Handboek Annuleren

Paden bewerken

  1. Illustrator Handboek
  2. Kennismaken met Illustrator
    1. Inleiding tot Illustrator
      1. Nieuw in Illustrator
      2. Algemene vragen
      3. Systeemvereisten voor Illustrator
      4. Illustrator voor Apple silicon
    2. Werkruimte
      1. Basisbeginselen van de werkruimte
      2. Documenten maken
      3. Werkbalk
      4. Standaardsneltoetsen
      5. Sneltoetsen aanpassen
      6. Inleiding in tekengebieden
      7. Tekengebieden beheren
      8. De werkruimte aanpassen
      9. Deelvenster Eigenschappen
      10. Voorkeuren instellen
      11. Werkruimte voor aanraken
      12. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Illustrator
      13. Herstellen, ongedaan maken, geschiedenis en automatisch uitvoeren
      14. Weergave draaien
      15. Linialen, rasters en hulplijnen
      16. Toegankelijkheid in Illustrator
      17. Veilige modus
      18. Illustraties weergeven
      19. De Touch Bar gebruiken met Illustrator
      20. Bestanden en sjablonen
    3. Gereedschappen in Illustrator
      1. Overzicht van gereedschappen
      2. Selectiegereedschappen
        1. Selectie
        2. Direct selecteren
        3. Groep selecteren
        4. Toverstaf
        5. Lasso
        6. Tekengebied
      3. Navigatiegereedschappen
        1. Handje
        2. Weergave draaien
        3. Zoomen
      4. Schildergereedschappen
        1. Verloop
        2. Net
        3. Vormen maken
      5. Tekstgereedschappen
        1. Tekst
        2. Tekst op een pad
        3. Verticale tekst
      6. Tekengereedschappen
        1. Pen
        2. Ankerpunt-toevoegen
        3. Ankerpunt verwijderen
        4. Ankerpunt
        5. Kromming
        6. Lijnsegment
        7. Rechthoek
        8. Afgeronde rechthoek
        9. Ovaal
        10. Veelhoek
        11. Ster
        12. Penseel
        13. Klodderpenseel
        14. Potlood
        15. Shaper
        16. Segment
      7. Bewerkingsgereedschappen
        1. Roteren
        2. Spiegelen
        3. Schalen
        4. Schuin
        5. Breedte
        6. Vrije transformatie
        7. Pipet
        8. Overvloeien
        9. Gummetje
        10. Schaar
  3. Illustrator op de iPad
    1. Inleiding in Illustrator op de iPad
      1. Overzicht van Illustrator op de iPad
      2. Veelgestelde vragen over Illustrator op de iPad
      3. Systeemvereisten | Illustrator op de iPad
      4. Wat u wel of niet kunt doen in Illustrator op de iPad
    2. Werkruimte
      1. De werkruimte van Illustrator op de iPad
      2. Snelknoppen en bewegingen
      3. Sneltoetsen voor Illustrator op de iPad
      4. Uw app-instellingen beheren
    3. Documenten
      1. Werken met documenten in Illustrator op de iPad
      2. Photoshop- en Fresco-documenten importeren
    4. Objecten selecteren en rangschikken
      1. Herhaalde objecten maken
      2. Objecten laten overvloeien
    5. Tekenen
      1. Paden tekenen en bewerken
      2. Vormen tekenen en bewerken
    6. Tekst
      1. Werken met tekst en lettertypen
      2. Tekstontwerpen langs een pad maken
      3. Uw eigen lettertypen toevoegen
    7. Werken met afbeeldingen
      1. Rasterafbeeldingen omzetten in vectoren
    8. Kleur
      1. Kleuren en verlopen toepassen
  4. Clouddocumenten
    1. Basisbeginselen
      1. Werken met Illustrator-clouddocumenten
      2. Illustrator-clouddocumenten delen en eraan samenwerken
      3. Cloudopslag voor Adobe Illustrator upgraden
      4. Illustrator-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Problemen oplossen
      1. Problemen met het maken of opslaan van clouddocumenten in Illustrator oplossen
      2. Problemen met clouddocumenten in Illustrator oplossen
  5. Inhoud toevoegen en bewerken
    1. Tekenen
      1. Grondbeginselen van tekenen
      2. Paden bewerken
      3. Pixel-perfecte illustraties tekenen
      4. Tekenen met de pen, het potlood of het gereedschap Kromming
      5. Eenvoudige lijnen en vormen tekenen
      6. Afbeeldingen overtrekken
      7. Een pad vereenvoudigen
      8. Perspectiefrasters definiëren
      9. Symboolgereedschappen en symboolsets
      10. Padsegmenten aanpassen
      11. Een bloem ontwerpen in 5 eenvoudige stappen
      12. Perspectief tekenen
      13. Symbolen
      14. Paden met pixeluitlijning tekenen voor webworkflows
    2. 3D-effecten en Adobe Substance-materialen
      1. Over 3D-effecten in Illustrator
      2. 3D-afbeeldingen maken
      3. Illustraties toewijzen aan 3D-objecten
      4. 3D-objecten maken
      5. 3D-tekst maken
    3. Kleur
      1. Kleuren
      2. Kleuren selecteren
      3. Stalen gebruiken en maken
      4. Kleuren aanpassen
      5. Het deelvenster Adobe Color-thema's gebruiken
      6. Kleurgroepen (harmonieën)
      7. Deelvenster Kleurthema's
      8. Illustraties opnieuw kleuren
    4. Schilderen
      1. Informatie over schilderen
      2. Schilderen met vullingen en lijnen
      3. Groepen van Actieve verf
      4. Verlopen
      5. Penselen
      6. Transparantie- en overvloeiingsmodi
      7. Lijnen toepassen op een object
      8. Patronen maken en bewerken
      9. Netten
      10. Patronen
    5. Objecten selecteren en rangschikken
      1. Objecten selecteren
      2. Lagen
      3. Objecten groeperen en uitbreiden
      4. Objecten verplaatsen, uitlijnen en verdelen
      5. Objecten stapelen    
      6. Objecten vergrendelen, verbergen en verwijderen
      7. Objecten dupliceren
      8. Objecten roteren en spiegelen
    6. Objecten omvormen
      1. Afbeeldingen uitsnijden
      2. Objecten transformeren
      3. Objecten combineren
      4. Objecten knippen, splitsen en verkleinen
      5. Marionet verdraaien
      6. Objecten schalen, schuintrekken en vervormen
      7. Objecten laten overvloeien
      8. Omvormen met omhulsels
      9. Objecten omvormen met effecten
      10. Nieuwe vormen maken met de gereedschappen Shaper en Vormen maken
      11. Werken met actieve hoeken
      12. Verbeterde workflows voor omvormen met ondersteuning voor aanraking
      13. Uitknipmaskers bewerken
      14. Actieve vormen
      15. Vormen maken met het gereedschap Vormen maken
      16. Algemene bewerking
    7. Tekst
      1. Tekst en ander werk toevoegen met tekstobjecten
      2. Genummerde lijsten en lijsten met opsommingstekens maken
      3. Tekstgebied beheren
      4. Lettertypen en typografie
      5. Tekst opmaken
      6. Tekst importeren en exporteren
      7. Alinea's opmaken
      8. Speciale tekens
      9. Tekst op een pad maken
      10. Teken- en alineastijlen
      11. Tabs
      12. Informatie over tekst
      13. Ontbrekende lettertypen zoeken (Typekit-workflow)
      14. Tekst uit Illustrator 10 bijwerken
      15. Arabische en Hebreeuwse tekst
      16. Lettertypen | Veelgestelde vragen en tips voor probleemoplossing
      17. Een 3D-teksteffect maken
      18. Creatieve typografische ontwerpen
      19. Tekst schalen en roteren
      20. Regelafstand en tekenafstand
      21. Woordafbreking en regelafbreking
      22. Tekstverbeteringen
      23. Spelling- en taalwoordenboeken
      24. Aziatische tekens opmaken
      25. Composers voor Aziatische schriften
      26. Tekstontwerpen maken met overvloeiobjecten
      27. Een tekstposter maken met Afbeeldingen overtrekken
    8. Speciale effecten maken
      1. Werken met effecten
      2. Afbeeldingsstijlen
      3. Een slagschaduw maken
      4. Vormgevingskenmerken
      5. Schetsen en mozaïeken maken
      6. Slagschaduw, gloed en doezeleffect
      7. Overzicht van effecten
    9. Webafbeeldingen
      1. Aanbevolen procedures voor het maken van webafbeeldingen
      2. Grafieken
      3. SVG
      4. Animaties maken
      5. Segmenten en afbeeldingen met hyperlinks
  6. Importeren, exporteren en opslaan
    1. Importeren
      1. Meerdere bestanden plaatsen
      2. Gekoppelde en ingesloten bestanden beheren
      3. Informatie over koppelingen
      4. Het insluiten van afbeeldingen ongedaan maken
      5. Illustraties importeren uit Photoshop
      6. Bitmapafbeeldingen importeren
      7. Adobe PDF-bestanden importeren
      8. EPS-, DCS- en AutoCAD-bestanden importeren
    2. Creative Cloud Libraries in Illustrator 
      1. Creative Cloud Libraries in Illustrator
    3. Opslaan
      1. Illustraties opslaan
    4. Exporteren
      1. Illustrator-illustraties gebruiken in Photoshop
      2. Een illustratie exporteren
      3. Assets verzamelen en exporteren in batches
      4. Bestanden in een pakket opnemen
      5. Adobe PDF-bestanden maken
      6. CSS extraheren | Illustrator CC
      7. Adobe PDF-opties
      8. Bestandsinformatie en metagegevens
  7. Afdrukken
    1. Voorbereiden op afdrukken
      1. Documenten instellen voor afdrukken
      2. Het paginaformaat en de afdrukstand wijzigen
      3. Snijtekens opgeven voor bijsnijden of uitlijnen
      4. Aan de slag met een groot canvas
    2. Afdrukken
      1. Overdrukken
      2. Afdrukken met kleurbeheer
      3. Afdrukken met PostScript
      4. Afdrukvoorinstellingen
      5. Drukkersmarkeringen en afloopgebieden
      6. Transparante illustraties afdrukken en opslaan
      7. Overvullen
      8. Kleurscheidingen afdrukken
      9. Verlopen, netten en kleurovervloeiingen afdrukken
      10. Witte overdruk
  8. Taken automatiseren
    1. Gegevens samenvoegen met behulp van het deelvenster Variabelen
    2. Automatiseren met behulp van scripts
    3. Automatiseren met behulp van handelingen
  9. Problemen oplossen 
    1. Crashproblemen
    2. Bestanden herstellen na een crash
    3. Problemen met bestanden
    4. Ondersteunde bestandsindelingen
    5. Problemen met GPU-stuurprogramma's
    6. Problemen met Wacom-apparaten
    7. Problemen met DLL-bestanden
    8. Geheugenproblemen
    9. Problemen met voorkeurenbestanden
    10. Lettertypeproblemen
    11. Printerproblemen
    12. Foutrapport delen met Adobe
    13. De prestaties van Illustrator verbeteren

Lees hoe u paden bewerkt, omvormt, vereenvoudigt of vloeiend maakt met behulp van verschillende gereedschappen in Illustrator.

Paden, segmenten en ankerpunten selecteren

Voordat u de vorm van een pad kunt wijzigen of een pad kunt bewerken, moet u de ankerpunten of segmenten van het pad of een combinatie van beide selecteren.

Ankerpunten selecteren

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u de punten kunt zien, klikt u erop met het gereedschap Direct selecteren  om ze te selecteren. Houd Shift ingedrukt en klik om meerdere punten te selecteren.
  • Selecteer het gereedschap Direct selecteren en sleep een kader rond de ankerpunten. Houd Shift ingedrukt en sleep rond extra ankerpunten om deze te selecteren.
  • U kunt ankerpunten selecteren op geselecteerde of niet-geselecteerde paden. Plaats het gereedschap Direct selecteren boven het ankerpunt totdat de aanwijzer een leeg vierkantje weergeeft voor niet-geselecteerde paden en een gevuld vierkantje voor geselecteerde paden in een vergrote status. Klik vervolgens op het ankerpunt. Houd Shift ingedrukt en klik op extra ankerpunten om deze te selecteren.
  • Selecteer de lasso  en sleep rond de ankerpunten. Houd Shift ingedrukt en sleep rond extra ankerpunten om deze te selecteren.

Padsegmenten selecteren

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Selecteer het gereedschap Direct selecteren en klik binnen twee pixels van het segment of sleep een selectiekader over een deel van het segment. Houd Shift ingedrukt en klik of sleep rond extra padsegmenten om deze te selecteren.
  • Selecteer de lasso  en sleep rond een gedeelte van het padsegment. Houd Shift ingedrukt en sleep rond extra segmenten om deze te selecteren.

Alle ankerpunten en segmenten in een pad selecteren

  • Selecteer het gereedschap Direct selecteren of de lasso.
  • Sleep rond het hele pad.

Als het pad is gevuld, kunt u met het gereedschap Direct selecteren ook binnen het pad klikken om alle ankerpunten te selecteren.

Een pad kopiëren

Selecteer een pad of een segment met het gereedschap Selecteren of Direct selecteren en voer een van de volgende handelingen uit:

  • Gebruik de standaardmenufuncties om paden in of tussen apps te kopiëren en te plakken.
  • Houd Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt en sleep het pad naar de gewenste positie.

Ankerpunten toevoegen en verwijderen

Met extra ankerpunten krijgt u meer controle over het pad of kunt u een open pad verlengen. Het is echter niet altijd nodig om meer punten toe te voegen, omdat dit het pad ingewikkeld maakt. Een pad met minder punten kan makkelijker worden bewerkt, weergegeven en afgedrukt. U kunt een pad minder complex maken door overbodige punten te verwijderen. 

Een ankerpunt toevoegen of verwijderen

Ga als volgt te werk om een ankerpunt toe te voegen:

  • Selecteer de pen  of het gereedschap Ankerpunt toevoegen .
    Opmerking: De pen verandert in het gereedschap Ankerpunt toevoegen als u de pen op een geselecteerd pad plaatst.
  • Klik op het padsegment.

Ga als volgt te werk om een ankerpunt te verwijderen:

  • Selecteer de pen of het gereedschap Ankerpunt verwijderen en klik op het ankerpunt.
    Opmerking: De pen verandert in het gereedschap Ankerpunt verwijderen wanneer u de pen op een ankerpunt plaatst.
  • Selecteer het punt met het gereedschap Direct selecteren en klik op Geselecteerde ankerpunten verwijderen  in het regelpaneel.
Opmerking:

Verwijder ankerpunten niet met de toets Delete of Backspace of met de opdrachten Bewerken > Knippen en Bewerken > Wissen. Met deze toetsen en opdrachten worden ook de lijnsegmenten verwijderd die zijn verbonden met dat punt.

Losse ankerpunten zoeken en verwijderen

Losse ankerpunten zijn individuele punten die niet met andere ankerpunten zijn verbonden. Het is aan te raden losse ankerpunten te zoeken en te verwijderen.

  1. Hef de selectie van alle objecten op.

  2. Kies Selecteren > Object > Losse ankerpunten.

  3. Kies de opdrachten Bewerken > Knippen of Bewerken > Wissen of druk op de toetsen Delete of Backspace op het toetsenbord.

Automatisch overschakelen naar de pen uitschakelen of tijdelijk opheffen

U kunt het automatisch overschakelen naar het gereedschap Ankerpunten toevoegen of Ankerpunten verwijderen uitschakelen of tijdelijk opheffen.

  • Als u het overschakelen tijdelijk wilt opheffen, houdt u Shift ingedrukt terwijl u de pen op het geselecteerde pad of op een ankerpunt plaatst. Dit is handig wanneer u een nieuw pad bovenop een bestaand pad wilt laten beginnen. Als u wilt voorkomen dat Shift de pen beperkt, laat u Shift los voordat u de muisknop loslaat.

  • Als u het overschakelen wilt uitschakelen, kies dan Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS) en selecteer Automatisch toevoegen/verwijderen uitschakelen.

Een eenvoudig en vloeiend pad maken

Illustrator biedt functies om paden vloeiender te maken en om paden te vereenvoudigen door overbodige ankerpunten te verwijderen. Zie Een pad vereenvoudigen voor meer informatie.

De positie van ankerpunten middelen

  1. Selecteer twee of meer ankerpunten (op hetzelfde pad of op verschillende paden).

  2. Kies Object > Pad > Gemiddelde nemen.

  3. Geef aan of u wilt middelen langs de horizontale as (X), de verticale as (Y) of beide assen en klik op OK.

Punten op een pad omzetten

U kunt de vloeiende punten op een pad omzetten in hoekpunten en andersom. Met de opties in het regelpaneel kunt u snel meerdere ankerpunten omzetten. Met het gereedschap Ankerpunt omzetten kunt u ervoor kiezen om slechts één zijde van het punt om te zetten. Verder kunt u de curve exact wijzigen tijdens het omzetten van het punt.

Een of meer ankerpunten omzetten via het regelpaneel

Als u de opties voor het omzetten van ankerpunten in het regelpaneel wilt gebruiken, selecteert u niet het hele object, maar alleen de relevante ankerpunten. Als u meerdere objecten selecteert, moet een van de objecten slechts gedeeltelijk zijn geselecteerd. Als u gehele objecten selecteert, veranderen de opties in het regelpaneel in opties die betrekking hebben op het gehele object.

  1. Als u een of meer hoekpunten wilt omzetten in vloeiende punten, selecteert u de punten en klikt u vervolgens op de knop Geselecteerde ankerpunten omzetten in vloeiend  in het deelvenster Beheer.

  2. Als u een of meer vloeiende punten wilt omzetten in hoekpunten, selecteert u de punten en klikt u vervolgens op de knop Geselecteerde ankerpunten omzetten in hoek  in het deelvenster Beheer.

Een ankerpunt nauwkeurig omzetten met het gereedschap Ankerpunt omzetten

  1. Selecteer het hele pad dat u wilt wijzigen, zodat de bijbehorende ankerpunten worden weergegeven.

  2. Selecteer het gereedschap Ankerpunt omzetten .

  3. Plaats het gereedschap Ankerpunt omzetten op het gewenste ankerpunt en ga dan als volgt te werk:

    • Als u een hoekpunt naar een vloeiend punt wilt omzetten, sleept u een richtingspunt van het hoekpunt af.

    Tool Ankerpunt omzetten
    Een richtingspunt van een hoekpunt afslepen om een vloeiend punt te maken

    • U zet een vloeiend punt om in een hoekpunt zonder richtingslijnen door op het vloeiend punt te klikken.

    Tool Ankerpunt omzetten
    Op een vloeiend punt klikken om een hoekpunt te maken

    • U zet een vloeiend punt om in een hoekpunt met onafhankelijke richtingslijnen door een van de twee richtingspunten te slepen.

    Tool Ankerpunt omzetten
    Een vloeiend punt naar een hoekpunt omzetten

    • Om een hoekpunt zonder richtingslijnen om te zetten in een hoekpunt met onafhankelijke richtingslijnen, sleept u eerst een richtingspunt weg van een hoekpunt (waardoor dit verandert in een vloeiend punt met richtingslijnen). Laat alleen de muisknop los (houd de toetsen ingedrukt die u wellicht hebt gebruikt om de tool Ankerpunt omzetten te activeren) en sleep een van de twee richtingspunten.

De cursor voor het omvormen van segmenten ondersteunt het omvormen met aanraakinvoer op apparaten met aanraakfunctionaliteit en de werkruimte voor aanraken. Voer de volgende stappen uit om het gereedschap Ankerpunt omzetten te gebruiken:

  1. Selecteer het gereedschap Ankerpunt omzetten en houd de aanwijzer boven een padsegment.

  2. Wanneer de cursor voor het omvormen van segmenten wordt weergegeven, sleept u het padsegment om het om te vormen.

    Een lijnsegment omvormen met het hulpmiddel Ankerpunt
    Illustratie gewijzigd door omvormen van een lijnsegment met het gereedschap Ankerpunt

    A. Originele illustratie B. Een segment omvormen met het hulpmiddel Ankerpunt C. Gewijzigde vorm 

  3. Als u een kopie van het padsegment wilt maken, drukt u tijdens het uitvoeren van Stap 2 op Alt/Option.

  4. Als u een halfrond segment wilt maken, houdt u Shift tijdens het omvormen ingedrukt. Als u de wijzigingstoets Shift ingedrukt houdt, kunnen de handgrepen alleen in een loodrechte richting worden verplaatst en blijven de handgrepen even lang.

Wissen in illustraties

U kunt delen van een illustratie wissen met het gereedschap Padgummetje of Gummetje of met het gummetje op een Wacom-tekenpen. Met het gereedschap Padgummetje  kunt u delen van een pad wissen door langs het pad te slepen. Met dit gereedschap kunt u het wissen beperken tot een padsegment, zoals één hoek van een driehoek. Met het gereedschap Gummetje  en het gummetje op een Wacom-tekenpen kunt u elk deel van een illustratie wissen, ongeacht de structuur ervan. U kunt het gummetje toepassen op paden, samengestelde paden, paden binnen groepen van Actieve verf en uitknippaden.

Wissen in illustraties
Met het padgummetje kunt u delen van een pad wissen (links). Met het gummetje kunt u een deel van een gegroepeerd object wissen (rechts)

Een deel van een pad wissen met het padgummetje

  1. Selecteer het object.

  2. Selecteer het gereedschap Padgummetje .

  3. Sleep het gummetje langs de lengte van het padsegment dat u wilt wissen. Sleep voor het beste resultaat in een enkele, vloeiende beweging.

Objecten wissen met het gummetje

  1. Voer een van de volgende stappen uit:

    • Als u specifieke objecten wilt wissen, selecteert u de objecten of opent u de objecten in de isolatiemodus.

    • Als u een willekeurig object in het tekengebied wilt wissen, selecteert u geen van de objecten.

    Als u niets hebt geselecteerd, wist het gummetje door en over alle lagen heen.

  2. Selecteer het gereedschap Gummetje .

  3. (Optioneel) Dubbelklik op het gereedschap Gummetje en geef de opties op.

  4. Sleep over het gebied dat u wilt wissen. U kunt de tool op de volgende manieren gebruiken:

    • Houd tijdens het slepen Shift ingedrukt als u met het gummetje alleen verticaal, horizontaal of diagonaal wilt gummen.

    • Houd tijdens het slepen Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt als u een selectiekader rond een gebied wilt maken en daarbinnen alles wilt wissen. Als u een vierkant selectiekader wilt, drukt u tijdens het slepen op Alt + Shift (Windows) of op Option + Shift (Mac OS).

Objecten wissen met het gummetje van een Wacom-tekenpen

Als u een tekenpen omkeert, wordt automatisch het gummetje geactiveerd. Als u de tekenpen nogmaals omkeert, wordt het laatst gebruikte gereedschap weer geactiveerd.

  • Draai de tekenpen om en sleep over het gebied dat u wilt wissen. Als u harder drukt, neemt de breedte van het gewiste pad toe. (Het is mogelijk dat u eerst de optie Druk moet selecteren in het dialoogvenster Opties voor gummetje.)

Opties voor het gummetje

U kunt de opties voor het gummetje wijzigen door te dubbelklikken op het gummetje in het deelvenster Gereedschappen.

Opmerking:

U kunt de diameter altijd vergroten door op ] te drukken of verkleinen door op [ te drukken.

Hoek

Hiermee bepaalt u de rotatiehoek voor het gereedschap. Versleep de pijl in de voorvertoning of voer in het tekstvak Hoek een waarde in.

Ronding

Hiermee bepaalt u de ronding van het gereedschap. Sleep een van de zwarte stippen in de voorvertoning van of naar het midden, of geef een waarde op in het tekstvak Ronding. Hoe hoger de waarde, des te groter de ronding.

Diameter

Hiermee bepaalt u de diameter van het gereedschap. Gebruik de schuifregelaar Diameter of geef een waarde op in het tekstvak Diameter.

Met het vervolgkeuzemenu rechts van elke optie kunt u variaties aanbrengen in de vorm van de tool. Kies een van de volgende opties:

Vast

Hiermee wordt een vaste hoek, ronding of diameter ingevoerd.

Willekeurig

Hiermee stelt u in dat er wordt gewerkt met willekeurige variaties in de hoek, ronding of diameter. Typ een waarde in het tekstvak Variatie om het bereik op te geven voor de variatie in de penseelkenmerken. Bijvoorbeeld met een diameter van 15 en een variatie van 5, kan de diameter variëren van 10 tot en met 20.

Druk

Hiermee stelt u in dat de hoek, ronding of diameter varieert op basis van de druk van een tekenpen. Deze optie is vooral handig bij Diameter. Deze optie is alleen beschikbaar als u een grafisch tablet gebruikt. Typ een waarde in het tekstvak Variatie om op te geven hoeveel de penseelkenmerken kunnen variëren ten opzichte van de oorspronkelijke waarde. Als de waarde voor Ronding bijvoorbeeld 75% is en de waarde voor Variatie 25%, is de lichtste lijn 50% en de dikste lijn 100%. Hoe lichter de druk, des te groter de hoek van de penseelstreek.

Pendrukschijf

Hiermee stelt u in dat de variatie van de diameter wordt bepaald met de pendrukschijf.

Overhelling

Hiermee stelt u in dat de hoek, ronding of diameter varieert op basis van de overhelling van een tekenpen. Deze optie is vooral handig bij Ronding. Deze optie is alleen beschikbaar als u een tekentablet gebruikt die de hellingsrichting van de pen kan detecteren.

Draairichting

Hiermee stelt u in dat de hoek, ronding of diameter varieert op basis van de druk van een tekenpen. Deze optie is vooral handig om de hoek van kalligrafische penselen te variëren, met name wanneer u het penseel als een verfkwast gebruikt. Deze optie is alleen beschikbaar als u een tekentablet gebruikt die kan bepalen in welke mate de pen verticaal is.

Rotatie

Hiermee stelt u in dat de hoek, ronding of diameter varieert op basis van de rotatiewijze van de tekenpenpunt. Deze optie is vooral handig om de hoek van kalligrafische penselen te variëren, met name wanneer u het penseel als een stift met platte punt gebruikt. Deze optie is alleen beschikbaar als u een tekentablet gebruikt die dit type rotatie kan detecteren.

Een pad splitsen

U kunt een pad splitsen op elk ankerpunt of langs elk segment. Neem de volgende richtlijnen in acht bij het splitsen van paden:

  • Als u een gesloten pad in twee open paden wilt splitsen, moet u het pad op twee plaatsen delen. Deelt u een gesloten pad slechts een keer, dan krijgt u één pad met een tussenruimte.

  • Paden die als gevolg van delen ontstaan, nemen de instellingen van het originele pad over, zoals de lijndikte en vulkleur. De uitlijning van de lijn wordt automatisch opnieuw ingesteld op het middelpunt.

  1. (Optioneel) Selecteer het pad om de huidige ankerpunten weer te geven.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Selecteer het gereedschap Schaar en klik op het pad op de plaats waar u het wilt splitsen. Als u het pad in het midden van een segment splitst, worden de twee nieuwe eindpunten boven op elkaar weergegeven en is er één eindpunt geselecteerd.
    • Selecteer het mes en versleep de aanwijzer over het object. De sneden die u maakt met het mes, worden op het object weergegeven als lijnen.
    • Selecteer het ankerpunt waar u het pad wilt splitsen en klik op de knop Pad knippen bij geselecteerde ankerpunten  in het deelvenster Beheer. Als u een pad op een ankerpunt splitst, wordt boven op het oorspronkelijke ankerpunt een nieuw ankerpunt gemaakt en is er één ankerpunt geselecteerd.

    Zie Objecten knippen, splitsen en verkleinen voor meer informatie.

  3. Gebruik het gereedschap Direct selecteren om het nieuwe ankerpunt of padsegment aan te passen.

Praat mee

Vraag het aan de community

We hebben u op weg geholpen met de verschillende manieren om paden in Illustrator te bewerken, vorm te geven, vloeiend te maken en te vereenvoudigen.  

Als u een vraag wilt stellen of een idee wilt delen, sluit u dan aan bij de Adobe Illustrator-gemeenschap. We horen graag van u.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account