Opmerking:

  Typekit heet nu Adobe Fonts en maakt deel uit van Creative Cloud en andere lidmaatschappen. Meer informatie.

Inleiding

Met de Adobe-software voor ondernemingen kunnen de medewerkers binnen uw organisatie de nieuwste apps en services van Adobe gebruiken om inhoud te maken, samen aan die inhoud te werken en de inhoud vervolgens te publiceren voor het web, mobiele apparaten of desktopcomputers. Met hulpprogramma's voor gecentraliseerd licentiebeheer en technische ondersteuning op ondernemingsniveau is uw IT-afdeling volledig toegerust om creatieve teams te ondersteunen.

Als u een Creative Cloud- of Document Cloud-distributie plant, neem dan eerst de tijd om na te denken over de manier waarop u applicaties, opslagruimte en services wilt distribueren en beheren. In dit artikel vindt u alle informatie die u nodig hebt om een dergelijke planning te maken. Lees de relevante onderwerpen bij het plannen van uw distributie.

  • Distributie van licenties
  • Identiteitsbeheer
  • Applicaties en updates
  • Opslagruimte en services
  • Gebruikers, productprofielen en licenties
  • Bestaande gebruikers migreren

Distributie van licenties

Wanneer u een product van Adobe koopt, geeft een licentie u het recht de software en services van Adobe te gebruiken. Licenties worden gebruikt om de producten op computers van eindgebruikers te verifiëren en activeren.

Zie Licenties voor meer informatie.

Licentie op naam

Licenties op naam zijn handig in de volgende situaties:

  • Als u toegang wilt verlenen tot services die door Adobe worden gehost.
  • Als u de Adobe Admin Console wilt gebruiken voor gecentraliseerd beheer van licenties en controle op naleving.
  • Als u na verloop van tijd flexibele licenties nodig hebt, bijvoorbeeld omdat een ontwerper overstapt van een videoproductprofiel naar een webproductprofiel.
  • Als u selfserviceworkflows wilt instellen, zodat gebruikers apps en updates kunnen downloaden en installeren.

Automatisch gemaakte pakketten kunnen eenvoudig worden gedownload van de Admin Console. De pakketten worden gemaakt op basis van standaardinstellingen en aangeschafte producten en kunnen in de huidige staat worden gedownload en gedistribueerd. Zie App-pakketten maken via de Admin Console voor meer informatie.

Licentie op serienummer

Licenties op serienummer zijn een bestaande licentiemethode waarbij licenties niet zijn gekoppeld aan een individuele gebruiker, maar aan een bepaalde computer. Deze licentiemethode is geschikt voor een zeer klein aantal klanten en kan, net als licenties op naam, worden gebruikt om pre-licenties voor pakketten te maken die op afstand worden gedistribueerd. Als klanten licenties op serienummer gebruiken, halen ze echter niet het meeste uit hun Adobe Cloud-lidmaatschap.

Identiteitsbeheer

Adobe maakt gebruik van een onderliggend identiteitsbeheersysteem om gebruikers te verifiëren en te machtigen. Als u licenties op naam gebruikt of van plan bent om gebruikers toegang tot services te verlenen, is het gebruik van identiteiten een vereiste. Adobe ondersteunt drie identiteits- of accounttypen. Hiervoor wordt het e-mailadres als gebruikersnaam gebruikt. Deze identiteitstypen zijn:

  • Federated ID: Wordt gemaakt en beheerd door en is eigendom van een organisatie en is via federatie gekoppeld aan de directory van de onderneming. De organisatie beheert de aanmeldingsgegevens en verwerkt eenmalige aanmelding via een SAML2-identiteitsprovider (IdP).
  • Enterprise ID: Wordt gemaakt en beheerd door en is eigendom van de organisatie. Adobe host de Enterprise ID en voert de verificatie uit, maar de organisatie onderhoudt de Enterprise ID.
  • Adobe ID: Wordt gemaakt en beheerd door en is eigendom van de eindgebruiker. Adobe voert de verificatie uit en de eindgebruiker beheert de identiteit.

Op basis van de behoeften van uw organisatie selecteert u het meest geschikte identiteitsmodel dat u wilt implementeren en gebruiken.

U kunt in één bedrijfsomgeving zowel Federated ID's, Enterprise ID's als Adobe ID's gebruiken. Denk eraan dat wanneer u een account instelt met een Adobe ID, de eindgebruiker de volledige controle houdt over bestanden en gegevens die zijn gekoppeld aan dit account. Wanneer u een Federated ID of Enterprise ID gebruikt, is de onderneming eigenaar en beheerder van deze inhoud.

Adobe beveelt beheerders aan Adobe ID-gebruikers te migreren naar Federated ID's of Enterprise ID's, zodat de organisatie volledige controle heeft over gebruikers en applicatiemiddelen.

Opmerking:

De licentiewebsite van Adobe ondersteunt geen Enterprise ID's of Federated ID's. Als u van plan bent licenties op serienummer te gebruiken, dient u alle beheerdersaccounts in te stellen met Adobe ID's. Voor gebruikersaccounts raadt Adobe aan om Federated ID's en Enterprise ID's te gebruiken.

Een directory configureren

Een directory in de Admin Console is een entiteit waarin resources zoals gebruikers en beleidsregels zoals verificatie worden opgeslagen. Deze directory's zijn vergelijkbaar met LDAP of Active Directory.

Als u Enterprise ID's of Federated ID's wilt gebruiken, begint u met het configureren van een directory waaraan u een of meer domeinen kunt koppelen.

Een directory configureren:

  1. Maak een directory in de Admin Console.
  2. (Alleen Federated ID) Adobe richt de directory in. Dit duurt meestal maximaal 48 uur.
  3. Als u uw organisatie instelt voor het identiteitstype Enterprise ID, kunt u uw e-maildomeinen gaan koppelen aan deze directory.
  4. (Alleen Federated ID) Nadat Adobe de directory heeft ingericht, configureert u de SAML-instellingen voor de directory.

Zie Een identiteit instellen voor meer informatie.

Domeinen instellen

Gebruikersidentiteiten worden geverifieerd aan de hand van een autorisatiebron. Als u een Federated ID of Enterprise ID wilt gebruiken, stelt u uw eigen autorisatiebron in door een domein toe te voegen. Als uw e-mailadres bijvoorbeeld johan@voorbeeld.com is, is voorbeeld.com uw domein. Als u een domein toevoegt, kunnen er Federated ID's of Enterprise ID's worden gemaakt met e-mailadressen uit het domein. Een domein kan worden gebruikt met Federated ID's of Enterprise ID's, maar niet met beide. U kunt echter meerdere domeinen toevoegen.

Een organisatie moet aantonen dat deze controle heeft over een domein. Een organisatie kan ook meerdere domeinen toevoegen. Een domein kan echter slechts eenmaal worden toegevoegd. Bekende openbare en algemene domeinen, zoals gmail.com of yahoo.com, kunnen helemaal niet worden toegevoegd.

Zie Domeinen instellen voor meer informatie.

Eenmalige aanmelding configureren

De Adobe Admin Console biedt gebruikers in ondernemingen de mogelijkheid zich aan te melden met hun bestaande bedrijfsidentiteit. Met Adobe Federated ID's is integratie mogelijk met een systeem voor identiteitsbeheer met een eenmalige aanmelding. Eenmalige aanmelding wordt ingeschakeld met behulp van SAML. Dit is een protocol dat voldoet aan de industriestandaard en dat bedrijfssystemen voor identiteitsbeheer verbindt met providers van cloudservices, zoals Adobe.

Bij het toevoegen van Federated ID's worden er niet automatisch e-mailberichten naar de gebruikers verzonden. Als u Federated ID's wilt maken, moet u dit plannen en doorgeven aan gebruikers. Als gebruikers al een Adobe ID hebben die hetzelfde e-mailadres gebruikt, raadpleegt u Overschakelen van Adobe ID naar Enterprise ID om te begrijpen hoe de aanmeldingsprocedure verloopt en wat de gevolgen daarvan zijn voor hun bestaande inhoud en applicaties.

Als uw organisatie de integratie van eenmalige aanmelding wil testen, kunt u een testdomein claimen waarvan u de eigenaar bent. Uw organisatie moet een identiteitsprovider hebben met identiteiten die zijn ingesteld in dat testdomein. U kunt zo de integratie testen voordat u de hoofddomeinen claimt en u kunt doorgaan met testen totdat u vertrouwd bent met het proces van het claimen en configureren van domeinen.

Zie Eenmalige aanmelding configureren voor meer informatie.

Gebruikers, productprofielen en licenties

Voor licenties op naam worden productprofielen gebruikt om licenties aan afzonderlijke gebruikers te koppelen. Als u licenties wilt toewijzen, voegt u gebruikers toe aan een productprofiel. Een gebruiker kan lid zijn van meerdere productprofielen en elk productprofiel kan de gebruiker verschillende licenties verlenen. De uiteindelijke rechten van een gebruiker vormen de optelsom van alle licenties die zijn verleend door elk productprofiel.

Denk goed na over de manier waarop u reeksen licenties aan gebruikers verstrekt. Deze moet namelijk aansluiten bij de manier waarop verantwoordelijkheden worden toegewezen in uw organisatie. Als bijvoorbeeld alle gebruikers van een afdeling Photoshop nodig hebben, kunt u een productprofiel voor een afdeling maken waarin licenties worden verleend voor de losse Photoshop-app. Als de webontwerpers op een afdeling echter Photoshop en Dreamweaver nodig hebben, terwijl de video-editors op diezelfde afdeling met Premiere Pro en After Effects werken, gebruikt u twee productprofielen: een voor de rol van webontwerper en een voor de rol van video-editor.

Sommige gebruikers hebben meerdere rollen. Een gebruiker die zich zowel met het ontwerpen van websites als met het bewerken van video's bezighoudt, kan worden toegevoegd aan beide productprofielen, waardoor aan deze gebruiker licenties van beide productprofielen worden toegewezen, dus zowel die van Photoshop en Dreamweaver als die van Premiere Pro en After Effects.

Productprofielen maken het ook makkelijk om licenties te beheren. Als een gebruiker van rol verandert en geen websites meer ontwerpt, maar video's gaat bewerken, voegt u de gebruiker toe aan het productprofiel voor videobewerking en verwijdert u deze uit het productprofiel voor webontwerp. Hiermee wijzigt u de geactiveerde producten voor de gebruiker en zorgt u dat ongebruikte licenties weer beschikbaar komen. Wanneer de eisen die aan het productprofiel worden gesteld, veranderen, bijvoorbeeld omdat gebruikers van het productprofiel voor videobewerking ook de applicatie Prelude nodig hebben, kan deze applicatie eenvoudig aan het productprofiel worden toegevoegd, waarna alle gebruikers onmiddellijk toegang hebben tot Prelude.

Er wordt een licentie verbruikt wanneer een gebruiker aan een productprofiel wordt toegevoegd. Als een gebruiker lid is van twee productprofielen en als beide profielen een licentie voor de losse Photoshop-app toewijzen aan gebruikers, verbruikt die gebruiker dus twee licenties. Het is daarom verstandig uw productprofielen zo samen te stellen dat overbodig verbruik van licenties onmogelijk is. Ga voor elk productprofiel na welke applicatie of reeks applicaties nodig is om een bepaalde taak te vervullen.

Bepaal het volgende:

  • Producten: de licenties voor een product bepalen welke applicaties en services worden verleend aan elk lid van een gekoppeld productprofiel.
  • Naam van het productprofiel: geef elk productprofiel een naam waaraan u het profiel kunt herkennen. De namen die u kiest voor de productprofielen, zijn uitsluitend bedoeld voor eigen gebruik. Ze worden nergens in het distributiepakket opgenomen, dus u kunt elke gewenste naam gebruiken. In de praktijk is het beter om productprofielen te maken op basis van functie, in plaats van afdeling of team. 
  • Services: u kunt kiezen uit de beschikbare lijst met services voor een geselecteerd product. Creative Cloud voor ondernemingen omvat bijvoorbeeld services zoals Adobe Spark en Adobe Fonts.
  • Gebruikers: bepaal welke gebruikers moeten worden toegevoegd aan elk productprofiel.

Zie Producten en profielen beheren voor meer informatie.

Apps en updates distribueren

Adobe is voortdurend bezig met innovatie en levert constant nieuwe functies en updates. IT-beheerders kunnen bepalen hoe en wanneer deze updates worden toegepast. Bepaal hoe deze apps en updates aan uw eindgebruikers moeten worden geleverd. Houd in dit stadium ook rekening met de hardware- en softwarevereisten van de clientcomputers. Het Adobe-productaanbod voor ondernemingen biedt verschillende mogelijkheden voor het distribueren van apps en updates. IT-beheerders kunnen gebruikers de mogelijkheid bieden om apps en updates zelf op te halen via een selfserviceworkflow of ze kunnen kiezen voor een strakker beheerde omgeving waarin de beheerders bepalen hoe en wanneer welke producten en functies worden geïnstalleerd.

Apps

Selfservice

U kunt uw gebruikers de mogelijkheid bieden om, net als miljoenen andere Adobe-gebruikers, zelf apps te downloaden en te installeren. Gebruikers kunnen zich aanmelden bij www.adobe.com/nl om desktop-apps te downloaden en te installeren en om toegang te krijgen tot services. Voor selfserviceworkflows zijn beheerdersbevoegdheden, internetverbindingen en licenties op naam vereist. Neem de Creative Cloud desktop-app op in het softwarepakket dat u distribueert.

Selfserviceworkflows stellen gebruikers in staat om op elk moment apps te downloaden en te installeren wanneer ze daar behoefte aan hebben. Apps waar een gebruiker recht op heeft, worden aan de gebruiker geleverd wanneer deze zich aanmeldt. Andere apps kunnen gedurende een beperkte tijd in de vorm van een proefversie worden gebruikt. Deze workflows hebben als voordeel dat beheerders niet meer gedwongen zijn om meerdere pakketten te maken en meerdere pakketten en updates te distribueren. Selfserviceworkflows zijn bijvoorbeeld efficiënt in de volgende scenario's:

  • U hebt te maken met verschillende gebruikers die uiteenlopende en steeds veranderende eisen stellen aan apps.
  • Uw gebruikers beschikken over verschillende combinaties van hardware en besturingssysteem.
  • Er werken telewerkers bij uw organisatie.
  • Verschillende teams en gebruikers voeren op verschillende momenten upgrades uit vanwege lopende projecten.
  • U wilt de belasting van computers beperken door gebruikers in staat te stellen alleen die applicaties te installeren die ze nodig hebben, zo lang ze die nodig hebben.

Beheerde distributie

U kunt vooraf geconfigureerde pakketten via de Admin Console maken en downloaden. Deze pakketten kunnen vervolgens worden gedistribueerd op de clientcomputers in uw organisatie. U kunt stille en aangepaste installaties uitvoeren. Eindgebruikers hoeven niks te selecteren of in te voeren tijdens de installatie. De distributiepakketten kunnen worden gedistribueerd met hulpprogramma's die aan de industriestandaard voldoen, zoals Microsoft System Center Configuration Manager (SCCM) en Apple Remote Desktop (ARD).

U kunt twee typen pakketten maken: selfservicepakketten en pakketten voor beheerde distributie. Het selfservicepakket bevat de Creative Cloud desktop-app die gebruikers kunnen gebruiken om software te downloaden en te installeren. Als eindgebruikers geen beheerdersrechten op hun computer hebben, kunt u een pakket met Creative Cloud desktop-apps met verhoogde bevoegdheden maken. Of u kunt een pakket voor beheerde distributie maken dat bepaalde applicaties en updates bevat. 

Zie App-pakketten maken via de Admin Console voor meer informatie.

In de volgende gevallen kunt u bijvoorbeeld kiezen voor een beheerde distributie van apps:

  • U wilt strikte controle uitoefenen op de geïnstalleerde apps op clientcomputers.
  • U wilt het verbruik van internetbandbreedte beperken door te voorkomen dat meerdere gebruikers tegelijk apps downloaden via de selfserviceworkflow.
  • Wanneer clientcomputers geen toegang tot internet hebben.
  • U wilt strikte controle uitoefenen over de versies van geïnstalleerde apps binnen uw organisatie.
  • U wilt het updategedrag in geïnstalleerde applicaties wijzigen.
Raadpleeg het Handboek voor het maken van pakketten voor meer informatie over het maken en distribueren van pakketten.

Updates

Er zijn verschillende methoden om app-updates aan eindgebruikers te leveren. Kies een van de volgende methoden op basis van de behoeften van uw organisatie.

Selfservice

Gebruikers kunnen updates rechtstreeks vanaf de Adobe-website downloaden en installeren. Met deze methode zorgt u ervoor dat uw eindgebruikers toegang hebben tot de meest recente updates zodra deze beschikbaar zijn. Updates kunnen worden gedownload en geïnstalleerd met de Creative Cloud desktop-app of met de Adobe Updater die is opgenomen in de apps. Voor deze workflows hebben de clientcomputers beheerdersrechten en toegang tot de Adobe-servers nodig.

Deze optie is beschikbaar voor distributie van apps via selfserviceworkflows en voor beheerde distributie van apps.

Beheerde distributie

Wanneer u pakketten maakt, kunt u een mechanisme voor een beheerde distributie van updates kiezen.

  • U kunt clientcomputers updates laten installeren via een interne updateserver.
  • U kunt updates op afstand activeren met Remote Update Manager. Gebruik deze optie wanneer clientcomputers geen beheerdersrechten hebben.
  • U kunt pakketten met alleen updates maken en distribueren met Creative Cloud Packager.

Zie Updates toepassen voor meer informatie over beheerde distributie.

Opslagruimte en services

Opslagruimte en services zijn beschikbaar voor alle lidmaatschappen van Creative Cloud voor ondernemingen. De opslagruimte en services zijn gebonden aan individuele gebruikers. Voor toegang tot de opslagruimte en services hebben gebruikers een Federated ID, Enterprise ID of Adobe ID nodig.

Wanneer u een gebruiker toewijst aan een productprofiel dat opslagruimte en services omvat, kunt u ervoor kiezen om afzonderlijke services voor dat productprofiel in of uit te schakelen. Door services in en uit te schakelen, bepaalt u waartoe de gebruikers van het productprofiel wel of geen toegang hebben.

Zie Opslagruimte voor ondernemingen beheren voor meer informatie.

Meerdere Creative Cloud-services zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van opslagruimte met het product. Als een product geen opslagruimte omvat, zijn deze services ook niet beschikbaar. Sommige services zijn verplicht en kunnen niet worden uitgeschakeld. Zie Services in- of uitschakelen voor meer informatie.

U kunt zelfs beperkende instellingen voor middelen selecteren die verhinderen dat werknemers bepaalde functies voor het delen van inhoud binnen Creative Cloud en Document Cloud gebruiken.

Proxy- en firewallinstellingen

Voor lidmaatschappen van Creative Cloud voor ondernemingen waarbij gebruikers licenties op naam hebben en toegang hebben tot opslagruimte en services, moeten de clientcomputers toegang hebben tot Adobe-servers. Als u deze functies wilt gebruiken, moet u ervoor zorgen dat uw firewall- en proxy-instellingen zodanig zijn geconfigureerd dat toegang tot Creative Cloud-service-eindpunten mogelijk is. Zie Creative Cloud voor ondernemingen - Netwerkeindpunten en zorg ervoor dat gebruikers toegang hebben tot de vereiste webservice-eindpunten.

Migreren van licenties op serienummer naar licenties op naam

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid