Opmerking:

Voor eerdere Photoshop-versies dan Photoshop CC is bepaalde functionaliteit die in dit artikel wordt beschreven wellicht alleen beschikbaar als u Photoshop Extended hebt. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie. Alle functies van Photoshop Extended maken deel uit van Photoshop CC.

Videolagen transformeren

U kunt een videolaag net als elke andere laag in Photoshop transformeren. U moet videolagen echter eerst naar slimme objecten omzetten voordat u ze kunt omzetten.

  1. Selecteer de videolaag in het deelvenster Tijdlijn of Lagen.

  2. Ga als volgt te werk:
    • Kies Bewerken > Vrije transformatie en gebruik de handgrepen in het documentvenster om de video te transformeren.
    • Kies Bewerken > Transformatie en selecteer de gewenste transformatie in het submenu.

    Als de videolaag geen slim object is, wordt u gevraagd de laag te converteren.

Nieuwe videolagen maken

U kunt nieuwe videolagen maken door een videobestand toe te voegen als een nieuwe laag of door een lege laag te maken.

Een videobestand openen

  1. Kies Bestand > Openen, selecteer een videobestand en klik op Openen.

De video wordt op een videolaag in een nieuw document weergegeven.

Een videobestand toevoegen als een nieuwe videolaag

  1. Zorg dat voor het actieve document het deelvenster Tijdlijn in de tijdlijnmodus wordt weergegeven.

  2. Kies Laag > Videolagen > Nieuwe videolaag uit bestand.
  3. Selecteer een videobestand of een bestand met een reeks afbeeldingen en klik op Openen.

Een lege videolaag toevoegen

  1. Zorg dat voor het actieve document het deelvenster Tijdlijn in de tijdlijnmodus wordt weergegeven.

  2. Kies Laag > Videolagen > Nieuwe lege videolaag.

Opgeven wanneer een laag in een video of animatie wordt weergegeven

U kunt op verschillende manieren opgeven wanneer een laag in een video of animatie wordt weergegeven. U kunt bijvoorbeeld de frames aan het begin of aan het einde van een laag bijsnijden (verbergen). Op deze manier wijzigt u de begin- en eindpunten van de laag in een video of animatie. (Het eerste frame dat wordt weergegeven, wordt het inpunt genoemd en het laatste frame wordt het uitpunt genoemd.) Het is ook mogelijk de volledige laagduurbalk naar een ander gedeelte van de tijdlijn te slepen.

  1. Selecteer de laag in het deelvenster Tijdlijn.

  2. Ga als volgt te werk:
    • Als u de in- en uitpunten van een laag wilt bepalen, sleept u het begin- en het eindpunt van de laagduurbalk.
    • Sleep deze balk naar het gedeelte van de tijdlijn waar u de laag wilt weergeven.

    Opmerking:

    De beste resultaten krijgt u als u de laagduurbalk sleept nadat u deze hebt bijgesneden.

    Lagen (in de tijdlijnmodus); de laagduurbalk is geselecteerd en kan worden gesleept

    • Verplaats de huidige-tijdindicator naar het frame dat u als het nieuwe begin- of eindpunt wilt instellen en kies Beginpunt laag bijsnijden naar huidige tijd of Eindpunt laag bijsnijden naar huidige tijd in het menu van het deelvenster.

    Hiermee verkort u de laagduur omdat de frames tussen de huidige-tijdindicator en het begin of het einde van de laag verborgen worden. (De verborgen lagen worden zichtbaar als u de uiteinden van de laagduurbalk weer uitbreidt.)

    • Gebruik keyframes om de dekking van de laag te wijzigen voor bepaalde tijden of frames.

    Opmerking:

    Met de opdracht Werkgebied optillen kunt u beeldmateriaal in een of meerdere lagen verwijderen. Gebruik de opdracht Werkgebied extraheren als u een bepaalde duur uit alle videolagen of geanimeerde lagen wilt verwijderen.

Een videolaag bijsnijden of verplaatsen

Snijd de laag bij als u frames aan het begin of einde van een video- of animatielaag wilt verbergen. Als u de video op een ander punt wilt beginnen of beëindigen, verplaatst u de videolaag.

Opmerking:

Als u videolagen verplaatst en het bestand opslaat, worden de wijzigingen definitief doorgevoerd. Wanneer u video bijsnijdt, kunt u het materiaal echter herstellen door de uiteinden van de laagduurbalk weer uit te breiden.

  1. Selecteer in het deelvenster Tijdlijn of Lagen de laag die u wilt bewerken.

  2. Verplaats de huidige-tijdindicator naar het frame (of de tijd) die u als het nieuwe in- of uitpunt wilt instellen.
  3. Kies een van de volgende opties in het menu van het deelvenster Tijdlijn:

    Inpunt laag naar huidige tijd verplaatsen

    Hiermee wordt het begin van de laag blijvend verplaatst naar de huidige-tijdindicator.

    Eindpunt laag naar huidige tijd verplaatsen

    Hiermee wordt het einde van de laag blijvend verplaatst naar de huidige-tijdindicator.

    Beginpunt laag bijsnijden naar huidige tijd

    Hiermee wordt het gedeelte tussen de huidige-tijdindicator en het begin van de laag tijdelijk verborgen.

    Eindpunt laag bijsnijden naar huidige tijd

    Hiermee wordt het gedeelte tussen de huidige-tijdindicator en het einde van de laag tijdelijk verborgen.

Opmerking:

U kunt ook de opdracht Werkgebied optillen gebruiken om frames in een of meerdere lagen te verbergen of u kunt met de opdracht Werkgebied extraheren een bepaalde duur in alle lagen van een video of animatie verbergen.

Werkgebied optillen

U kunt een gedeelte van het beeldmateriaal in geselecteerde lagen verwijderen. Er blijft dan een tussenruimte over die dezelfde duur heeft als het verwijderde gedeelte.

  1. Selecteer de lagen die u wilt bewerken.
  2. Stel in het deelvenster Tijdlijn het werkgebied zo in dat u de duur kunt opgeven van de geselecteerde lagen die u wilt verwijderen.

  3. Kies Werkgebiedoptillen in het menu van het deelvenster.

Lagen voor toepassing van de opdracht Werkgebied optillen

Lagen na de toepassing van de opdracht Werkgebied optillen

Het werkgebied extraheren

Gebruik de opdracht Werkgebied extraheren als u gedeelten van video wilt verwijderen en het resulterende tijdhiaat automatisch wilt wissen. De resterende inhoud wordt gekopieerd naar nieuwe videolagen.

  1. Selecteer de lagen die u wilt bewerken.
  2. Stel in het deelvenster Tijdlijn het werkgebied zo in dat u de duur kunt opgeven van de video of animatie die u wilt verwijderen.

  3. Kies Werkgebied extraheren in het menu van het deelvenster.

Videolagen opsplitsen

U kunt een videolaag opsplitsen in twee nieuwe videolagen bij het frame dat u opgeeft.

  1. Selecteer een videolaag in het deelvenster Tijdlijn.

  2. Verplaats de huidige-tijdindicator naar het tijd of het framenummer waar u de videolaag wilt splitsen.
  3. Klik op het pictogram van het deelvenstermenu  en kies Laag splitsen.

    De geselecteerde videolaag wordt gedupliceerd en wordt direct boven de oorspronkelijke laag in het deelvenster Tijdlijn weergegeven. De oorspronkelijke laag wordt bijgesneden vanaf het begin tot aan de huidige tijd en de gedupliceerde laag wordt bijgesneden vanaf het einde tot aan de huidige tijd.

Oorspronkelijke laag voordat de opdracht Laag splitsen is gebruikt

De twee resulterende lagen nadat de opdracht Laag splitsen is gebruikt

Lagen groeperen in een video of animatie

Als u veel lagen toevoegt aan uw video of animatie, is het wellicht handig deze in te delen in een hiërarchie door de lagen te groeperen. In gegroepeerde lagen blijven de frames in uw video of animatie behouden.

Het is ook mogelijk een groep lagen te groeperen. U kunt lagen niet alleen in een complexe hiërarchie nesten, maar u kunt door het groeperen van een groep lagen ook tegelijkertijd de dekking van alle gegroepeerde lagen van animatie voorzien. In het deelvenster Animatie wordt een groep gegroepeerde lagen weergegeven met dezelfde instelling voor de laageigenschap Dekking.

Opmerking:

Het groeperen van videolagen in Photoshop komt overeen met het maken van precomposities in Adobe After Effects.

  1. In het deelvenster Lagen selecteert u twee of meer lagen en gaat u als volgt te werk:
    • Kies Laag > Lagen groeperen.
    • Kies Laag > Slimme objecten > Omzetten in slim object.

Videolagen omzetten in pixels

Bij het omzetten van videolagen in pixels wordt de geselecteerde laag samengevoegd tot een samengestelde versie van het huidige frame dat is geselecteerd in het deelvenster Animatie. Hoewel het mogelijk is om per keer meer dan één videolaag om te zetten in pixels, kunt u het huidige frame alleen opgeven voor de bovenste videolaag.

  1. Selecteer de videolaag in het deelvenster Lagen.
  2. Verplaats in het deelvenster Tijdlijn de huidige-tijdindicator naar het frame dat u wilt behouden bij het omzetten van de videolaag in pixels.

  3. Voer een van de twee volgende handelingen uit:
    • Kies Laag > Omzetten in pixels > Video.
    • Kies Laag > Omzetten in pixels > Laag.

    Opmerking:

    Als u meer dan één videolaag tegelijk wilt omzetten in pixels, selecteert u de lagen in het deelvenster Lagen en verplaatst u de huidige-tijdindicator naar het frame dat u wilt behouden in de bovenste videolaag. Vervolgens kiest u Laag > Omzetten in pixels > Lagen.

Video | Bewegende GIF-bestanden maken

Video | Bewegende GIF-bestanden maken
In deze aflevering van Photoshop Playbook legt Principal Product Manager van Photoshop Bryan O'Neil Hughes uit hoe u bewegende GIF-bestanden kunt maken.
Adobe Photoshop

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid