Plaatsen met hulplijnen en het raster

Met hulplijnen en het raster kunt u afbeeldingen en elementen nauwkeurig plaatsen. Hulplijnen verschijnen als niet-afdrukbare lijnen die boven de afbeelding zweven. U kunt hulplijnen verplaatsen en verwijderen. U kunt ze ook vergrendelen, zodat u ze niet per ongeluk kunt verplaatsen.

Met slimme hulplijnen kunt u vormen, segmenten en selecties uitlijnen. Slimme hulplijnen worden automatisch weergegeven wanneer u een vorm tekent of een selectie of segment maakt. U kunt slimme hulplijnen verbergen als u dat wilt.

Het raster is handig wanneer u elementen symmetrisch wilt plaatsen. Het raster wordt standaard weergegeven als niet-afdrukbare lijnen, maar kan ook de vorm van punten hebben.

Hulplijnen en rasters functioneren op vrijwel dezelfde manier:

  • Selecties, selectiekaders en tools hechten zich aan een hulplijn of het raster wanneer ze worden versleept binnen een afstand van 8 schermpixels (niet afbeeldingpixels). Ook hulplijnen hechten zich aan het raster wanneer ze worden verplaatst. Deze functie kan worden in- of uitgeschakeld.

  • De afstand tussen hulplijnen verschilt per afbeelding, net als de zichtbaarheid van de hulplijnen, het raster en het uitlijnen.

  • De afstand in het raster is, net als de kleur en stijl van de hulplijnen en het raster, hetzelfde voor alle afbeeldingen.

Een raster, hulplijnen of slimme hulplijnen weergeven of verbergen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Kies Weergave > Tonen > Raster.

    • Kies Weergave > Tonen > Hulplijnen.

    • Kies Weergave > Tonen > Slimme hulplijnen.

    • Kies Weergave > Extra's. U kunt met deze opdracht ook laagranden, selectieranden, doelpaden en segmenten tonen of verbergen.

Een hulplijn plaatsen

  1. Als de linialen niet zichtbaar zijn, kiest u Weergave > Linialen.

    Opmerking:

    U krijgt de nauwkeurigste metingen bij een afbeeldingsvergroting van 100% of wanneer u het deelvenster Info gebruikt.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit om een hulplijn te maken:
    • Kies Weergave > Nieuwe hulplijn. Selecteer Horizontaal of Verticaal als richting in het dialoogvenster, voer een positie in en klik op OK.

    • Sleep vanaf de horizontale liniaal om een horizontale hulplijn te trekken.

    Hulplijnen en rasters in Photoshop
    Slepen om een horizontale hulplijn te trekken

    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep vanaf de verticale liniaal om een horizontale hulplijn te trekken.

    • Sleep vanaf de verticale liniaal om een verticale hulplijn te trekken.

    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep vanaf de horizontale liniaal om een verticale hulplijn te trekken.

    • Houd Shift ingedrukt en sleep vanaf de horizontale of verticale liniaal om een hulplijn te trekken die wordt uitgelijnd op de maatstrepen op de liniaal. De aanwijzer verandert in een dubbele pijl wanneer u een hulplijn trekt.

  3. (Optioneel) Als u alle hulplijnen wilt vergrendelen, kiest u Weergave > Hulplijnen vergrendelen.

Een hulplijn verplaatsen

  1. Selecteer de tool Verplaatsen of houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt om de tool Verplaatsen te activeren.

  2. Plaats de aanwijzer op de hulplijn (de aanwijzer verandert in een dubbele pijl).
  3. Verplaats de hulplijn op een van de volgende manieren:
    • Sleep de hulplijn om deze te verplaatsen.

    • Als u een horizontale hulplijn wilt wijzigen in een verticale of andersom, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u klikt of de hulplijn sleept.

    • Als u de hulplijn wilt uitlijnen op de maatstreepjes van de liniaal, houdt u Shift ingedrukt terwijl u de hulplijn sleept. De hulplijn hecht zich aan het raster als dit zichtbaar is en Weergave > Magnetisch > Raster is geselecteerd.

Hulplijnen uit de afbeelding verwijderen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u één hulplijn wilt verwijderen, sleept u deze uit het afbeeldingsvenster.

    • Als u alle hulplijnen wilt verwijderen, kiest u Weergave > Hulplijnen wissen.

Voorkeuren voor hulplijnen en rasters instellen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • (Windows) Kies Bewerken > Voorkeuren > Hulplijnen, raster en segmenten.

    • (Mac OS) Kies Photoshop > Voorkeuren > Hulplijnen, raster en segmenten.

  2. Kies bij Kleur een kleur voor de hulplijnen, het raster of beide. Als u Aangepast kiest, moet u op het kleurvak klikken, een kleur kiezen en op OK klikken.

  3. Kies bij Stijl een weergaveoptie voor hulplijnen, het raster of beide.

  4. Voer bij Rasterlijn na iedere een waarde in voor de afstand tussen de rasterlijnen. Voer bij Onderverdelingen een waarde in voor de onderverdeling van het raster.

    Wijzig eventueel de eenheden voor deze optie. Als u Procent kiest als eenheid, wordt het raster in gelijke delen verdeeld. De waarde 25 procent geeft bijvoorbeeld een gelijk verdeeld raster van vier bij vier vakken.

  5. Klik op OK.

Efficiënt werken met slimme hulplijnen

Slimme hulplijnen zijn in verschillende situaties heel handig, zoals:

  • Option (Mac) / Alt (Win) + een laag slepen: Als u een laag sleept terwijl u Option (Mac) of Alt (Windows) ingedrukt houdt, worden er meethulplijnen ter referentie weergegeven in Photoshop. Deze geven de afstand tussen de originele en de gedupliceerde laag aan. Deze functie werkt met de tools Verplaatsen en Padselectie.
Afstand tussen de lagen: origineel en duplicaat in Photoshop
Afstand tussen de lagen: origineel en dupliceren

  • Paden meten: er worden meethulplijnen weergegeven in Photoshop als u met paden werkt. Er worden ook meethulplijnen weergegeven als u de tool Padselectie selecteert en een pad in dezelfde laag sleept.
Padmetingen in Photoshop
Padmetingen

  • Overeenkomende ruimte: Als u een object dupliceert of verplaatst, geeft Photoshop meethulplijnen weer om de ruimte tussen andere objecten te laten zien die overeenkomt met de ruimte tussen de geselecteerde en direct omliggende objecten.
  • Cmd (Mac) / Ctrl (Windows) + een laag aanwijzen: U kunt meethulplijnen weergeven als u met lagen werkt. Terwijl u een laag selecteert en Cmd (Mac) of Ctrl (Windows) ingedrukt houdt, wijst u een andere laag aan. Samen met deze functie kunt u de pijltjestoetsen gebruiken om de geselecteerde laag te verschuiven.
Meethulplijnen tijdens werken met lagen in Photoshop
Meethulplijnen tijdens werken met lagen

  • Afstand tussen het canvas: als u de muisaanwijzer buiten een vorm houdt en Cmd (Mac) of Ctrl (Windows) ingedrukt houdt, geeft Photoshop de afstanden tussen het canvas weer.
Afstanden tussen een vorm en het canvas in Photoshop
Afstanden tussen een vorm en het canvas


Ruimte tussen overeenkomende objecten in Photoshop
Ruimte tussen overeenkomende objecten

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid