Met Kleurtoon/verzadiging kunt u de kleurtoon, verzadiging en lichtheid van een bepaald kleurbereik in een afbeelding aanpassen of alle kleuren in een afbeelding tegelijk aanpassen. Deze aanpassing is vooral handig voor het nauwkeurig aanpassen van bepaalde kleuren in een CMYK-afbeelding, zodat deze binnen de kleuromvang van een uitvoerapparaat vallen.

U kunt kleurtoon- en verzadigingsinstellingen opslaan in het deelvenster Eigenschappen en deze vervolgens laden voor hergebruik in andere afbeeldingen. Zie Aanpassingsinstellingen opslaan en Aanpassingsinstellingen opnieuw toepassen voor meer informatie.

Zie De kleur en toon van een afbeelding aanpassen voor meer informatie over het aanpassen van afbeeldingen.

Aanpassing van kleurtoon/verzadiging toepassen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op het pictogram Kleurtoon/verzadiging in het deelvenster Aanpassingen.
    • Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag > Kleurtoon/verzadiging. Klik op OK in het dialoogvenster Nieuwe laag.

    De twee kleurenbalken in het dialoogvenster vertegenwoordigen de kleuren in de volgorde waarin ze op de kleurenschijf voorkomen. De bovenste kleurenbalk toont de kleur vóór de aanpassing, terwijl de onderste balk toont hoe de aanpassing bij volledige verzadiging van invloed is op alle kleurtonen.

    Opmerking:

    U kunt ook Afbeelding > Aanpassingen > Kleurtoon/verzadiging kiezen. Onthoud echter dat bij deze methode aanpassingen rechtstreeks worden aangebracht op de afbeeldingslaag en dat informatie over afbeeldingen wordt verwijderd.

  2. Kies in het deelvenster Eigenschappen een optie in het menu rechts van de aanpassingstool Op afbeelding :

    • Kies Origineel om alle kleuren tegelijkertijd aan te passen.
  3. Voer bij Kleurtoon een waarde in of sleep met de schuifregelaar tot u tevreden bent met de kleuren.

    De waarden in het vak geven het aantal graden aan dat de oorspronkelijke kleur van de pixel is verschoven op de kleurenschijf. Een positieve waarde geeft een verschuiving naar rechts aan en een negatieve waarde geeft een verschuiving naar links aan. Waarden kunnen variëren van -180 tot +180.

    Photoshop - Kleurenschijf
    Kleurenschijf

    A. Verzadiging B. Kleurtoon 

    Opmerking:

    U kunt ook de aanpassingstool Op afbeelding selecteren in het deelvenster Eigenschappen en vervolgens Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt houden en op een kleur in de afbeelding klikken. Sleep naar links of rechts in de afbeelding om de waarde van de kleurtoon te wijzigen.

  4. Typ een waarde voor Verzadiging of sleep de schuifregelaar naar rechts om de verzadiging te vergroten of naar links om deze te verkleinen.

    De kleur verschuift bij het midden van de kleurenschijf vandaan of naar het midden van de kleurenschijf toe. Waarden kunnen variëren van -100 (percentage negatieve verzadiging, doffere kleuren) tot +100 (percentage toegenomen verzadiging).

    Opmerking:

    U kunt ook de aanpassingstool Op afbeelding selecteren in het deelvenster Eigenschappen en op een kleur in de afbeelding klikken. Sleep naar links of rechts in de afbeelding om de verzadiging te verlagen of verhogen van het kleurbereik dat de pixel bevat waarop u klikte.

  5. Typ een waarde voor Helderheid of sleep de schuifregelaar naar rechts om de lichtsterkte te vergroten door wit toe te voegen aan een kleur of naar links om deze te verkleinen door zwart toe te voegen aan een kleur. Waarden kunnen variëren van -100 (percentage zwart) tot +100 (percentage wit).

Opmerking:

Klik op de knop Herstellen  om een instelling voor kleurtoon/verzadiging in het deelvenster Eigenschappen ongedaan te maken.

Het kleurbereik opgeven dat moet worden aangepast met Kleurtoon/verzadiging

  1. Pas een aanpassing van kleurtoon/verzadiging toe.

  2. Kies in het deelvenster Eigenschappen een kleur in het menu rechts van de aanpassingstool Op afbeelding .

    Er worden vier kleurenschijfwaarden (in graden) weergegeven in het deelvenster Eigenschappen. Deze corresponderen met de aanpassingsregelaars die worden weergegeven tussen de kleurenbalken. De twee binnenste verticale schuifregelaars bepalen het kleurbereik. De twee buitenste driehoekige schuifregelaars laten zien waar de aanpassingen aan een kleurbereik ophouden. De aanpassingen houden geleidelijk op en hebben geen duidelijk begin- en eindpunt.

  3. Gebruik de pipettools of de schuifregelaars om het kleurbereik te wijzigen.
    • Klik of sleep in de afbeelding met het pipet  om een kleurbereik te selecteren. Als u het kleurbereik wilt uitbreiden, klikt of sleept u in de afbeelding met het pipet Toevoegen aan kleurmonster . Als u het kleurbereik wilt beperken, klikt of sleept u in de afbeelding met het pipet Weghalen uit kleurmonster . Als een pipet is geselecteerd, kunt u ook op Shift drukken om het bereik te vergroten of op Alt (Windows) of Option (Mac OS) om het te verkleinen.
    • Sleep een van de witte driehoekige regelaars om de mate van kleurverschuiving (geleidelijke aanpassing) aan te passen zonder het bereik te wijzigen.
    • Sleep het gebied tussen het driehoekje en de verticale balk om het bereik aan te passen zonder dat dit van invloed is op de mate van verschuiving.
    • Sleep het middengedeelte om de hele aanpassingsregelaar te verplaatsen (inclusief de driehoekjes en verticale balken) om een ander kleurgebied te selecteren.
    • Sleep een van de verticale witte balken om het bereik van de kleurcomponent aan te passen. Als u een verticale balk uit het midden van de aanpassingsregelaar dichter naar een driehoekje verplaatst, vergroot u het kleurbereik en vermindert u de verschuiving. Als u een verticale balk naar het midden van de aanpassingsregelaar bij een driehoekje vandaan verplaatst, verkleint u het kleurbereik en vergroot u de verschuiving.
    • Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en sleep de kleurenbalk om een andere kleur weer te geven in het midden van de balk.
    Photoshop - Schuifregelaar voor aanpassing van kleurtoon/verzadiging
    Schuifregelaar voor kleurtoon/aanpassing

    A. Waarden schuifregelaar voor kleurtoon B. Verschuiving aanpassen zonder wijziging van bereik C. Bereik aanpassen zonder invloed op verschuiving D. Kleurbereik en verschuiving aanpassen E. De hele schuifregelaar aanpassen 

    Als u de aanpassingsregelaar zo aanpast dat deze binnen een ander kleurbereik valt, wordt de naam in het menu Bewerken automatisch aangepast. Als u bijvoorbeeld Gele tinten kiest en het bereik zo wijzigt dat de regelaar in het rode deel van de kleurenbalk valt, wordt de naam veranderd in Rode tinten 2. U kunt maximaal zes afzonderlijke kleurbereiken omzetten in varianten van hetzelfde kleurbereik (bijvoorbeeld Rode tinten tot en met Rode tinten 6).

    Het kleurbereik dat standaard wordt geselecteerd wanneer u een kleurcomponent kiest, is 30° breed, met een verschuiving van 30° naar links en rechts. Als u de verschuiving te laag instelt, kunnen overgangen zichtbaar zijn in de afbeelding.

Een grijswaardenafbeelding vullen met kleur of een monotooneffect maken

  1. (Optioneel) Als u een grijswaardenafbeelding wilt vullen met kleur, kiest u Afbeelding > Modus > RGB-kleur om de afbeelding om te zetten in RGB.

  2. Pas een aanpassing van kleurtoon/verzadiging toe.

  3. Selecteer de optie Vullen met kleur in het deelvenster Eigenschappen. Als de voorgrondkleur zwart of wit is, wordt de afbeelding omgezet in een rode kleurtoon (0°). Als de voorgrondkleur niet zwart of wit is, wordt de afbeelding omgezet in de kleurtoon van de huidige voorgrondkleur. De waarde voor de lichtsterkte van elke pixel wordt niet gewijzigd.

  4. (Optioneel) Gebruik de schuifregelaar Kleurtoon om een nieuwe kleur te selecteren. Gebruik de schuifregelaars Verzadiging en Helderheid om de verzadiging en lichtsterkte van de pixels aan te passen.

Kleurverzadiging aanpassen met Levendigheid

Met Levendigheid past u de verzadiging aan, zodat zo weinig mogelijk kleuren worden bijgesneden, naarmate de kleuren volledig verzadigd raken. Door deze aanpassing wordt de verzadiging van minder verzadigde kleuren meer verhoogd dan die van kleuren die al zijn verzadigd. Levendigheid voorkomt ook dat huidtonen oververzadigd raken.

Expert aan het woord: De aanpassingslaag Levendigheid

Expert aan het woord: De aanpassingslaag Levendigheid
Richard Harrington

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • In het deelvenster Aanpassingen klikt u op het pictogram Levendigheid .
    • Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag > Levendigheid. In het dialoogvenster Nieuwe laag typt u een naam voor de aanpassingslaag Levendigheid en klikt u op OK.

    Opmerking:

    U kunt ook Afbeelding > Aanpassingen > Levendigheid kiezen. Onthoud echter dat bij deze methode aanpassingen rechtstreeks worden aangebracht op de afbeeldingslaag en dat informatie over afbeeldingen wordt gewist.

  2. Sleep in het deelvenster Eigenschappen de schuifregelaar Levendigheid om de kleurverzadiging te verhogen of te verlagen zonder dat er kleurverlies optreedt wanneer de kleuren meer verzadigd raken. Voer vervolgens een van de volgende stappen uit:

    • Als u meer aanpassing wilt toepassen op minder verzadigde kleuren en wilt vermijden dat kleuren moeten worden bijgesneden als ze totale verzadiging bereiken, verschuift u de schuifregelaar Levendigheid naar rechts.
    • Als u dezelfde hoeveelheid verzadiging wilt toepassen op alle kleuren, ongeacht hun huidige verzadiging, verschuift u de schuifregelaar Verzadiging. In sommige situaties kan dit minder stroken produceren dan de schuifregelaar Verzadiging in het deelvenster Aanpassingen voor Kleurtoon/verzadiging of het dialoogvenster Kleurtoon/verzadiging.
    • Als u de verzadiging wilt verlagen, verschuift u de schuifregelaar Levendigheid of de schuifregelaar Verzadiging naar links.

De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen

Met de tool Spons brengt u kleine wijzigingen aan in de kleurverzadiging van een gebied. In grijswaardenafbeeldingen verhoogt of verlaagt de spons het contrast door de grijsniveaus van of naar de middelste grijswaarde te brengen.

  1. Selecteer de tool Spons .
  2. Kies een penseeluiteinde en stel penseelopties in op de optiebalk.
  3. Kies in het menu Modus op de optiebalk de manier waarop u de kleur wilt wijzigen:

    Verzadiging

    Hiermee versterkt u de verzadiging van de kleur

    Minder verzadiging

    Hiermee verzwakt u de verzadiging van de kleur

  4. Stel de stroom in voor de tool Spons.
  5. Schakel de optie Levendigheid in om het uitsnijden van volledig verzadigde of volledig niet-verzadigde kleuren tot een minimum te beperken.
  6. Sleep over het deel van de afbeelding dat u wilt wijzigen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid