Tekst bewerken

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
    8. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en Adobe-services
    1. Photoshop en Adobe Stock
    2. Creative Cloud Libraries
    3. Creative Cloud Libraries in Photoshop
    4. Raster en hulplijnen
    5. Handelingen maken
    6. Ongedaan maken en historie
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    9. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    10. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
  4. Photoshop voor de iPad
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Clouddocumenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werk met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werk met tekstlagen
    16. Werk met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Systeemvereisten 1.x | Photoshop op de iPad
    23. Systeemvereisten 2.x | Photoshop op de iPad
    24. Afbeeldingsgrootte bewerken
    25. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    26. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    27. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop
  5. Photoshop op internet
    1. Photoshop op internet | Veelgestelde vragen    
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop op internet
    4. Sneltoetsen | Photoshop op internet
    5. Ondersteunde bestandstypen | Photoshop op internet
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Samenwerken met belanghebbenden
    8. Beperkte bewerkingen toepassen op uw clouddocumenten
  6. Clouddocumenten
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Toegang delen en uw clouddocumenten bewerken
  7. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Documenten maken
    3. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    4. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Photoshop
    5. Toolgalerieën
    6. Prestatievoorkeuren
    7. Tools gebruiken
    8. Aanraakbewegingen
    9. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    10. Technology Previews
    11. Metagegevens en notities
    12. Snel uw creaties delen
    13. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    14. Voorkeuren
    15. Standaardsneltoetsen
    16. Linialen
    17. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    18. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    19. Ongedaan maken en historie
    20. Deelvensters en menu's
    21. Bestanden plaatsen
    22. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    23. Plaatsen met de liniaal
    24. Voorinstellingen
    25. Sneltoetsen aanpassen
    26. Raster en hulplijnen
  8. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Bestanden exporteren in Photoshop
    4. Apparaatvoorvertoning
    5. CSS kopiëren uit lagen
    6. Webpagina’s segmenteren
    7. HTML-opties voor segmenten
    8. De segmentlay-out wijzigen
    9. Werken met webafbeeldingen
    10. Webfotogalerieën maken
  9. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  10. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
    26. Laag
    27. Afvlakken
    28. Samengesteld
    29. Achtergrond
  11. Selecties
    1. Werkruimte Selecteren en maskeren
    2. Snelle selecties maken
    3. Aan de slag met selecties
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lasso’s
    6. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    7. Pixelselecties aanpassen
    8. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    9. Basisbegrippen voor kanalen
    10. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    11. Een tijdelijk snelmasker maken
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
    16. Selectie
    17. Selectiekader
  12. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Perspectief verdraaien
    2. Vervaging door camerabeweging verminderen
    3. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    4. Kleur-opzoektabellen exporteren
    5. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    6. Kleuraanpassingen
    7. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    8. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    9. Aanpassing Niveaus
    10. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    11. Levendigheid aanpassen
    12. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    13. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    14. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    15. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    16. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    17. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    18. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    19. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    20. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    21. Aanpassings- en opvullagen
    22. Aanpassing Curven
    23. Overvloeimodi
    24. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    25. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    26. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    27. Filter
    28. Vervagen
    29. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    30. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
    31. Objectkleuren vervangen
  13. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Niet-destructieve bewerkingen uitvoeren in Camera Raw
    10. Radiaalfilter in Camera Raw
    11. Camera Raw-instellingen beheren
    12. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    13. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    14. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    15. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    16. Functieoverzicht | Adobe Camera Raw | 2018-versies
    17. Overzicht van nieuwe functies
    18. Procesversies in Camera Raw
    19. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  14. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  15. Afbeeldingen transformeren
    1. Objecten transformeren
    2. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    3. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    4. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    5. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    6. Perspectiefpunt
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
    10. Verdraaien
    11. Transformeren
    12. Panorama
  16. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    14. Tekenen met de pentools
    15. Patronen maken
    16. Een patroon maken met de Patroonmaker
    17. Paden beheren
    18. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    19. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    20. Structuurpenselen maken
    21. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    22. Verloop
    23. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    24. Tekenen met een patroon
    25. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
  17. Tekst
    1. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    2. Tekens opmaken
    3. Alinea's opmaken
    4. Teksteffecten maken
    5. Tekst bewerken
    6. Regelafstand en tekenspatiëring
    7. Arabische en Hebreeuwse tekst
    8. Lettertypen
    9. Problemen met lettertypen oplossen
    10. Aziatische tekst
    11. Tekst maken
    12. Tekstenginefout met Typegereedschap in Photoshop | Windows 8
    13. World-Ready composer voor Aziatische scripts
    14. Tekst toevoegen en bewerken in Photoshop
  18. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  19. Filters en effecten
    1. Het filter Uitvloeien gebruiken
    2. De galerie Vervagen gebruiken
    3. Basisbeginselen van filters
    4. Overzicht van de filtereffecten
    5. Belichtingseffecten toevoegen
    6. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    7. Het filter Olieverf gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  20. Opslaan en exporteren
    1. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    2. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    3. Bestandsindelingen
    4. Video en animaties opslaan en exporteren
    5. PDF-bestanden opslaan
    6. Digimarc-copyrightbescherming
  21. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Duotonen
    8. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    9. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    10. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  22. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  23. 3D-beelden en technische beeldverwerking
    1. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    2. 3D-objecten afdrukken
    3. Tekenen in 3D
    4. Verbeteringen in het 3D-deelvenster | Photoshop
    5. De belangrijkste 3D-concepten en -tools
    6. 3D renderen en opslaan
    7. 3D-objecten en -animaties maken
    8. Afbeeldingsstapels
    9. 3D-workflow
    10. Metingen
    11. DICOM-bestanden
    12. Photoshop en MATLAB
    13. Objecten in een afbeelding tellen
    14. 3D-objecten combineren en omzetten
    15. Structuren bewerken in 3D
    16. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    17. Instellingen van het 3D-deelvenster
  24. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Werken met kleurprofielen
    5. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    7. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    8. Kleuren controleren

Tekst bewerken

  1. Op een van onderstaande manieren kunt u een tekstlaag selecteren:

    • Selecteer de tool Verplaatsen  en dubbelklik in het canvas op de tekstlaag.
    • Selecteer de tool Horizontale tekst  of Verticale tekst . Selecteer in het deelvenster Lagen de tekstlaag of klik in de tekst om automatisch een tekstlaag te selecteren.
  2. Plaats het invoegpunt in de tekst en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik om het invoegpunt in te stellen.

    • Selecteer een of meer tekens die u wilt bewerken.

  3. Voer de gewenste tekst in.
  4. Op een van onderstaande manieren kunt u wijzigingen in de tekstlaag toepassen:

    • Selecteer een nieuwe tool.
    • Klik op een laag in het deelvenster Lagen. (Hiermee worden wijzigingen automatisch vastgelegd en wordt de laag geselecteerd.)
    • Klik op de knop Vastleggen  op de optiebalk.

    Als u de wijzigingen wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren  in de optiebalk of drukt u op ESC.

     

Gekrulde of rechte aanhalingstekens opgeven

Typografische aanhalingstekens, ook vaak gekrulde aanhalingstekens genoemd, passen bij de rondingen van het lettertype. Typografische aanhalingstekens worden gewoonlijk gebruikt voor aanhalingstekens en apostrofs. Rechte aanhalingstekens worden gewoonlijk gebruikt als afkortingen voor foot en inches.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Tekst (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Tekst (Mac OS).
  2. Onder Tekstopties selecteert of deselecteert u Gekrulde aanhalingstekens gebruiken.

Anti-aliasing toepassen op een tekstlaag

Met anti-aliasing kunt u tekst met zachte randen produceren door de pixels aan de randen gedeeltelijk te vullen. Het resultaat is dat de randen van de tekst overvloeien in de achtergrond.

Anti-aliasing in Photoshop
Geen anti-aliasing (links) en sterke anti-aliasing (rechts)

Wanneer u tekst maakt voor weergave op het web, moet u er rekening mee houden dat met anti-aliasing het aantal kleuren in de oorspronkelijke afbeelding aanzienlijk toeneemt. Het gevolg hiervan is dat u minder mogelijkheden hebt om het aantal kleuren in de afbeelding te verkleinen om zo de grootte van het afbeeldingbestand te reduceren. Een ander mogelijk nadeel is dat restkleuren worden weergegeven langs de randen van de tekst. Wanneer het reduceren van de bestandsgrootte en het beperken van het aantal kleuren erg belangrijk is, kunt u anti-aliasing beter niet gebruiken, ondanks het feit dat de randen dan rafelig worden. Een ander advies is om grotere tekst te gebruiken dan bij gedrukte toepassingen. Grotere tekst is beter leesbaar op het web en biedt meer flexibiliteit bij het al dan niet toepassen van anti-aliasing.

Opmerking:

Wanneer u anti-aliasing gebruikt, kan tekst inconsistent worden weergegeven bij kleine puntgrootten en lage resoluties (zoals de resolutie die wordt gebruikt voor webafbeeldingen). U kunt deze inconsistentie verminderen door de optie Fractionele breedten uit te schakelen in het menu van het deelvenster Teken.

  1. Selecteer de tekstlaag in het deelvenster Lagen.
  2. Kies een optie in het menu voor anti-aliasing  op de optiebalk of in het deelvenster Teken. Kies Laag > Tekst en kies een optie in het submenu.

    Geen

    Er wordt geen anti-alising toegepast

    Scherp

    De tekst wordt zo scherp mogelijk weergegeven

    Zuiver

    De tekst wordt vrij scherp weergegeven

    Sterk

    De tekst wordt vrij zwaar weergegeven

    Vloeiend

    De tekst wordt vloeiender weergegeven

De spelling van woorden controleren en corrigeren

Wanneer u een document op spelfouten controleert, stopt Photoshop bij elk woord dat niet in het woordenboek voorkomt. Als het woord correct is gespeld, kunt u de spelling bevestigen door het woord aan uw persoonlijke woordenboek toe te voegen. Als het woord verkeerd is gespeld, kunt u de spelling corrigeren.

  1. Kies indien gewenst in het deelvenster Teken een taal in het pop-upmenu onder aan het deelvenster. Dit is het woordenboek dat Photoshop gebruikt voor spellingcontrole.
  2. (Optioneel) Geef tekstlagen weer of ontgrendel deze. Als u de opdracht Spelling controleren kiest, worden verborgen of vergrendelde tekstlagen niet gecontroleerd.
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer een tekstlaag.

    • Als u de spelling van specifieke tekst wilt controleren, selecteert u de tekst.

    • Als u een woord wilt controleren, plaatst u een invoegpunt in het woord.

  4. Kies Bewerken > Spelling controleren.
  5. Als u een tekstlaag hebt geselecteerd en de spellingcontrole alleen op die laag wilt uitvoeren, schakelt u Alle lagen controleren uit.
  6. Als Photoshop onbekende woorden en andere mogelijke fouten vindt, voert u een van de volgende handelingen uit:

    Negeren

    De spellingcontrole gaat door zonder de tekst te wijzigen.

    Alles negeren

    Het betreffende woord wordt genegeerd gedurende de hele controle.

    Wijzigen

    Corrigeert een spelfout. Zorg ervoor dat het correcte woord in het tekstvak Wijzigen in staat en klik op Wijzigen. Als de suggestie uit het woordenboek niet het gewenste woord is, kunt u een ander woord in het tekstvak Suggesties selecteren of het juiste woord typen in het tekstvak Wijzigen in.

    Alles wijzigen

    Corrigeert alle gevallen van deze spelfout in het document. Zorg ervoor dat de juist gespelde woorden in het vak Wijzigen in staan.

    Toevoegen

    Slaat het onbekende woord op in het woordenboek, zodat dit een volgende keer niet worden beschouwd als een spelfout.

Tekst zoeken en vervangen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer de laag die de tekst bevat die u wilt zoeken en vervangen. Plaats het invoegpunt aan het begin van de tekst die u wilt doorzoeken.

    • Selecteer een niet-tekstlaag als er meerdere tekstlagen zijn en u alle lagen in het document wilt doorzoeken.

    Opmerking:

    In het deelvenster Lagen dient u ervoor te zorgen dat de tekstlagen die u wilt doorzoeken zichtbaar en ontgrendeld zijn. Als u de opdracht Tekst zoeken en vervangen kiest, wordt spelling in verborgen of vergrendelde lagen niet gecontroleerd.

  2. Kies Bewerken > Tekst zoeken en vervangen.
  3. Typ of plak de tekst die u wilt zoeken in het vak Zoeken naar. Als u de tekst wilt wijzigen, typt u de nieuwe tekst in het tekstvak Wijzigen in.
  4. Selecteer een of meerdere opties om uw zoekopdracht te verfijnen.

    Zoeken in alle lagen

    Hiermee doorzoekt u alle lagen in een document. Deze optie is beschikbaar als in het deelvenster Lagen een niet-tekstlaag is geselecteerd.

    Naar voren

    Hiermee zoekt u vooruit vanaf een invoegpunt in de tekst. Deselecteer deze optie om alle tekst in een laag te doorzoeken, ongeacht de plaats van het invoegpunt.

    Hoofdlettergevoelig

    Hiermee zoekt u naar een of meer woorden waarvan het hoofdlettergebruik exact overeenkomt met dat van de tekst in het vak Zoeken naar. Wanneer u bijvoorbeeld zoekt naar 'DrukPers', worden 'Drukpers' en 'DRUKPERS' niet gevonden als deze optie is ingeschakeld.

    Hele woorden

    Hiermee zoekt u alleen tekst die geen deel uitmaakt van een ander woord. Wanneer u bijvoorbeeld zoekt naar 'enige' als heel woord, wordt 'menige' niet gevonden.

  5. Klik op Volgende zoeken om de zoekactie te starten.
  6. Klik op een van de volgende knoppen.

    Wijzigen

    Als u hier op klikt, wordt de gevonden tekst vervangen door de nieuwe tekst. Als u op Volgende zoeken klikt, wordt de zoekopdracht vervolgd.

    Alles wijzigen

    Als u hier op klikt, wordt de zoektekst op alle locaties vervangen door de nieuwe tekst.

    Wijzigen/zoeken

    Als u hier op klikt, wordt de gevonden tekst vervangen door de nieuwe tekst en wordt de zoekactie vervolgd.

Een taal toewijzen aan de tekst

Photoshop maakt gebruik van woordenboeken voor verschillende talen om de woordafbreking te controleren. Deze woordenboeken worden ook gebruikt voor de spellingcontrole. Elk woordenboek bevat honderdduizenden woorden met standaardafbreking per lettergreep. U kunt een taal toewijzen aan een heel document of aan een tekstselectie.

Voorbeelden van de woordafbreking in verschillende talen in Photoshop
Voorbeelden van de woordafbreking in verschillende talen

A. 'Cactophiles' in het Engels (VS) B. 'Cactophiles' in het Engels (VK) C. 'Cactophiles' in het Frans 

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u tekst wilt toevoegen met een woordenboek voor een bepaalde taal, kiest u het woordenboek in het pop-upmenu links onder in het deelvenster Teken. Vervolgens geeft u de tekst op.

    • Als u het woordenboek van bestaande tekst wilt wijzigen, selecteert u de tekst en kiest u het woordenboek in het pop-upmenu links onder in het deelvenster Teken.

  2. In het deelvenster Teken kiest u het gewenste woordenboek in het pop-upmenu links onder in het deelvenster.

    Opmerking:

    Als u tekst hebt geselecteerd waarin meerdere talen voorkomen of als de tekstlaag meerdere talen bevat, wordt het pop-upmenu in het deelvenster Teken grijs en wordt het woord 'Meervoudig' weergegeven.

Tekst schalen en roteren

De schaal van tekst wijzigen

U kunt de proportie tussen de hoogte en breedte van tekst opgeven ten opzichte van de oorspronkelijke hoogte en breedte van de tekens. Niet-geschaalde tekens hebben een waarde van 100%. Sommige tekstfamilies beschikken over een zuiver verbreed lettertype, dat is ontworpen met een grotere horizontale spreiding dan de onbewerkte tekststijl. Schalen leidt tot vervorming van tekst. Indien mogelijk kunt u beter een lettertype gebruiken dat versmald of verbreed is ontworpen.

  1. Selecteer de tekens of tekstobjecten die u wilt wijzigen. Als u geen tekst selecteert, wordt de schaal toegepast op nieuwe tekst.
  2. In het deelvenster Teken stelt u de optie Verticaal schalen  of Horizontaal schalen in  .

Tekst roteren

  1. Ga als volgt te werk:
    • Als u tekst wil roteren, selecteert u de tekstlaag en gebruikt u een roteeropdracht of de opdracht Vrije transformatie. Voor alineatekst kunt u ook het selectiekader selecteren en een handgreep gebruiken om de tekst handmatig te roteren.

    • Als u meerdere tekens in verticale Aziatische tekst wilt roteren, gebruikt u Tate‑chu‑yoko.

Tekens in verticale tekst roteren

Wanneer u werkt met verticale tekst, kunt u de richting van de tekens met 90° draaien. Geroteerde tekens worden recht weergegeven, terwijl niet-geroteerde gegevens haaks op de tekstregel worden weergegeven.

Oorspronkelijke tekst (links) en tekst zonder verticale rotatie (rechts) in Photoshop
Oorspronkelijke tekst (links) en tekst zonder verticale rotatie (rechts)

  1. Selecteer de verticale tekst die u wilt roteren of waarvan u de rotatie ongedaan wilt maken.
  2. Kies Standaard verticale Romeinse uitlijning in het menu van het deelvenster Teken. Een vinkje geeft aan dat de optie is geselecteerd.
    Opmerking:

    U kunt double‑bytetekens niet roteren (tekens met volledige breedte zijn alleen beschikbaar in Chinese, Japanse en Koreaanse lettertypen). Een double‑byteteken in de geselecteerde reeks wordt niet gedraaid.

De richting van een tekstlaag wijzigen

De richting van een tekstlaag bepaalt de richting van tekstregels ten opzichte van het documentvenster (voor punttekst) of het selectiekader (voor alineatekst). Als een tekstlaag verticaal is, lopen de tekstregels omhoog en omlaag. Bij een horizontale tekstlaag lopen de tekstregels van links naar rechts. De richting van een tekstlaag is niet hetzelfde als de richting van tekens op een tekstregel.

  1. Selecteer de tekstlaag in het deelvenster Lagen.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer een tekstgereedschap en klik op de knop Tekstrichting wijzigen  op de optiebalk.

    • Kies Laag > Tekst > Horizontaal of kies Laag > Tekst > Verticaal.

    • Kies Tekstrichting wijzigen in het menu van het deelvenster Teken.

Tekstlagen omzetten in pixels

Sommige opdrachten en tools, zoals filtereffecten en tekentools, zijn niet beschikbaar voor tekstlagen. U moet de tekst omzetten in pixels voordat u de opdracht toepast of de tool gebruikt. Omzetten in pixels wil zeggen dat de tekstlaag wordt omgezet in een normale laag en dat de inhoud van de laag niet meer als tekst kan worden bewerkt. Er verschijnt een waarschuwing als u een opdracht of tool kiest waarvoor een laag moet zijn omgezet in pixels. Sommige waarschuwingsberichten bevatten een knop OK, waarop u kunt klikken om de laag om te zetten in pixels.

  1. Selecteer de tekstlaag en kies Laag > Omzetten in pixels > Tekst.
Adobe-logo

Aanmelden bij je account