Open het bestand Contents/Info.plist in het PKG-installatiepakket.
Wanneer u een pakket voorbereidt voor distributie in Mac OS, moet dit pakket worden gemaakt en opgeslagen in Mac OS. Mogelijk kunnen de verwijzingen in een Mac OS-pakket worden beschadigd als u het pakket kopieert en opslaat in Windows.
Voor u het Adobe-distributiepakket gaat distribueren, moet u controleren of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Als u tijdens de configuratie van een installatiepakket de optie 'Map opgeven tijdens distributie' hebt geselecteerd, moet u het gemaakte pakket aanpassen voor u het distribueert via ARD.
Breng de volgende wijziging aan in het PKG-installatiepakket:
Open het bestand Contents/Info.plist in het PKG-installatiepakket.
Wijzig de waarde voor de tag IFPkgFlagDefaultLocation in een absoluut pad naar de doelmap. Bijvoorbeeld:
/Volumes/<Volumenaam>/<Mapnaam>
of als u distribueert naar het rootvolume:
/<Mapnaam>
Als u wilt distribueren met 'Copy Items' en 'Send Unix Command', moet u de mapnaam opgeven. De volumenaam geeft u door met de opdracht installer.
Nadat u deze wijziging hebt aangebracht, kunt u het pakket distribueren met ARD, zoals hierna wordt beschreven.
Start ARD op uw beheersysteem.
Selecteer de doelcomputers.
Selecteer in het linkerdeelvenster van het ARD-hoofdvenster de gewenste computerlijst en controleer of de doelcomputers worden weergegeven in het rechterdeelvenster.
Stel de installatiepakketten in.
Selecteer de optie 'Install Packages' van ARD en voeg het installatiepakket toe dat u wilt distribueren.
Kies of u opnieuw wilt starten, of u deze taak wilt uitvoeren via deze applicatie- of taakserver en geef de overige gewenste opties op. Als u 'Run this task from: Task server on this computer' selecteert, verplaatst de taakserver de taak naar systemen die niet online waren toen de taak werd gestart.
Als u wilt, kunt u de installatietaak voor een later tijdstip plannen. Hiervoor klikt u op Schedule in de linkerbenedenhoek van het venster Install Packages en geeft u in het venster Schedule Task de tijd en datum op waarop u het pakket wilt installeren.
Installeer het pakket op de doelcomputers.
Als u de taak niet hebt ingepland voor een later tijdstip, controleert u de beschikbaarheid van alle doelcomputers in het gedeelte Name onder aan het venster Install Packages. Als u op Install klikt, begint de installatie onmiddellijk op alle vermelde doelcomputers.
Als u de taak voor een later tijdstip hebt gepland, klikt u op Install. Controleer voorafgaand aan het tijdstip waarop de taak wordt uitgevoerd of alle doelcomputers in het gedeelte Name van het venster Install Packages zich in de ruststand bevinden, geen actieve gebruikers hebben en opdrachten kunnen ontvangen.
Wanneer de taak Install Packages wordt uitgevoerd, wordt de status ervan weergegeven in het ARD-venster. Als het proces voltooid is, wordt dat weergegeven in de status.
U mag installatie-/verwijderingstaken niet beëindigen via ARD. Als u dit wel doet, kan de bewerking worden voortgezet, ook al wordt in het ARD-venster aangegeven dat het proces beëindigd is.
Vanwege de pakketstructuur die wordt gemaakt door Adobe Application Manager Enterprise Edition is de voortgangsbalk die tijdens de distributie via ARD wordt weergegeven, niet erg nuttig. De balk staat op 0% als de installatie is voltooid (in macOS 10.5) of blijft het grootste gedeelte van de tijd op 95% staan (in macOS 10.6).
De distributie van pakketten via ARD kan mislukken als de status van de gebruiker tijdens de distributie verandert; dat wil zeggen, als een gebruiker zich aan- of afmeldt, of als u van gebruiker wisselt. Als u de taakserver gebruikt, begint de taak mogelijk hetzelfde pakket onmiddellijk na de statuswijziging te distribueren, wat kan mislukken. Dit is normaal gedrag voor ARD. Als dit gedrag zich voordoet, voert u de distributie opnieuw uit.
Als alternatief voor de optie 'Install Packages' kunt u ook de taak 'Copy Items' gebruiken om het pakket naar de doelcomputer te kopiëren en vervolgens met 'Send Unix Command' de installer uitvoeren en het gekopieerde pakket distribueren.
Start ARD op uw beheersysteem.
Selecteer de doelcomputers. Selecteer in het linkerdeelvenster van het ARD-hoofdvenster de gewenste computerlijst en controleer of de doelcomputers worden weergegeven in het rechterdeelvenster.
Stel de installatiepakketten in.
Als u de opstartschijf wilt gebruiken als bestemming, geeft u / op na -target. Installeer het pakket op de doelcomputers.
Selecteer de opties Send Unix Command van ARD:
Als u de doelcomputer wilt gebruiken als opstartschijf, geeft u / op na -target.
Voor updatepakketten worden geen verwijderingspakketten gemaakt.
Het installatiedistributiepakket bevat een bestand met de naam <pakketnaam>_Uninstall.pkg dat u gebruikt om de software te verwijderen die u hebt geïnstalleerd met het overeenkomende installatiebestand <pakketnaam>_Install.pkg. De stappen zijn vergelijkbaar met de stappen die u hebt genomen om de software te installeren.
Wanneer de taak wordt uitgevoerd, wordt de status ervan weergegeven in het ARD-venster. Als het proces voltooid is, wordt dat weergegeven in de status.
U mag installatie-/verwijderingstaken niet beëindigen via ARD. Als u dit wel doet, kan de bewerking worden voortgezet, ook al wordt in het ARD-venster aangegeven dat het proces beëindigd is.
Als u het pakket met deze methode hebt gedistribueerd, moet u de methode ook gebruiken om het pakket te verwijderen. In dit geval moet u in plaats van het installatiepakket het verwijderingspakket kopiëren en aanroepen.
Aanmelden bij je account