Lees hoe u Adobe Update Server Setup Tool installeert en configureert om een interne updateserver in te stellen.

Wat is AUSST?

In een onderneming hebt u meestal een groot aantal eindgebruikers die een aantal Adobe-apps en dus ook updates nodig hebben. Elke gebruiker moet de apps afzonderlijk downloaden en installeren. Als u toestaat dat alle eindgebruikers zelf apps downloaden en installeren van de Adobe-servers, verbruikt dit een aanzienlijke hoeveelheid netwerkbandbreedte in uw organisatie.

Om het probleem van het gebruik van netwerkbandbreedte op te lossen, biedt Adobe de Adobe Update Server Setup Tool (AUSST). Met AUSST kunt u Adobe-apps en -updates downloaden naar één centrale serverlocatie. Vervolgens leidt u uw eindgebruikers naar deze interne serverlocatie waar ze de Adobe-apps kunnen downloaden. Dit zorgt ervoor dat elke app of update slechts eenmaal hoeft te worden gedownload van de Adobe-servers.

Opmerking:

Apps en updates worden gedownload voor zowel Windows als Mac OS. Apps en updates die zijn gesynchroniseerd via AUSST, kunnen worden geïnstalleerd via de Adobe Creative Cloud desktop-app. Updates die zijn gesynchroniseerd via AUSST, kunnen ook worden geïnstalleerd via Remote Update Manager (RUM)

AUSST host ook apps die zonder hun basisversie kunnen worden gedistribueerd en die kunnen worden geïnstalleerd met behulp van de Adobe Creative Cloud desktop-app.

Systeemvereisten voor de AUSST-webserver

Voor de webserver die als de host van AUSST fungeert, wordt de volgende configuratie aanbevolen:

Schrijfruimte
  • Aanvankelijke minimaal vereiste ruimte: 250 GB

Besturingssysteem

  • Windows: Microsoft Windows 7 of hoger
            -OF-
  • Mac: OS X Mavericks (versie 10.9) of hoger

Distributieopties

In de volgende tabel wordt de ondersteuning vermeld van apps en updates voor AUSST, RUM en de Creative Cloud desktop-app: 

Producttype/productupdate Synchroniseren via AUSST Installeren via Adobe Creative Cloud desktop-app Installeren via RUM
Nieuwste producten waarvoor de applicaties worden gehost met AUSST (lijst) Ja Ja Nee
Productupdates Ja Ja Ja
Updates voor Acrobat Ja Nee Ja

Waarom AUSST gebruiken?

In een onderneming biedt u apps en updates aan eindgebruikers aan via pakketten die zijn gemaakt in de Admin Console in verschillende configuraties. In alle beschikbare configuraties zorgt AUSST ervoor dat alle apps en updates eenmaal van de Adobe-updateservers worden gedownload en vervolgens aan uw eindgebruikers in de hele organisatie worden aangeboden.

De Creative Cloud desktop-app installeren en toestaan dat eindgebruikers apps en updates downloaden

Als u selfservice of beheerde pakketten met verhoogde bevoegdheden instelt, hebben uw gebruikers toegang tot de Creative Cloud desktop-app. Hiermee kunnen gebruikers apps en updates downloaden en installeren (op basis van de configuratieopties van het pakket).

Als u een interne updateserver instelt, worden de apps en updates eenmaal gedownload vanaf de Adobe-updateservers. Wanneer u vervolgens de computers van de eindgebruikers instelt om uw interne updateserver te gebruiken, worden de apps en updates van deze server gedownload.

Creative Cloud desktop-applicatie

Als u productconfiguratiegroepen maakt wanneer u de computers van de eindgebruikers instelt, zijn bovendien alleen de opgegeven producten beschikbaar (voor installatie en update) vanuit de Creative Cloud desktop-applicatie. Lees het gedeelte AUSST onderhouden hieronder voor informatie over productconfiguratiegroepen.

Apps installeren en toestaan dan eindgebruikers updates installeren

Als u beheerde pakketten maakt en het deelvenster Apps inschakelt, kunnen uw gebruikers apps bijwerken via het menu Help > Updates van de geïnstalleerde apps.

Als u een interne updateserver instelt, worden de apps en updates eenmaal gedownload vanaf de Adobe-updateservers. Vervolgens worden de updates voor de eindgebruikers gedownload van uw interne updateserver.

Menu Help > Updates

Apps installeren via pakketten en updates via Remote Update Manager

In een beheerde omgeving wilt u niet toestaan dat eindgebruikers zelf apps of updates installeren. In dit geval schakelt u het deelvenster Apps niet in.

Als u een interne updateserver instelt, worden de apps en updates eenmaal gedownload vanaf de Adobe-updateservers. Voor het installeren van updates gebruikt u Remote Update Manager van Adobe dat de updates ontvangt van uw interne updateserver.

De AUSST-server instellen

In de volgende gedeelten wordt beschreven hoe u een interne updateserver instelt. Voordat u verdergaat, heeft u echter een actieve HTTP-server nodig (zoals Apache of IIS) die statische bestanden kan hosten en aanbieden.

AUSST downloaden

  1. Ga in de Admin Console naar Pakketten > Gereedschappen.

  2. Klik op de kaart van Adobe Update Server Setup Tool om AUSST voor uw besturingssysteem te downloaden.

    choose-ausst

Opmerking:

AUSST wordt op de opdrachtregel uitgevoerd en vereist geen afzonderlijke installatiestappen. U kunt AUSST op elke gewenste locatie op de computer installeren.

Let op:

De paden in alle opdrachtregelopties in de volgende sectie moeten absolute paden zijn. AUSST biedt geen ondersteuning voor relatieve paden.

De interne updateserver instellen

Zorg dat u Adobe Update Server Setup Tool hebt gedownload wanneer u uw interne updateserver gaat instellen. Zorg er ook voor dat u een actieve HTTP-server (zoals Apache of IIS) hebt die statische bestanden kan hosten en aanbieden.

Hieronder vindt u een stapsgewijze handleiding voor het instellen van IIS of Apache voor gebruik met AUSST.

  1. Kies in uw webmap een map (hoofdmap) die u wilt gebruiken om de Adobe-apps en -updates van de Adobe-updateserver te downloaden.

    Opmerking:

    De locatie van de hoofdmap moet verwijzen naar een geldige HTTP-URL op uw webserver.

    U kunt dit controleren door in een browser te kijken of de hoofdmap toegankelijk is via een http-verzoek.

  2. Navigeer naar de map waarin u Adobe Update Server Setup Tool hebt gedownload en voer de volgende opdracht in:

    Opmerking:

    De volgende opdrachten bevatten alleen de verplichte opties voor het instellen van uw server.
    Voor meer informatie over alle beschikbare opdrachtopties leest u het gedeelte AUSST onderhouden in dit document. Als u snel aan de slag wilt gaan, bekijkt u de veelgebruikte AUSST-opdrachten in het gedeelte Gangbare gebruiksscenario's hieronder.

    • Windows:
      AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de map uit stap 1 hierboven>" --fresh
    • macOS:
      AdobeUpdateServerSetupTool --root="<absolute locatie van de map uit stap 1 hierboven>" --fresh

    Bijvoorbeeld:

    • De hoofdmap voor updates op uw webserver bevindt zich op de volgende locatie in het bestandssysteem:
      • macOS: /serverroot/updates/
      • Windows: c:\inetpub\wwwroot\updates
    • De URL van de webserver is http://serverabc.example.com:80
    • Binnen uw webserver kunt u de interne updateserver instellen op
      http://serverabc.example.com:80/Adobe/CC

    In dit geval (dat we in dit hele document als voorbeeld gebruiken) is de locatie van de hoofdmap
    --root="/serverroot/updates/Adobe/CC"

    In dit voorbeeld is de opdracht om de apps en updates uit te voeren:
    AdobeUpdateServerSetupTool --root="/serverroot/updates/Adobe/CC" --fresh

    Let op:

    Zorg dat er geen spaties rond het teken = staan.

Nadat de synchronisatie van apps en updates met de Adobe-updateserver is voltooid, maakt Adobe Update Server Setup Tool een mappenstructuur voor de updates op de locatie van de hoofdmap. De mappenstructuur komt overeen met die van de updateserver van Adobe. Er wordt ook een eerste synchronisatie uitgevoerd, waarmee alle beschikbare apps en updates vanaf de updateserver van Adobe worden gedownload naar uw interne updateserver.

De configuratie van uw AUSST-server controleren

Nadat u de server hebt ingesteld, controleert u het volgende:

  1. Controleer of de webserver correct functioneert: ga na of de startpagina van de webserver toegankelijk is via een browser op een clientcomputer.
  2. Controleer met een browser op een clientcomputer of u Adobe-producten en -updates kunt weergeven op de hoofdlocatie die u hebt opgegeven in de optie --root in de hierboven beschreven configuratie van de updateserver. Als dat niet het geval is, controleert u of de hoofdlocatie de juiste schrijftoestemmingen heeft en voert u de configuratie van de updateserver opnieuw uit.
  3. Controleer of u de producten en updates via een browser op de clientcomputers kunt weergeven of downloaden.
  4. Wanneer de updateserver is ingesteld, worden er twee bestanden genaamd updaterfeed.xml op de server gemaakt: een voor Windows en een voor macOS. U moet ervoor zorgen dat deze bestanden toegankelijk zijn vanaf de computers van de eindgebruikers. Wanneer u uw clients instelt, moet u clientconfiguratiebestanden (.override) genereren. Gegenereerde clientconfiguratiebestanden (voor Windows en macOS) bevatten de volgende gegevens:

Windows

<Overrides>
    <Application appID="webfeed20">
        <Domain>http://10.41.35.164</Domain>
        <URL>/ausst/webfeed/oobe/aam20/win/</URL>
        <Port>8089</Port>
    </Application>
        ....
</Overrides>

macOS

<Overrides>

    <Application appID="webfeed20">

        <Domain>http://10.41.35.164</Domain>

        <URL>/ausst/webfeed/oobe/aam20/mac/</URL>

        <Port>8089</Port>

    </Application>

        ....

</Overrides>

In dit geval is de locatie van het bestand updaterfeed.xml als volgt:

  • Windows:
    http://10.41.35.164:8089/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam20/win/updaterfeed.xml
  • macOS:
    http://10.41.35.164:8089/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam20/mac/updaterfeed.xml

Gebruik vanaf de computer van een eindgebruiker de opdracht Ping (in zowel Windows en macOS) om deze URL's te testen.

Incrementele synchronisatie

Voor het instellen van de interne updateserver gebruikt u de optie --fresh die alle Adobe-apps en -updates van de Adobe-updateserver downloadt. Dit is echter meestal een eenmalige bewerking die u uitvoert wanneer u uw updateserver voor de eerste keer instelt. Vervolgens wilt u alleen nieuwe appversies en updates ontvangen.

Gebruik de volgende opdracht om een incrementele update van de Adobe-updateserver te downloaden:

Opmerking:

De volgende opdrachten bevatten alleen de verplichte opties voor het instellen van uw server.
Voor meer informatie over alle beschikbare opdrachtopties leest u het gedeelte AUSST onderhouden in dit document. Als u snel aan de slag wilt gaan, bekijkt u de veelgebruikte AUSST-opdrachten in het gedeelte Gangbare gebruiksscenario's hieronder.

Windows:

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="/serverroot/updates/Adobe/" --incremental

macOS:

AdobeUpdateServerSetupTool --root="/serverroot/updates/Adobe/" --incremental

Als u deze opdracht regelmatig wilt uitvoeren, plant u een terugkerende taak met Taakplanner voor Windows of Crontab voor macOS.

Clients instellen voor het gebruik van de AUSST-server

Nadat u een interne updateserver hebt ingesteld om Adobe-apps en -updates te downloaden van de Adobe-updateserver, moet u nog steeds uw eindgebruikers zo instellen dat ze apps en updates ontvangen van uw interne updateserver.

Als eindgebruikers bijvoorbeeld de Creative Cloud desktop-app gebruiken om de nieuwste versie van een app op te halen, mag de app niet worden gedownload en geïnstalleerd vanaf de Adobe-updateserver. De app moet worden geïnstalleerd vanaf uw interne updateserver. Als u pakketten maakt en distribueert naar de computers van de eindgebruikers, moet de installatie van de apps in de pakketten afkomstig zijn van uw interne updateserver.

Opmerking:

Wanneer u migreert van de ene versie van AUSST naar een andere, voert u de volgende opdrachten uit om de clientconfiguratiebestanden opnieuw te genereren en op de clientcomputers bij te werken.

Clientconfiguratiebestanden (.override) genereren

Geef de volgende opdracht op in een opdrachtshell of terminal om de configuratiebestanden te genereren (gebruik de informatie van uw eigen server):

Opmerking:

De volgende opdrachten bevatten alleen de verplichte opties voor de synchronisatie van uw server. Raadpleeg het gedeelte Syntaxis hierboven voor een volledige lijst met alle opties.

AdobeUpdateServerSetupTool --genclientconf="/serverroot/config/AdobeUpdaterClient" --root="/serverroot/updates/Adobe/CC" --url="http://serverabc.example.com:1234/Adobe/CC"

Let op:

U kunt clientconfiguratiebestanden genereren nadat u uw server hebt ingesteld en deze hebt gesynchroniseerd met de updateserver van Adobe.

Met deze opdracht worden twee clientconfiguratiebestanden (een voor Windows en een voor Mac OS) gemaakt in de volgende platformspecifieke mappen in het pad dat is opgegeven met de optie --genclientconf.

In dit voorbeeld zijn de nieuwe bestanden:

  • Windows:
    /serverroot/config/AdobeUpdaterClient/win/AdobeUpdater.Overrides
  • macOS:
    /serverroot/config/AdobeUpdaterClient/mac/AdobeUpdater.Overrides

Clientconfiguratiebestanden distribueren

Als u pakketten maakt om apps en updates naar uw eindgebruikers te distribueren

Als u pakketten maakt om apps en updates naar uw eindgebruikers te distribueren, volgt u deze stappen om de clientconfiguratiebestanden in het pakket op te nemen:

  1. Meld u aan bij de Admin Console en ga naar Pakketten > Voorkeuren.

  2. Open het bestand AdobeUpdater.Overrides in een willekeurige teksteditor.

  3. Kopieer en plak de volledige inhoud van het bestand in het vak Interne updateserver en klik op Opslaan.

Uw pakketten worden nu gemaakt met de clientconfiguratiebestanden. Wanneer u deze pakketten distribueert naar de computers van de eindgebruikers, worden de bestanden opgenomen als onderdeel van de distributie. Vervolgens worden de computers van de eindgebruikers voor apps en updates omgeleid naar uw interne updateserver.

Als uw eindgebruikers de Creative Cloud desktop-app gebruiken

Als uw eindgebruikers de Creative Cloud desktop-app gebruiken om apps en updates in uw onderneming te installeren, moet u clientconfiguratiebestanden distribueren naar elke clientcomputer (op basis van het besturingssysteem van de eindgebruiker)

  • macOS:
    /Bibliotheek/Application Support/Adobe/AAMUpdater/1.0/AdobeUpdater.Overrides
  • Windows 10:
    %SYSTEMDRIVE%\ProgramData\Adobe\AAMUpdater\1.0\
    %SYSTEMDRIVE%\Program Files (x86)\Common Files\Adobe\UpdaterResources
  • Windows XP:
  • %SYSTEMDRIVE%\Documents and Settings\All Users\Application Data\Adobe\AAMUpdater\1.0\
  • Windows 7/Vista:
    %SYSTEMDRIVE%\ProgramData\Adobe\AAMUpdater\1.0\
    %SYSTEMDRIVE%\Program Files (x86)\Common Files\Adobe\UpdaterResources

Opmerking:

Als alleen Acrobat of Reader op de computers van de eindgebruikers is geïnstalleerd en er geen andere Creative Cloud-app aanwezig is, is de bovenstaande mapstructuur niet aanwezig. In dat geval moet u de mappen handmatig maken met beheerdersrechten.

Het wordt aangeraden deze configuratiebestanden niet te distribueren naar een beheercomputer waarop u Creative Cloud Packager uitvoert omdat er dan problemen kunnen optreden wanneer u pakketten maakt.

Gangbare gebruiksscenario's

Aan de hand van de volgende gebruiksscenario's krijgt u een idee hoe u AUSST in verschillende veelvoorkomende situaties kunt gebruiken.

Voor een gedetailleerde beschrijving van de functionaliteit van AUSST leest u het gedeelte AUSST onderhouden hieronder.

Gebruiksscenario's

Gebruiksscenario

Opdracht

Alle producten en updates synchroniseren.

(behalve oude producten)

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --incremental

Nieuwste update van een specifiek product synchroniseren. Voorbeeld: Photoshop.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --incremental --filterProducts="PHSP"

Specifieke versie van een product alleen synchroniseren voor een specifieke groep en clientconfiguratiebestanden voor deze groep genereren.

Voorbeeld: groepsnaam: g1. Photoshop 18.1.3.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --incremental --filterProducts="g1(PHSP#18.0#18.1.3)"

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --genclientconf="<uitvoermap>" --url="<URL-pad naar hoofdmap>" --groupName=g1

Een specifieke versie synchroniseren voor één groep en de nieuwste versie voor een andere groep.

Voorbeeld: PHSP 18.3.1 voor groep g1. Nieuwste versie van Dreamweaver voor groep g2.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --incremental --filterProducts="g1(PHSP#18.0#18.1.3)|g2(DRWV)"

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --genclientconf="<uitvoermap>" --url="<URL-pad naar hoofdmap>" -- groupName=g1

 

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --genclientconf="<uitvoermap>" --url="<URL-pad naar hoofdmap>" -- groupName=g2

Alle producten synchroniseren van de groepen die u eerder hebt gemaakt.

Opmerking: Vereist als u eerder de incrementele optie hebt uitgevoerd en groepen hebt gedefinieerd.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --incremental

Alle producten en updates synchroniseren die geen deel uitmaken van een groep.

Opmerking: Vereist als u eerder de incrementele optie hebt uitgevoerd en groepen hebt gedefinieerd.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --incremental filterProducts="()"

Alle groepen met producten ophalen.

Een bestand, groups.xml, wordt gemaakt op de locatie filterFilePath.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --gengroupconfig --filterFilePath="<uitvoermap>\groups.xml"

Verouderde producten die niet meer nodig zijn verwijderen.

Downloads van alle producten, behalve de producten die in het filter zijn opgegeven, worden verwijderd.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --incremental --cleanup --filterProducts="<sap-codes die u wilt behouden na opruimen>"

Beheerder wil updates voor oude producten/versie ontvangen (Zie dit document voor een lijst met oude producten).

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdmap>" --incremental --legacyUpdates

AUSST onderhouden

Met AUSST kunt u niet alleen een interne updateserver instellen, maar ook het volgende doen:

  • Clientconfiguratiebestanden genereren die worden gebruikt om clients in te stellen die uw interne updateserver gebruiken.
  • Incrementele updates ophalen van de Adobe-updateserver.
  • Productconfiguratiegroepen maken waarmee verschillende groepen gebruikers producten en updates voor hun respectievelijke productgroepen kunnen downloaden.
  • Schijfruimte vrijmaken op de interne updateserver door verouderde updates te verwijderen.

In dit gedeelte worden de opdrachtopties van AUSST beschreven.

Opmerking:

De opdrachten fresh (configuratie) en incremental (onderhoud) sluiten elkaar uit. Alle andere hieronder beschreven opdrachten worden echter in combinatie met deze twee opdrachten gebruikt.

Raadpleeg de veelgebruikte AUSST-opdrachten in het gedeelte Veelvoorkomende gebruiksscenario's voor een korte beschrijving van het gebruik van deze opdrachten.

Synchroniseren met de Adobe-updateserver

Nadat u de oorspronkelijke configuratie hebt uitgevoerd, moet u uw interne updateserver regelmatig synchroniseren met de Adobe-updateserver om ervoor te zorgen dat u beschikt over de nieuwste apps en updates. Gebruik hiervoor de volgende opdracht:

AdobeUpdateServerSetupTool --root="/serverroot/updates/Adobe/CC" {--incremental | --fresh}

Incrementele synchronisatie

Hoewel u met de parameter --incremental alle gedownloade apps en updates valideert, downloadt u hiermee enkel de apps en updates waarvoor een nieuwere versie beschikbaar is. 

Als er nieuwe apps en updates op de updateserver van Adobe zijn geplaatst nadat u voor het laatst hebt gesynchroniseerd, worden alleen de nieuwe apps en updates overgebracht naar de lokale server wanneer u de parameter --incremental opgeeft. Als er geen nieuwe apps of updates beschikbaar zijn, gebeurt er niets.

Normaal gesproken is dit de optie die u het beste kunt gebruiken. Als echter blijkt dat de nieuwste apps en updates om de een of andere reden niet worden weergegeven op de computers van de eindgebruikers, kunt u een nieuwe synchronisatie uitvoeren, zoals verderop wordt uitgelegd.

Nieuwe synchronisatie

Met de parameter --fresh downloadt u alle apps en updates die aanwezig zijn op de Adobe-updateserver.

De apps en updates op de computer worden eerst verwijderd. Vervolgens worden alle beschikbare apps en updates op de Adobe-updateserver gedownload naar de computer.

Beide opties hebben als resultaat dat uw interne updateserver up-to-date is en kan worden gebruikt om de computers van de eindgebruikers bij te werken.

Alleen Acrobat synchroniseren

Met de parameter --acrobatonly downloadt u alleen apps of updates voor Acrobat en Reader die aanwezig zijn op de Adobe-updateserver.

Producten en updates downloaden op basis van een filter

Wanneer u AUSST gebruikt voor een nieuwe of incrementele synchronisatie, kunt u de producten en updates kiezen die u wilt downloaden.

De optie --filterProducts gebruiken

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --filterProducts="<Door komma's gescheiden lijst met Sap-codes van producten>"

Vervang --incremental door --fresh als u deze optie tijdens de configuratie gebruikt.

Wanneer we After Effects CC (Sap-code: AEFT) als voorbeeld gebruiken:

  • Alle versies en updates downloaden:
    AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --filterProducts="AEFT"
  • Alle updates van versie 16.0 downloaden:
    AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --filterProducts="AEFT#16.0"
  • Update 16.01 van versie 16.0 downloaden:
    AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --filterProducts="AEFT#16.0#16.01"
  • Update 16.01 van versie 16.0 van After Effects downloaden samen met alle versies van Photoshop (Sap-code: PHSP):
    AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --filterProducts="AEFT#16.0#16.01,PHSP"
    (Merk op dat verschillende producten door komma's zijn gescheiden)

De optie --filterFilePath gebruiken

Als u diverse producten en updates in een productfilter wilt opnemen, kan het gebruik van de optie --filterProducts omslachtig en lastig bij te houden zijn. In plaats daarvan kunt u productfilters definiëren in het bestand filterConfig.xml en de optie --filterFilePath gebruiken. Voeg vervolgens de details toe aan het bestand filterConfig.xml.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --filterFilePath="<absolute locatie van filterConfig.xml>"

Voorbeeld van de structuur van filterConfig.xml

Net als in het bovenstaande voorbeeld (--filterProducts) maken we een filter om update 16.01 van After Effects CC 16.0 en alle versies van Photoshop te downloaden:

<Filters>
      <Filter>
             <FilterValue>AEFT#16.0#16.01</FilterValue>
      <Filter>
      <Filter>
              <FilterValue>AEFT#16.0#16.01</FilterValue>
      <Filter>
</Filters>

Productgroepen maken

Met productgroepen kunt u producten en versies groeperen op basis van de gebruikers die specifieke producten en updates nodig hebben.
  1. Definieer uw productgroepen op basis van de producten en updates die verschillende groepen gebruikers nodig hebben.
  2. Maak .override-bestanden op basis van de verschillende productgroepen.
  3. Distribueer de .override-bestanden voor de verschillende groepen gebruikers.
Elke groep gebruikers heeft vervolgens toegang tot hun eigen productgroep.

Productgroepen definiëren

De optie --filterProducts gebruiken

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --filterProducts="<groepsnaam>(<Door komma's gescheiden lijst met Sap-codes van producten>)|<groepsnaam>(<Door komma's gescheiden lijst met Sap-codes van producten>)"

Vervang --incremental door --fresh als u deze optie tijdens de configuratie gebruikt.

We gebruiken After Effects CC (Sap-code: AEFT) en Photoshop CC (Sap-code: PHSP) als voorbeeld. Maak twee groepen, genaamd g1 en g2.

  • g1 filtert de volgende producten en updates: alle versies van After Effects CC (Sap-code: AEFT) en Photoshop CC (Sap-code: PHSP) update 19.1.2.
  • g2 filtert de volgende producten en updates: alle updates van After Effects CC 16.0 en alle versies van Photoshop.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="C:\inetpub\wwwroot\DynamicViews" --incremental --filterProducts="g1(AEFT,PHSP#19.0#19.1.2)|g2(AEFT#16.0,PHSP)"

Merk op dat groepen worden gescheiden door het teken |.

De optie ----filterFilePath gebruiken

Als u een aantal groepen, producten en updates in een productfilter wilt opnemen, kan het gebruik van de optie --filterProducts omslachtig en lastig bij te houden zijn. In plaats daarvan kunt u productfilters definiëren in het bestand filterConfig.xml en de optie --filterFilePath gebruiken.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --filterFilePath="<absolute locatie van filterConfig.xml>"

Voorbeeld van de structuur van filterConfig.xml

Net als in het bovenstaande voorbeeld (--filterProducts) maken we een filter om update 16.01 van After Effects CC 16.0 en alle versies van Photoshop te downloaden:

<Filters>
      <Filter>
            <ConfigName>g1</ConfigName>
            <FilterValue>AEFT,PHSP19.0#19.1.2</FilterValue>
      <Filter>
      <Filter>
            <ConfigName>g1</ConfigName>
             <FilterValue>AEFT#16.0,PHSP</FilterValue>
      <Filter>
</Filters>

Override-bestanden maken voor productgroepen

Nadat u de productgroepen hebt gemaakt, moet u clientconfiguratiebestanden voor deze groepen genereren.

Voer AUSST uit voor elk van de groepen die u hierboven hebt gedefinieerd:

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdpad>" --genclientconf="<pad van uitvoermap>" --url="<server-url>" --groupName=g1

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<hoofdpad>" --genclientconf="<pad van uitvoermap>" --url="<server-url>" --groupName=g2

Clientconfiguratie op basis van productgroepen distribueren

Nadat u de productgroepen hebt gedefinieerd en de clientconfiguratiebestanden hebt gegenereerd, distribueert u deze bestanden naar de clients op basis van de productgroepen die u hebt gemaakt. Zie Clients instellen voor gebruik van de interne updateserver voor informatie over het genereren en distribueren van clientconfiguratiebestanden.

Verouderde producten en updates opruimen

Wanneer Adobe nieuwe productupdates uitbrengt, raken vorige updates die u met AUSST downloadt verouderd en nemen ze onnodig veel schijfruimte in beslag op uw interne updateserver.

Als u bijvoorbeeld Photoshop-update 19.1.0 hebt gedownload en later 19.1.1 downloadt, hebt u 19.1.0 niet meer nodig.

Gebruik de optie --cleanup samen met de optie --fresh of --incremental om tegelijkertijd alle verouderde updates op uw server op te ruimen.

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root="<absolute locatie van de downloadmap>" --incremental --cleanup --filterProducts="<sap-codes die u wilt behouden na opruimen>"

CLI-menu van AUSST

U kunt AUSST uitvoeren vanaf de opdrachtregel door alleen de paramater --root op te geven. In dat geval wordt een menu weergegeven waarin u de gewenste optie kunt kiezen:

AdobeUpdateServerSetupTool.exe --root=<hoofdlocatie>

  1. Fresh Synchronization
    (Nieuwe synchronisatie).
  2. Incremental Synchronization
    (Incrementele synchronisatie).
  3. Generate Client Configuration XML (Clientconfiguratie-XML genereren).
  4. Exit (Afsluiten).

Your choice: (Uw keuze)

Kies een van de opties om door te gaan. Deze opties zijn eerder in het artikel besproken.

IIS-/Apache-server instellen voor gebruik met AUSST

In deze sectie wordt uitgelegd hoe u een HTTP-server op de Mac en een IIS-server (Internet Information Services) in Windows instelt voor gebruik met AUSST.

HTTP-server instellen

U kunt elke HTTP-server gebruiken. In dit voorbeeld wordt XAMPP voor macOS X gebruikt.

  1. Download en installeer een HTTP-server. 

  2. Kopieer de AUSST-bestanden.

    • Als u de AUSST-bestanden nog niet hebt gedownload, geeft u de opdracht om de AUSST-bestanden te kopiëren naar een map onder de HTTP-servermap (hier htdocs). Zie De optie voor nieuwe synchronisatie gebruiken als er meerdere apps/updates zichtbaar zijn op de computers van eindgebruikers voor meer informatie.
    • Als u de AUSST-bestanden al hebt gedownload, kopieert u de AUSST-bestanden naar een map in de HTTP-servermap (hier <xxamppserver>\htdocs\<maak een map met de naam AUSSTFiles>). Voor de nieuwe map die u in deze stap hebt gemaakt (hier AUSSTFiles), wijzigt u te selecteren machtigingen in 'Toepassen op ingesloten objecten'.
  3.  Start de HTTP-server (hier Xamppserver).  

  4. Start de HTTP-webserver. In de xampp-server gaat u bijvoorbeeld naar het tabblad Servers beheren en start u de Apache-webserver.

    Servers beheren
  5. Genereer de override-bestanden. Zie Clientconfiguratiebestanden genereren voor stapsgewijze instructies over het genereren van override-bestanden. 

IIS 8.5 instellen

  1. Stel IIS 8.5 in op elk platform, zoals Windows Server 2012 R2, en voeg twee aanvullende functies (ISAPI-extensies en ISAPI-filters) handmatig toe tijdens het configureren van IIS 8.5.

    Zie http://www.iis.net/learn/install/installing-iis-85/installing-iis-85-on-windows-server-2012-r2 voor stapsgewijze instructies voor het configureren van IIS 8.5. 

    Installatie IIS 8.5
  2. Voer AUSST uit en synchroniseer de apps en updates die beschikbaar zijn in de standaardhoofdmap van de website van de updateserver van Adobe.

  3. Selecteer in Serverbeheer de optie Gereedschappen > IIS-beheer.

  4. Selecteer in IIS-beheer de server die in het linkerdeelvenster wordt weergegeven. 

  5. Klik op de handler Toewijzing van de vereiste website zoals hier is aangegeven:

    Opmerking:

    De wijzigingen in de configuratie worden toegepast op alle gegevens die verwijzen naar deze website (standaardwaarde in dit voorbeeld). Maak daarom een aparte website voor de gegevens voor de updatefunctie en pas de configuratiewijzigingen toe op deze aparte website zodat de andere sites niet worden beïnvloed.

    Klik op de handler Toewijzing van de vereiste website
  6. Selecteer de optie Moduletoewijzing toevoegen zoals hier is aangegeven:

    Selecteer de optie Moduletoewijzing toevoegen
  7. Voeg de moduletoewijzing toe voor de extensies .xml, .crl, .zip, .dmg, .sig .json en .arm. Een voorbeelddialoogvenster voor de extensie .xml wordt hier weergegeven.

    Opmerking:

    De toewijzing voor de extensies .crl, .zip, .dmg, .sig, .json en .arm kan op vergelijkbare wijze worden uitgevoerd zoals hier voor de extensie .xml is beschreven.

    De opties voor Moduletoewijzing toevoegen
  8. Nadat alle extensies zijn toegevoegd, wordt het dialoogvenster Moduletoewijzing toevoegen weergegeven.

    Klik op Ja.

    Pop-upvenster Moduletoewijzing toevoegen, klik op Ja
  9. Wijzig in de sectie met de groep van applicaties de waarde van de pipeline-modus van de beheerfunctie in Klassiek zoals hier is aangegeven:

    De sectie met de groep van applicaties
  10.  Voeg de http-ingangen voor de extensies .xml, .crl, .zip, .dmg, .sig, .json en .arm toe aan het bestand web.config zoals hier is aangegeven:

    httpHandles
  11. Kopieer het bijgevoegde bestand web.config naar de volgende twee locaties:

    • <initpub\wwwroot>\[AUSST-hoofdmap]\ACC\services\ffc\icons\
    • <initpub\wwwroot>\[AUSST-hoofdmap]\ACC\services\ ffc\validation\

     

    Downloaden

  12. Selecteer de locatie:

    <initpub\wwwroot>\[AUSST-hoofdmap]\ACC\services\ ffc\validation\

  13. Dubbelklik op MIME-types.

    Screenshot_3
  14. Klik op Toevoegen om een MIME-type toe te voegen, zoals hieronder wordt weergegeven, en klik op OK.

    Screenshot_4

    Voor Acrobat en Adobe Reader moet u het MIME-type application/octet-stream toevoegen voor de extensies .msp, pkg .arm, zoals hierboven wordt beschreven.

  15. Start de website opnieuw en voer AUSST uit.

Problemen oplossen

Volg deze stappen om problemen met het distribueren van apps en updates via Adobe Update Server Setup Tool op te lossen:

Foutlogbestanden

Foutmeldingen, waarschuwingen en informatie voor het oplossen van problemen worden opgeslagen in de logbestanden.

De volgende logbestanden bevinden zich in de map %temp% in Windows en in ~/Bibliotheek/Logs in Mac OS:

  • AdobeUpdateServerSetupTool.log
  • AdobeAcrobatUpdateServerSetupTool.log

DLM.log bevindt zich op de volgende locaties:

  • Windows: 
    • %Temp%\CreativeCloud\ACC\AdobeDownload
    • %Temp%\AdobeDownload\
  • Mac: 
    • ~/Bibliotheek/Logs/CreativeCloud/ACC/AdobeDownload
    • ~/Bibliotheek/Logs/AdobeDownload/

Foutcodes

De volgende foutcodes kunnen worden geretourneerd bij fouten met de updateserver.

Foutcode Foutbericht
2 Internal error occurred (Er is een interne fout opgetreden)
3 Could not access specified path (Kan geen toegang krijgen tot het opgegeven pad)
4 Network failure (Netwerkfout)
5 Server unresponsive (Server reageert niet)
6 Proxy authentication failed (Proxyverificatie is mislukt)
7 Output disk full (Uitvoerschijf is vol)
8 Write permission denied (Geen schrijfmachtiging)
9 File not found on server (Kan bestand niet vinden op de server)

Controleer of de webserver correct is ingesteld

Als de webserver voor de distributie van apps en updates niet correct is ingesteld, worden de apps en updates mogelijk wel gedownload van de updateserver van Adobe (Adobe Update Server Setup Tool doet dit automatisch), maar worden de updates niet gedistribueerd naar de clientcomputers.

Instellen webserver

Als eenvoudige test om te controleren of de webserver correct functioneert, controleert u of de updaterfeed.xml-bestanden op de updateserver toegankelijk zijn via een browser op de computers van de eindgebruikers. In feite moet u controleren of de webserver onafhankelijk van Adobe Update Server Setup Tool werkt.

De updaterfeed.xml-bestanden bevinden zich op de volgende locatie, die wordt bepaald door de parameters in het bestand overrides:
http://<Domein>:<Poort>/<URL>/updaterfeed.xml

Stel dat het override-bestand de volgende items bevat:

<Overrides>

    <Application appID="webfeed">

        <Domain>http://serverabc.example.com</Domain>

        <URL>/ausst/webfeed/oobe/aam20/win/</URL>

        <Port>8089</Port>

    </Application>

    <Application appID="updates">

        <Domain>http://serverabc.example.com</Domain>

        <URL>/ausst/updates/oobe/aam20/win/</URL>

        <Port>8089</Port>

    </Application>

    <Application appID="webfeed20">

        <Domain>http://serverabc.example.com</Domain>

        <URL>/ausst/webfeed/oobe/aam20/win/</URL>

        <Port>8089</Port>

    </Application>

    <Application appID="updates20">

        <Domain>http://serverabc.example.com </Domain>

        <URL>/ausst/updates/oobe/aam20/win/</URL>

        <Port>8089</Port>

    </Application>

</Overrides>

In dit geval bevinden de updaterfeed.xml-bestanden zich op de volgende locatie:

http://serverabc.example.com:1234/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam20/win/updaterfeed.xml

Controleer de netwerkverbinding

Ga na of er geen problemen met de netwerkverbinding zijn en of de interne updateserver verbinding kan maken met de updateserver van Adobe. Controleer bijvoorbeeld of u de standaardwelkomstpagina van de interne updateserver kunt openen.

Controleer of opdrachten geen onnodige spaties bevatten

Als u de opdracht AdobeUpdateServerSetupTool uitvoert, moet u ervoor zorgen dat er geen spaties staan op de volgende posities:

  • Tussen parameters en het teken =
  • Tussen het teken = en argumenten
    De opdracht in het volgende voorbeeld bevat een onjuiste spatie tussen --root en het teken =
Ongewenste ruimte
  • Ergens in een pad.

De opdracht in het volgende voorbeeld bevat een extra spatie tussen de aanhalingstekens (") en de slash (/)

Ongewenste ruimte ergens in het pad

Geef volledige URL's op met protocol en poortnummer

De URL's voor de server moeten het protocol bevatten (zoals http://). Als voor de poort niet de standaardwaarde 80 wordt gebruikt, moet u ook het poortnummer opgeven.

Het gedeelte van het bestand AdobeUpdater.Overrides in het volgende voorbeeld is onjuist omdat het protocol http:// niet is opgegeven:

URL opgeven

<URL>/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam20/win/</URL>

<Port>1234</Port>

In dit voorbeeld is ook het poortnummer (1234) opgegeven, wat vereist is als voor het poortnummer niet de standaardwaarde 80 wordt gebruikt.

Controleer of de opslaglocatie voor de apps en updates schrijfmachtiging heeft

Zorg dat de locatie op de server waar de apps en updates worden opgeslagen, beschikt over de juiste schrijfmachtiging. Anders worden apps en updates mogelijk niet gesynchroniseerd met of gedownload naar de interne updateserver. Het installatieproces voor de server is pas voltooid wanneer alle apps en updates zijn gesynchroniseerd met/gedownload naar de interne updateserver.

Controleer of de clientconfiguratiebestanden correct zijn gegenereerd op de interne updateserver

De clientconfiguratiebestanden voor de server worden gegenereerd op een locatie die wordt bepaald door de parameter -genclientconf van de opdracht AdobeUpdateServerSetupTool zoals beschreven in de sectie Clientconfiguratiebestanden genereren van dit document. Er worden twee bestanden gegenereerd, één voor Windows-clients en één voor Mac OS-clients. Controleer of de bestanden beschikbaar zijn op de desbetreffende locaties op de interne updateserver.

Controleer of de clientconfiguratiebestanden correct worden gedistribueerd naar de computers van de eindgebruikers

Nadat de clientconfiguratiebestanden zijn gegenereerd op de interne updateserver, worden ze gedistribueerd naar de computer van elke eindgebruiker. De bestanden zijn verschillend voor Windows en Mac OS.

De locatie voor het bestand op de computer van elke eindgebruiker is platformspecifiek. Ga na of de configuratiebestanden op de computers van de eindgebruikers worden gedistribueerd naar de locaties die zijn beschreven in de sectie Clientconfiguratiebestanden distribueren van dit document.

Controleer of de paden zijn opgegeven als absolute paden

Controleer of de opgegeven paden voor alle opdrachtregelopties absolute paden zijn. AUSST biedt geen ondersteuning voor relatieve paden.

Gebruik de optie voor nieuwe synchronisatie als er meerdere apps en updates zichtbaar zijn op clientcomputers

In uitzonderlijke gevallen kunnen er meerdere apps/updates van hetzelfde pakket worden opgeslagen op de interne updateserver als de optie voor synchronisatie van incrementele updates is ingeschakeld. Deze updates worden vervolgens gedistribueerd naar de computers van de eindgebruikers en de gebruikers zien meerdere exemplaren van de pakketten op hun computer. Als dit probleem zich voordoet, moet u de nieuwe synchronisatie (eenmalig) uitvoeren met de volgende opdracht:
AdobeUpdateServerSetupTool --root="/<map voor updates>" --fresh

Hiermee zorgt u ervoor dat slechts één exemplaar van het juiste pakket wordt gedownload naar uw interne updateserver en vanaf deze server wordt gedistribueerd naar de computers van de eindgebruikers.

Gebruik de optie voor nieuwe synchronisatie als andere stappen voor probleemoplossing mislukken

Als u de optie voor incrementele synchronisatie gebruikt en er fouten blijven optreden nadat u alle voorgaande stappen hebt uitgevoerd, moet u een nieuwe synchronisatie uitvoeren met de volgende opdracht:
AdobeUpdateServerSetupTool --root="/<map voor updates>" --fresh

Hiermee zorgt u ervoor dat alle updates worden gedownload vanaf de updateserver van Adobe naar uw interne updateserver.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid