Met de opties voor de schermmodus kunt u afbeeldingen op het volledige scherm weergeven. U kunt de menubalk, titelbalk en schuifbalken tonen of verbergen.
Druk op de toets F om snel door schermmodi te bladeren.
Kies Weergave > Schermmodus > Modus Standaardscherm om de standaardmodus weer te geven (menubalk boven in scherm en schuifbalken aan weerszijden). U kunt ook op de knop Schermmodus
in de toepassingsbalk klikken en Modus Standaardscherm selecteren in het pop-upmenu.
Kies Weergave > Schermmodus > Modus Volledig scherm met menubalk om het venster op volledige schermgrootte weer te geven met een menubalk en een achtergrond van 50% grijs, maar zonder titelbalk en schuifbalken. U kunt ook op de knop Schermmodus in de toepassingsbalk klikken en Modus Volledig scherm met menubalk selecteren in het pop-upmenu.
Kies Weergave > Schermmodus > Modus Volledig scherm om een schermvullend venster met alleen een zwarte achtergrond (zonder titelbalk, menubalk of schuifbalken) weer te geven. U kunt ook op de knop Schermmodus in de toepassingsbalk klikken en Modus Volledig scherm selecteren in het pop-upmenu.
Gebruik de schuifbalken van het venster.
Selecteer de tool Handje en versleep de afbeelding in het venster. Als u het handje wilt gebruiken terwijl een andere tool is geselecteerd, houdt u de spatiebalk ingedrukt terwijl u in de afbeelding sleept.
Als uw computer over OpenGL beschikt, kunt u het handje gebruiken om de afbeelding via tikken snel in de gewenste richting te manoeuvreren. Na een snelle muisactie verplaatst de afbeelding zich dan alsof u ononderbroken sleept. U schakelt deze optie in door Bewerken > Voorkeuren > Algemeen ( (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS) te kiezen en Tikken en pannen inschakelen te selecteren.
Sleep het gekleurde vak (proxyweergavegebied) in het deelvenster Navigator.
U gebruikt de tool Weergave roteren om het canvas niet-destructief te roteren; de afbeelding wordt niet getransformeerd. Rotatie van het canvas kan om een aantal redenen nuttig zijn. Tekenen wordt bijvoorbeeld eenvoudiger. (OpenGL is vereist.)
U kunt ook rotatiegebaren gebruiken op MacBook-computers met multi-touchtrackpads.
Sleep in de afbeelding. Een kompas geeft in de afbeelding het noorden aan, onafhankelijk van de huidige canvashoek.
Voer in het veld Rotatiehoek op de optiebalk de graden in.
Klik of sleep het cirkelvormige besturingselement Rotatiehoek instellen.
Ga naar www.adobe.com/go/lrvid4001_ps_nl voor een video over de tool Weergave roteren en andere tips voor de werkruimte. (De bespreking van de tool Weergave roteren begint na 5 minuten en 10 seconden.)
Als u een MacBook-computer met een multi-touchtrackpad hebt, kunt u de trackpad gebruiken voor tikken en pannen, voor het roteren van afbeeldingen en voor het in- of uitzoomen op afbeeldingen. U kunt zo veel sneller werken, maar u kunt deze functie uitschakelen als er onbedoelde wijzigingen ontstaan.
Kies Photoshop > Voorkeuren > Interface (Mac OS).
Schakel Vingerbewegingen inschakelen uit in het gedeelte Algemeen.
Met het deelvenster Navigator wijzigt u snel de weergave van uw illustratie met behulp van een miniatuur. Het gekleurde vak in de Navigator (het proxyweergavegebied) is hetzelfde als het gebied dat u in het venster ziet.
Als u het deelvenster Navigator wilt weergeven, selecteert u Venster > Navigator.
Om de vergroting te wijzigen, typt u een waarde in het tekstvak, klikt u op de knop Uitzoomen of Inzoomen of versleept u de zoomregelaar.
Om de weergave van een afbeelding te verplaatsen, sleept u het proxyweergavegebied in de miniatuurweergave van de afbeelding. U kunt ook op de miniatuurweergave van de afbeelding klikken om het zichtbare gebied aan te duiden.
Tip: Als u het formaat en de positie van het proxygebied tegelijkertijd wilt instellen, houdt u Control (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en sleept u in de miniatuur van de afbeelding.
Als u de kleur van het voorvertoningsgebied wilt wijzigen, selecteert u Deelvensteropties in het deelvenstermenu. Selecteer een vooraf ingestelde kleur in het pop-upmenu voor kleuren of klik in het kleurenvak om een aangepaste kleur te kiezen.
A. Knop voor deelvenstermenu B. Miniatuurweergave van illustratie C. Proxyweergavegebied D. Tekstvak Zoomen E. Knop Uitzoomen F. Zoomregelaar G. Knop Inzoomen
Gebruik de tool Zoomen
of de opdrachten in het menu Weergave om in of uit te zoomen op een afbeelding. Als u de tool Zoomen gebruikt, vergroot of verkleint u met elke klik de weergave één niveau tot het volgende vooraf ingestelde percentage en wordt het punt waar u klikt het middelpunt van de weergave. Als de afbeelding niet verder kan worden vergroot (tot 3200%) of verkleind (tot 1 pixel), is het vergrootglas 'leeg'.
Zie Afbeeldingen op 100% weergeven als u afbeeldingen op hun nauwkeurigst wilt weergeven, met verscherping, laageffecten en andere aanpassingen.
voor bepaalde voorkeuren voor de tool Zoomen is OpenGL vereist. Als OpenGL-tekenen inschakelen niet beschikbaar is, biedt uw grafische kaart geen ondersteuning voor deze technologie.
Geanimeerd zoomen
Maakt onafgebroken zoomen mogelijk wanneer u de tool Zoomen ingedrukt houdt.
Vensters vergroten/verkleinen door zoomen
Zoomen met schuifwiel
Kies deze optie om te kunnen zoomen met het schuifwiel van uw muis.
Gecentreerd inzoomen op punt waarop wordt geklikt
Kies deze optie om de zoomweergave te centreren rond de locatie waarop u hebt geklikt.
Selecteer de tool Zoomen
en klik op de knop Inzoomen
of Uitzoomen
op de optiebalk. Klik vervolgens op het gebied waarop u wilt in- of uitzoomen.
Tip: Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt om snel over te schakelen op de modus Uitzoomen.
Kies Weergave > Inzoomen of Weergave > Uitzoomen. De opdracht Inzoomen of Uitzoomen is niet meer beschikbaar als de afbeelding tot op het maximale niveau is vergroot of verkleind.
Stel het zoomniveau in de linkerbenedenhoek van het hoofdvenster of in het deelvenster Navigator in.
Een zoominstelling van 100% biedt de meest nauwkeurige weergave, omdat elke afbeeldingspixel met één monitorpixel wordt weergegeven. (Voor andere zoominstellingen worden de afbeeldingspixels geïnterpoleerd naar een andere hoeveelheid monitorpixels.)
Dubbelklik op de tool Zoomen in de toolset.
(Creative Cloud) Kies Weergeven > 100% of klik op 100% in de optiebalk van de tool Zoomen of Handje.
Kies Weergave > Werkelijke pixels of klik op Werkelijke pixels in de optiebalk van de tool Zoomen of Handje.
Voer 100% in in de statusbalk en druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS).
De 100%-weergave geeft een afbeelding weer zoals deze wordt weergegeven in een webbrowser (bij de huidige monitorresolutie).
U kunt alleen onafgebroken zoomen als uw grafische kaart ondersteuning biedt voor OpenGL en als Geanimeerd zoomen is ingeschakeld in de algemene voorkeuren.
Klik in de afbeelding en houd de muisknop ingedrukt om in te zoomen. Druk op Alt (Windows) of Option (Mac OS) om uit te zoomen.
Selecteer Zoomen door slepen in de optiebalk. Sleep vervolgens naar links in de afbeelding om uit te zoomen of naar rechts om in te zoomen.
Het gebied binnen het selectiekader wordt weergegeven met de maximale vergroting. Als u het selectiekader in de illustratie in Photoshop wilt verplaatsen, sleept u eerst een selectiekader en houdt u vervolgens de spatiebalk ingedrukt.
De actieve tool verandert in de tool Handje en de vergroting van de afbeelding wordt als volgt gewijzigd:
Als de volledige afbeelding oorspronkelijk in het documentvenster paste, wordt ingezoomd op de afbeelding totdat deze in het venster past.
Er wordt uitgezoomd op de afbeelding als oorspronkelijk slechts een gedeelte van de afbeelding zichtbaar was. Sleep het zoomkader om een ander deel van de afbeelding uit te vergroten.
De afbeelding wordt met de vorige vergroting en met de vorige actieve tool weergegeven.
Wanneer Vensters passend maken is uitgeschakeld (standaard), houdt het venster dezelfde grootte bij elke vergroting van de afbeelding. Dit is vooral handig wanneer u op een kleine monitor of met trapsgewijs geordende afbeeldingen werkt.
als u het formaat van het venster automatisch wilt aanpassen wanneer u de sneltoetsen voor zoomen gebruikt, kiest u Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS). Selecteer vervolgens Vensters vergroten/verkleinen door zoomen.
Dubbelklik op het handje in de toolset.
Kies Weergave > In venster.
Selecteer een tool voor zoomen of het handje en klik op de knop In venster op de optiebalk.
Hierdoor worden zowel het zoomniveau als de venstergrootte aan de beschikbare ruimte op het scherm aangepast.
Als u met meer dan 500% vergroot, wordt het pixelraster van de afbeelding standaard zichtbaar. Ga als volgt te werk om het raster te verbergen.
Aanmelden bij je account