Illustrator bevat diverse tools voor het maken en bewerken van illustraties. In deze galerieën ziet u in een notendop wat u met de verschillende tools kunt doen.

In Illustrator kunt u beschikken over de volgende selectietools:

1_Selection Tool
2_Direct Selection Tool
3_Group Selection Tool
4_Magic Wand tool



Met de tool Selecteren (V) selecteert u hele objecten. Zie Objecten selecteren met de tool Selecteren.



Met de tool Direct selecteren (A) selecteert u punt- of padsegmenten binnen objecten. Zie Paden, segmenten en ankerpunten selecteren.



Met de tool Groep selecteren selecteert u objecten en groepen in groepen. Zie Objecten en groepen selecteren met de tool Groep selecteren.



Met de tool Toverstaf (Y) selecteert u objecten met vergelijkbare kenmerken. Zie Objecten selecteren met de tool Toverstaf.



Met de tool Lasso (Q) selecteert u punt- of padsegmenten binnen objecten. Zie Objecten selecteren met de tool Lasso.



Met de tool Tekengebied maakt u afzonderlijke tekengebieden om af te drukken of te exporteren. Zie Een tekengebied maken.

In Illustrator kunt u beschikken over de volgende tekentools:



Met de tool Pen (P) tekent u rechte en kromme lijnen om objecten te maken. Zie Tekenen met de tool Pen.



Met de tool Ankerpunt toevoegen (+) voegt u ankerpunten aan paden toe. Zie Ankerpunten toevoegen en verwijderen.



Met de tool Ankerpunt verwijderen (-) verwijdert u ankerpunten van paden. Zie Ankerpunten toevoegen en verwijderen.



Met de tool Ankerpunt omzetten (Shift+C) wijzigt u vloeiende punten in hoekpunten en andersom. Zie Vloeiende punten in hoekpunten omzetten en omgekeerd.



Met de tool Lijnsegment (\) tekent u afzonderlijke segmenten met rechte lijnen. Zie Rechte lijnen tekenen met de tool Lijnsegment.



Met de tool Boog tekent u afzonderlijke holronde of bolronde boogsegmenten. Zie Bogen tekenen.



Met de tool Spiraal tekent u spiralen rechtsom en linksom. Zie Spiralen tekenen.



Met de tool Rechthoekig raster tekent u rechthoekige rasters. Zie Rechthoekige rasters tekenen.



Met de tool Poolraster tekent u ronde diagramrasters. Zie Cirkelvormige rasters (poolrasters) tekenen.



Met de tool Rechthoek (M) tekent u vierkanten en rechthoeken. Zie Rechthoeken en vierkanten tekenen.



Met de tool Afgeronde rechthoek tekent u vierkanten en rechthoeken met afgeronde hoeken. Zie Rechthoeken en vierkanten tekenen.



Met de tool Ovaal (L) tekent u cirkels en ovalen. Zie Ovalen tekenen.



Met de tool Veelhoek tekent u regelmatige vormen met meerdere zijden. Zie Veelhoeken tekenen.



Met de tool Ster tekent u sterren. Zie Sterren tekenen.



Met de tool Flakkering maakt u vlam- of zonlichteffecten. Zie Flakkeringen tekenen.



Met de tool Potlood (N) tekent en bewerkt u vrije lijnen. Zie Tekenen met de tool Potlood.



Met de tool Vloeiend maakt u Bézier-paden vloeiend. Zie Paden vloeiend maken.



Met de tool Padgummetje wist u paden en ankerpunten in het object. Zie Illustraties wissen.



Met het perspectiefraster kunt u illustraties in perspectief maken en weergeven. Zie Perspectiefraster.



Met de tool Perspectiefselectie kunt u objecten, tekst en symbolen in perspectief plaatsen, objecten in perspectief verplaatsen en objecten loodrecht ten opzichte van de huidige locatie verplaatsen. Zie Perspectiefraster.

.

In Illustrator beschikt u over de volgende teksttools:



Met de tool Tekst (T) maakt u afzonderlijke tekst en tekstcontainers. Daarnaast kunt u tekst typen en bewerken. Zie Tekst invoeren in een vlak.



Met de tool Vlaktekst wijzigt u gesloten paden in tekstcontainers en kunt u hierin tekst typen en bewerken. Zie Tekst invoeren in een vlak.



Met de tool Tekst op een pad wijzigt u paden in tekstpaden waarop u tekst kunt invoeren en wijzigen. Zie Tekst op een pad maken.



Met de tool Verticale tekst maakt u verticale tekst en verticale-tekstcontainers en kunt u verticale tekst invoeren en bewerken. Zie Tekst invoeren in een vlak.



Met de tool Verticale vlaktekst wijzigt u gesloten paden in verticale-tekstcontainers en kunt u hierin tekst typen en bewerken. Zie Tekst invoeren in een vlak.



Met de tool Verticale tekst op een pad wijzigt u paden in verticale-tekstpaden waarop u tekst kunt invoeren en wijzigen. Zie Tekst op een pad maken.

In Illustrator kunt u beschikken over de volgende verftools:



Met de tool Penseel (B) kunt u kalligrafische lijnen en lijnen uit de vrije hand tekenen, alsmede illustraties, patronen en borstelpenseelstreken op paden. Zie Paden tekenen en tegelijkertijd penseelstreken toepassen.



Met de tool Net (U) maakt en bewerkt u netten en omhulsels voor netten. Zie Netobjecten maken.



Met de tool Verloop (G) past u de begin- en eindpunten en de hoek van verlopen binnen objecten aan, of past u een verloop op objecten toe. Zie Een verloop toepassen op een object.



Met de tool Pipet (I) neemt u monsters van kleur-, tekst- en vormgevingskenmerken (waaronder effecten) van objecten en past u deze toe. Zie Weergavekenmerken kopiëren met de tool Pipet.



Met de tool Emmertje voor Actieve verf (K) verft u vlakken en randen van groepen van Actieve verf met de huidige verfkenmerken. Zie Verven met de tool Emmertje voor Actieve verf.



Met de tool Selectie van Actieve verf (Shift-L) selecteert u vlakken en randen in groepen van Actieve verf. Zie Items selecteren in groepen van Actieve verf.



Met de tool Meetlat meet u de afstand tussen twee punten. Zie De afstand tussen objecten meten.



Met de tool Klodderpenseel (Shift-B) kunt u paden tekenen die automatisch kalligrafische-penseelpaden uitbreiden en samenvoegen die dezelfde kleur hebben en aangrenzend zijn in de stapelvolgorde. Zie Paden tekenen en samenvoegen met het Klodderpenseel.

Illustrator beschikt over de volgende tools voor het omvormen van objecten:


Met de tool Roteren (R) roteert u objecten rond een vast punt. Zie Objecten roteren.


Met de tool Spiegelen (O) worden objecten over een vaste as gespiegeld. Zie Objecten spiegelen of omdraaien.


Met de tool Schalen (S) wijzigt u de grootte van objecten rond een vast punt. Zie Objecten schalen.


Met de tool Schuintrekken trekt u objecten schuin rond een vast punt. Zie Objecten schuintrekken met de Schuintrekkentool.


Met de tool Omvormen stelt u geselecteerde ankerpunten bij terwijl het pad even gedetailleerd blijft. Zie Delen van een pad uitrekken zonder de algehele vorm te vervormen.


De tool Vrije transformatie (E) schaalt,roteertof trekt een selectie scheef.


Met de tool Overvloeien (W) laat u de kleur en vorm van meerdere objecten in elkaar overvloeien. Zie Overvloeiingen maken.


Met de tool Breedte (Shift+W) kunt u een lijn met variabele breedte maken. Zie De tool Breedte gebruiken.


Met de tool Kromtrekken (Shift+R) vormt u objecten door de cursor te bewegen (zoals u bijvoorbeeld klei vormt). Zie Objecten vervormen met een uitvloeiingstool.


Met de tool Kronkel maakt u kronkelende vervormingen binnen een object. Zie Objecten vervormen met een uitvloeiingstool.


Met de tool Plooi maakt u een object compacter door regelpunten in de richting van de cursor te verplaatsen. Zie Objecten vervormen met een uitvloeiingstool.


Met de tool Bol laat u een object opzwellen door regelpunten bij de cursor vandaan te verplaatsen. Zie Objecten vervormen met een uitvloeiingstool.


Met de tool Schelp voegt u willekeurige kromme details toe aan de omtrek van een object. Zie Objecten vervormen met een uitvloeiingstool.


Met de tool Kristal voegt u willekeurige puntige details toe aan de omtrek van een object. Zie Objecten vervormen met een uitvloeiingstool.


Met de tool Kreuken voegt u kreukels toe aan de omtrek van een object. Zie Objecten vervormen met een uitvloeiingstool.


Met de tool Vormen maken kunt u eenvoudige vormen samenvoegen om complexe aangepaste vormen te maken. Zie Nieuwe vormen maken met de tool Vormen maken.

  Met de tool Marionet verdraaien kunt uw illustratie moeiteloos in verschillende posities en houdingen brengen door punten toe te voegen, te verplaatsen en te roteren. Zie Tool Marionet verdraaien.      

Galerie met tools voor segmenteren en knippen

In Illustrator beschikt u over de volgende tools voor het segmenteren en knippen van objecten:



Met de tool Segmenten splitst u een illustratie in afzonderlijke webafbeeldingen. Segmenten maken



Met de tool Segment selecteren (Shift-K) selecteert u websegmenten. Zie Segmenten selecteren



Met de tool Gummetje (Shift-E) verwijdert u elk gebied van het object waarover u sleept. Zie Objecten wissen met de tool Gummetje



Met de tool Schaar (C) knipt u paden door op opgegeven punten. Zie Een pad splitsen



Met de tool Mes snijdt u objecten en paden door. Zie Objecten knippen met de tool Mes.

Met de symbooltools kunt u sets symbolen maken en aanpassen. U maakt een set symbolen met de tool Symbolen sproeien. Vervolgens kunt u de andere symbooltools gebruiken om de dichtheid, kleur, locatie, grootte, rotatie, transparantie en stijl van de symbolen in de set te wijzen.



Met de tool Symbolen sproeien (Shift+S) plaatst u meerdere symboolexemplaren in een reeks in het tekengebied. Zie Symboolsets maken.



Met de tool Symbolen verschuiven verplaatst u symboolexemplaren en wijzigt u de stapelvolgorde. Zie De stapelvolgorde van symboolexemplaren binnen een set wijzigen.



Met de tool Symbolen samentrekken zet u symbolen dichter bij elkaar of verder bij elkaar vandaan. Zie Symboolexemplaren samentrekken of verspreiden.



Met de tool Symboolgrootte instellen past u de grootte van symboolexemplaren aan. Zie De grootte van symboolexemplaren wijzigen.



Met de tool Symbolen draaien roteert u symboolexemplaren. Zie Symboolexemplaren roteren.



Met de tool Symbolen brandschilderen kleurt u symboolexemplaren. Zie Symboolexemplaren brandschilderen.



Met de tool Symbolen rasteren past u dekking toe op symboolexemplaren. Zie De transparantie van symboolexemplaren aanpassen.



Met de tool Symboolstijl toepassen past u de geselecteerde stijl toe op symboolexemplaren. Zie Een afbeeldingsstijl toepassen op symboolexemplaren.

Illustrator bevat negen grafiektools, elk voor het maken van een ander type grafiek. Het type grafiek dat u kiest, is afhankelijk van de gegevens die u wilt weergeven. Zie Een grafiek maken.



Met de tool Kolomgrafiek (J) maakt u grafieken waarin waarden in verticale kolommen worden vergeleken.



Met de tool Gestapelde kolomgrafiek maakt u grafieken die vergelijkbaar zijn met kolomgrafieken, maar waarbij de kolommen niet naast elkaar worden gepresenteerd, maar op elkaar worden gestapeld. Dit grafiektype is handig om de relatie van delen tot het totaal aan te geven.



Met de tool Staafgrafiek maakt u grafieken die vergelijkbaar zijn met kolomgrafieken, maar waarbij de staven horizontaal in plaats van verticaal worden geplaatst.



Met de tool Gestapelde staafgrafiek maakt u grafieken die vergelijkbaar zijn met gestapelde kolomgrafieken, maar waarbij de staven horizontaal in plaats van verticaal worden gestapeld.



Met de tool Lijngrafiek maakt u grafieken waarin punten een of meer sets waarden vertegenwoordigen. De punten van elke set zijn met elkaar verbonden door middel van een aparte lijn voor elke set. Dit type grafiek wordt vaak gebruikt om het trendverloop van een of meer onderwerpen over een tijdsperiode aan te geven.



Met de tool Vlakgrafiek maakt u grafieken die vergelijkbaar zijn met lijngrafieken, maar waarin naast veranderingen van waarden ook totalen worden benadrukt.



Met de tool Spreidingsgrafiek maakt u grafieken waarin gegevenspunten als sets coördinatenparen langs de x- en de y-as worden uitgezet. Spreidingsgrafieken zijn handig om patronen of trends in gegevens te identificeren. U kunt hiermee ook nagaan of variabelen elkaar beïnvloeden.



Met de tool Schijfgrafiek maakt u cirkelvormige grafieken waarvan de segmenten de relatieve percentages van de vergeleken waarden vertegenwoordigen.



Met de tool Radargrafiek maakt u grafieken waarin sets waarden op bepaalde punten in de tijd of in bepaalde categorieën worden vergeleken. Deze grafiek heeft een cirkelvormige indeling Dit soort grafiek wordt ook wel een webgrafiek genoemd.

Illustrator bevat de volgende tools waarmee u door het tekengebied beweegt en de weergave van het tekengebied instelt:



Met de tool Handje (H) verplaatst u het Illustrator-tekengebied binnen het illustratievenster.



Met de tool Afdrukverdeling past u het paginaraster aan om te bepalen waar de illustraties op de afgedrukte pagina worden geplaatst.



Met de tool Zoomen (Z) verhoogt en verlaagt u het zoompercentage in het illustratievenster.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid