Global Admin Console | Organisaties bewerken

 Kijk hoe u toegang kunt aanvragen voor de Global Admin Console.

Nadat u een organisatie in de hiërarchiestructuur hebt geselecteerd, kunt u in de Global Admin Console beginnen met het bewerken van de informatie voor een bepaalde organisatie. U kunt de naam van de organisatie, gebruikersgroepen, productprofielen, beheerders en organisatiebeleid bewerken. U kunt geen gebruikers bewerken (behalve als u groepen of productprofielen wilt verwijderen) en geen gebruikers toevoegen (behalve voor beheerders).

Als u een organisatie in de hiërarchiestructuur selecteert, worden de volgende gegevens weergegeven: organisatienaam, regio, aantal gebruikers, lijst met producten, productprofielen, gebruikersgroepen, beheerders, geclaimde domeinen en beleidswaarden van de organisatie.

Selecteer het relevante tabblad om producten, gebruikersgroepen, beheerders, domeinen, beleidsregels of beleidssjablonen te bekijken of te bewerken. In de meeste gevallen kunt u het zoekveld gebruiken om een specifiek item op het tabblad te zoeken.

Een organisatie bewerken

Alle algemene beheerders of beheerders die zijn toegevoegd aan of verwijderd uit een organisatie, ontvangen een e-mailmelding. Bepaalde beleidswijzigingen in een organisatie leiden tot een melding in de Admin Console van die organisatie.

Hieronder volgt een lijst met producten die worden ondersteund in de Global Admin Console:

Acrobat

Dimension

Muse

Adobe Animate

Document Cloud (inclusief Sign)

Photoshop

Adobe Audition

Dreamweaver

Prelude

Adobe Stock-premiumtegoeden

Flash

Premiere Pro

Adobe Stock-standaardtegoeden

Fresco

Premiere Rush

Adobe Stock-video

Illustrator

Adobe Express

After Effects

InCopy

Substance

Creative Cloud - Alle Apps

InDesign

XD

Creative Cloud - Eén app

Lightroom

 

Producten weergeven

U kunt een lijst bekijken met producten die zijn toegewezen aan de geselecteerde organisatie. Gebruik het zoekveld om een product te zoeken.

  • Gebruik de Admin Console om de toegang tot een product te beheren. U kunt daarin individuele gebruikers toegang verlenen.
  • Ga naar Producttoewijzing als u producten wilt toevoegen of verwijderen. Meer informatie.

Productprofielen beheren

Net als in de Admin Console kunt u het gebruik van deze producten in een organisatie verfijnen met productprofielen. Met productprofielen kunt u alle Adobe-services die bij een product beschikbaar zijn of een subset daarvan inschakelen. U kunt ook beheerders, die productprofielbeheerders worden genoemd, aan de productprofielen toewijzen. Deze beheerders kunnen eindgebruikers toevoegen aan de productprofielen die ze beheren.

Opmerking:

Selecteer een product om productprofielen te beheren. De opties voor het toevoegen, bewerken en verwijderen van productprofielen worden weergegeven. Voor sommige producten kunt u geen productprofielen maken of bewerken in de Global Admin Console. Gebruik in dergelijke gevallen de Admin Console.

  1. Selecteer in de Global Admin Console een organisatie om te bewerken en ga vervolgens naar het tabblad Producten.

  2. Selecteer een product waaraan u een productprofiel wilt toevoegen.

  3. Klik op Profiel toevoegen.

    Productprofiel toevoegen

  4. Voer in het dialoogvenster Profiel toevoegen dat verschijnt, de volgende gegevens in:

    • Naam: geef een naam op voor het productprofiel die uniek is binnen de productprofielen en gebruikersgroepen in de organisatie.
    • Quota: geef het gewenste aantal licenties voor dit profiel op.
    • Gebruikersgroepen: klik op de vervolgkeuzepijl om een gebruikersgroep in de lijst te selecteren of voer de naam van de gebruikersgroep in en selecteer deze in de vervolgkeuzelijst die wordt weergegeven. Als u een gebruikersgroep wilt toevoegen die u nog niet hebt gemaakt, moet u de groep eerst maken op het tabblad Gebruikersgroepen.
    • Beheerders: klik op de vervolgkeuzepijl om een beheerder uit de lijst te selecteren of voer het e-mailadres van de beheerder in en selecteer dit in de vervolgkeuzelijst die wordt weergegeven. Als u een nieuwe beheerder wilt toevoegen die nog niet is gemaakt, moet u de beheerder eerst maken op het tabblad Beheerders.

    De gebruikersgroepen die u opgeeft, krijgen het productprofiel toegewezen en de beheerders die u opgeeft, worden de productprofielbeheerders voor het profiel. De productprofielbeheerders kunnen de Adobe Admin Console voor de relevante organisatie gebruiken om het productprofiel te beheren.

    Productprofiel toevoegen

  5. Gebruik de schakeloptie Meldingen om meldingen in of uit te schakelen. Als meldingen zijn ingeschakeld, worden gebruikers per e-mail op de hoogte gebracht wanneer ze worden toegevoegd aan of verwijderd uit dit profiel.

  6. Gebruik de schakelopties voor individuele services om ze in of uit te schakelen voor het productprofiel. Zie Services voor een productprofiel in- of uitschakelen voor meer informatie.

  7. Klik op Opslaan.

  8. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

  1. Selecteer een organisatie om te bewerken, ga naar het tabblad Producten en selecteer een product.

  2. Klik op  voor het relevante productprofiel en selecteer Profiel bewerken.

    Productprofiel bewerken

  3. Werk de gegevens van het productprofiel bij en klik op Opslaan.

  4. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

Let op:

Als u een productprofiel verwijdert, wordt de toegang tot het product verwijderd voor gebruikers die lid waren van dat profiel of gebruikersgroepen die aan dat profiel waren gekoppeld.

  1. Selecteer een organisatie om te bewerken, ga naar het tabblad Producten en selecteer een product.

  2. Klik op  voor het relevante productprofiel en selecteer Profiel verwijderen.

    Een productprofiel verwijderen

  3. Klik op OK in het dialoogvenster dat verschijnt.

  4. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

Gebruikersgroepen beheren

U kunt gebruikersgroepen maken om het toewijzen van producten aan een verzameling gebruikers te vereenvoudigen. Gebruikersgroepen kunnen ook beheerders hebben, die gebruikersgroepbeheerders worden genoemd, die gebruikers kunnen toevoegen aan of verwijderen uit de groep. In de Global Admin Console kunt u gebruikersgroepen definiëren waaraan relevante productprofielen zijn toegewezen en waaraan de beheerders van gebruikersgroepen later gebruikers kunnen toevoegen met de Admin Console.

  1. Selecteer in de Global Admin Console een organisatie om te bewerken en ga vervolgens naar het tabblad Gebruikersgroepen.

  2. Klik op Gebruikersgroep toevoegen.

    Gebruikersgroep toevoegen

  3. Voer in het dialoogvenster Gebruikersgroep toevoegen dat verschijnt, de volgende gegevens in:

    • Naam: geef een naam op voor de gebruikersgroep.
    • Productprofielen: als u producttoegang wilt verlenen aan de huidige of toekomstige leden in de gebruikersgroep, klikt u op de vervolgkeuzepijl om een productprofiel in de lijst te selecteren of voert u de naam van het productprofiel in en selecteert u deze in de vervolgkeuzelijst die wordt weergegeven. Als u een productprofiel wilt toevoegen dat nog niet is gemaakt, moet het productprofiel eerst maken op het tabblad Productprofielen.
    • Beheerders: klik op de vervolgkeuzepijl om een beheerder uit de lijst te selecteren of voer het e-mailadres van de beheerder in en selecteer dit in de vervolgkeuzelijst die wordt weergegeven. Als u een nieuwe beheerder wilt toevoegen die nog niet is gemaakt, moet u de beheerder eerst maken op het tabblad Beheerders.

    De productprofielen die u opgeeft, worden aan de gebruikersgroep toegewezen en de beheerders die u opgeeft, worden de gebruikersgroepbeheerders voor de groep. De gebruikersgroepbeheerders kunnen de Adobe Admin Console voor de relevante organisatie gebruiken om de groep te beheren.

  4. Klik op Opslaan.

  5. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

  1. Selecteer een organisatie om te bewerken en ga naar het tabblad Gebruikersgroepen.

  2. Klik op  voor de relevante gebruikersgroep en selecteer Gebruikersgroep bewerken.

    Gebruikersgroep bewerken

  3. Werk de gegevens van de gebruikersgroep bij en klik op Opslaan.

  4. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

  1. Selecteer een organisatie om te bewerken en ga naar het tabblad Gebruikersgroepen.

  2. Klik op  voor de relevante gebruikersgroep en selecteer Gebruikersgroep verwijderen.

    Gebruikersgroep verwijderen

  3. Klik op OK in het dialoogvenster dat verschijnt.

    Let op:

    Het verwijderen van een gebruikersgroep kan gevolgen hebben voor uw gebruikers. Zorg ervoor dat gebruikers geen toegang kwijtraken en dat er geen gegevens verloren gaan wanneer de gebruikersgroep wordt verwijderd.

  4. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

Beheerders beheren

U kunt een flexibele beheerdershiërarchie creëren die een fijnmazig toegangs- en gebruiksbeheer van Adobe-producten mogelijk maakt. Net als in de Adobe Admin Console kunt u met de Global Admin Console systeembeheerders, productbeheerders, productprofielbeheerders, gebruikersgroepbeheerders, distributie-, ondersteunings- en opslagbeheerders toevoegen. Deze beheerders kunnen hun respectievelijke beheertaken uitvoeren in de organisaties waarvan ze de beheerder zijn. Naast deze rollen zijn er twee nieuwe rollen voor de Global Admin Console: algemeen beheerder en algemeen kijker.

Algemeen beheerder is een transitieve rol. Als u van een gebruiker de algemeen beheerder van een organisatie maakt, wordt die gebruiker automatisch de algemeen beheerder van alle onderliggende organisaties van die organisatie, direct of indirect. Als er een nieuwe organisatie wordt gemaakt in de organisatiehiërarchie, worden alle algemene beheerders van bovenliggende organisaties van die organisatie ook onmiddellijk algemene beheerders van de pas gemaakte organisatie.

De rol van algemeen beheerder heeft de volgende mogelijkheden:

  • Onderliggende organisaties maken en verwijderen
  • Beleid instellen en bewerken
  • Beheerrollen instellen en wijzigen
  • Producten toevoegen en verwijderen in onderliggende organisaties
  • Resourcetoewijzingen instellen of wijzigen voor onderliggende organisaties
  • Productprofielen en gebruikersgroepen beheren

De rol van algemeen kijker heeft de volgende mogelijkheden:

  • De lijst met gebruikersgroepen, producten, productprofielen, beheerders, ingestelde beleidsregels en bronnen in de organisatie en in de onderliggende organisaties bekijken.

Gedistribueerd beheer

Door de beheerders te beheren kan een algemeen beheerder het beheer van gebruikers, productlicenties en groepen delegeren en distribueren aan beheerders voor elke individuele organisatie. De beheerder die door een algemeen beheerder aan een organisatie is toegevoegd, krijgt de flexibiliteit om de organisatie te beheren zonder enig inzicht in het beheer van andere organisaties. De algemeen beheerder kan dus het beheer van resources en gebruikers delegeren om de gegevens over die resources en gebruikers geïsoleerd te houden.

Een algemeen beheerder kan organisaties maken, bronnen zoals producten en opslag distribueren naar die organisaties, identiteitsinstellingen beheren en sjablonen voor organisatiebeleid maken en toepassen. Een systeembeheerder die door een algemeen beheerder aan een organisatie is toegevoegd, kan producten toewijzen aan gebruikers, gebruikers toevoegen, productprofielen maken en beheren en andere beheertaken binnen die organisatie uitvoeren.

  1. Selecteer in de Global Admin Console een organisatie om te bewerken en ga vervolgens naar het tabblad Beheerders.

  2. Klik op Beheerder toevoegen.

    Een beheerder toevoegen

  3. Voer in het dialoogvenster Beheerder toevoegen dat verschijnt, de gebruikersgegevens in: e-mailadres, voornaam, achternaam, accounttype, landcode.

    Als u een bestaande gebruiker als beheerder wilt toevoegen, moet u hetzelfde accounttype als de bestaande gebruiker kiezen, anders mislukt de bewerking.

    Opmerking:

    Organisaties kunnen beperkingen hebben voor de accounttypen die kunnen worden toegevoegd. Deze kunnen gebaseerd zijn op beleid of op andere configuratieparameters voor een organisatie. Organisaties staan niet toe dat zowel Adobe ID-gebruikers als Business ID-gebruikers worden toegevoegd. Over het algemeen mogen er geen gebruikers van beide typen in een organisatie voorkomen, maar afhankelijk van de volgorde waarin de regels zijn ingesteld, kunnen er gebruikers zijn van een bepaald accounttype dat dateert van vóór de toepassing van beleidsregels of regels.

  4. Selecteer een of meer beheerdersrollen in de sectie Beheerdersrechten.

    Selecteer voor beheerderstypen, zoals productbeheerder, productprofielbeheerder en gebruikersgroepbeheerder, respectievelijk de specifieke producten, profielen en groepen.

    Een beheerder toevoegen

  5. Klik op Opslaan.

  6. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

    Als een beheerdersrol wordt toegevoegd, ontvangt de gebruiker een e-mailmelding met de wijziging van zijn rol.

Nadat beheerders zijn toegevoegd, ontvangen ze een e-mailbericht waarin ze worden uitgenodigd om hun rol te accepteren en waarin een koppeling naar de Admin Console wordt verstrekt. Als ze zowel als algemeen beheerder als in een andere rol worden toegevoegd, ontvangen ze twee uitnodigingen: een voor de Global Admin Console en een voor de Admin Console.

  1. Selecteer een organisatie om te bewerken en ga naar het tabblad Beheerders.

  2. Klik op  voor de relevante beheerder en selecteer Beheerder bewerken.

    Een beheerder bewerken

  3. Werk de gegevens van de beheerder bij en klik op Opslaan.

  4. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties.

    Voor elke toegevoegde of verwijderde beheerdersrol verschijnt een aparte opdracht in de lijst met klaarstaande wijzigingen. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

  1. Selecteer een organisatie om te bewerken en ga naar het tabblad Beheerders.

  2. Klik op  voor de relevante beheerder en selecteer Beheerdersrechten verwijderen.

    Beheerdersrechten verwijderen

  3. Klik op OK in het dialoogvenster dat verschijnt.

  4. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

    Nadat u een beheerder hebt verwijderd, ontvangt de beheerder een e-mailmelding met het verlies van toegang tot de Admin Console voor die organisatie.

Domeinen bekijken

U kunt een lijst bekijken met domeinen die zijn gekoppeld aan de geselecteerde organisatie. Als u systeembeheerder van de geselecteerde organisatie bent, klikt u op Openen in de Admin Console om domeinen te beheren.

Domeinen

Voor meer informatie over de informatie die wordt weergegeven op het tabblad Domeinen, raadpleegt u Export- en importschema's.

Beleid bijwerken

Beleid wordt gekoppeld aan een organisatie en beperkt de bewerkingen die voor die organisatie kunnen worden uitgevoerd. Als algemeen beheerder kunt u beleid instellen en wijzigen voor een organisatie en de onderliggende organisaties.

Als een beleidswaarde wordt ingesteld, worden acties vanaf dat moment beperkt of mogelijk gemaakt. Als het beleid voor Domeinen claimen bijvoorbeeld is ingesteld op niet toegestaan, kunnen er geen extra domeinen worden geclaimd, maar is dit niet van invloed op domeinen die zijn geclaimd voordat de beleidswaarde werd ingesteld. U kunt als volgt het beleid van een organisatie wijzigen:

  1. Selecteer in de Global Admin Console een organisatie om te bewerken en ga vervolgens naar het tabblad Beleid.

  2. Klik op de schakeloptie voor het relevante beleid om dit wel of niet toe te staan.

    U kunt een beleid ook vergrendelen, zodat niemand dit beleid kan wijzigen of ontgrendelen, behalve een algemeen beheerder van de organisatie die is geselecteerd in de organisatiekiezer of de bovenliggende organisatie.

  3. Klik op  om een beleid te vergrendelen. Als u de muisaanwijzer op het vergrendelingspictogram plaatst, wordt nu de naam van de geselecteerde organisatie weergegeven. Meer informatie over beleidsvergrendelingen.

  4. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

Beleidsvergrendelingen

Als een beleid is vergrendeld, kan de waarde ervan niet worden gewijzigd totdat het beleid wordt ontgrendeld. De Global Admin Console onthoudt de geselecteerde organisatie in de organisatiekiezer als de organisatie van waaruit het beleid is vergrendeld. Elke algemeen beheerder van die geselecteerde organisatie of van een organisatie hoger in de structuur kan dit beleid ontgrendelen.

Algemene beheerders waarvan het bereik kleiner is dan die organisatie, kunnen de beleidswaarden niet ontgrendelen en wijzigen.

Als u een vergrendelde omgeving wilt creëren, stelt u de gewenste beleidswaarden in voor uw onderliggende organisaties en vergrendelt u ze vervolgens. Algemene beheerders van die onderliggende organisaties kunnen de beleidswaarden dan niet bewerken.

Elissa, de algemeen beheerder van Acme Division, maakt bijvoorbeeld de onderliggende organisaties Marketing en Engineering. Vervolgens voegt ze Robert toe als algemeen beheerder van Marketing en Sarah als algemeen beheerder van Engineering. Vervolgens stelt ze diverse beleidsregels in op Niet toegestaan en vergrendelt ze die beleidsregels. Elissa kan later de beleidswaarden ontgrendelen en wijzigen wanneer ze Acme Division kiest als geselecteerde organisatie, maar Robert en Sarah kunnen het beleid niet ontgrendelen voor de organisaties waarvan ze algemeen beheerder zijn, omdat het beleid door de organisatie Acme Division is vergrendeld.

Beleidsgegevens

Beleidscategorie

Beleidsnaam

Beschrijving

Organisatiebeheer

Onderliggende organisaties maken

Staat toe dat algemeen beheerders onderliggende organisaties maken. Als dit is uitgeschakeld, kunnen er geen onderliggende organisaties worden gemaakt.

Naam van organisatie wijzigen

Als dit is toegestaan, kan een algemeen beheerder of systeembeheerder de naam van de organisatie wijzigen. Dit regelt ook het wijzigen van het land/de regio van de organisatie. De padnaam van een organisatie kan ook onafhankelijk van deze beleidsinstelling worden gewijzigd als de naam van een bovenliggende organisatie wordt gewijzigd of als de organisatie of een bovenliggende organisatie een nieuwe bovenliggende organisatie krijgen.

Staat toe dat algemeen beheerders onderliggende organisaties verwijderen. Dit wordt belangrijker als opslag voor ondernemingen is ingeschakeld voor een organisatie vanwege het risico dat gebruikersassets worden verwijderd.

Organisaties verwijderen

Beheer van beheerders

Beheerders toevoegen of verwijderen

Staat toe dat algemeen beheerders nieuwe beheerders toevoegen aan een organisatie. Als dit is uitgeschakeld, kunnen geen nieuwe beheerders worden toegevoegd.

Systeembeheerders overnemen van bovenliggende organisatie wanneer onderliggende organisatie wordt gemaakt

Wanneer algemeen beheerders nieuwe onderliggende organisaties maken, worden systeembeheerders van de bovenliggende organisatie automatisch systeembeheerders van de nieuwe organisatie. Dit beleid is standaard uitgeschakeld.

Beheerders beheren

Staat toe dat algemeen beheerders beheerdersrechten wijzigen of verwijderen/bewerken.

Gebruikersbeheer

Gebruikers overnemen uit directory's die worden beheerd door de bovenliggende organisatie

Dit beleid moet zijn ingeschakeld en actief zijn voordat de nieuwe onderliggende organisatie wordt gemaakt.

Als een onderliggende organisatie wordt gemaakt, worden gebruikers in de bovenliggende organisatie beschikbaar als gebruikers in de onderliggende organisatie. Met andere woorden, dit beleid creëert automatisch een vertrouwensrelatie tussen de bovenliggende en de onderliggende organisatie wanneer een nieuwe onderliggende organisatie in de GAC wordt gemaakt.

Voor bestaande organisaties blijven alle vertrouwensrelaties die zijn gemaakt voordat ze aan de GAC worden toegevoegd, behouden nadat ze aan de GAC zijn toegevoegd. Als er geen vertrouwensrelaties waren, moet het gebruikelijke proces voor het aanvragen van een vertrouwensrelatie worden gevolgd.

Dit beleid slaagt alleen als de algemeen beheerder die de nieuwe organisatie maakt, ook een systeembeheerder is van de bovenliggende organisatie met het geclaimde domein. Als dit niet het geval is, wordt de domeinvertrouwensrelatie niet overgenomen in de pas gemaakte organisatie.

Adobe ID-gebruikers toevoegen

Als dit is ingesteld, kan de organisatie geen gebruikers met een Adobe ID toevoegen via de Admin Console, de User Management API (UMAPI) of synchronisatie.

Gebruikersgroepen beheren

Als dit is toegestaan, kunnen systeem-, gebruikersgroep- en algemeen beheerders gebruikersgroepen maken, bewerken en verwijderen.

Directory's en domeinen

Domeinen claimen

Identiteitsconfiguratie wijzigen

Als dit is ingesteld, kunnen systeembeheerders domeinen claimen in de Admin Console.

Als dit is ingesteld, kunnen systeembeheerders de configuratie van gebruikersidentiteit wijzigen in de Admin Console.

Producttoewijzing

Producten beheren

Staat toe dat algemeen beheerders producten toevoegen of verwijderen en toekenningen van productresources wijzigen.

Assets delen

Systeem- of opslagbeheerder kan instellingen voor het delen van assets wijzigen

Als dit is toegestaan, kunnen opslag- en systeembeheerders instellingen voor het delen van assets wijzigen, waaronder beveiligingscontactpersonen, wachtwoordbeleid en opslagbeleid.

Als dit is toegestaan, worden instellingen voor het delen van assets overgenomen van de bovenliggende organisatie wanneer een onderliggende organisatie wordt gemaakt. Instellingen voor het delen van assets omvatten beveiligingscontactpersonen, wachtwoordbeleid en opslagbeleid.

Dit geldt alleen voor nieuwe organisaties op het moment dat ze worden gemaakt. Dit wordt ingesteld in een bovenliggende organisatie en is van invloed op het maken van onderliggende organisaties onder die bovenliggende organisatie.

Beleid voor delen overnemen van bovenliggende organisatie wanneer organisatie wordt gemaakt

 

 

Beleidssjablonen beheren

Beleidssjablonen zijn een set beleidswaarden die kunnen worden gebruikt om de installatie te stroomlijnen en consistent beleidsbeheer in organisaties te vergemakkelijken. Beleidssjablonen worden opgeslagen bij een organisatie en zijn zichtbaar voor alle algemene beheerders van die organisatie. Ze kunnen worden toegepast op elke onderliggende organisatie, rechtstreeks of indirect via de organisatie waarbij ze zijn opgeslagen.

Eenmaal toegepast, worden de vermeldingen in de beleidssjabloon individueel ingesteld in elke organisatie. Er is geen blijvende koppeling tussen de beleidssjabloon en de organisaties waarop deze wordt toegepast. Als u de beleidssjabloon bewerkt, worden de beleidsregels voor organisaties waarop de beleidssjabloon eerder is toegepast, niet bijgewerkt.

Als een beleidssjabloon wordt toegepast op een organisatie, wordt elk van de vermeldingen in de beleidssjabloon toegepast op het beleid van de organisatie, waarbij bestaande beleidswaarden worden vervangen. Wijzigingen in vergrendelde beleidsregels worden alleen uitgevoerd als de gebruiker die de wijziging toepast, een algemeen beheerder is van de organisatie die wordt aangegeven bij het pictogram Vergrendeld door van het beleid dat wordt bijgewerkt.

Als de gebruiker die de sjabloon toepast, het recht heeft om het beleid te ontgrendelen, nemen de beleidsvergrendelingen de waarden over van de toegepaste sjabloon (vergrendeld of ontgrendeld). Als de sjabloon aangeeft dat de vergrendeling ongewijzigd moet blijven, blijft de waarde van de vergrendeling in het beleid hetzelfde als voorheen.

  1. Selecteer in de Global Admin Console een organisatie om te bewerken en ga vervolgens naar het tabblad Beleidssjablonen.

  2. Klik op Sjabloon maken.

    Beleidssjabloon maken

  3. Voer in het dialoogvenster Beleidssjabloon maken een naam en omschrijving in voor de beleidssjabloon.

    De naam van de beleidssjabloon mag maximaal 100 tekens lang zijn.

  4. Selecteer de beleidsregels die u in de sjabloon wilt opnemen.

  5. Stel waarden in voor de geselecteerde beleidsregels.

    • Zet de schuifregelaar op Toegestaan of Niet toegestaan. Meer informatie over beleidsgegevens.
    • Wijzig de vergrendelingswaarde van het beleid in Vergrendelen, Ontgrendelen of Ongewijzigd laten:
      • Vergrendelen: Het beleid wordt vergrendeld na toepassing van de sjabloon.
      • Ontgrendelen: Het beleid wordt ontgrendeld na toepassing van de sjabloon.
      • Ongewijzigd laten: De vergrendelingsstatus van het beleid blijft hetzelfde als voordat de sjabloon werd toegepast.
    Een beheerder toevoegen

  6. Klik op Opslaan.

  1. Selecteer in de Global Admin Console een organisatie om te bewerken en ga vervolgens naar het tabblad Beleidssjablonen.

  2. Klik op  voor de relevante beleidssjabloon en selecteer Sjabloon toepassen op organisatie.

    Beleidssjabloon

  3. Selecteer de organisaties waarop u de sjabloon wilt toepassen.

  4. Klik op Sjabloon toepassen.

  5. Klik op Klaarstaande wijzigingen controleren als u klaar bent met het bewerken van de organisaties. Nadat u de wijzigingen hebt gecontroleerd, klikt u op Wijzigingen verzenden om ze uit te voeren.

Als alle beleidswaarden in de organisaties die u selecteert, overeenkomen met de waarden in de sjabloon, verschijnt het bericht dat er geen wijzigingen zijn aangebracht. Ook is Klaarstaande wijzigingen controleren niet beschikbaar als er geen andere bewerkingen klaarstaan.

  1. Selecteer in de Global Admin Console een organisatie om te bewerken en ga vervolgens naar het tabblad Beleidssjablonen.

  2. Klik op  voor de relevante sjabloon en selecteer Sjabloon bewerken.

    Beleidssjabloon

  3. Werk de beleidssjabloon bij en klik op Nu bijwerken.

    Opmerking:

    In tegenstelling tot andere wijzigingen die zijn aangebracht in de Global Admin Console, worden bewerkingen van beleidssjablonen onmiddellijk toegepast zodra u op Nu bijwerken klikt. Ze doorlopen het proces Klaarstaande wijzigingen controleren - Verzenden niet.

  1. Selecteer in de Global Admin Console een organisatie om te bewerken en ga vervolgens naar het tabblad Beleidssjablonen.

  2. Klik op  voor de relevante sjabloon en selecteer Sjabloon verwijderen.

    Beleidssjabloon

  3. Klik op Ja in het dialoogvenster dat verschijnt.

    Opmerking:

    In tegenstelling tot andere wijzigingen die zijn aangebracht in de Global Admin Console, worden verwijderingen van beleidssjablonen onmiddellijk toegepast zodra u op Nu bijwerken klikt. Ze doorlopen het proces Klaarstaande wijzigingen controleren - Verzenden niet.

Verwante informatie

Nadat u uw organisaties hebt bewerkt, kunt u producten toewijzen aan de organisaties of teruggaan naar het instellen van de organisaties. Als u nog steeds geen toegang hebt tot de Global Admin Console, dient u een ondersteuningsaanvraag in via uw Admin Console om toegang aan te vragen.

 Adobe

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?