Leer meer over het maken van tekst in Adobe Illustrator en het werken ermee...

Tekst invoeren op een bepaald punt

Punttekst is een horizontale of verticale tekstregel die begint op de plaats waar u klikt en die wordt uitgebreid wanneer u tekens invoert. Elke tekstregel is onafhankelijk; de lijn breidt uit of wordt kleiner wanneer u deze bewerkt, maar loopt niet om naar de volgende regel. Op deze manier kunt u snel een paar woorden aan uw illustratie toevoegen.

  1. Selecteer de tool Tekst  of Verticale tekst .

    De aanwijzer verandert in een invoegcursor binnen een gestippeld vak. De kleine horizontale lijn bij de onderkant van de invoegcursor geeft de positie aan van de basislijn waarop de tekst wordt geplaatst.

  2. (Optioneel) Gebruik het regelpaneel, het deelvenster Teken of het deelvenster Alinea om opmaakopties voor tekst in te stellen.

  3. Klik op de plaats waar de tekstregel moet beginnen.

    Opmerking:

    Zorg ervoor dat u niet op een bestaand object klikt. Als u dit doet, wordt het tekstobject naar vlaktekst of tekst op een pad omgezet. Als een bestaand object zich op de plaats bevindt waar u tekst wilt invoeren, vergrendelt of verbergt u het object.

  4. Voer de tekst in. Druk op Enter of Return om een nieuwe regel tekst te beginnen binnen hetzelfde tekstobject.

    Opmerking:

    Vanaf de CC 2017-versie voert Illustrator standaard plaatsaanduidingstekst in wanneer u met de tool Tekst of Verticale tekst werkt. Zie Tekstobjecten vullen met plaatsaanduidingstekst voor meer informatie.

  5. Wanneer u klaar bent met het invoeren van tekst, klikt u op de tool Selecteren  om het tekstobject te selecteren. U kunt ook Ctrl ingedrukt houden en op de tekst klikken (Windows) of Command ingedrukt houden en op de tekst klikken (Mac OS).

Opmerking:

Zie deze video voor meer informatie over het werken met tekst in Illustrator.

Tekst invoeren in een vlak

Bij vlaktekst (ook alineatekst genoemd) worden de grenzen van een object gebruikt om de plaatsing van tekens, horizontaal of verticaal, te bepalen. Wanneer de tekst een grens heeft bereikt, loopt de tekst automatisch om zodat de tekst binnen het gedefinieerde gebied past. Het is handig om tekst op deze manier in te voeren als u een of meer alinea's wilt maken, bijvoorbeeld voor een brochure.

  1. Definieer het tekstgebied:
    • Selecteer de tool Tekst  of de tool Verticale tekst  en sleep diagonaal om een rechthoekig tekstgebied te definiëren.

    • Teken het object dat u wilt gebruiken als het tekstgebied. (Het maakt niet uit of het object lijn- of vulkenmerken heeft aangezien Illustrator deze automatisch verwijdert.) Selecteer vervolgens de tool Tekst , de tool Verticale tekst , de tool Vlaktekst  of de tool Verticale vlaktekst en klik ergens op het pad van het object.

    Tekstvak maken
    Het maken van een tekstvlak door te slepen (boven) vergeleken met het omzetten van een bestaande vorm in een tekstvlak (onder)

    Opmerking:

    Als het object een open pad is, moet u de tool Vlaktekst gebruiken om het tekstgebied te definiëren. Er wordt een denkbeeldige lijn tussen de eindpunten van het pad getrokken om de grenzen te definiëren.

  2. (Optioneel) Gebruik het regelpaneel, het deelvenster Teken of het deelvenster Alinea om opmaakopties voor tekst in te stellen.
  3. Voer de tekst in. Druk op Enter of Return voor een nieuwe alinea.
  4. Wanneer u klaar bent met het invoeren van tekst, klikt u op de tool Selecteren  om het tekstobject te selecteren. U kunt ook Ctrl ingedrukt houden en op de tekst klikken (Windows) of Command ingedrukt houden en op de tekst klikken (Mac OS).

    Als u meer tekst invoert dan binnen een vlak kan worden weergegeven, verschijnt een vakje met een plusteken (+) aan de onderkant van het tekstgebied.

    Overlopende tekst
    Voorbeeld van overlopende tekst

    Als u de overlopende tekst wilt weergeven, kunt u de grootte van het tekstvlak wijzigen of het pad verlengen. U kunt de tekst ook met een ander object verbinden.

    Opmerking:

    Zie deze video voor meer informatie over het werken met tekst in Illustrator.

Tekst importeren in een pad of vorm

Geïntroduceerd in de Illustrator CC 2017-versie

Plaats tekst uit een ondersteund bestand meteen in een object, zoals een vorm. U kunt tekst plaatsen uit bestanden met de indeling .txt of .rtf of uit bestanden die zijn gemaakt in tekstverwerkingstoepassingen. U kunt bijvoorbeeld tekst uit een rtf-bestand in een veelhoek plaatsen.

  1. Maak een pad of vorm met een willekeurige tekentool, zoals Rechthoek, Shaper of de Pen. U plaatst het tekstbestand binnen in deze vorm.

  2. Kies Bestand > Plaatsen en selecteer het tekstbestand dat u wilt plaatsen.

  3. Klik op Plaatsen.

  4. Nadat het tekstbestand in de tool Plaatsen is geladen, klikt u op het pad of de vorm.

    De tekst wordt binnen in de vorm geplaatst. U kunt nu de gewenste stijlen en effecten op de tekst toepassen.

De tekst uit een tekstbestand in een veelhoekig pad of veelhoekige vorm plaatsen

Tekstobjecten vullen met plaatsaanduidingstekst

Geïntroduceerd in de Illustrator CC 2017-versie

Als u tekstobjecten vult met de plaatsaanduidingstekst, kunt u het ontwerp beter visualiseren. In Illustrator worden nieuwe objecten die met teksttools worden gemaakt, nu automatisch gevuld met plaatsaanduidingstekst. De plaatsaanduidingstekst behoudt het lettertype en de tekengrootte die op het vorige tekstobject zijn toegepast.

Voorbeelden van tekstobjecten met plaatsaanduidingstekst die zijn gemaakt met teksttools

A. Tool Tekst B. Tool Padtekst C. Tool Verticale tekst 

Alleen de geselecteerde tekstobjecten met plaatsaanduidingstekst vullen

U kunt in Illustrator het standaardgedrag waarmee alle nieuwe tekstobjecten met plaatsaanduidingstekst worden gevuld, uitschakelen. Deselecteer Voorkeuren > Tekst > Nieuwe tekstobjecten vullen met plaatsaanduidingstekst

Het standaardgedrag uitschakelen waarmee alle nieuwe tekstobjecten met plaatsaanduidingstekst worden gevuld

Als u het standaardgedrag hebt uitgeschakeld, kunt u tekstobjecten nog steeds individueel met plaatsaanduidingstekst vullen. Voer de volgende stappen uit:

  1. Gebruik de tool Punt of Vlaktekst om een tekstobject te maken. U kunt ook een bestaand tekstobject in het tekengebied selecteren.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Kies Tekst > Vullen met plaatsaanduidingstekst.
    • Klik met de rechtermuisknop op het tekstkader om het contextmenu te openen. Selecteer Vullen met plaatsaanduidingstekst.

    Illustrator vult de tekstobjecten met plaatsaanduidingstekst.

Het tekstveld beheren

De grootte van een tekstvlak wijzigen

U kunt de grootte van tekst op verschillende manieren wijzigen, afhankelijk van of u punttekst, vlaktekst of padtekst maakt.

Er zit geen beperking op de hoeveelheid punttekst die u kunt schrijven, dus in dit geval hoeft u de afmetingen van het tekstvak niet te wijzigen.

Wanneer u vlaktekst maakt, sleept u een object en typt u in het geselecteerde gebied. In dit geval wordt de grootte van de tekst gewijzigd wanneer u de afmetingen van het object wijzigt met de tool Direct selecteren.

Wanneer u padtekst typt, kunt u tekst verbinden tussen objecten (zie Tekst verbinden tussen objecten) als de tekst niet op het geselecteerde pad past. Ook in dit geval wordt de grootte van de tekst gewijzigd als u het pad wijzigt met behulp van de tool Direct selecteren.

Opmerking:

Zorg ervoor dat het de instelling van het omsluitende kader is ingesteld op Omsluitend kader tonen. Als u het omsluitende kader niet kunt zien, klikt u op Weergave > Omsluitend kader tonen.

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk als u de grootte wilt wijzigen:
    • Selecteer het tekstobject met de tool Selecteren of het deelvenster Lagen en sleep een handgreep van het omsluitende kader.

    De grootte van een tekstvlak wijzigen met de tool Selecteren
    De grootte van een tekstvlak wijzigen met de tool Selecteren

    • Selecteer de rand of hoek van het tekstpad met de tool Direct selecteren . Sleep vervolgens om de vorm van het pad te wijzigen.

      Tip: Het tekstpad kan het eenvoudigst met de tool Direct selecteren worden gewijzigd wanneer de weergave Omtrek actief is.

    De grootte van een tekstvlak wijzigen met de tool Direct selecteren
    De grootte van een tekstvlak wijzigen met de tool Direct selecteren

    • Selecteer het tekstobject met behulp van de tool Selecteren of het deelvenster Lagen, en kies Tekst > Opties voor vlaktekst. Voer waarden in voor Breedte en Hoogte en klik op OK. Als het tekstvlak niet rechthoekig is, bepalen deze waarden de afmetingen van het omsluitende kader van het object.

De marge rondom een tekstvlak wijzigen

Wanneer u met een vlaktekstobject werkt, kunt u de marge tussen de tekst en het omsluitende kader instellen. Deze marge wordt de inzetafstand genoemd.

  1. Selecteer een vlaktekstobject.
  2. Kies Tekst > Opties voor vlaktekst.
  3. Geef een waarde op bij Inzetafstand en klik op OK.
    Inzetafstand tekst
    Tekst zonder inzetafstand (links) vergeleken met tekst met inzetafstand (rechts)

De eerste basislijn in een tekstvlak verhogen of verlagen

Wanneer u met een vlaktekstobject werkt, kunt u de uitlijning van de eerste regel tekst ten opzichte van de bovenkant van het object instellen. Deze uitlijning wordt de verschuiving eerste basislijn genoemd. U kunt tekst bijvoorbeeld boven de bovenkant van het object laten uitsteken, of de tekst op een bepaalde afstand onder de bovenkant van het object plaatsen.

Basislijn tekst in tekstgebied
Tekst met eerste basislijn ingesteld op Hoofdletterhoogte (links) vergeleken met tekst waarbij de eerste basislijn is ingesteld op Regelafstand (rechts)

  1. Selecteer een vlaktekstobject.
  2. Kies Tekst > Opties voor vlaktekst.
  3. Kies bij Eerste basislijn een van de volgende opties:

    Oplopen

    Hiermee is de hoogte van het teken 'd' lager dan de bovenkant van het tekstobject.

    Hoofdletterhoogte

    Hiermee raakt de bovenkant van hoofdletters de bovenkant van het tekstobject.

    Regelafstand

    Hiermee wordt de regelafstand van de tekst aangehouden als de afstand tussen de basislijn van de eerste regel tekst en de bovenkant van het tekstobject.

    x-hoogte

    Hiermee is de hoogte van het teken 'x' lager dan de bovenkant van het tekstobject.

    Hoogte em-vak

    De bovenkant van het em-vak bij Aziatische lettertypen raakt de bovenkant van het tekstobject. Deze optie is altijd beschikbaar, ongeacht of Aziatische opties tonen is ingeschakeld of niet.

    Vast

    Hiermee geeft u de afstand tussen de basislijn van de eerste regel tekst en de bovenkant van het tekstobject op via het vak Min.

    Eerdere versie

    Hiermee gebruikt u de eerste standaardbasislijninstelling uit Adobe Illustrator 10 of ouder.

  4. Geef bij Min de waarde voor de verschuiving van de basislijn op.

Tekstrijen en -kolommen maken

  1. Selecteer een vlaktekstobject.
  2. Kies Tekst > Opties voor vlaktekst.
  3. Stel in de secties Rijen en kolommen van het dialoogvenster de volgende opties in:

    Aantal

    Hiermee geeft u het aantal rijen en kolommen op dat het object moet bevatten.

    Bereik

    Hiermee geeft u de hoogte van afzonderlijke rijen en de breedte van afzonderlijke kolommen op.

    Vast

    Hiermee geeft u op wat met het bereik van rijen en kolommen gebeurt als u de grootte van het tekstvlak wijzigt. Als deze optie is ingeschakeld, kan door het wijzigen van het vlak het aantal rijen en kolommen, maar niet de breedte ervan veranderen. Schakel deze optie niet in als u wilt dat de rij- en kolombreedten veranderen wanneer u de grootte van het tekstvlak wijzigt.

    Opties voor het wijzigen van de grootte van rijen en kolommen
    Opties voor het wijzigen van de grootte van rijen en kolommen

    Tussenruimte

    Hiermee geeft u de afstand tussen rijen of kolommen op.

  4. In het gedeelte Opties van het dialoogvenster selecteert u een tekstomloopoptie om te bepalen hoe tekst tussen rijen en kolommen omloopt: Per rij  of Per kolom .
  5. Klik op OK.

Een kopregel passend maken over de volledige breedte van een tekstvlak

  1. Selecteer een teksttool en klik in de alinea die u wilt aanpassen aan het tekstvlak.
  2. Kies Tekst > Kopregel passend.

    Opmerking:

    Als u de opmaak van de tekst wijzigt, moet u de opdracht Kopregel passend opnieuw toepassen.

Tekst verbinden tussen objecten

Als u tekst wilt laten doorlopen van een object naar een volgend object, koppelt u de objecten aan elkaar. Gekoppelde tekstobjecten kunnen elke vorm hebben. De tekst moet echter in een vlak of langs een pad worden ingevoerd (en niet op een bepaald punt).

Elk vlaktekstobject bevat een inpoort en een uitpoort. Deze poorten stellen u in staat objecten aan andere objecten te koppelen en een gekoppelde kopie van het tekstobject te maken. Een lege poort geeft aan dat alle tekst zichtbaar is en dat het object niet is gekoppeld. Een pijl in een poort geeft aan dat het object aan een ander object is gekoppeld. Een rood plusteken in een uitpoort geeft aan dat het object meer tekst bevat. Deze verborgen tekst wordt overlopende tekst genoemd.

Poorten van gekoppelde tekstobjecten
Poorten van gekoppelde tekstobjecten

U kunt verbindingen verbreken en de tekst in het eerste of volgende object laten overlopen of u kunt alle verbindingen verwijderen en de tekst laten staan.

Opmerking:

Wanneer u werkt met verbonden (doorlopende) tekst, kan het handig zijn om de verbindingen te zien. Als u de verbindingen wilt zien, kiest u Weergave > Tekstverbindingen tonen en selecteert u een gekoppeld object.

Tekst verbinden

  1. Selecteer een vlaktekstobject met behulp van de tool Selecteren.
  2. Klik op de inpoort of uitpoort van het geselecteerde tekstobject. De aanwijzer verandert in het pictogram voor geladen tekst .
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u aan een bestaand object wilt koppelen, plaatst u de aanwijzer op het pad van dat object. De aanwijzer verandert in een . Klik op het pad om de objecten te koppelen.

    • Als u met een nieuw object wilt koppelen, klikt of sleept u op een leeg gedeelte van het tekengebied. Als u klikt, wordt een object van dezelfde grootte en vorm gemaakt. Als u sleept, kunt u een rechthoekig object van elke gewenste grootte maken.

      Een andere methode die u kunt gebruiken om tekst tussen objecten te verbinden, is een vlaktekstobject selecteren, een of meer objecten selecteren waarmee u wilt verbinden en vervolgens Tekst > Tekst met verbindingen > Maken.

Verbindingen verwijderen of verbreken

  1. Selecteer een gekoppeld tekstobject.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u de verbinding tussen twee objecten wilt verbreken, dubbelklikt u op de poort aan een van de uiteinden van de verbinding. De tekst loopt over in het eerste object.

    • Als u een object wilt vrijmaken uit een tekstverbinding, kiest u Tekst > Tekst met verbindingen > Selectie opheffen. De tekst loopt over in het volgende object.

    • Als u alle verbindingen wilt verwijderen, kiest u Tekst > Tekst met verbindingen > Verbindingen verwijderen. De tekst blijft staan.

Tekstomloop instellen voor een object

U kunt vlaktekst rond elk type object laten lopen, waaronder tekstobjecten, geïmporteerde afbeeldingen en objecten die u tekent in Illustrator. Als het omloopobject een ingesloten bitmapafbeelding is, laat Illustrator de tekst om gedekte of gedeeltelijk gedekte pixels lopen en worden volledig transparante pixels genegeerd.

De omloop wordt bepaald door de stapelvolgorde van objecten, die u in het deelvenster Lagen kunt weergeven door te klikken op het driehoekje naast de laagnaam. Als u tekst om een object wilt laten lopen, moet het omloopobject zich in dezelfde laag bevinden als de tekst en direct boven de tekst in de laaghiërarchie. U kunt inhoud in het deelvenster Lagen omhoog of omlaag slepen om de hiërarchie te wijzigen.

Tekst met omloop om objecten
Tekst met omloop om objecten

A. Omloopobjecten B. Tekst met omloop 

Tekstomloop instellen

  1. Zorg dat de tekst die u wilt laten omlopen aan de volgende voorwaarden voldoet:
    • Het is vlaktekst (getypt in een vak).

    • De tekst bevindt zich in dezelfde laag als het omloopobject.

    • De tekst bevindt zich direct onder het omloopobject in de laaghiërarchie.

    Opmerking:

    Als de laag meerdere tekstobjecten bevat, moet u objecten die u niet om het omloopobject wilt laten lopen, naar een andere laag verplaatsen of boven het omloopobject zetten.

  2. Selecteer het object of de objecten waar u de tekst omheen wilt laten lopen.
  3. Kies Object > Tekstomloop > Maken.

Opties voor tekstomloop instellen

U kunt omloopopties instellen voor- of nadat u de tekst laat omlopen.

  1. Selecteer het omloopobject.
  2. Kies Object > Tekstomloop > Opties voor tekstomloop en stel de volgende opties in:

    Verschuiving

    Hiermee geeft u de ruimte tussen de tekst en het omloopobject op. U kunt een positieve of een negatieve waarde invoeren.

    Omloop omkeren

    Hiermee wordt de tekstomloop ingesteld op de andere kant van het object.

Tekstomloop om een object ongedaan maken

  1. Selecteer het omloopobject.
  2. Kies Object > Tekstomloop > Geen.

Tekst uitlijnen met object

Als u tekst wilt uitlijnen volgens het omsluitend kader van de desbetreffende glyphs in plaats van volgens de afmetingen van het lettertype, gaat u als volgt te werk:

  1. Pas het actieve effect Omtrekobject toe op het tekstobject via Effect > Pad > Omtrekobject.

  2. Geef op dat in het deelvenster Uitlijnen de grenzen van de voorvertoning moeten worden gebruikt door de optie Grenzen van voorvertoning gebruiken te selecteren in het deelvenstermenu (vervolgmenu) Uitlijnen.

Nadat u deze instellingen hebt toegepast, wordt de tekst op dezelfde manier uitgelijnd als omtrektekst, terwijl de tekst actief blijft.

Lege tekstobjecten uit een illustratie verwijderen

Wanneer u ongebruikte tekstobjecten verwijdert, is een illustratie makkelijker af te drukken en is het bestand kleiner. Lege tekstobjecten maakt u bijvoorbeeld wanneer u in de illustratie onbedoeld op de tool Tekst klikt en vervolgens een andere tool kiest.

  1. Kies Object > Pad > Overbodig verwijderen.
  2. Selecteer de optie Lege tekstpaden en klik op OK.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid