Tekst selecteren

Als u tekens selecteert, kunt u de tekens bewerken, opmaken met het deelvenster Teken, vulling- en lijnkenmerken toepassen en de transparantie van de tekens wijzigen. U kunt de wijzigingen toepassen op één teken, op een reeks tekens of op alle tekens in een tekstobject. Tekens die u hebt geselecteerd, worden in het documentvenster gemarkeerd. In het deelvenster Vormgeving verschijnt bovendien de aanduiding 'Tekens'.

Wanneer u een tekstobject selecteert, kunt u globale opmaakopties toepassen op alle tekens in het object, waaronder opties uit de deelvensters Teken en Alinea, vulling- en lijnkenmerken en transparantie-instellingen. Daarnaast kunt u effecten, meerdere opvullingen en lijnen, en dekkingsmaskers toepassen op een geselecteerd tekstobject. (Dit is niet mogelijk voor afzonderlijke, geselecteerde tekens.) Wanneer u een tekstobject selecteert, wordt in het documentvenster een omsluitende kader rond het tekstobject geplaatst. In het deelvenster Vormgeving verschijnt bovendien de aanduiding 'Tekst'.

Als u een tekstpad selecteert, kunt u de vorm wijzigen en vulling- en lijnkenmerken toepassen. Dit selectieniveau is niet beschikbaar voor punttekst. Wanneer u een tekstpad hebt geselecteerd, verschijnt in het deelvenster Vormgeving de aanduiding 'Pad'.

Tekens selecteren

  1. Selecteer een teksttool en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep om een of meer tekens te selecteren. Houd Shift ingedrukt en sleep om de selectie te vergroten of te verkleinen.

    • Plaats de aanwijzer in een woord en dubbelklik om het te selecteren.

    • Plaats de aanwijzer in een alinea en klik drie keer om de hele alinea te selecteren.

    • Selecteer een of meer tekens en kies Selecteren > Alles om alle tekens in het tekstobject te selecteren.

Tekstobjecten selecteren

Wanneer u een tekstobject selecteert, kunt u globale opmaakopties toepassen op alle tekens in het object, waaronder opties uit de deelvensters Teken en Alinea, vulling- en lijnkenmerken en transparantie-instellingen. Daarnaast kunt u effecten, meerdere opvullingen en lijnen, en dekkingsmaskers toepassen op een geselecteerd tekstobject. (Dit is niet mogelijk voor afzonderlijke, geselecteerde tekens.) Wanneer u een tekstobject selecteert, wordt in het documentvenster een omsluitende kader rond het tekstobject geplaatst. In het deelvenster Vormgeving verschijnt bovendien de aanduiding 'Tekst'.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik in het documentvenster op de tekst met de tool Selecteren  of de tool Direct selecteren .  Houd Shift ingedrukt en klik om meer tekstobjecten te selecteren.

    • Ga in het deelvenster Lagen naar het tekstobject dat u wilt selecteren en klik dan op de rechterkant ervan, tussen de doelknop en de schuifbalk. Houd Shift ingedrukt en klik op de rechterrand van items in het deelvenster Lagen om objecten aan de bestaande selectie toe te voegen of om objecten uit de bestaande selectie te verwijderen.

    • Kies Selecteren > Object > Tekstobjecten om alle tekstobjecten in een document te selecteren.

Een tekstpad selecteren

Als u een tekstpad selecteert, kunt u de vorm wijzigen en vulling- en lijnkenmerken toepassen. Dit selectieniveau is niet beschikbaar voor punttekst. Wanneer u een tekstpad hebt geselecteerd, verschijnt in het deelvenster Vormgeving de aanduiding 'Pad'.

Opmerking:

Tekstpaden kunt u het gemakkelijkst selecteren in de weergave Omtrek.

  1. Kies de tool Direct selecteren  of Groep selecteren .
  2. Als het tekstobject is geselecteerd, klikt u buiten het omsluitende kader van het object om de selectie ervan op te heffen.
  3. Klik op het tekstpad en zorg er daarbij voor dat u niet op de tekens klikt. (Als u toch op een teken klikt, selecteert u het tekstobject in plaats van het tekstpad.)

Opmerking:

Met de voorkeur Alleen tekstobjectselectie op pad bepaalt u de gevoeligheid van de selectietools bij het selecteren van tekstobjecten in het documentvenster. Wanneer deze voorkeur is ingeschakeld, moet u rechtstreeks op het tekstpad klikken om de tekst te selecteren. Wanneer deze voorkeur niet is ingeschakeld, kunt u op de tekst of het pad klikken om de tekst te selecteren. U stelt deze voorkeur in door Bewerken > Voorkeuren > Tekst (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Tekst (Mac OS) te kiezen.

Tekst zoeken en vervangen

  1. Kies Bewerken > Zoeken en vervangen.
  2. Typ de tekenreeks die u zoekt, en typ desgewenst de tekenreeks waardoor u deze wilt vervangen.

    U kunt allerlei speciale tekens kiezen uit de pop‑upmenu's rechts van de opties van Zoeken en Vervangen door.

  3. Als u de manier wilt aanpassen waarop de opgegeven tekenreeks wordt gezocht, selecteert u de gewenste opties hieronder.

    Identieke hoofdletters/kleine letters

    Hiermee zoekt u alleen naar tekenreeksen met hetzelfde hoofdlettergebruik als de tekst in het vak Zoeken.

    Heel woord zoeken

    Hiermee zoekt u alleen naar hele woorden die overeenkomen met de tekst in het vak Zoeken.

    Achteruit zoeken

    Hiermee doorzoekt u het bestand van de onderkant van de stapelvolgorde tot de bovenkant.

    Verborgen lagen controleren

    Hiermee zoekt u naar tekst in verborgen lagen. Als deze optie is uitgeschakeld, wordt tekst in verborgen lagen genegeerd.

    Vergrendelde lagen controleren

    Hiermee zoekt u naar tekst in vergrendelde lagen. Als deze optie is uitgeschakeld, wordt tekst in vergrendelde lagen genegeerd.

  4. Klik op Zoeken om met zoeken te beginnen.
  5. Als de opgegeven tekenreeks wordt gevonden, voert u een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op Vervangen om de tekenreeks te vervangen en klik op Volgende zoeken om de tekenreeks nogmaals te zoeken.

    • Klik op Vervangen en zoeken om de tekenreeks te vervangen en de volgende tekst te zoeken.

    • Klik op Alles vervangen om de tekenreeks overal in het document te vervangen.

  6. Klik op Gereed om het dialoogvenster te sluiten.

    Opmerking:

    Als u een tekenreeks nogmaals wilt zoeken terwijl het dialoogvenster Zoeken en vervangen is gesloten, klikt u op Bewerken > Volgende zoeken.

De kleur en het uiterlijk van tekens wijzigen

U kunt de kleur en het uiterlijk van tekstobjecten wijzigen door vullingen, lijnen, transparantie-instellingen, effecten en grafische stijlen toe te passen. U kunt de tekst bewerken totdat u de tekst hebt gerasterd.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer de tekens als u het uiterlijk van bepaalde tekens in een tekstobject wilt wijzigen.

    • Selecteer een tekstobject als u het uiterlijk van alle tekens in het tekstobject wilt wijzigen of meerdere vullingen en lijnen wilt toepassen.

    • Selecteer een tekstpad als u vullingen of lijnen op het tekstpad wilt toepassen.

  2. Pas naar wens vullingen, lijnen, transparantie-instellingen, effecten en grafische stijlen toe.

    Wanneer u de kleur van een tekstobject wijzigt, worden de kenmerken van de afzonderlijke tekens in het tekstobject overschreven.

    Opmerking:

    Gebruik het regelpaneel als u de kleur van geselecteerde tekst snel wilt wijzigen.

Overzicht van het deelvenster Teken

U gebruikt het deelvenster Teken (Venster > Tekst > Teken) om opmaakopties voor afzonderlijke tekens in uw documenten toe te passen. Als er tekst is geselecteerd of als de tool Tekst actief is, kunt u ook opties in het regelpaneel gebruiken om tekens op te maken.

Het deelvenster Teken
Het deelvenster Teken

A. Deelvenstermenu B. Lettertype C. Lettertypestijl D. Regelafstand E. Tekstspatiëring F. Letterbreedte G. Tekenrotatie H. Methode voor anti-aliasing I. Tekengrootte J. Tekenspatiëring K. Letterhoogte L. Verticale verplaatsing 
Tekenopties
A. Lettertype B. Lettertypestijl C. Tekengrootte D. Links uitlijnen E. Centreren F. Rechts uitlijnen 

Standaard worden alleen de meest gebruikte opties weergegeven in het deelvenster Teken. Kies Opties tonen in het deelvenstermenu als u alle opties wilt weergeven. U kunt ook op het dubbele driehoekje op de tab van het deelvenster klikken om door de weergavegrootten te bladeren.

Opmerking:

In Illustrator CC 2017 kunt u eenvoudig werken met tekstobjecten die een gezamenlijke lettertypefamilie hebben, maar een verschillende stijl of andersom. Als bijvoorbeeld twee tekstobjecten zijn geselecteerd die Arial als lettertypefamilie hebben, maar de een is standaard en de ander is vet, dan zal het veld Stijl leeg zijn en wordt Arial in het veld Lettertypefamilie getoond.

Tekst onderstrepen of doorhalen

  1. Selecteer de tekst die u wilt onderstrepen of doorhalen. Als u geen tekst selecteert, wordt de instelling toegepast op nieuwe tekst.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u tekst wilt onderstrepen, klikt u in het deelvenster Teken op de knop Onderstrepen .

    • Als u tekst wilt doorhalen, klikt u in het deelvenster Teken op de knop Doorhalen .

De standaarddikte van een onderstreping of doorhaling hangt af van de grootte van de tekst.

Kapitalen en kleinkapitalen toepassen

Als u tekst opmaakt in kleinkapitalen, worden automatisch de kleinkapitalen van het betrokken lettertype gebruikt, mits deze beschikbaar zijn. Als dat niet het geval is, worden de kleinkapitalen nagemaakt met kleinere versies van de gewone hoofdletters.

Kapitalen
Kapitalen (boven) vergeleken met kleinkapitalen (onder)

  1. Selecteer de tekens of tekstobjecten die u wilt wijzigen. Als u geen tekst selecteert, wordt de instelling toegepast op nieuwe tekst.
  2. Kies Kapitalen of Kleinkapitalen in het menu van het deelvenster Teken.

Als u de grootte van nagemaakte kleinkapitalen wilt opgeven, kiest u Bestand > Documentinstellingen. Typ voor de kleinkapitalen een percentage van de oorspronkelijke tekengrootte. (De standaardwaarde is 70%.)

Opmerking:

Als u het hoofdlettergebruik van tekst wilt wijzigen in hoofdletters, kleine letters, beginhoofdletters van woorden of hoofdletters als in een zin, gebruikt u de opdracht Tekst > Hoofd-kleine letter.

Het hoofdlettergebruik wijzigen

  1. Selecteer de tekens of tekstobjecten die u wilt wijzigen.
  2. Kies een van de volgende opties in het submenu Tekst > Hoofd-kleine letter:

    HOOFDLETTERS

    Hiermee wijzigt u alle tekens in hoofdletters.

    Opmerking: Met de opdracht HOOFDLETTERS worden handmatige ligaturen weer normale tekst. Bij een handmatige ligatuur aan het begin van een woord geldt dit ook voor de opdrachten Alles Beginhoofdletter en Als in een zin.

    kleine letters

    Hiermee wijzigt u alle tekens in kleine letters.

    Alles Beginhoofdletter

    Hiermee wijzigt u de eerste letter van elk woord in een hoofdletter.

    Als in een zin

    Hiermee wijzigt u de eerste letter van elke zin in een hoofdletter.

    Opmerking: Bij de opdracht Als in een zin wordt ervan uitgegaan dat de punt (.), het uitroepteken (!) en het vraagteken (?) het einde van zinnen aangeven. Door het toepassen van de opdracht Als in een zin kunnen er onverwachte wijzigingen in het hoofdlettergebruik optreden als deze tekens op een andere manier zijn gebruikt, zoals in afkortingen, bestandsnamen of URL's. Daarnaast kunnen eigennamen in kleine letters worden weergegeven.

    Tip: Als u een OpenType-lettertype gebruikt, kunt u met de opmaak Kapitalen een elegantere tekst maken.

Stilistische sets toepassen

Een stilistische set is een groep met glyph-alternatieven die kan worden toegepast op een geselecteerd tekstblok. Wanneer u een stilistische set toepast, vervangen de in de set gedefinieerde glyphs de standaard glyphs van het lettertype in de geselecteerde tekst. De naam die de ontwikkelaar van het lettertype aan de stilistische set heeft gegeven, wordt weergegeven op verschillende plaatsen in Illustrator. Voor sommige lettertypen geeft Illustrator de namen van de stilistische sets weer als Set 1, Set 2 enzovoort. U kunt meerdere stilistische sets op een stuk tekst toepassen. Zie Speciale tekens voor meer informatie over het toepassen van stilistische sets op een tekstselectie.

Ga als volgt te werk om stilistische sets toe te voegen aan een teken- of alineastijl.

  1. Kies Venster > Tekst > TekenstijlenAlineastijlen om het deelvenster Tekenstijlen of het deelvenster Alineastijlen te openen.

  2. Kies de optie Nieuwe tekenstijl/Nieuwe alineastijl in het deelvenstermenu.

  3. Selecteer het tabblad OpenType-kenmerken aan de linkerkant van het dialoogvenster Nieuwe tekenstijl/Nieuwe alineastijl.

  4. Klik op  en kies de gewenste stilistische sets in de lijst.

    Character-panel--stylistic-sets
    Stilistische sets toevoegen aan een tekenstijl
  5. Klik op OK.

Gekrulde of rechte aanhalingstekens opgeven

Typografische aanhalingstekens, vaak gekrulde aanhalingstekens genoemd, sluiten aan op de curven van het lettertype. Typografische aanhalingstekens worden traditioneel voor citaten en als apostrof gebruikt. Rechte aanhalingstekens worden traditioneel als afkorting van feet en inches gebruikt.

  1. Kies Bestand > Documentinstellingen, voer een van de volgende handelingen uit en klik op OK:
    • Als u rechte aanhalingstekens wilt gebruiken, schakelt u Typografische aanhalingstekens gebruiken uit.

    • Als u typografische aanhalingstekens wilt gebruiken, selecteert u Typografische aanhalingstekens gebruiken. Kies de taal waarvoor u de aanhalingstekens wilt gebruiken en kies opties voor Dubbele aanhalingstekens en Enkele aanhalingstekens.

      Opmerking: U kunt opties voor aanhalingstekens instellen voor meerdere talen. Deze aanhalingstekens worden toegepast op tekst die is gebaseerd op de taal die u toewijst met het deelvenster Teken of de voorkeur Standaardtaal.

      Tip: Met de opdracht Leestekens vervangen kunt u rechte aanhalingstekens vervangen door typografische aanhalingstekens.

Opties instellen voor anti-aliasing van tekstobjecten

Wanneer u een illustratie opslaat in een bitmapindeling, zoals JPEG, GIF of PNG, worden alle objecten 72 pixels per inch gerasterd en wordt op alle objecten anti-aliasing toegepast. Als de illustratie tekst bevat, leiden de standaardinstellingen voor anti-aliasing echter mogelijk niet tot de gewenste resultaten. Illustrator bevat verschillende opties voor het rasteren van tekst. U kunt deze opties gebruiken door tekstobjecten eerst om te zetten in pixels voordat u de illustratie opslaat.

  1. Selecteer het tekstobject en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u de tekst definitief wilt rasteren, kiest u Object > Rasteren.

    • Als u een gerasterd effect wilt creëren zonder de onderliggende structuur van het object te wijzigen, kiest u Effect > Rasteren.

  2. Kies een anti-aliasingoptie:

    Geen

    Kies deze optie om geen anti-aliasing toe te passen en de harde randen van tekst te behouden na het rasteren.

    Illustraties geoptimaliseerd (supersampling)

    Dit is de standaardoptie waarmee alle objecten, ook tekstobjecten, worden gerasterd met de opgegeven resolutie en waarmee anti-aliasing op de objecten wordt toegepast. De standaardresolutie is 300 pixels per inch.

    Tekst geoptimaliseerd (aanbevolen)

    Kies deze optie om de meest geschikte anti-aliasing voor tekst toe te passen. Met anti-aliasing wordt de weergave van rafelige randen in de gerasterde afbeelding beperkt en wordt tekst vloeiender op het scherm weergegeven. Kleine tekens kunnen echter moeilijker te lezen zijn.

Superscript of subscript maken

Superscript- en subscript-tekst (ook Superior- en Inferior-tekst genoemd) is verkleinde tekst die is verhoogd of verlaagd ten opzichte van de basislijn van een lettertype.

Wanneer u superscript- of subscripttekst maakt, worden een vooraf gedefinieerde waarde voor verticale verplaatsing en een vooraf gedefinieerde tekstgrootte toegepast. De toegepaste waarden zijn percentages van de huidige waarden voor tekengrootte en regelafstand, gebaseerd op de instellingen in de sectie Tekst van het dialoogvenster Documentinstellingen.

Superscript of subscript maken in gewone lettertypen

  1. Selecteer de tekst die u wilt wijzigen. Als u geen tekst selecteert, wordt alle nieuwe tekst die u maakt, als superscript of subscript gerenderd.
  2. Kies Superscript of Subscript in het menu van het deelvenster Teken. U kunt het deelvenster Teken openen vanuit het regelpaneel.
    Superscript-and-Subscript-options-in-the-Character-panel-menu_2
    Opties Superscript of Subscript in het menu van het deelvenster Teken
    Opties Superscript of Subscript in het menu van het deelvenster Teken

    A. CALLOUT_DEFINITION B. CALLOUT_DEFINITION C. CALLOUT_DEFINITION 

Superscript of subscript maken in OpenType-lettertypen

  1. Selecteer de tekens die u in superscript of subscript wilt wijzigen. Als u geen tekst selecteert, wordt de instelling toegepast op nieuwe tekst.
  2. Zorg ervoor dat een OpenType-lettertype is geselecteerd. Een manier om vast te stellen of een lettertype een OpenType-lettertype is, is door in het menu Tekst > Lettertype te kijken; bij OpenType-lettertypen wordt het pictogram  weergegeven.
  3. Selecteer een optie in het pop‑upmenu Positie in het deelvenster OpenType:

    Standaardpositie

    Hiermee gebruikt u de standaardpositie voor het huidige lettertype.

    Superscript/Superior

    Hiermee gebruikt u verhoogde tekens (mits deze beschikbaar zijn in het huidige lettertype).

    Subscript/Inferior

    Hiermee gebruikt u verlaagde tekens (mits deze beschikbaar zijn in het huidige lettertype).

    Teller

    Hiermee geeft u tekens weer als tellers van breuken (mits deze beschikbaar zijn in het huidige lettertype).

    Noemer

    Hiermee geeft u tekens weer als noemers van breuken (mits deze beschikbaar zijn in het huidige lettertype).

De grootte en de positie van superscript of subscript wijzigen

  1. Kies Bestand > Documentinstellingen, geef de volgende waarden voor superscript en subscript op en klik op OK:
    • Geef in het tekstvak Grootte aan met welk percentage tekst die als superscript of subscript wordt weergegeven moet worden verkleind.

    • Geef in het tekstvak Positie aan met welk percentage van de normale regelafstand tekst die als superscript of subscript wordt weergegeven, moet worden opgeschoven.

Tekst omzetten in contouren

U kunt tekst omzetten in een set van gemengde paden, of contouren, die u kunt bewerken en hanteren zoals u met elk ander grafisch object zou doen. Tekst als contouren is handig om de look van tekst met een grote weergave te wijzigen, maar het is zelden handig voor grote hoeveelheden tekst of andere tekst met een kleine grootte.

Informatie over de lettertypecontouren komt uit de lettertypebestanden zelf die op uw systeem zijn geïnstalleerd. Bij het maken van contouren uit tekst worden tekens op de huidige positie omgezet met behoud van alle opmaak van afbeeldingen, zoals hun lijn en vulling.

Een lettervorm wijzigen
Een lettervorm wijzigen

A. Oorspronkelijk tekstobject B. Tekst omgezet in contouren, losgekoppeld en gewijzigd 

Opmerking:

U kunt bitmaplettertypen of lettertypen die tegen contouren zijn beschermd, niet naar contouren omzetten.

Als u tekst omzet in contouren, verliest de tekst zijn hints. Dit zijn instructies die in contourlettertypen zijn ingebouwd om de vorm aan te passen, zodat de lettertypen bij uiteenlopende grootten optimaal kunnen worden weergegeven of afgedrukt. Als u de tekst wilt schalen, past u de puntgrootte aan voordat u omzet.

U moet de volledige tekst in een selectie omzetten; u kunt in een string tekst niet alleen maar één letter omzetten. Om één letter in een contour om te zetten, maakt u een afzonderlijk tekstobject aan dat alleen die letter bevat.

  1. Selecteer het tekstobject.
  2. Kies Tekst > Contouren maken.

Een getalstijl kiezen in OpenType-lettertypen

  1. Als u de stijl van bestaande getallen wilt wijzigen, selecteert u de tekens of tekstobjecten die u wilt wijzigen. Als u geen tekst selecteert, wordt de instelling toegepast op nieuwe tekst.
  2. Zorg ervoor dat een OpenType-lettertype is geselecteerd.
  3. Selecteer een optie in het pop‑upmenu Cijfer in het deelvenster OpenType:

    Standaard cijferstijl

    Hiermee gebruikt u de standaardstijl voor het huidige lettertype.

    Tabellarische uitlijning

    Hiermee gebruikt u cijfers met de volledige hoogte en dezelfde breedte (mits deze beschikbaar zijn voor het huidige lettertype). Deze optie komt van pas als getallen op regels moeten worden uitgelijnd, zoals in tabellen.

    Proportionele uitlijning

    Hiermee gebruikt u cijfers met de volledige hoogte en verschillende breedten (mits deze beschikbaar zijn voor het huidige lettertype). Deze optie is bedoeld voor tekst waarin alleen kapitalen worden gebruikt.

    Proportioneel mediaeval

    Hiermee gebruikt u cijfers met verschillende hoogten en verschillende breedten (mits deze beschikbaar zijn voor het huidige lettertype). Deze optie is bedoeld voor een klassiek, stijlvol aspect in tekst waarin niet alleen kapitalen worden gebruikt.

    Tabellarisch mediaeval

    Hiermee gebruikt u cijfers met verschillende hoogten en dezelfde breedte (mits deze beschikbaar zijn voor het huidige lettertype). Deze optie is geschikt voor een klassieke aanblik van OldStyle-cijfers als u deze in kolommen moet uitlijnen voor bijvoorbeeld een jaarverslag.

Breuken en rangtelwoorden in OpenType-lettertypen opmaken

Wanneer u een OpenType-lettertype gebruikt, kunt u rangtelwoorden automatisch met superscripttekens opmaken (bijvoorbeeld ). Superscripttekens zoals de "a" en "o" in de Spaanse woorden segunda () en segundo () worden ook correct opgemaakt. U kunt door schuine strepen gescheiden getallen (zoals 1/2) omzetten in een breuk met een breukteken (zoals ).

  1. Selecteer de tekens of tekstobjecten waarop u de instelling wilt toepassen. Als u geen tekst selecteert, wordt de instelling toegepast op nieuwe tekst.
  2. Zorg ervoor dat een OpenType-lettertype is geselecteerd.
  3. Klik in het deelvenster OpenType op de knop Rangtelwoorden om rangtelwoorden in of uit te schakelen of op de knop Breuken om breuken in of uit te schakelen. Deze knoppen zijn alleen effectief als het lettertype rangtelwoorden en breuken bevat.

Leestekens vervangen gebruiken

Met de opdracht Leestekens vervangen zoekt u naar toetsenbordleestekens en vervangt u deze door de typografische equivalenten. Daarnaast kunt u de opdracht Leestekens zoeken gebruiken om ligaturen en breuken in de gehele tekst te plaatsen als het lettertype deze tekens bevat.

Opmerking:

Gebruik het deelvenster OpenType in plaats van het dialoogvenster Leestekens vervangen om ligaturen en breuken te maken als u gebruikmaakt van een OpenType-lettertype.

  1. Als u de tekens in een bepaald deel van de tekst wilt vervangen in plaats van in het gehele document, selecteert u de gewenste tekstobjecten of tekens.
  2. Kies Tekst > Leestekens vervangen.
  3. Kies een of meer van de volgende opties:

    ff-, fi-, ffi-ligaturen

    Hiermee worden de lettercombinaties ff, fi of ffi als ligaturen gerenderd.

    ff-, fl-, ffl-ligaturen

    Hiermee worden de lettercombinaties ff, fl of ffl als ligaturen gerenderd.

    Typografische aanhalingstekens

    Hiermee wijzigt u de rechte aanhalingstekens van het toetsenbord in gekrulde aanhalingstekens.

    Opmerking: Als u de optie Typografische aanhalingstekens selecteert, worden rechte aanhalingstekens altijd omgezet in gekrulde aanhalingstekens, ongeacht de instellingen bij de opties Dubbele aanhalingstekens en Enkele aanhalingstekens in het dialoogvenster Documentinstellingen.

    Eén spatie na punt

    Hiermee verwijdert u meerdere spaties na een punt.

    En-, Em-streepjes

    Hiermee vervangt u een dubbel toetsenbordstreepje door een en-streepje en een driedubbel toetsenbordstreepje door een em-streepje.

    Beletseltekens

    Hiermee vervangt u drie toetsenbordpunten door een beletselteken.

    Expert-breuken

    Hiermee vervangt u losse tekens die worden gebruikt om breuken weer te geven, door een equivalent dat uit één teken bestaat.

  4. Kies Hele document als u tekstsymbolen in het gehele bestand wilt vervangen. Kies Selectie als u alleen symbolen in geselecteerde tekst wilt vervangen.
  5. (Optioneel) Schakel Resultaten melden in als u het aantal vervangen symbolen wilt weergeven.
  6. Klik op OK om de geselecteerde tekens te zoeken en te vervangen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid