Let op:

De procedures die in dit document worden beschreven, kunnen niet worden gebruikt voor versie CC 2019 of later van apps. Meer informatie.

In dit artikel wordt beschreven hoe u distributiepakketten voor Adobe Creative Cloud kunt maken met Adobe Creative Cloud Packager. Dit artikel is bedoeld voor klanten met een lidmaatschap van Adobe Creative Cloud voor teams of Adobe Creative Cloud voor ondernemingen.

Opmerking: Raadpleeg het bestand Leesmij voor informatie over applicatiespecifiek gedrag en een lijst met gegevens en oplossingen voor bepaalde scenario's.

Via de volgende stappen kunt u pakketten maken en distribueren met Adobe Creative Cloud Packager.

Creative Cloud Packager downloaden

Download Adobe Creative Cloud Packager.

  • Als u een lidmaatschap van Creative Cloud voor teams hebt, kunt u Adobe Creative Cloud Packager downloaden via de teambeheerportal in Adobe Creative Cloud.
  • Als u een lidmaatschap van Creative Cloud voor ondernemingen hebt, kunt u Adobe Creative Cloud Packager downloaden via de licentiewebsite van Adobe (LWS) of de Admin Console.

Opmerking: Adobe raadt u aan Creative Cloud Packager niet te installeren op een computer waarop een of meer Creative Suite-producten of Creative Cloud Manager-producten zijn geïnstalleerd.

Adobe Application Manager 3.1 en Creative Cloud Packager kunnen op dezelfde computer worden geïnstalleerd en gebruikt. U moet ze echter niet tegelijkertijd uitvoeren om pakketten te maken.

Pakketten maken

Bekijk de volgende video waarin Karl Gibson, productmanager bij Adobe Creative Cloud Packager, uitlegt hoe u Creative Cloud Packager voor teams kunt downloaden, installeren, configureren en gebruiken om apps te verpakken en te distribueren met behulp van een voorbeeldpakket.

Gebruik de volgende stappen om pakketten te maken met Adobe Creative Cloud Packager.

  1. Voer Adobe Creative Cloud Packager uit.

    • (Windows) Klik op de snelkoppeling voor de applicatie in het menu Start bij Programma's > Adobe > Creative Cloud Packager.
    • (Mac OS) Gebruik de alias bij /Programma's/Adobe/Creative Cloud Packager.
    Opmerking: Voer Creative Cloud Packager als beheerder uit op de computer waarop u de pakketten maakt.
  2. Selecteer uw accounttype. Het accounttype is het soort licentie dat u voor uw Creative Cloud-lidmaatschap hebt en kan een van de volgende typen zijn:

    • Beheerder voor een VIP-klant (Value Incentive Plan) met een lidmaatschap van Creative Cloud voor teams of voor het onderwijs.
    • Beheerder voor een klant met een lidmaatschap voor overheidsinstellingen of een klant met een Enterprise Term License Agreement (ETLA) of Enterprise Agreement voor het onderwijs (EEA).
    Selecteer uw accounttype
  3. Meld u aan met uw Adobe ID en wachtwoord.

    Als u een lidmaatschap van Creative Cloud voor teams hebt, gebruikt u een Adobe ID die is ingesteld als beheerder voor uw team. Als u een lidmaatschap van Creative Cloud voor ondernemingen hebt, gebruikt u een normale Adobe ID.

    Opmerking:

    Uw Adobe ID moet zijn ingesteld als beheerders-id voor een van de accounttypen.

    Opmerking:

    Als u een beheerder bent voor beide accounttypen, hebt u Adobe ID's die overeenkomen met de afzonderlijke accounttypen. In Creative Cloud Packager wordt het accounttype waarmee u zich aanmeldt, opgeslagen. Zelfs als u Creative Cloud Packager sluit en opnieuw start, wordt u voor het gemak weer aangemeld met hetzelfde accounttype. Als u het accounttype wilt wijzigen, meldt u zich af en wijzigt u het accounttype. Meld u vervolgens opnieuw aan (met de Adobe ID die hoort bij het accounttype dat u hebt geselecteerd).  

  4. Nadat u zich hebt aangemeld, wordt het venster Creative Cloud Packager weergegeven.

    Creative Cloud Packager
  5. Als u voorkeuren wilt instellen voor de locatie van de cache voor producten, de cache wilt wissen, automatisch bijwerken van Creative Cloud Packager wilt in- of uitschakelen of Help-onderwerpen voor Creative Cloud Packager wilt weergeven, klikt u op de pijl omlaag naast het bericht 'Welkom, <gebruikersnaam>' in de rechterbovenhoek van het venster Creative Cloud Packager.

    Kies Voorkeuren

    Klik op Voorkeuren in de vervolgkeuzelijst als u het volgende wilt doen:  

    • De locatie wijzigen van de cache waarnaar de applicaties worden gedownload.
    • De cache wissen.

    Opmerking: Als u de cache wist, worden de gedownloade applicaties verwijderd. 

    Klik op Opslaan als u de aangebrachte wijzigingen in het venster Voorkeuren wilt opslaan. Klik op Annuleren als u wilt afsluiten zonder de wijzigingen op te slaan.

    In het venster Voorkeuren kunt u ook het automatisch bijwerken van Creative Cloud Packager in- of uitschakelen.

    • Als u Creative Cloud Packager altijd up-to-date houden selecteert, wordt Creative Cloud Packager automatisch via internet bijgewerkt naar de nieuwste versie wanneer u de nieuwste versie nog niet gebruikt.
    Opties voor voorkeuren
  6. Voer een van de volgende handelingen uit in het venster Creative Cloud Packager:

    • Klik op Pakket maken om het maken van een pakket te starten.
  7. Geef de vereiste gegevens op in het venster Pakketdetails dat wordt weergegeven.

    Pakketdetails

    Pakketnaam

    Voer de naam in van het pakket dat u wilt maken.

    Opslaan in

    Voer de locatie in waar u het gemaakte pakket wilt opslaan. U kunt op het pictogram Bladeren klikken om de doelmap te zoeken of het absolute pad invoeren.

    Organisatie selecteren

    Als uw beheerdersaccount is gekoppeld aan meerdere organisaties, selecteert u de organisatie waarvoor u het pakket maakt.

    32-bits/64-bits

    In Windows: Selecteer ondersteuning voor 32-bits of 64-bits processors. U moet afzonderlijke pakketten maken voor 32-bits en 64-bits installaties. Een 32-bits pakket kan niet worden uitgevoerd op een 64-bits computer. 

    Licentietype

    De opties voor het licentietype zijn afhankelijk van het feit of u een accounttype van Creative Cloud voor ondernemingen, overheidsinstellingen of onderwijsinstellingen gebruikt of een accounttype van Creative Cloud voor teams.

    Licentie op naam

    Voor een licentie op naam kunnen gebruikers zich aanmelden om een licentie te verkrijgen voor de producten waarmee ze werken. Leden kunnen zo de Creative Cloud-services gebruiken en beheerders krijgen beter inzicht in de activeringen. Als geen gebruiker zich heeft aangemeld om een licentie voor een product te verkrijgen, wordt het gebruik beschouwd als een proefversie.

    U kunt als beheerder gebruikers een uitnodiging sturen om lid te worden van het team. Zodra gebruikers de uitnodiging hebben ontvangen, kunnen ze zich aanmelden en licenties verkrijgen voor de applicaties die u hebt gedistribueerd naar hun computer. Ze hebben ook toegang tot de Creative Cloud-services. De beheerdersportal wordt bijgewerkt met de status van de productactiveringen.

    Licentie op serienummer

    Alleen Creative Cloud voor ondernemingen. Gebruik deze optie om een pakket met een geldige licentie te maken. Met deze workflow kun je de licentie voor een product of een groep met producten die updates bevatten, activeren voordat je het pakket distribueert naar de computers van cliënten. Op de clientcomputer is geen verdere validatie vereist.

    Apparaatlicentie

    Alleen Creative Cloud voor het onderwijs. Gebruik deze optie om een licentie voor het pakket in te stellen voor een computer in plaats van voor een gebruiker. Gebruikers hoeven zich nooit aan te melden of een serienummer in te voeren om een licentie voor de software te verkrijgen. De licenties zijn gekoppeld aan distributiegroepen voor computers, die automatisch worden gemaakt wanneer u producten bestelt.

    Distributiegroep

    Als u een lidmaatschap voor onderwijsinstellingen hebt, moet u een order bij uw leverancier plaatsen om apparaatlicenties toe te voegen. Adobe maakt vervolgens een distributiegroep voor de bestelde producten. Als u bijvoorbeeld 100 licenties voor Creative Cloud Alle apps aanschaft en 50 licenties voor Photoshop Losse app, worden er twee distributiegroepen gemaakt. Nadat de distributiegroepen zijn gemaakt, wordt in Creative Cloud Packager de optie Apparaatlicentie weergegeven bij de opties voor licentietype. Wanneer u deze optie selecteert, kunt u een distributiegroep, die u voor het pakket wilt gebruiken, weergeven en selecteren. Na voltooiing van de installatie, wordt geprobeerd het pakket te activeren. Als activering niet mogelijk is tijdens het distribueren omdat er geen internetverbinding of proxyconfiguratie beschikbaar is, blijft het pakket actief en wordt gedurende zeven dagen geprobeerd een stille installatie uit te voeren voordat het pakket stopt met werken.

    Als u wilt weten naar hoeveel computers het pakket is gedistribueerd, opent u Creative Cloud Packager en controleert u het veld Distributie naar.

    Zie Pakketten met apparaatlicenties maken voor meer informatie.

    Selecteer een distributiegroep

    Creative Cloud desktop-applicatie

    De Adobe Creative Cloud desktop-app is het centrale punt voor Creative Cloud-activiteiten en biedt gebruikers de mogelijkheid om applicaties en updates weer te geven. Voor gebruikerslicenties op naam is de Creative Cloud desktop-applicatie altijd ingeschakeld.

    Als u een pakket wilt maken dat alleen de Creative Cloud desktop-app bevat, selecteert u in de volgende vensters geen applicaties of updates.

    Applicaties en updates weergeven via het deelvenster Apps

    Deze optie is alleen van toepassing als Adobe Creative Cloud desktop-applicatie is ingeschakeld. Als deze optie is uitgeschakeld, wordt het deelvenster Apps in de Creative Cloud desktop-applicatie verborgen voor eindgebruikers.

    Selectie van gebruiker Gebruikers met beheerdersrechten kunnen bijwerken via Adobe Update Manager Adobe Update Manager is uitgeschakeld (ICT-afdeling beheert distributie van updates) Adobe Update Manager inschakelen Adobe Update Manager uitschakelen
    Selecteer Applicaties en updates via het deelvenster Apps weergeven Ingeschakeld      
    Schakel Applicaties en updates via het deelvenster Apps weergeven uit   Ingeschakeld    
    Selecteer Applicaties en updates via het deelvenster Apps weergeven en Interne updateserver gebruiken
        Ingeschakeld  
    Schakel Applicaties en updates via het deelvenster Apps weergeven en Interne updateserver gebruiken uit
          Ingeschakeld

    Opmerking:

    Gebruikers moeten over beheerdersbevoegdheden beschikken om applicaties of updates te installeren vanuit het deelvenster Apps. U kunt het deelvenster Apps later alsnog inschakelen. Zie Creative Cloud desktop-app aanpassen voor meer informatie.

    Verhoogde bevoegdheden

    Deze optie biedt gebruikers de mogelijkheid om apps en updates te beheren zelfs wanneer ze geen beheerdersrechten hebben. Selecteer deze optie als u wilt dat gebruikers zonder beheerdersreferenties apps en updates kunnen beheren.

    Wanneer u een pakket hebt gedistribueerd met verhoogde bevoegdheden en u de verhoogde bevoegdheden later wilt intrekken, moet u een pakket maken met alleen de Creative Cloud desktop-app, waarvoor u Verhoogde bevoegdheden uitschakelt, en dit pakket distribueren. Als u verhoogde bevoegdheden wilt verlenen aan bestaande gebruikers, moet u een pakket met alleen de Creative Cloud desktop-app maken waarvoor u Verhoogde bevoegdheden inschakelt en dit pakket distribueren.

    De optie Verhoogde bevoegdheden is alleen beschikbaar als u hebt geselecteerd dat apps en updates via het deelvenster Apps kunnen worden weergegeven.

    Opmerking:

    U moet de Creative Cloud desktop-applicatie opnieuw starten om deze wijziging door te voeren.

    Pakketconfiguraties

    De instellingen voor de pakketconfiguratie bevatten opties waarmee u onder andere kunt aangeven of conflicterende processen tijdens de installatie moeten worden genegeerd.

    Klik op Wijzigen als u de instellingen van de pakketconfiguratie wilt controleren of wijzigen.

    Het venster Geavanceerde configuraties wordt weergegeven.

    Geavanceerde pakketconfiguraties

    Gedrag van Adobe Update Manager

    Bij een installatie van een afzonderlijk product wordt Adobe Application Manager elke dag automatisch om 02:00 uur gestart om te controleren of er updates voor Adobe-producten beschikbaar zijn. De gebruiker merkt niets van deze controle, tenzij een productupdate wordt gevonden. In dat geval wordt op de computer van de eindgebruiker een dialoogvenster in de applicatie weergegeven waarin wordt aangegeven dat er een update beschikbaar is.

    Adobe Update Manager is uitgeschakeld (ICT-afdeling beheert distributie van updates)

    Selecteer de standaardoptie 'Adobe Update Manager is uitgeschakeld (ICT-afdeling beheert distributie van updates)' als u wilt voorkomen dat Adobe Application Manager op de computer van de gebruiker de automatische controle op updates voor gedistribueerde producten uitvoert. Hiermee onderdrukt u niet alleen het gedrag voor automatische updates, maar schakelt u ook de optie Update in het menu Help in de applicaties uit zodat gebruikers niet meer actief kunnen zoeken naar updates. Als u deze optie selecteert, moet de ICT-beheerder de updates downloaden en distribueren voor de gebruikers.

    Gebruikers met beheerdersrechten kunnen bijwerken via Adobe Update Manager (standaard)

    Met de optie 'Gebruikers met beheerdersrechten kunnen bijwerken via Adobe Update Manager' schakelt u de automatische controle op updates via Adobe Application Manager in. Dit is de standaardinstelling voor producten die afzonderlijk zijn geïnstalleerd. Wanneer de computer van de gebruiker eerder is ingesteld op het onderdrukken van updates, wordt de controle op automatische updates opnieuw ingeschakeld als een pakket waarin deze optie is ingesteld naar de computer wordt gedistribueerd.

    Interne updateserver gebruiken

    U kunt ervoor kiezen het proces voor automatische updates om te leiden en de controle op updates uit te voeren op uw eigen updateserver in plaats van op de updateserver van Adobe. Selecteer de optie 'Interne updateserver gebruiken'. Bij deze optie moet u een interne server gebruiken als host voor de updates en Adobe Application Manager omleiden om op deze server te zoeken naar updates. U doet dit door het pad op te geven naar een XML-configuratiebestand dat gegevens over de hostserver bevat. Zie Adobe Update Server Setup Tool gebruiken voor meer informatie over het als host instellen van een interne server.

    Opmerking:

    Het wordt aangeraden deze configuratiebestanden niet te distribueren op een beheercomputer waarop u Creative Cloud Packager uitvoert.

    In dat geval kunt u problemen ondervinden tijdens het maken van pakketten.

    Remote Update Manager

    Met Adobe Remote Update Manager kunt u het updateprogramma op afstand als beheerder uitvoeren op de clientcomputer. Selecteer deze optie om het gebruik van Remote Update Manager in te schakelen. Zie Remote Update Manager voor meer informatie. 

    Locatie van de installatie

    U kunt in Application Manager de volgende opties voor de distributielocatie gebruiken:

    • Distribueren naar standaardapplicatiemap: het standaardstation is het systeemstation en het standaardpad is \Program Files in Windows en /Programma's in Mac OS.
    • Map opgeven tijdens distributie: als u deze optie selecteert, kunnen eindgebruikers het installatiepad opgeven tijdens de distributie van het pakket. In Mac OS worden gebruikers hiernaar gevraagd in de gebruikersinterface, terwijl het in Windows alleen een opdrachtregeloptie is.
    • Map opgeven: hier kunt u het pad naar een specifieke installatielocatie opgeven.

     

    Met Adobe Remote Update Manager kunt u het updateprogramma op afstand als beheerder uitvoeren op de clientcomputer. Selecteer deze optie om het gebruik van Remote Update Manager in te schakelen. Zie Remote Update Manager voor meer informatie. 

  8. Klik op Opslaan om de wijzigingen in de configuratie op te slaan en terug te keren naar het venster Pakketdetails. Klik op Annuleren om terug te keren naar het venster Pakketdetails zonder de wijzigingen op te slaan.

    Opmerking:

    Als u de optie Applicaties en updates weergeven, via het deelvenster Apps uitschakelt, dan wordt de optie Gebruikers met beheerdersrechten kunnen bijwerken via Adobe Update Manager, in het dialoogvenster Geavanceerde configuraties, ook uitgeschakeld. Deze configuratiewijziging wordt echter niet opgeslagen. Dit betekent dat de volgende keer dat u het inpakprogramma uitvoert, de optie Applicaties en updates via het deelvenster Apps weergeven weer is geselecteerd. Ook de optie Gebruikers met beheerdersrechten kunnen bijwerken via Adobe Update Manager wordt weergegeven.

  9. Klik in het venster Pakketdetails op Volgende. U moet de licentiecode voor ondernemingen invoeren als u in het venster Aanmelden het accounttype van het lidmaatschap voor ondernemingen, overheidsinstellingen of onderwijsinstellingen hebt geselecteerd en een licentie met serienummer gebruikt. Ga naar licensing.adobe.com als u geen licentiecode voor ondernemingen hebt. Voer de code in en klik op Volgende.

    license-number

    Opmerking:

    Adobe raadt u aan om in Creative Cloud Packager serienummers van Creative Cloud voor ondernemingen te gebruiken.

  10. Het venster voor applicaties en updates wordt weergegeven.

    Selecteer de producten en updates die u wilt opnemen in het pakket. U kunt bijvoorbeeld de Adobe Photoshop-software en alle bijbehorende updates opnemen en (alleen) de updates voor Adobe InDesign. Schakel de desbetreffende selectievakjes in.

     

    De optie Kerncomponenten is altijd geselecteerd en u kunt de selectie niet opheffen. Met deze optie wordt de algemene licentie-infrastructuur gedistribueerd naar de clientcomputers. Als u een pakket wilt maken dat alleen de Creative Cloud desktop-app bevat, schakelt u in het venster Geavanceerde configuratie van het pakket de optie Adobe Creative Cloud in. 

    Standaard worden alleen de nieuwste versies van de software weergegeven. Schakel Gearchiveerde versies weergeven in om een lijst met gearchiveerde applicaties weer te geven. U kunt gearchiveerde softwareversies ook verpakken. Geselecteerde producten of updates met een pijl omlaag naast de naam zijn al gedownload naar uw computer.

    Met de vervolgkeuzelijst in de rechterbovenhoek kunt u de gewenste taal voor het pakket instellen.

    Opmerking:

    Zorg ervoor dat de doelapparaten voldoen aan de systeemvereisten voor de apps die in het pakket zijn opgenomen. Wanneer u apps distribueert naar niet-ondersteunde systemen, kan dit onverwachte resultaten opleveren.

    Het venster voor applicaties en updates

    Wanneer u een update voor de nieuwste versie van enkele van de applicaties verpakt, kunt u het pakket toepassen op het systeem waarop u nog geen basisversie van de applicatie hebt geïnstalleerd. U kunt deze apps herkennen aan het pictogram (). Zie Applicaties die zonder hun basisversie kunnen worden gedistribueerd voor een lijst met dergelijke applicaties.

    De update van Photoshop CC 2015.0.1 kan bijvoorbeeld worden geïnstalleerd op een clientcomputer waarop al een basisversie van Photoshop CC 2015 is geïnstalleerd. De nieuwste update van Photoshop kan worden geïnstalleerd op een computer waarop mogelijk nog geen basisversie van Photoshop is geïnstalleerd. Wanneer u een pakket maakt, kunt u er zodoende voor kiezen om alleen de updateversie te verpakken voor de apps die zonder hun basisversie kunnen worden gedistribueerd.

  11. Klik op Offlinemedia toevoegen als u applicaties en updates wilt toevoegen vanuit een lokale bron, zoals een dvd of softwaredownload, in plaats van applicaties en updates te downloaden vanaf Creative Cloud.

    Blader naar de locatie met de offlinemedia. Plaats op een Mac het DMG-bestand in een map en blader naar deze map. Selecteer de producten en updates die u wilt verpakken.

    Opmerking:

    Gebruik alleen media die zijn geleverd door Adobe of die u hebt gedownload van de Adobe-website. Zo weet u zeker dat de media niet beschadigd zijn en geen schadelijke code bevatten.

    Klik op Offlinemedia toevoegen

    Nadat u een selectie hebt gemaakt, klikt u op Gereed om terug te keren naar het venster voor applicaties en updates.

    Klik op Samenstellen om de geselecteerde applicaties en updates te verpakken.

  12. Adobe Creative Cloud Packager downloadt de producten en updates die nog niet zijn gedownload op uw computer. Vervolgens wordt het pakket gemaakt. De voortgang wordt aangegeven in de voortgangsvensters voor downloaden en samenstellen.

    Voortgang van het downloaden
  13. Als het samenstellen zonder fouten is voltooid, wordt het venster Samenvatting weergegeven.

    Het venster Samenvatting

    Dit venster bevat een overzicht van de producten of componenten die zijn opgenomen in het pakket. In het venster wordt de naam weergegeven van de map waarin het pakket is gemaakt. Klik op deze naam om de map te openen.

    U kunt op de koppeling Logbestand klikken als u het gedetailleerde voortgangsrapport, inclusief eventuele fouten, wilt weergeven.

    Opmerking: Wanneer u een pakket maakt met Adobe Creative Cloud Packager, wordt een configuratiebestand voor het pakket gemaakt met de naam <pakketnaam>.ccp. Dit bestand bevindt zich in de map die u hebt opgegeven voor het pakket. Het configuratiebestand is alleen bedoeld voor intern gebruik. U mag het bestand niet aanpassen of verwijderen.

  14. Als u nog een pakket wilt maken, klikt u op Hoofdmenu om terug te gaan naar het welkomstvenster. Klik op Sluiten als u Adobe Creative Cloud Packager wilt afsluiten.

Pakketten distribueren

Tijdens het samenstellingsproces worden twee mappen gemaakt:

  1. De map Build bevat de MSI-bestanden (Windows) of PKG-bestanden (Mac OS).

    De map Build bevat ook de volgende bestanden:

    ConflictingProcessList.xml:

    Zie Conflicterende processen in dit artikel, voor meer informatie.

    packageInfo.txt:

    Dit bestand bevat de lijst met producten en updates die u in het pakket hebt opgenomen.

  2. De map Exceptions bevat de payloads die afzonderlijk moeten worden geïnstalleerd.

Opmerking:

Voor uitzonderingsmedia (zoals het MSI- of EXE-bestand) van de nieuwste versie van Muse wordt het installatieprogramma voor uitzonderingen gekopieerd naar de volgende locatie en moet de gebruiker deze uitzondering afzonderlijk installeren:

Program Files (x86)\Common Files\Adobe\Installers\Third Party\<Sapcode_van_app>\<pakketnaam>\

Conflicterende processen afhandelen

Wanneer u een pakket aanmaakt, wordt met het proces Pakket aanmaken, het bestand ConflictingProcessList.xml gemaakt. Dit bestand bevat informatie over de processen die een conflict veroorzaken met de installatie van de applicaties die u aan het pakket hebt toegevoegd.

Het bestand wordt gemaakt als een XML-bestand zodat u het proces voor het beheren van conflicterende processen kunt automatiseren.

Bestand ConflictingProcessList.xml

Als een gebruiker het pakket installeert en deze conflicterende processen worden uitgevoerd, mislukt de installatie. Deze processen moeten worden afgesloten voordat het CCP-pakket wordt geïnstalleerd.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid