslagen.
  • Als u bestanden met veel pixels gebruikt (bijvoorbeeld 50 megapixels of groter), stelt u de Cacheniveaus op hoger dan 4 in. Hogere cacheniveaus versnellen het opnieuw tekenen.

Opmerking:

Sommige functies van Photoshop leveren mogelijk geen resultaten van hoge kwaliteit op als u uw cacheniveaus op 1 instelt.

Limiethistoriestaten

U kunt werkschijfruimte besparen en de prestaties verbeteren door het aantal historiestaten die Photoshop opslaat, te beperken of te verminderen in het deelvenster Historie. De hoeveelheid ruimte die u opslaat, varieert afhankelijk van het aantal pixels dat door een bewerking wordt gewijzigd. Een historiestatus die hoort bij een kleine penseelstreek of een niet-destructieve bewerking, zoals het maken of wijzigen van een aanpassingslaag, verbruikt bijvoorbeeld weinig ruimte. Het toepassen van een filter op een gehele afbeelding verbruikt echter veel meer ruimte.

Photoshop kan maximaal 1.000 historiestaten opslaan; het standaardaantal is 20. Om dat aantal te verlagen, gaat u naar het dialoogvenster Prestatievoorkeuren, en kiest u Historie en cache > Historiestaten.Sleep de instelling in het pop-upmenu Historiestaten indien vereist naar een lagere waarde.

GPUInstellingen van grafische processor (gpu) instellen

De beste manier om GPU-versnelling te optimaliseren, waarmee het opnieuw tekenen van het scherm wordt versneld, is om het stuurprogramma van uw videoadapter bijgewerkt te houden. Raadpleeg FAQ voor Photoshop GPU en videokaart voor meer informatie over GPU-versnelling en instructies voor het bijwerken van stuurprogramma's van videoadapters.

Het inschakelen van OpenCL, een technologie waarmee applicaties de GPU kunnen gebruiken, verbetert mogelijk de prestaties als u de volgende Photoshop-functies gebruikt:

  • Videopanorama
  • Blur Gallery (Iris, Field en Tilt-shift Blur)

Als u OpenCL in het deelvenster Prestatievoorkeuren inschakelt, klikt u op Geavanceerde instellingen en selecteert u OpenCL gebruiken.

GPU-voorkeuren

Photoshop heeft specifieke GPU-instellingen in de secties Prestaties en 3D in het dialoogvenster Voorkeuren.

Instellingen in Voorkeuren > sectie Prestaties

Als er een geschikte videokaart op uw systeem is geïnstalleerd, wordt deze weergegeven in de sectie GPU-instellingen van de sectie Prestaties.

  • Als u GPU-versnelling wilt instellen, moet u zorgen dat de optie OpenGL-tekenen inschakelen is geselecteerd.
  • Als u de prestaties van de kaart nog verder wilt afstellen, klikt u op de knop Geavanceerde instellingen en selecteert u Basis, Normaal of Geavanceerd, al naar gelang uw vereisten.
    • Basis: gebruikt de kleinste hoeveelheid RAM-geheugen voor de eenvoudigste OpenGL-functies wanneer de GPU met andere toepassingen wordt gedeeld of wanneer de computer traag reageert. Selecteer deze optie als er andere toepassingen actief zijn die ook de GPU gebruiken of als u merkt dat vensters niet goed of traag worden vernieuwd wanneer u functies met GPU-versnelling gebruikt.
    • Normaal: dit is de standaardinstelling. Hierbij wordt een grote hoeveelheid GPU-geheugen gebruikt om geavanceerde OpenGL-functies te ondersteunen. Gebruik deze optie als u de functies met GPU-versnelling in Photoshop geregeld gebruikt.
    • Geavanceerd: gebruikt dezelfde hoeveelheid geheugen als de normale modus, maar activeert meer geavanceerde functies om tekenprestaties te verbeteren. Dit is de beste instelling wanneer u in 3D werkt of wanneer u geregeld met de functies met GPU-versnelling werkt.

Opmerking: moduswijzigingen worden geïmplementeerd wanneer u Photoshop opnieuw start.

Instellingen in de sectie Voorkeuren > 3D

In de 3D-sectie van het dialoogvenster Prestaties vindt u een VRAM-schuifregelaar die veel lijkt op het geheugenelement in de sectie Prestaties. Gebruik de schuifregelaar om de bovengrens te bepalen van de hoeveelheid VRAM (video-RAM) die beschikbaar is voor de 3D-engine van Photoshop. De totale waarde is een percentage van de algeheel beschikbare VRAM. Bij een instelling van 100% wordt nog steeds een deel van de algehele VRAM gereserveerd voor gebruik door het besturingssysteem. Hogere waarden helpen met algehele 3D-prestaties, maar kunnen een conflict veroorzaken met andere GPU-toepassingen.

memory-usage-3D
3D: geheugengebruik

Werkschijven beheren

Een werkschijf is een extern of intern station of stationspartitie met vrij geheugen. Photoshop gebruikt standaard de vaste schijf waarop het besturingssysteem is geïnstalleerd als primaire werkschijf. U kunt instellingen voor werkschijven gedetailleerd afstellen in de sectie Voorkeuren > Werkschijven.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Werkschijven (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Werkschijven (Mac OS).
  2. Schakel een werkschijf in of uit door het selectievakje Actief? in of uit te schakelen. Klik op de pijlknoppen om de volgorde van de werkschijven te wijzigen.
  3. Klik op OK.
  4. Start Photoshop opnieuw om de wijziging toe te passen.

Aanbevelingen voor instellingen van werkschijven

  • Voor de beste prestaties koppelt u de werkschijven aan een compatibele poort met de grootste bandbreedte van alle beschikbare poorten. De bandbreedtelimieten voor verschillende poorten zijn als volgt:
    Thunderbolt = 10GB/sec
    eSATA = 600MB/sec
    PCIe = 500MB/sec
    USB3 = 400MB/sec
    USB2 = 35MB/sec
  • Om de prestatie te verbeteren, stelt u de werkschijf in op een gedefragmenteerde vaste schijf die voldoende ongebruikte ruimte en hoge lees-/schrijfsnelheden heeft. Indien u beschikt over meer dan één harde schijf, kunt u aanvullende werkschijven specificeren. Photoshop ondersteunt tot 64 exabytes ruimte op de werkschijf op een totaal van vier volumes. (Een exabyte is gelijk aan 1 miljard GB.)
  • Als uw opstartschijf een vaste schijf is, in tegenstelling tot een solid-state disk (SSD), probeer dan om een andere vaste schijf voor uw primaire werkschijf te gebruiken. Een SSD, daarentegen, werkt net zo goed als primaire opstartschijf als werkschijf. In feite is het waarschijnlijk beter om een SSD te gebruiken dan om een afzonderlijke vaste schijf als primaire werkschijf te gebruiken.
  • Werkschijven kunnen zich het beste op een ander station bevinden dan eventuele grote bestanden die u bewerkt.
  • Werkschijven moeten zich op een ander station bevinden dan de schijf die door uw besturingssysteem wordt gebruikt voor het virtuele geheugen.
  • RAID-schijven/schijfarrays zijn een goede keuze voor volumes die speciaal bedoeld zijn als werkschijf.
  • Defragmenteer stations met werkschijven regelmatig.

Opmerking:

Als u Photoshop niet kunt starten omdat de werkschijf vol is, houdt u Cmd + Opt (Mac) of Ctrl + Alt (Windows) tijdens het opstarten ingedrukt om een nieuwe werkschijf in te stellen.

Opties voor herstel en opslaan op achtergrond

De optie Prestaties > Bestandsafhandeling > Herstelinformatie automatisch opslaan om de n minuten kan ook van invloed zijn op de prestaties. De voorkeur Op achtergrond opslaan is standaard ingeschakeld. Wanneer dit is ingeschakeld, kunt u in Photoshop doorgaan met werken terwijl de opdrachten Opslaan en Opslaan als worden uitgevoerd in plaats van dat u moet wachten totdat deze zijn voltooid. De voorkeur Automatisch herstelgegevens opslaan is alleen ingeschakeld als Opslaan in achtergrond is geselecteerd. Indien ingeschakeld, worden voor elk geopend bestand herstelgegevens opgeslagen op het opgegeven interval. (De herstelgegevens worden als redundante back-ups opgeslagen; uw oorspronkelijk bestand wordt niet gewijzigd.)

In de meeste gevallen beïnvloeden opslagbewerkingen op de achtergrond de prestaties of reactietijd van normale Photoshop-bewerkingen niet aanzienlijk. Als u echter een bestand bewerkt dat veel groter is dan de beschikbare RAM, kan de opslagbewerking de reactietijd of prestaties beïnvloeden totdat het opslaan is voltooid.

Als Photoshop af en toe lijkt te vertragen, kunt u bepalen of opslaan op de achtergrond van invloed is op de prestaties. Kies Voortgang opslaan in het pop-upstatusmenu aan de linkerkant van het afbeeldingsvenster.

Als u prestatieproblemen opmerkt tijdens het bewegen van de balk Voorgang opslag, ga dan naar Voorkeuren > Bestandsverwerking, en verminder de frequentie van de voorkeur Automatisch herstelgegevens opslaan. Of schakel de voorkeur uit.

Photoshop fijn afstemmen

Een lagere waarde instellen voor het hersteldinterval biedt betere bescherming tegen crashes. In de meeste gevallen beïnvloedt het opslaan van de herstelgegevens de prestaties of reactietijd van Photoshop niet. Als de bestanden die u wijzigt groter zijn dan de beschikbare RAM, dan zal de prestatie echter mogelijk vertragen.

Herstelgegevens worden op dezelfde locaties opgeslagen als de Photoshop-werkbestanden. Als u regelmatig veel grote bestanden geopend houdt terwijl u werkt, kan de hoeveelheid ruimte aanzienlijk zijn. Als u fouten over onvoldoende schijfruimte ontvangt terwijl u andere opdrachten dan opslagopdrachten uitvoert, voegt u werkschijfruimte toe. Of schakel de voorkeur Automatisch herstelgegevens opslaan uit.

De indicator Efficiëntie

Bekijk de Efficiëntie-indicator om de prestaties te controleren terwijl u in Photoshop werkt.Klik op het pop-upmenu onder aan het afbeeldingsvenster en kies Efficiëntie in dit menu.

Als de waarde in de indicator lager is dan 100%, dan heeft Photoshop al het beschikbare RAM-geheugen en de werkschijf gebruikt, wat de prestaties vertraagt. Als de efficiëntie minder dan 90% is, wijst u in Prestatievoorkeuren meer RAM-geheugen toe aan Photoshop. Of voeg extra RAM toe aan uw systeem.

Efficiëntie-indicator
De indicator Efficiëntie

Functies van Photoshop gedetailleerd afstellen voor prestaties

Binnen de beperkingen van bestandsgrootte werken

De zeer grote bestanden zijn vaak de oorzaak van prestatieproblemen. Photoshop ondersteunt een maximale bestandsgrootte van 300.000 x 300.000 pixels, behalve voor PDF-bestanden, die maar 30.000 x 30.000 pixels groot mogen zijn en 200 x 200 inches.

Vermogen bestandsgrootte voor Photoshop:

  • PSD-bestanden: 2 GB
  • TIFF-bestanden: 4 GB
  • PSB-bestanden: 4 exabytes (4096 petabytes, of 4 miljoen terabytes)
  • PDF-bestanden: 10 GB (pagina's zijn beperkt tot een maximumgrootte van 200 inch)

Sluit onnodige documentvensters

Als u het foutbericht “Geen RAM” ontvangt of als Photoshop langzaam werkt, kan dit worden veroorzaakt door te veel open afbeeldingen. Als u meerdere vensters hebt geopend, kunt u proberen enkele ervan te sluiten.

Verminder patronen en penselen in de presets

Om de hoeveelheid werkschijfruimte te verminderen die Photoshop gebruikt, minimaliseert u het aantal patronen en penselen die u hebt geladen. Sla presets die u nu niet nodig hebt in een bestand met presets op. Of verwijder deze als ze vanuit een bestand met presets zijn geladen.

Opmerking:

Zie Werken met Preset Manager voor meer informatie over het beheren van vooraf ingestelde patronen en penselen.

Minimaliseer of sluit het deelvenster Voorbeeld miniaturen

Telkens wanneer u een document wijzigt, werkt Photoshop alle miniaturen bij die zichtbaar zijn in de deelvensters Lagen en Kanalen. Deze update kan de reactietijd beïnvloeden wanneer u snel lagen tekent, verplaatst of verschuift. Hoe meer miniaturen zichtbaar zijn, hoe groter dit effect.

Om deze voorbeelden van miniaturen te minimaliseren of uit te schakelen, klikt u op het deelvenstermenu en kiest u Deelvensteropties. Selecteer een kleinere miniatuurgrootte of kies Geen. Klik vervolgens op OK.

Deelvenster Lagen

Opties Bestandscompatibiliteit wijzigen

Als u niet met uw PSD- en PSB-bestanden hoeft te werken in oudere versies van Photoshop of in toepassingen die geen lagen ondersteunen, dan kunt u een functie voor bestandscompatibiliteit uitschakelen om opslag van documenten te versnellen:

  1. Ga naar Voorkeuren > Bestandsafhandeling en selecteer voor 16-bits en 32-bits PSD- en PSB- documenten Compressie van PSD- en PSB-bestanden uitschakelen.

  2. Kies vanuit het menu PSD- en PSB-bestandscompatibiliteit Vragen of Nooit.

    PSD- en PSB-bestandscompatibiliteit maximaliseren

In 8-bits afbeeldingenmodus werken

Photoshop kan veel bewerkingen uitvoeren op 16-bits en 32-bits afbeeldingen. Deze afbeeldingen vereisen echter meer geheugen, werkschijfruimte en tijd om te worden verwerkt dan 8-bits afbeeldingen.

Om uw afbeelding te converteren naar 8 bits per kanaal, kiest u Afbeelding > Modus > 8 bit/kanaal. Zie Bitdiepte in de Help voor Photoshop voor meer informatie.

Opmerking:

Door naar 8 bits per kanaal te converteren, worden gegevens uit uw afbeelding verwijderd. Sla een kopie op van de originele 16-bits of 32-bits afbeelding voordat u naar 8-bits per kanaal converteert.

Voorbeeld lettertype WYSIWYG uitschakelen

Om in Photoshop verwerking van lettertypen te versnellen, schakelt u de voorbeeldlijst voor WYSIWYG-lettertypen uit door Type > Voorbeeldgrootte lettertype > Geen te kiezen.

Verminder de afbeeldingsresolutie

Hoe groter de resolutie, des te meer geheugen en schijfruimte Photoshop nodig heeft om een afbeelding weer te geven, te verwerken en af te drukken. Afhankelijk van de uiteindelijke uitvoer, biedt de hogere afbeeldingsresolutie niet per se een betere uiteindelijke afbeeldingskwaliteit, maar het kan de prestatie vertragen, extra werkschijfruimte gebruiken en het afdrukken vertragen. De optimale resolutie voor uw afbeeldingen is afhankelijk van hoe de afbeeldingen worden weergegeven of afgedrukt. 

Denk aan totale pixelafmetingen voor afbeeldingen die op het scherm worden weergegeven. Bijvoorbeeld, veel webafbeeldingen zijn niet meer dan 725 pixels breed. Kies Afbeelding > Afbeeldingsgrootte om de afmetingen van een afbeelding te verminderen. In het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte moet u ervoor zorgen dat de optie Pixelafmetingen wijzigen is geselecteerd. Voer een nieuwe waarde in voor de breedte of hoogte van afmetingen (waarde-invoering voor één wijzigt beide).

Verminder de afbeeldingsresolutie

Wanneer u voor afgedrukte afbeeldingen de resolutie tot meer dan 360 DPI verhoogt, biedt dit in de meeste gevallen minieme of zelfs geen voordelen. Experimenteer om een resolutie te vinden met de gewenste resultaten als u veel afdrukken maakt. Kies Afbeelding > Afbeeldingsrootte om de resolutie van een afbeelding te verminderen. Selecteer in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte 'Pixelafmetingen wijzigen. Wijzig de waarden voor breedte en hoogte om de fysieke grootte van uw afgedrukte document te weerspiegelen. Verlaag vervolgens de Resolutiewaarde en klik op OK.

Als u de resolutie van de afbeelding verhoogt voor afdrukken in plaats van verlaagt, voert u deze resolutieverhoging uit als een van de laatste stappen voordat u de afbeelding afdrukt. Zo hoeft u al deze extra informatie niet in eerdere stappen te verwerken.

Geheugen vrijmaken

U kunt systeemprestaties verbeteren door ongebruikte geheugenruimte en werkschijfruimte van Photoshop vrij te maken om het voor andere programma's beschikbaar te stellen. Om dit te doen, kiest u een van deze opties:

  • Bewerken > Wissen > Alles
  • Bewerken > Wissen > Ongedaan maken
  • Houd Option (Mac OS) of Alt (Windows) ingedrukt en kies Over Photoshop CC

Als andere programma's actief proberen het geheugen toe te wijzen of te gebruiken, wordt de prestatie verbeterd door geheugen in Photoshop vrij te maken. Werkschijfruimte vrijmaken zal nuttig zijn als u op een schijfvolume onvoldoende ruimte hebt. Als u veel geheugen of schijfruimte vrijmaakt, reageert Photoshop de eerstvolgende keer dat u grote bestanden opent trager omdat er ruimte wordt toegewezen.

Als u wilt dat Photoshop altijd minder geheugen gebruikt, kies dan Bewerken > Voorkeuren > Prestaties (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Prestaties (Mac OS) en sleep de schuifregelaar in Geheugengebruik naar links. Zie Geheugengebruik aanpassen.

Opmerking:

Het duurt mogelijk enkele seconden voordat activiteitsmonitors, taakbeheer en schijfhulpprogramma's de wijziging registreren. In feite, voor sommige hulpprogramma's moet u mogelijk de update expliciet aanvragen.

Het klembord leegmaken

De inhoud van het klembord is vaak groot als u gegevens binnen grote documenten hebt gekopieerd en geplakt. Deze inhoud is daarnaast nauwelijks bruikbaar als u klaar bent met plakken. Als u RAM vrij maakt dat door afbeeldingsgegevens in het klembord wordt gebruikt, kiest u Bewerken > Leegmaken > Klembord.

Opmerking:

De opdracht Leegmaken kan niet ongedaan worden gemaakt.

Gebruik de Filtergalerie

Met de Filtergalerie kunt u één of meer filters op een afbeelding testen voordat u de effecten toepast. Dit bespaart aanzienlijk veel tijd en geheugen. Zie Overzicht filtergalerie voor meer informatie.

Slepen tussen bestanden in plaats van kopiëren en plakken

Het slepen van lagen of bestanden is efficiënter dan ze kopiëren en plakken. Slepen gaat voorbij aan het klembord en zet gegevens direct over. Kopiëren en plakken kan mogelijk meer gegevensoverdracht met zich meebrengen en is veel minder efficiënt.

Gebruik lagen verstandig

Lagen zijn van essentieel belang als u werkt in Photoshop, maar ze vergroten de bestandsgrootte en de tijd van het opnieuw samenstellen. Photoshop stelt elke laag opnieuw samen na elke wijziging in de afbeelding. Nadat u wijzigingen aan lagen hebt voltooid, vlakt u ze uit (samenvoegen) door de bestandsgrootte te verkleinen. Selecteer de lagen in het deelvenster Lagen, klik met de rechtermuisknop (Windows) of met Control-klik (Mac OS) en kies Lagen samenvoegen. Voor het uitvlakken van alle lagen in een bestand kiest u Laag > Afbeelding uitvlakken. Zorg ook dat enige lege lagen van het bestand worden verwijderd.

Opmerking:

In Photoshop kunt u geen lagen scheiden nadat u ze hebt samengevoegd. U kunt ofwel kiezen voor Bewerken > Ongedaan maken of het deelvenster Historie gebruiken om terug te keren naar een niet-samengevoegde afbeelding.

Als u sommige lagen niet regelmatig wijzigt, kunt u deze lagen of laagsets omzetten in Slimme objecten, wat schijfruimte bespaart en de prestaties verbetert. Selecteer de lagen of de laagsets in het deelvenster Lagen, klik met de rechtermuisknop (Windows) of Control-klik (Mac OS) en kies Omzetten in slim object. Zie Werken met slimme objecten

TIFF-bestanden opslaan zonder lagen

Photoshop kan lagen opslaan in TIFF-bestanden. Gelaagde TIFF-bestanden zijn echter groter dan uitgevlakte TIFF-bestanden en hebben meer resources nodig voor verwerken en afdrukken. Als u met een gelaagd TIFF-bestand werkt, slaat u het originele gelaagde bestand op als een Adobe Photoshop-bestand (.psd). Wanneer u het bestand wilt opslaan in TIFF-indeling, kiest u Bestand > Opslaan als. Kies in het dialoogvenster Opslaan als Indeling > TIFF, selecteer Opslaan als kopie, schakel het selectievakje Lagen uit en klik op Opslaan.

Kies voor meer snelheid niet ZIP-compressie wanneer u TIFF-bestanden exporteert. (ZIP-compressie maakt echter wel de kleinste TIFF-bestanden.)

Exporteer het Klembord niet

De optie Klembord exporteren zorgt dat Photoshop de inhoud van het klembord beschikbaar maakt voor andere programma's. Als u grote hoeveelheden gegevens in Photoshop kopieert, maar deze niet in andere toepassingen plakt, kunt u tijd besparen door deze optie uit te schakelen:

  1. Kies Photoshop > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS) of Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows).

  2. Deselecteer Klembord exporteren.

  3. Klik op OK.

Het deelvenster Bibliotheken uitschakelen

  1. Kies Sluiten in het uitklapmenu Bibliotheken.

    Uitklapmenu Bibliotheken
  2. Start Photoshop opnieuw op.

Schakel Voorbeeld Apparaten uit

  1. Kies Sluiten in het uitklapmenu Apparaat Sluiten.

    Voorbeeld Apparaten uitklapmenu uitschakelen
  2. Start Photoshop opnieuw op.

Schakel Generator uit

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Invoegtoepassingen.

  2. Schakel Generator inschakelen uit.

  3. Klik op OK.

Linialen uitschakelen

Om Linialen uit te schakelen, deselecteer Linealen in het Weergave menu.

Herstart de Creative Cloud-bureaubladtoepassing

Uw hardware ingesteld voor Photoshop optimaliseren

Als u in het wijzigen van uw huidig hardware-instelling bent geïnteresseerd (of misschien als u een nieuw systeem koopt), gebruikt u de volgende informatie om het voor Photoshop te optimaliseren.

Een snelle processor gebruiken

De snelheid waarmee Photoshop verwerkt, wordt beperkt door de snelheid van de centrale verwerkingseenheid of CPU van de computer. Photoshop vereist een multicore Intel-processor (Mac OS) of een 2GHz-processor of sneller (Windows).

Photoshop werkt doorgaans sneller met meerdere processorkernen, hoewel sommige functies meer profiteren van de extra kernen dan andere. U krijgt echter afnemende opbrengsten met meerdere processorkernen: hoe meer kernen u gebruikt, des te minder u ontvangt van elke extra kern. Daarom werkt Photoshop niet vier keer zo snel op een computer met 16 processorkernen als op een computer met vier kernen. Voor de meeste gebruikers rechtvaardigen de toegenomen prestaties die meer dan zes kernen bieden, de toegenomen kosten niet.

Opmerking:

Als u Photoshop in een virtuele omgeving activeert, kan de GPU van Photoshop prestatieproblemen veroorzaken. Virtuele machines hebben geen toegang tot de GPU.

RAM toevoegen

Photoshop gebruikt RAM (random access memory) om afbeeldingen te verwerken. Heeft Photoshop onvoldoende geheugen, dan gebruikt het ruimte op de vaste schijf (de werkschijf) voor het verwerken van informatie. Toegang tot informatie in het geheugen is sneller dan toegang tot informatie op een vaste schijf. Photoshop is daarom het snelst wanneer het alle of de meeste afbeeldingsinformatie kan verwerken in RAM.

Voor de nieuwste versie van Photoshop wordt minstens 8 GB RAM aanbevolen.

Voor instructies over hoeveel RAM u kunt toewijzen aan Photoshop, raadpleegt u Geheugengebruik.

Gebruik een grote, snelle vaste schijf

Photoshop leest en schrijft afbeeldingsinformatie naar de schijf als er niet genoeg RAM is om alles op te slaan. Controleer de efficiëntie-indicator zoals hieronder wordt beschreven om te bepalen of de prestaties worden verbeterd als u een snellere vaste schijf of solid-state disk gebruikt. Als de efficiëntie boven 95% ligt, heeft u er weinig aan om geld uit te geven aan een snellere werkschijf.

Wilt u de Photoshop-prestaties verbeteren, gebruik dan liever een vaste schijf met een snelle overdrachtsnelheid van gegevens. Gebruik bijvoorbeeld een interne vaste schijf of een externe schijf die is verbonden via een snelle interface zoals Thunderbolt, FireWire 800, eSATA of USB3. Netwerkservers (harde schijf toegankelijk via het netwerk) hebben langzamere overdrachtsnelheden van gegevens.

De nieuwste versie van Photoshop heeft minstens 2,5 GB (Windows) of 3,2 GB (Mac OS). Er is meer vrije ruimte vereist voor de installatie en Adobe raadt nog meer vaste-schijfruimte aan voor virtueel geheugen en werkschijfruimte.

Snelle RAID 0-matrices zijn uitstekende werkschijven, vooral als de matrix exclusief voor uw werkschijf wordt gebruikt. Zorg ook dat u de matrix regelmatig defragmenteert en gebruik het niet als uw startvolume.

Een solid-state disk gebruiken

Gebruik de SSD als werkschijf als u hier het meeste voordeel uit wilt halen. Zo krijg u aanzienlijke verbeteringen in de prestaties wanneer u afbeeldingen bewerkt die niet helemaal in het RAM passen. Tegels uitwisselen tussen RAM en een SSD gaat bijvoorbeeld veel sneller dan tussen RAM en een vaste schijf.

Als uw SSD weinig beschikbare ruimte heeft (het werkbestand wordt groter dan op de SSD past), kunt u een secundaire of tertiaire vaste schijf toevoegen. (Voeg deze na de SSD toe.) Zorg dat deze schijven zijn geselecteerd als werkschijven in de Prestatievoorkeuren.

SSD's variëren ook sterk in prestaties (meer dan vaste schijven). Als u een van de oudere, langzamere exemplaren hebt, ziet u waarschijnlijk weinig verschil in vergelijking met een harde schijf.

Opmerking:

RAM toevoegen om de prestaties te verbeteren is kosteneffectiever dan het kopen van een SSD.

Als de efficiëntie-indicator al hoog is, zullen prestatie niet worden verbeterd door een SSD. Hoe lager de efficiëntie-indicator is, hoe groter de verbetering is die een SSD biedt.

Voor meer informatie over de prestaties en 64-bits Photoshop raadpleegt u voordelen en beperkingen van een 64-bits besturingssysteem.

Uw besturingssysteem voor Photoshop optimaliseren

Gebruik de volgende informatie om uw besturingssysteem in te stellen en efficiënt met Photoshop te gebruiken.

Onnodige toepassingen en opstartitems sluiten

Andere open toepassingen en opstartitems verminderen de hoeveelheid beschikbaar geheugen voor Photoshop. Om extra geheugen vrij te maken, sluit u onnodige applicaties, startitems en extensies. Vervolgens stelt u meer geheugen ter beschikking voor Photoshop.

App Nap (Mac) uitschakelen

Schijfopruiming uitvoeren (Windows)

Voer van tijd tot tijd Schijfopruiming uit om tijdelijke bestanden en andere ongebruikte bestanden te verwijderen.

  1. Klik op de knop Start, typ Schijfopruiming in het tekstvakje Zoeken en kies Schijfopruiming in de lijst Programma's.

  2. Selecteer een schijf om op te ruimen.

  3. Selecteer Tijdelijke bestanden en enige andere bestanden die u wilt verwijderen.

  4. Klik op OK.

De vaste schijf defragmenteren

Photoshop heeft meer tijd nodig voor het lezen of schrijven van een gefragmenteerd bestand dan voor het lezen of schrijven van een bestand dat opgeslagen is op een aaneengesloten locatie.

Voor instructies bij het defragmenteren van harde schijven op Windows raadpleegt u de volgende Microsoft Help-onderwerpen:

  • (Windows 7 en Vista) 'De prestaties verbeteren door de vaste schijf te defragmenteren'
  • (Windows 8) 'Uw harde schijf optimaliseren'

Opmerking:

Fragmentatie is bijna nooit een probleem bij Mac OS, tenzij u het normaal gesproken uitvoert met een bijna volle schijf.

Solid-state disks vereisen geen defragmentatie omdat hun prestaties niet aanzienlijk verslechteren met normale niveaus van fragementatie.

Opmerking:

RAID-matrices worden niet gefragmenteerd. Het is waarschijnlijker dat fragmentatie een probleem wordt als u één schijf gebruikt voor alles. Het kan ook een probleem zijn als permanente bestanden en de Photoshop-werkschijf een volume delen, vooral als het volume niet veel vrije ruimte heeft. In dit geval kan het defragmenteren van de schijf een aanzienlijk verschil uitmaken.

Automatische updates Mac OS inschakelen

Updates verbeteren de prestaties van het Windows- of Mac OS-besturingssysteem en de compatibiliteit met applicaties.

Schakel voor Windows Windows Update in.

Gebruik voor MAC OS x Software Update.

Geef een vast virtueel geheugen op (Windows)

Het specificeren van een vaste instelling voor virtueel geheugen helpt om te voorkomen dat werkschijfbestanden van Photoshop concurreren voor dezelfde ruimte met het virtuele geheugen, vooral als u de instelling voor het virtuele geheugen instelt op een ander station dan de voornaamste werkschijf). Zorg dat u voor de beste prestaties een station gebruikt met voldoende vrije ruimte. Houd voor de beste prestaties ook het wisselbestand op een afzonderlijke, lege, gedefragmenteerde vaste schijf.

Zoals altijd is het advies om aparte schijven voor virtueel geheugen en werkschijven te gebruiken niet van toepassing op solid-state disks. Met een SSD is het nuttig om de meest gebruikte bestanden op een SSD te plaatsen en brengt dit geen tot weinig problemen mee.

Sluit alle applicaties en doe het volgende om van virtueel geheugen te veranderen

  1. Kies Start > Configuratiescherm en dubbelklik op Systeem.

  2. Kies in de takenlijst Geavanceerde systeeminstellingen en klik op het tabblad Geavanceerd.

  3. Klik in de sectie Prestaties op Instellingen.

  4. Klik op het tabblad Geavanceerd en klik daarna op Wijzigen.

  5. Deselecteer Wisselbestandsgrootte vooralle stations automatisch beheren.

  6. Klik op de letter van elke harde schijf voor het weergeven van de beschikbare ruimte op dat station. Selecteer een harde schijf met drie keer de hoeveelheid op uw computer geïnstalleerde RAM en die geen werkschijf bevat.

  7. Selecteer Aangepaste grootte en voer de hoeveelheid van uw fysieke RAM plus 300 MB in het vak Oorspronkelijke grootte in. Voer drie keer de hoeveelheid van de op uw computer geïnstalleerde RAM in het vakje Maximale grootte in.

  8. Klik op Instellen en klik daarna op OK. Klik verder op OK om alle dialoogvensters af te sluiten.

  9. Start de computer opnieuw op: indien u applicaties open hebt staan, selecteert u toepassingen open hebt staan, selecteer dan Later opnieuw starten, sluit uw applicaties en start dan Windows opnieuw. Klik anders op Nu opnieuw starten.

Sluit alle toepassingen en doe het volgende om van Virtueel geheugen te veranderen in Windows 8:

  1. Klik op Start > Configuratiescherm. Als u de knop Start niet ziet, kiest u het mappictogram en zoek u op uw computer naar Configuratiescherm.

  2. Kies Systeem en Beveiliging > Systeem.

  3. Volg de stappen hierboven en begin met stap 3.

Opties voor energiebeheer instellen

  • (Mac OS) Kies Systeemvoorkeuren > Energy Saver en schakel Automatic Graphics Switching uit.
  • (Windows) Kies Configuratiescherm > Energiebeheer en selecteer High Performance.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid